Bijdrage Teunissen aan het Nota­overleg Initi­a­tiefnota lid Kwint over Neder­landse popsector


29 juni 2021

Voorzitter. Ik ben blij om te constateren dat er in ieder geval een grote wil bestaat om deze popnota te gaan financieren. Dat is een heel goed begin, want veel mensen en vooral veel Kamerleden dachten: pop staat voor populair, dus die redden zichzelf. De heer Kwint zegt het ook heel treffend in zijn nota: die hebben geen geld nodig. Maar alles is minder waar. Gelukkig blijkt nu een meerderheid in dit huis dat steeds meer in te zien. Ik ben erg hoopvol over de financiering. Deze popnota draagt enorm bij aan het rechtzetten van die verkeerde beeldvorming van een sector die zichzelf wel zou redden. De popsector is een van de meest kwetsbare culturele sectoren in Nederland, die van grote waarde is voor onze samenleving. Hij biedt hoop, ontspanning en inspiratie, zet aan het denken en zorgt dat we bruisen. Een bloeiende popsector is alleen niet vanzelfsprekend. Daar moet aan gewerkt worden en dat vereist een basisinfrastructuur.

Mijn complimenten voor en veel dank aan de heer Kwint dat hij dit initiatief heeft genomen en dat hij in staat is geweest om naar aanleiding van vele gesprekken en inspanningen zo'n compleet beeld te schetsen van wat de sector nodig heeft. Daar hadden we volgens mij allemaal behoefte aan. De Partij voor de Dieren onderschrijft het belang van een bloeiende sector en waardeert met name het voorstel om de popsector breder te bezien dan alleen vanuit het culturele beleid. We moeten ervoor zorg dragen dat de popcultuur ook belangrijk is in het kader van preventie. Ook daarin speelt de sector een belangrijke rol. Hij draagt bij aan het welzijn van mensen en zorgt voor verbinding tussen mensen. Dat hebben we zeker in deze tijden hard nodig om tegenstellingen te overbruggen.

Voor de popsector ontbreekt dus die basisinfrastructuur die ervoor zorgt dat de sector voor iedereen toegankelijk is, dat nieuwe talenten een kans krijgen, dat er een goede aansluiting is op de subsidiesystematiek, dat er voldoende podia zijn en dat muzikanten een eerlijke beloning krijgen. Corona heeft deze structurele problemen nog meer verergerd. Door de lockdown zijn inkomsten veelal volledig stilgevallen, zeker nu de inkomsten de afgelopen jaren door de opkomst van streamingsdiensten zijn verschoven van opnames en cd'tjes naar liveoptredens. Daarnaast zijn er ook signalen dat de gages voor optredens nu nog meer onder druk staan, omdat muzikanten al blij mogen zijn dat ze ├╝berhaupt weer mogen optreden. En dat is natuurlijk onzin.

Voorzitter. Ik heb een paar vragen aan de minister. Erkent zij de structurele problemen in de sector en dat er nu echt aan die basisinfrastructuur gewerkt moet worden? Ziet zij ook de preventieve waarde van popmuziek? Ik zou graag haar reactie daarop horen.

De aansluiting van de subsidiesystematiek op de popsector is al tijden een bekend knelpunt. De minister heeft in haar brief van september 2020 een pilot, Upstream: Music, aangekondigd en ook zou ze verkennen hoe we de meerjarige subsidieregelingen kunnen aansluiten op de behoefte van de makers. Dit was in september 2020, maar sindsdien heeft de popsector nog meer klappen gekregen van de coronacrisis en blijkt het trickledowneffect niet te werken. Wat is er uit die verkenning gekomen en wat gaat de minister doen om die subsidiesystematiek beter te laten aansluiten?

Achter die optredens gaat een kwetsbare infrastructuur van oefenruimtes, opnamestudio's en kleine en grote podia schuil, zoals de heer Kwint aangeeft in zijn nota. De minister geeft in diezelfde brief uit september 2020 aan dat zij gemeenten en de sector heeft gevraagd een beter beeld te vormen van de behoefte van het veld op lokaal niveau. Ik vroeg me af hoe het daar nu mee staat. Heeft zij inmiddels een beter beeld van wat er nodig is aan optreedmogelijkheden? Mijn vraag aan de heer Kwint gaat erover dat we in de nota ook zien dat het toch moeilijk is om kwantitatief aan te geven wat er nodig is op kleine schaal. Is het eigenlijk wel een probleem dat we dat kwantitatief niet precies weten? Hebben we nu genoeg informatie om te zeggen dat we echt moeten inzetten op meer podia of denkt hij dat er nog meer informatie nodig is?

Voorzitter. Hoe staat de minister tegenover het structureel verhogen van het budget voor de popsector in de BIS? Het blijkt nu vrijwel onmogelijk om ook die Fair Practice Code toe te passen. Je ziet dat de popsector nu slechts 0,15% van het podiumkunstenbudget van de BIS krijgt. Erkent de minister dat dit veel te weinig is? Erkent zij ook dat dit het resultaat is van de structurele bezuinigingen van het kabinet-Rutte I en dat er nu echt structureel meer geld bij moet?

Voorzitter. Tot slot heb ik nog een ander punt, een punt dat overigens vandaag ook op de agenda staat. Dat is de afdoening van de motie-Van Raan om de Sociaal Creatieve Raad te betrekken bij vraagstukken van maatschappelijk belang. De Partij voor de Dieren hamert daar steeds op, want we hebben de biodiversiteitscrisis, de klimaatcrisis, de stikstofcrisis en groeiende ongelijkheid. Bij oplossingen voor deze en andere maatschappelijke vraagstukken is de culturele en creatieve sector onontbeerlijk. Er is weinig kennis over samenwerkingsprocessen met creatieve makers die leiden tot impact op die vraagstukken. De minister geeft aan dat zij de Kamer in het voorjaar van 2021 nader informeert over de betrokkenheid van de Sociaal Culturele Raad bij gesprekken met de sector over vraagstukken van maatschappelijk belang. Wanneer kunnen we de stand van zaken verwachten? Het is nu voorjaar en ik vraag me af of de minister inmiddels meer weet.

Dank u wel, voorzitter.