Bijdrage Teunissen aan debat over de situatie in Afgha­nistan


15 september 2021

Voorzitter,

Stel je voor. Je leeft in een land dat al decennia wordt geteisterd door mogendheden die hun eigen belang hoger stellen dan het jouwe. De Sovjets, de Taliban, de Westerse coalitie. Je vreest de wrede Taliban, met zijn executies, martelingen, de taliban die vrouwen en meisjes als tienderangs beschouwt. Je wil de Nederlandse missie helpen. Je weet dat als de Taliban op volle sterkte terugkomt jouw leven en dat van je familie niet veilig zal zijn. Maar je vertrouwt erop dat, mocht die dag komen, Nederland je bij zal staan net zoals jij er voor hen bent. Maar dan blijkt het woord van Nederland niks waard te zijn.

Tolken, beveiligers, koks, chauffeurs, lokaal personeel van de Nederlandse ambassade in Afghanistan, leven letterlijk in doodsangst voor de Taliban, omdat ze de Nederlandse missie hebben gediend.

De ambassademedewerkers smeekten om hulp, om een plan tot evacuatie van lokaal personeel, verschillende keren, al vanaf 10 maart vorig jaar. Anderhalf jaar geleden. Op 16 september gebeurde dat opnieuw, morgen precies een jaar geleden. Op 1 december 2020 weer.

En alle smeekbeden werden keihard genegeerd. Het kabinet, ministers Kaag en Bijleveld voorop, waren Oost-Indisch doof voor alle smeekbeden.

De Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst waarschuwde in januari van dit jaar: de Taliban rukt op. Er volgden nog vele waarschuwingen, van de MIVD, van vakbonden, van NGO’s. Toch treuzelde het kabinet bij elke stap. Willens en wetens.

En dan durft de regering, bij monde van de minister van Buitenlandse Zaken, een maand geleden nog te zeggen dat Nederland verrast was door de snelle opmars van de Taliban. Je luistert anderhalf jaar niet naar je ambassade, naar je inlichtingendienst, je negeert een aanbod van Frankrijk om te helpen met evacueren. Je zit anderhalf jaar met je vingers in de oren, om dan de vermoorde onschuld te spelen.

Ik sluit af met een aantal vragen:

Erkent de regering dat zij volstrekt nalatig is geweest door niet vorig jaar al helder te hebben wie er voor de missie werkte en wie voor evacuatie in aanmerking komt in geval van crisis, waardoor mensenlevens op het spel staan?

Waarom staat in het feitenrelaas en in de feitelijke vragen niet dat de ambassade al anderhalf jaar lang waarschuwt voor de terugkeer van de Taliban en smeekt om personeel in veiligheid te brengen?

Waarom zei de minister van Buitenlandse Zaken in augustus dat ze niet wist dat Frankijk personeel evacueerde, terwijl Frankrijk al in juli aanbod aan Nederland om mensen mee te nemen op een vlucht? Waarom is er geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid?

Afghanen die voor Nederlandse NGO’s, media en andere organisaties hebben gewerkt, achtergebleven gezinnen van Afghanen die nu in Nederland zijn, wachten nog wanhopig op een antwoord. Erkent de regering dat ze de motie Belhaj niet heeft uitgevoerd? En erkent de regering dat het sluiten van de mailbox morgen ook regelrecht indruist tegen de motie? Wat een contrast met het Verenigd Koninkrijk, dat zonder tijdslimiet aanvragen zal blijven behandelen.

Klopt het dat de 70 mensen die al toegezegd was dat ze zouden worden geëvacueerd, op eigen houtje moeten afreizen naar buurlanden met alle gevaren van dien, en dat Nederland daar dan een vliegticket voor hen koopt? Is dat wat de regering verstaat onder “extra inspanning”? En erkent de regering dat het uiterst harteloos is om de ambassade te laten kiezen welke 3 van de 60 familieleden van ambassademedewerkers mee mogen? Hoe verklaart de regering die onmenselijkheid?

Wat ik vandaag wil zien is erkenning en zelfreflectie van het kabinet, op dat het veel te laat heeft gehandeld en ook op de houding richting de Tweede Kamer die ronduit respectloos was. Daarnaast is nu de allerbelangrijkste vraag: hoe helpen we de achterblijvers? Niet volgende maand, niet volgende week. Maar nu.

Dank u wel.

Tweede termijn

Dank u wel, voorzitter. Het beeld houdt stand dat het kabinet heel lang heeft getreuzeld, op het laatst toch nog is gaan rennen en vervolgens is gestruikeld, en dat het nauwelijks zelfreflectie heeft toegepast op de vraag hoe het kan dat het kabinet zijn beleid baseerde op aannames, zoals ze het zelf zeggen, en veel te weinig oog had voor de mensen aan wie Nederland een ereschuld heeft. Nederland doet mensen die ons jarenlang met gevaar voor eigen leven hebben gesteund ernstig tekort, mensen die nu in doodsangst verkeren. Daarom steunt de Partij voor de Dieren met overtuiging de moties van afkeuring en wantrouwen.