Bijdrage SO Landbouw- en Visse­rijraad, 6 november 2015


6 november 2015

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennis genomen van de geannoteerde agenda en de overige Kamerbrieven. Zij willen daar graag enkele vragen over stellen.

Geannoteerde agenda

Partij voor de Dieren:

De leden van de PvdD-fractie lezen dat de EU en de VS in de laatste ronde onderhandelingen over TTIP hebben aangegeven door te gaan met het bieden van meer transparantie over de onderhandelingen. Deze leden horen graag wat dat dan concreet gaat betekenen, aangezien er nog helemaal niets transparant aan de onderhandelingen is geweest tot nu toe. Sterker nog, het gelekte duurzaamheidshoofdstuk van de EU-onderhandelaars, wat onder andere ook ingaat op landbouw, visserij en natuur komt niet overeen met de informatie die door de Europese Commissie wordt gegeven over haar inzet. Deelt de staatssecretaris de mening dat het hoofdstuk zoals dat nu kennelijk op de onderhandelingstafels ligt geen enkele waarborg biedt voor het handhaven van de huidige Europese regels op het gebied van milieu, natuur, voedselveiligheid, dierenwelzijn en al die andere dingen waarvan de Europese Commissie en de staatssecretaris steeds hebben verzekerd dat ze vastgehouden moet worden aan EU-normen ter bescherming van mens, dier, plant en milieu? Zo ja, is de staatssecretaris bereid in te brengen dat het hoofdstuk waar kennelijk nu over onderhandeld wordt grondig herschreven moet worden? Zo nee, waarom niet?

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

De Europese Commissie betracht een grote mate van transparantie en publiceert al veel informatie over de onderhandelingen over (TTIP). Zo worden bijna alle EU-tekstvoorstellen online gepubliceerd8, nadat een eerste versie met de Verenigde Staten is gedeeld. Ook is er voor elk hoofdstuk een toelichting van de inhoud en inzet van de Europese Unie en zijn er verschillende factsheets met verdere verdieping. Het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling, zoals voorgesteld door de Europese Unie, is op 6 november jl. online beschikbaar gesteld door de Europese Commissie9. De inzet voor het gehele verdrag van zowel het Nederlandse kabinet als Eurocommissaris Malmström is dat met de afspraken in TTIP niet wordt ingeboet op het Europese niveau van consumentenbescherming en dat zal worden vastgehouden aan de geldende EU-standaard ter bescherming van mens, dier, plant en milieu. Dat betekent dat er niet overgegaan zal worden tot wederzijdse erkenning van bijvoorbeeld pesticiden, als daarmee geen gelijke standaard gegarandeerd wordt. Evenmin betekent het dat er onder TTIP chemicaliën zullen worden toegelaten die de Europese Unie nu onveilig acht. Dit zijn voorwaarden waaraan Nederland het verdrag zal toetsen zodra er een akkoord is bereikt over een concept-verdragstekst. Het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling kan niet los worden gezien van de hoofdstukken over onderwerpen als sanitaire en fytosani-taire maatregelen (SPS)10 en «regulatory cooperation»11. In hoofdstukken zoals deze worden de afspraken vastgelegd over het wegnemen van onnodige handelsbelemmeringen zolang dit niet leidt tot een verlaging van standaarden. De EU-tekstvoorstellen voor deze hoofdstukken bevatten ook clausules die de beleidsvrijheid van de verdragspartijen op deze terreinen garanderen. In het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling is het doel van de Europese Unie om af te spreken dat er in de versterking van de handels- en investeringsrelatie met de Verenigde Staten niet voorbij wordt gegaan aan de verplichtingen die de lidstaten op gebied van arbeid en milieu zijn aangegaan. Hier wordt bijvoorbeeld afgesproken dat beide partijen geen handel stimuleren ten koste van het milieu (artikel 3 en artikel 17). Dat kan ook niet, gezien alle verplichtingen die al aangegaan zijn via multilaterale milieuovereenkomsten en verdragen van de International Labour Organisation (ILO). Daarnaast zal het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling ook bepalingen bevatten over hoe het nakomen van afspraken in dit hoofdstuk wordt gemonitord.

Marktsituatie en EU-steunmaatregelen voor de landbouw

Partij voor de Dieren:

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennis genomen van het standpunt van de staatssecretaris betreffende de situatie in de zuivelmarkt. De Nederlandse zuivelsector niets ziet in ingrijpen in de markt en heeft aangegeven dat de crisisontwikkelingen binnen de zuivelmarkt te voorzien waren. De staatssecretaris geeft aan dat hij daarom in de Raad zal aangeven dat Nederland vast blijft houden aan marktoriëntatie. De leden vragen zich af in hoeverre de staatssecretaris zijn beleid laat leiden door de lobby van de zuivelsector. Kan de staatssecretaris aangeven waarom Nederland dan een aanvraag heeft gedaan voor de particuliere opslag van 6.193 ton kaas? Kan de staatssecretaris aangeven of deze aanvraag inmiddels is goedgekeurd en hoeveel deze maatregel kost?

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

Eén van de onderdelen van het steunpakket van 500 miljoen euro van Europese Commissie is de tijdelijke buitengewone regeling voor de Particuliere Opslag (PO) van kaas. De Europese Commissie heeft deze regeling getroffen om steun te bieden aan de zuivelmarkt. Bij particuliere opslag worden producten tijdelijk uit de markt genomen door deze op te slaan. Het Nederlandse bedrijfsleven heeft de mogelijkheid gebruik te maken van deze opslagregeling. Contractanten slaan voor eigen rekening en risico kaas op in opslagpanden. De contractant ontvangt voor de opslag via RVO.nl van de Europese Commissie een vergoeding. Deze vergoeding bestaat uit een vast bedrag van € 15,57 per ton voor de vaste opslagkosten en een bedrag van € 0,40 per ton per dag van opslag. De producten blijven eigendom van de betreffende eigenaar.

De Europese Commissie heeft voor deze tijdelijke buitengewone regeling voor PO kaas een maximum opslaghoeveelheid van 100.000 ton kaas vastgesteld. Hiervan is in eerste instantie 8.156 ton toegewezen aan Nederland. Het gaat daarbij om in Nederland geproduceerde kaas die in Nederland in een opslagpand wordt opgeslagen. De opslagtermijn is ten minste 60 dagen en maximaal 210 dagen. Kaas kan onder deze PO-regeling worden aangeboden van 19 oktober 2015 tot en met 15 januari 2016. Bij een maximale benutting van de 8.156 ton variëren de kosten van minimaal 325.000 tot maximaal 815.000 euro, afhankelijk van de opslagtermijn. Momenteel heeft het Nederlandse bedrijfsleven aanvraag gedaan voor de opslag van in totaal ruim 6.300 ton. Aanvragen kunnen worden geaccep-teerd zolang de aan Nederland toegewezen hoeveelheid niet is bereikt. Na 15 januari 2016 kan de Europese Unie de eventueel overgebleven Europese hoeveelheid herverdelen over de lidstaten.

Partij voor de Dieren:

Sinds 2011 is ruim 55% van de Nederlandse koeienbedrijven meer koeien gaan houden, zo constateren de leden van de PvdD-fractie. De melkveestapel heeft zich uitgebreid met 157.000 koeien. Door deze ondoordachte uitbreiding, als gevolg van het opheffen van de melkquota, is er nog groter overschot aan mest ontstaan en een overproductie aan zuivel. De productie melk per koe is tot een maximum omhoog geschaald wat ten koste gaat van de gezondheid en het welzijn van de melkkoeien. De melkveehouderij die altijd een redelijk positief imago had vanwege de koe in de wei, heeft zich ontwikkeld tot een mechanische en intensieve industrie waarbij meer en meer koeien levenslang opgesloten zitten. De staatssecretaris geeft aan dat Europese maatregelen gericht moeten zijn op het stimuleren van de export. Betekent dit dat er de komende jaren een toename is van het gesleep met runderen en kalfjes vanuit Nederland? Hoe ziet de staatssecretaris de toename van export in het kader van de kalvertransportproblemen die het Platform Landbouw, Innovatie en Samenleving heeft geconstateerd in een rapport uit 2014. Het kabinet heeft destijds aangegeven de zorgen uit dit rapport te delen. De staatssecretaris heeft destijds de kalversector gevraagd om op korte termijn met een verduurzamings- en transitieagenda te komen. De leden van de PvdD-fractie constateren dat er sindsdien geen concrete maatregel is geweest die heeft bijgedragen aan het wegnemen van de risico’s zoals die zijn geconstateerd door Platform LIS, en zij willen graag weten waarom. Is de staatssecretaris alsnog bereid om maatregelen te nemen om de Nederlandse kalversector te regionaliseren en hier binnen Europa voor te pleiten? Regionaliseren draagt bij aan echte verduurzaming, wat volgens de begroting een kerntaak van het kabinet is. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren wijzen het gebruik van Europees geld om Europese producten op de externe markt, dus buiten Europa, te promoten sterk af. Zij zijn van mening dat het landbouwbeleid gericht moet zijn op het regionaliseren van de Europese landbouw. Het gebruiken van Europees geld om meer producten af te kunnen zetten buiten de Europese grenzen is bovendien een maatregel die ten koste gaat van de positie van ontwikkelingslanden, en dat is niet acceptabel. Door onze eigen economie en voedselproductie te regionaliseren, stellen wij ontwikkelingslanden in staat dat ook te doen. We moeten onze voetafdruk verkleinen en de handel eerlijker maken. Is de staatssecretaris het daarmee eens? Zo ja, op welke wijze wil hij daar op inzetten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

Het stimuleren van de export is gericht op kennis en (melk)producten uit de melkveehouderij. Vanuit het steunpakket wordt daarnaast ingezet op de verduurzaming van de melkveehouderij. Waar het gaat om transport van dieren richt mijn inzet zich zowel op de verbetering van de trans-portomstandigheden als op de transportduur, zowel binnen Nederland als binnen de Europese Unie als geheel.

Partij voor de Dieren:

Ook vanuit de zuivelsector, onder andere door De European Milk Board[1], wordt aangegeven dat de oorzaak en de oplossing van de zuivelcrisis aanbodgerelateerd is. Het is een gemiste kans voor het kabinet, de sector en diens verduurzamingsplannen als er nu geen drastische maatregelen getroffen worden aan de aanbodzijde, aldus de leden van de PvdD-fractie. Hoe beoordeelt de staatssecretaris deze uitspraken van de zuivelsector en is de staatssecretaris bereid om vanuit het steunmaatregelenpakket in te zetten om het inperken van het aanbod?

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

De mondiale groei van de vraag naar melk en zuivelproducten is in heel 2014 en in de eerste helft van 2015 in het algemeen gedaald, vooral als gevolg van de afnemende vraag uit China, ’s werelds grootste importeur van zuivelproducten. Ook speelt de Russische boycot van landbouwpro-ducten, die verlengd is tot en met 6 augustus 2016, een rol bij de dalende vraag. Hierdoor zijn de prijzen van rauwe melk gedaald. Analyses van de United Nations Food and Agriculture Organisation (FAO) en de Organi-sation for Economic Cooperation and Development (OECD) geven echter nog steeds aan dat op de (middel)lange termijn de vooruitzichten voor de melk en zuivelproducten gunstig zijn, door de toenemende mondiale vraag. Ik ben van mening dat Nederland vast moet houden aan de marktoriëntatie die in 2003 gestart is in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. De Europese zuivelsector, en met name de Nederlandse zuivelsector, is immers een competitieve en mondiaal opererende sector. Een deel van de invulling van de nationale enveloppe zal dan ook gericht zijn op verdere verduurzaming en versterken van de marktkracht van de melkveehouderij.

Reactie op de tussentijdse evaluatie van de EU 2020 Biodiversiteitsstrategie

Partij voor de Dieren:

Dat het behalen van de biodiversiteitsdoelen voor Nederland noodzakelijk is, is overduidelijk voor de leden van de fractie van de PvdD. De Nederlandse natuur staat er slecht voor: 60% van de beschermde dieren en planten en 77% van hun leefgebieden zijn in gevaar. Slechts 4% van de leefgebieden verkeert in goede staat.

De leden van de fractie van de PvdD zijn daarom diep teleurgesteld dat slechts een van de zes internationaal gestelde biodiversiteitsdoelen op weg is om in 2020 gehaald te worden. Het verbaast de leden niet dat dit het doel ‘de aanpak van invasieve exoten’ is, waarbij vooral verjaagd en bejaagd mag worden. De leden hebben er voortdurend op gewezen dat het Kabinet zich onvoldoende inzet om verdere achteruitgang van de Nederlandse natuur een halt toe te roepen, laat staan om een verbetering te realiseren. Dit beeld wordt bevestigd in het onlangs verschenen rapport “Topsector Natuur” van bureau Ulucus. Nederland loopt ver achter op schema met het uitvoeren van de Europese regelgeving. Het aanwijzen van Natura-2000 gebieden, het opstellen van beheerplannen, het verbinden van natuurgebieden zijn taken waarmee te lang gewacht is en waar in sommige gevallen nog steeds op gewacht wordt. Het rapport bevestigd ook wat de leden van de fractie van de PvdD steeds aankaarten: het terug schroeven van ambities, bezuinigingen en het afschuiven van verantwoording naar provincies de Nederlandse biodiversiteit alles behalve geholpen heeft. De leden van de fractie van de PvdD zijn blij dat de staatsecretaris erkent dat doorgaan op de huidige voet geen optie is en zich eindelijk gaat richten op de taken die allang gedaan hadden moeten worden. Kan de staatssecretaris garanderen dat verdere vertraging van de uitvoering van de hoognodige maatregelen uitblijft? Erkent de staatssecretaris dat het afschuiven van de verantwoording naar de provincies de natuur en biodiversiteit niet heeft geholpen en dat een sterkere regierol van de staatssecretaris nodig is? Hoe gaat u als eindverantwoordelijke zorgdragen voor een voortvarende implementatie van de Vogel en Habitatrichtlijn en het tijdig halen van de internationale biodiversiteitsdoelen?

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

Nederland loopt goed in de pas met de uitvoering van de afgesproken acties uit de EU-Biodiversiteitsstrategie. Die positie wil ik ook handhaven en daar geef ik samen met provincies invulling aan. Ik zie geen aanleiding om daar verandering in te brengen. De Vogel- en Habitatrichtlijn is geïmplementeerd, de aanwijzing van Natura 2000-gebieden is bijna afgerond en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is in werking getreden. Europees onderzoek en Europese rapportages laten zien dat in de EU en ook in Nederland, de gewenste effecten nog niet zijn gereali-seerd. Dat vraagt meer tijd dan voorzien en doorgaan met de afgesproken maatregelen. Verder verwijs ik graag naar het antwoord op de vragen van de leden van de D66-fractie over de Mid term review.

Partij voor de Dieren:

De leden van de fractie van de PvdD maken zich zorgen over de effectiviteit van de Vogel en Habitatrichtlijn, zolang de intensivering van de landbouw en veehouderij onverminderd doorgaat. Dit zijn immers de belangrijkste veroorzakers van de slechte staat van de Nederlandse natuur. De effecten van intensieve landbouw en veehouderij zijn goed zichtbaar op het platteland, waar weidevogels in schrikbarend tempo afnemen. Deelt de staatssecretaris de mening van de leden dat het nieuwe aangekondigde stelsel van agrarisch natuurbeheer het herstel van de weidevogels niet zal herstellen, zolang intensivering van landbouw en veehouderij doorgaat?

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

De achteruitgang van de weidevogels wordt veroorzaakt door verschil-lende factoren, waarvan de intensiteit van het gebruik van grasland er één is. Het herstel van de populaties van weidevogels vergt daarom ook een aanpak op meerdere fronten. Het nieuwe stelsel voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer is een belangrijke stap om te komen tot herstel van de populaties van weidevogels. Door de collectieve aanpak worden beheer-maatregelen van boeren in zogenoemde kerngebieden in samenhang genomen, waardoor ze effectiever zijn. Zoals toegezegd in het Algemeen Overleg Natuurbeleid van 24 september jl., informeer ik uw Kamer voor de begrotingsbehandeling nader over de uitvoering van de motie Grashoff-Leenders (Kamerstuk 33 348, nr. 130), die vraagt om een landsdekkende aanpak van de problematiek van de weidevogels.

Partij voor de Dieren:

Deelt de staatssecretaris de mening van deze leden dat de PAS, welke door de staatssecretaris is ingezet als extra maatregel tegen het biodiversiteitsverlies, onmogelijk bijdraagt tot het behalen van de biodiversiteitsdoelen in 2020, alleen al omdat de eerste 6 jaar geen verlaging van de stikstofdepositie op natuur verwacht wordt?

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

De generieke bronmaatregelen en de herstelmaatregelen van de PAS dragen bij aan het behalen van de biodiversiteitsdoelen in 2020. In de PAS zijn generieke brongerichte maatregelen opgenomen. Deze maatregelen hebben als doel het probleem van de overbelasting van stikstofdepositie bij de bron aan te pakken door de emissie van ammoniak door de landbouwsector te reduceren. Hierdoor zal de stikstofdepositie op de natuur in 2020 lager zijn dan zonder het PAS. Daarnaast voorziet het programma in gebiedsspecifieke maatregelen om de instandhoudingsdoelstellingen voor de voor stikstof gevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in Natura 2000-gebieden op termijn te verwezenlijken en om intussen verslechtering van de kwaliteit van de habitattypen en leefgebieden van soorten te voorkomen. Deze zogenoemde herstelmaatregelen zijn gericht op het bestendiger maken van de natuur tegen een overbelasting van stikstof. Zij dragen daarmee bij aan het behalen van de biodiversiteitsdoelen.

Partij voor de Dieren:

Kan de staatssecretaris aangeven hoe voornemen om wildlife crime tegen te gaan bijdraagt aan het stoppen van het biodiversiteitsverlies in Nederland? Kunnen de leden hieruit concluderen dat de staatssecretaris niet alleen de jacht van dieren als leeuwen, tijgers en olifanten tegen zal gaan, maar ook harder zal optreden tegen ongewenste jachtpraktijken en jachttoerisme in Nederland?

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

Wildlife crime heeft vergaande gevolgen. Zo heeft bijvoorbeeld het vergiftigen van olifanten voor hun ivoor grootschalige gevolgen voor migrerende vogels die dit vergif binnen krijgen. Dit heeft weer gevolgen voor de Nederlandse biodiversiteit, aangezien deze vogels, waaronder de bruine kiekendief, normaal gesproken naar Nederland migreren. De jacht in Nederland is aan regels gebonden. De politie en de NVWA houden als bevoegde instanties toezicht op de uitoefening van de jacht in Nederland. In geval van ongewenste praktijken treden zij daartegen op. Ten aanzien van jachttoerisme in Nederland zijn recent vragen gesteld door uw Kamer. De antwoorden daarop zullen u binnenkort bereiken.

Partij voor de Dieren:

De leden vragen zich af waarom de staatssecretaris de fitnesscheck aangrijpt voor een “vereenvoudiging en meer flexibele en dynamisch invulling van de Europese regels”. Kan de staatssecretaris uitleggen hoe flexibilisering van de regels bijdraagt aan het behalen van de natuurdoelen? De Europese natuurbescherming wordt alom erkend als één van de meest succesvolle natuurbeschermingsinstrumenten ter wereld. Deelt de staatssecretaris de mening van de leden dat juist trots zouden moeten zijn op deze bescherming, in plaats van deze te willen openen of afbreken.

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

De Europese natuurdoelen staan voor mij niet ter discussie. Mede dankzij de inzet van de Vogel- en Habitatrichtlijnen (VHR) is de neergang van de biodiversiteit in algemene zin gestopt. Wel moeten er verdere stappen gezet worden, zoals ook blijkt uit verschillende rapporten die in de afgelopen maanden zijn uitgekomen over de staat van de natuur. In de Rijksnatuurvisie is aangegeven dat bijvoorbeeld koppeling van natuuront-wikkeling en -verbetering aan andere maatschappelijke opgaven zoals waterbeheer, kan bijdragen aan een betere natuur. Gezien wordt nu dat deze koppeling niet altijd goed uitgevoerd kan worden. De uitvoering van de VHR zal dit beter mogelijk moeten maken, waarbij ik dit bij voorkeur zie binnen de bestaande Richtlijnen.

Partij voor de Dieren:

Deelt de staatssecretaris de mening van wetenschappers in Milieurecht van de Universiteit Tilburg[2] dat Nederland niet te strikt is met de interpretatie van de Vogel en Habitatrichtlijn, maar dat Nederland juist in verhouding tot andere lidstaten helemaal niet zo veel en niet zulke grote gebieden als beschermd heeft aangewezen? Deelt de staatssecretaris ook de mening van deze wetenschappers dat het een mythe is dat de Vogel en Habitatrichtlijn de Nederlandse economische ontwikkeling op slot zet? Deelt de staatssecretaris de mening van het Europese hof, dat juist het behalen van de natuurdoelen ruimte voor economische ontwikkeling creëert? Doordat op deze wijze natuur ontstaat die tegen een stootje kan en ruimte voor flexibiliteit ontstaat? Graag een reactie op deze vragen.

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

Uit de zogenaamde Natura 2000-barometer blijkt dat Nederland voor wat betreft het aangewezen landareaal als Natura 2000-gebied zich in de middenmoot bevindt. In vergelijking met de buurlanden heeft Nederland relatief grote Natura 2000-gebieden aangewezen volgens het rapport «Natura 2000 in Nederland» (PBL, 2011). De VHR zet Nederland niet op slot, ook omdat bij het behalen van de natuurdoelen ruimte ontstaat voor economische ontwikkeling. Wel zou ik graag meer mogelijkheden voor flexibiliteit zien, zie daarvoor het antwoord op de vorige vraag. Zoals in de Rijksnatuurvisie is aangegeven is het een kans voor de natuur als natuurontwikkeling meer en beter gekoppeld kan worden aan econo-mische ontwikkeling (en aan andere maatschappelijke opgaven) en streef ik naar robuuste natuur die tegen een stootje kan.

Partij voor de Dieren:

Waarom heeft de staatssecretaris de brief van negen EU-lidstaten niet medeondertekend, waarin de Europese Commissie wordt oproepen de VHR niet open te breken? Is de staatssecretaris bereid deze brief alsnog op zeer korte termijn te ondertekenen?

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord op de vraag hierover van de fractie van de PvdA.

Aankondiging internationale Wildlife Crime Conferentie van 1 tot en met 3 maart 2016

De leden van de factie van de PvdD zijn de staatssecretaris erkentelijk voor haar ambitie om Nederland internationaal voorop te laten lopen tegen de illegale jacht op wilde dieren. De leden zijn verheugd dat de staatssecretaris voortvarend met de aangenomen motie van deze leden aan de slag gaat en de internationale Wildlife Crime Conferentie benut om te onderzoeken hoe tot een importverbod op jachttrofeeën te komen.

De leden verzoeken de staatssecretaris dit onderzoek niet te beperken tot de mogelijkheden van een Europees verbod, maar ook de mogelijkheden van een nationaal verbod mee te nemen. Graag een reactie.

De leden zijn blij te horen dat de staatssecretaris de mening deelt dat illegale jacht verwerpelijk is en een misdaad is die de biodiversiteit en de leefbaarheid van onze wereld bedreigd. Deelt de staatssecretaris ook de mening van de leden dat het verwerpelijk is dat Nederlandse jagers trofeereizen boeken om op bedreigde en beschermde diersoorten te kunnen jagen in bijvoorbeeld landen in Afrika? En deelt de staatssecretaris de mening van de leden dat het fokken van leeuwen voor trofeejacht en toerisme verwerpelijk is? In de zogenaamde canned hunting maken de gefokte leeuwen geen schijn van kans omdat zij zich in een klein omheind gebied bevinden en de jager precies weet waar het dier zich bevindt.

De leden van de fractie van de PvdD zijn verheugd dat een jachttrofeeverbod inzet zal zijn op CITES-conferentie 2016. De leden van de PvdD blijven graag op de hoogte van de ontwikkelingen hierom heen en zijn tevens benieuwd of de staatssecretaris nog andere inzet heeft voor deze conferentie.

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

Organisaties die zich specialiseren in trofeejacht vind ik verwerpelijk. Ik zal mij inspannen om dit verschijnsel tegen te gaan. Met de organisatie van de internationale conferentie over wildlife crime in Nederland hoop ik een krachtige internationale inzet te krijgen voor effectieve nieuwe maatre-gelen die een bijdrage zullen leveren aan het wereldwijd behoud van wildlife. Ik onderzoek op dit moment de mogelijkheden om invulling te geven aan de motie van de leden Thieme (PvdD) en Rudmer Heerema (VVD), die verzoekt om de import van jachttrofeeën aan te pakken (Kamerstuk 33 348, nr. 140).

Zodra de agenda van de Conferentie van Partijen bekend is, medio april 2016, zal ik de inzet van Nederland aan de Kamer sturen. Daarin zal ik uiteraard ingaan op het beleid ten aanzien van jachttrofeeën.

Overige zaken

Dierenwelzijnsactieplan

Partij voor de Dieren:

De leden van de fractie van de PvdD constateren dat het huidige dierenwelzijnsactieplan in 2015 afloopt. Kan de staatssecretaris aangeven wat de inzet voor Nederland is ten aanzien van het nieuwe dierenwelzijnsactieplan is wat per 2016 ingaat?

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

De EU-strategie dierenwelzijn 2012–2015 beslaat inderdaad in principe de periode tot en met 2015. Een aantal acties uit de EU-strategie is echter nog niet afgerond. De Europese Commissie is voornemens deze alsnog af te ronden (deels in 2016) en is nog niet zo ver dat zij reeds met een nieuw strategiedocument wil komen. Een aanzienlijk deel van de EU-lidstaten, inclusief Nederland, heeft de Europese Commissie hier wel toe opgeroepen. De Europese Commissie heeft deze oproep in beraad. De inzet van Nederland in EU-verband zijn opgenomen in de gezamenlijke dierenwelzijnsverklaring van Vught en de gezamenlijke position papers met betrekking tot transport (Kamerstuk 28 286, nr. 776) respectievelijk het welzijn van varkens (Kamerstuk 21 501-32, nr. 843), met de lidstaten Denemarken, Duitsland en Zweden.

Herintroductie dierlijke eiwitten in veevoer

Partij voor de Dieren:

De leden van de PvdD-fractie hebben vernomen dat de Europese Commissie op korte termijn voorstelt om verwerkte dierlijke eiwitten van varkensoorsprong toe te laten in pluimveevoer en omgekeerd. Nu vissen in de kweekindustrie gedwongen zijn om hun eigen soortgenoten te eten, worden nu ook varkens gedwongen om kippen te eten en kippen gedwongen om varkens te eten terwijl dit niet tot hun natuurlijke dieet behoord. Kan de staatssecretaris aangeven wat de Nederlandse inzet hierbij is. En indien dit voorstel er gaat komen, hoe gaat de staatssecretaris consumenten informeren die op morele of religieuze gronden geen varkensvlees eten maar dit toch indirect doen bij het eten van pluimveevlees? Graag een reactie op dit punt.

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

Het kabinet onderschrijft de wenselijkheid om waar dat mogelijk en verantwoord is, diermeel toe te staan in diervoeders. Daarom steunt het in beginsel het voornemen van de Europese Commissie om «verwerkte eiwitten» op basis van slachtafvallen van goedgekeurd slachtpluimvee in varkensvoeders en omgekeerd toe te staan. Het voornemen van de Europese Commissie is onderdeel van de geleidelijke versoepeling van de Europese BSE-maatregelen zoals overeengekomen met het EP. Belangrijk is op te merken dat het huidige verbod op diermeel in diervoeders, EU-import van aanzienlijke hoeveel-heden soja ter vervanging van diermeel tot gevolg heeft.

Handelsregels fokdieren en fokmateriaal

Partij voor de Dieren:

De leden van de fractie van de PvdD hebben vernomen dat de nieuwe handelsregels ten aanzien van fokdieren en fokmateriaal, zoals opgesteld door de Europese Commissie, geen doorgang hebben gevonden en dat er opnieuw onderhandeld gaat worden met de Europese Raad. Kan de staatssecretaris een stand van zaken geven en een uiteenzetting van het verloop an het besluitvormingsproces over deze richtlijn? Kan de staatssecretaris ook aangeven wat de Nederlandse inzet hierbij is/is geweest?

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

De behandeling van het voorstel van de Europese Commissie van 11 februari 2014 voor een fokkerijverordening loopt nog. De onderhande-lingen in de Raadswerkgroep zijn in maart 2014 gestart en deze zijn onlangs afgerond. In Coreper, een voorportaal van de Raad, is op 11 november 2015 mandaat gegeven aan het Luxemburgse voorzitter-schap om de (triloog)onderhandelingen met het EP te starten. Het Luxemburgse voorzitterschap streeft ernaar om de onderhandelingen nog voor het einde van dit jaar af te ronden. De Nederlandse inzet is weerge-geven in het BNC-fiche (Kamerstuk 22 112, nr. 1815).

Kooihuisvesting

Partij voor de Dieren:

Duitsland heeft te kennen gegeven dat op zijn laatst in 2025 er definitief een einde komt aan kolonie- en kooihuisvesting? De leden van de fractie van de PvdD hebben herhaaldelijk gewezen op de welzijnsproblemen van de kippen die in deze kooien leven. Nu de staatssecretaris in een recente toespraak[3] heeft aangegeven dat dieren natuurlijk gedrag moeten kunnen vertonen, willen de leden weten hoe de staatssecretaris het natuurlijk gedrag van een kolonie-kip beoordeelt? Is de staatssecretaris bereid om met een plan van aanpak te komen om deze dieronvriendelijke huisvesting uit te faseren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

De bepalingen uit de Europese legkippenrichtlijn (1999/74/EG) bevatten uit oogpunt van de bescherming van het welzijn van legkippen minimum-eisen voor het houden van deze dieren. Deze eisen zien op het houden van legkippen zowel in kooien als in alternatieve huisvestingssystemen. De koloniehuisvesting zoals neergelegd in artikel 2.71 van het besluit Houders van dieren betreft in feite een variant van de Europees toege-stane aangepaste kooi (in Nederland ook wel aangeduid als verrijkte kooi). Ten opzichte van deze klassieke verrijkte kooi gelden voor de koloniehuis-vesting strengere normen, zoals een grotere bruikbare oppervlakte per legkip, een groter totaaloppervlak van de kooi en een gegarandeerd minimum-oppervlak van de met strooisel bedekte ruimte. Ook gelden er extra eisen voor het nest en de zitstokken. Uit onderzoeken van het Landbouw Economisch Instituut en de Animal Sciences Group van Wageningen UR kan worden geconcludeerd dat als gevolg van deze extra eisen legkippen meer mogelijkheden hebben tot het uiten van soortspe-cifiek gedrag. Dat neemt niet weg dat het qua dierenwelzijn nog altijd onderdoet voor bijvoorbeeld vrije uitloop-, rondeel- en biologische huisvesting. Mijn ambitie is, net als die van mijn voorganger, om dieren zoveel mogelijk in staat te stellen hun natuurlijke gedrag te vertonen. Daarvoor maak ik nu geen gebruik van regulering vanuit het oogpunt van een level playing field. Mijn inzet is gericht op de aanmoediging en stimulering van meer diervriendelijke oplossingen. Duurzame stallen worden gestimuleerd door fiscale regelingen milieu-investeringsaftrek (MIA) en willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAmil) op basis van de Maatlat Duurzame Veehouderij. Ook consumenten kunnen door hun koopgedrag hun wensen voor wat betreft huisvesting kenbaar maken, mits ze zich bewust zijn van de tot stand koming van producten die ze kopen. Het is aan de markt en houder hierop in te spelen. Dit alles laat onverlet dat ik de ontwikkelingen in Duitsland met interesse volg en bekijk wat dit voor de Nederlandse situatie kan betekenen.

Bestrijdingsmiddelen

Partij voor de Dieren:

In juli dit jaar heeft de Europese Commissie een nieuw bestrijdingsmiddel van Dow AgroSciences’s toegelaten, met de werkzame stof sulfoxaflor. Experts wijzen erop dat dit landbouwgif op dezelfde wijze werkt als neonicotinoïden doen, en dus ook dezelfde risico’s voor bijen en andere bestuivers met zich meebrengt. Ondanks dat er onvoldoende informatie is aangeleverd over de risico’s voor bijen van sulfoxaflor is de toelating echter toch verleend op Europees niveau. Deelt de staatssecretaris de mening van de leden van de PvdD-fractie dat dit in strijd is met het voorzorgbeginsel, en dat de toelating weer ingetrokken moet worden? Is de staatssecretaris bereid de Europese Commissie hierop aan te spreken, en kan hij toezeggen dat dit middel niet toegelaten zal worden in Nederland? Zo nee, waarom niet?

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

Nee. De Europese Commissie heeft de werkzame stof sulfoxaflor toegelaten op basis van de conclusies van de European Food Safety Authority (EFSA), een beoordelingsrapport van één van de lidstaten en een intensief peer review-proces tussen lidstaten. Uiteindelijk is de stof na stemming in het Permanent Comité voor planten, dieren, voedsel en diervoerders goedgekeurd voor plaatsing. Wat betreft een mogelijke toelating van sulfoxaflor in Nederland: het is aan de aanvrager om een aanvraag voor de toelating van een middel op basis van de werkzame stof sulfoxaflor al of niet in te dienen in Nederland. De lidstaat waar de aanvraag uiteindelijk wordt ingediend zal deze op een op Europees niveau geharmoniseerde wijze beoordelen op risico’s voor mens, dier en milieu. Hierbij worden ook de risico’s voor bijen en andere bestuivers meege-nomen.

Partij voor de Dieren:

Kan de staatssecretaris tevens de stand van zaken geven van de herbeoordeling van het tijdelijke verbod op drie neonicotinoiden en fipronil?

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

In 2013 heeft EFSA een herbeoordeling gepubliceerd inzake de risico’s van het gebruik van drie neonicotinoiden en fipronil voor de gezondheid van bijen. Naar aanleiding van deze herbeoordeling is op Europees niveau besloten om restricties op te leggen aan het gebruik van deze drie neonicotinoïden en fipronil. Hierop heeft het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) meerdere toelatingen ingetrokken of gewijzigd. Bij de instelling van de Europese restricties is tevens besloten na twee jaar een nieuwe herbeoordeling uit te voeren, waarbij alle nieuwe weten-schappelijke informatie zal worden meegenomen. De huidige restricties lopen echter niet af en blijven in stand, totdat Europees anders wordt besloten. EFSA is inmiddels begonnen met het verzamelen van informatie voor de nieuwe herbeoordeling. Nederland heeft hier actief aan bijgedragen. De verwachting is dat EFSA de herbeoordeling in 2016 geheel zal afronden.

Bij de instelling van de Europese restricties is tevens besloten na twee jaar een nieuwe herbeoordeling uit te voeren, waarbij alle nieuwe weten-schappelijke informatie zal worden meegenomen. De huidige restricties lopen echter niet af en blijven in stand, totdat Europees anders wordt besloten. EFSA is inmiddels begonnen met het verzamelen van informatie voor de nieuwe herbeoordeling. Nederland heeft hier actief aan bijgedragen. De verwachting is dat EFSA de herbeoordeling in 2016 geheel zal afronden.

EFSA is inmiddels begonnen met het verzamelen van informatie voor de nieuwe herbeoordeling. Nederland heeft hier actief aan bijgedragen. De verwachting is dat EFSA de herbeoordeling in 2016 geheel zal afronden.

Partij voor de Dieren:

Efsa heeft bovendien onlangs van een groot aantal landbouwgifstoffen vastgesteld dat het een hormoonverstorend effect kan hebben. Dat geldt bijvoorbeeld voor flumioxazin, dat gebruikt wordt in mais en soja, en amitrole, dat op graspercelen wordt gebruikt. Ook het fungicide flutianil, dat vooral wordt ingezet in de groente- en aardbeienteelt heeft volgens EFSA hormoonverstorende effecten. Deze middelen kunnen dus een ernstig negatief effect op de volksgezondheid en de natuur hebben, kan de staatssecretaris dat bevestigen? Welke van de 11 soorten landbouwgif waarvan nu is aangetoond dat ze hormoonverstorende effecten hebben worden zijn in Nederland toegelaten, en in welke hoeveelheden worden ze hier gebruikt? Is de staatssecretaris bereid deze toelatingen zo snel mogelijk op nationaal niveau in te trekken, en om ook in Europees verband hierop aan te dringen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

Het Ctgb laat weten dat de classificatie van een werkzame stof als mogelijk hormoonverstorend niet meteen betekent dat er ook sprake is van een risico als deze stof in een gewasbeschermingsmiddel wordt verwerkt. Een daadwerkelijk risico wordt bepaald door de mate van blootstelling aan de stof.

Een gewasbeschermingsmiddel kan alleen worden toegelaten als blootstelling bij toepassing onder de norm blijft: dus veilig voor mens, dier en milieu. Bij de nu in Nederland toegelaten middelen heeft het Ctgb dit ook getoetst. Het Ctgb laat mij weten dat, voor de werkzame stoffen en middelen die nu al op de markt zijn, noch de Europese Commissie noch het Ctgb aanleiding zien om op dit moment in te grijpen in de huidige toelatingen.

De EFSA heeft van 15 werkzame stoffen geconcludeerd dat deze mogelijk hormoonverstorend zijn. Er zijn toegelaten middelen beschikbaar in Nederland van de werkzame stoffen 2,4-D, acibenzolar-S-methyl, amitrol, bentazon, flumioxazin, flupyrsulfuron-methyl, isoproturon, lambda-cyhalothrin, pymetrozine en thifensulfuron-methyl. Er zijn geen toegelaten middelen beschikbaar in Nederland van de werkzame stoffen benzovin-diflupyr, flutianil, iprovalicarb, terpenoid blend QRD-460 en tricyclazole.

Er is volgens StatLine (www.cbs.nl) in 2012 in Nederland bijna 5,8 miljoen kg werkzame stof gebruikt in de landbouw. Hiervan werd 2.585 kg 2,4-D gebruikt, 9.401 kg amitrol, 13.583 kg bentazon, 18.333 kg isoproturon, 1.944 kg lambda-cyhalothrin en 4.973 kg pymetrozine. Er zijn geen gegevens van de werkzame stoffen acibenzolar-S-methyl, flumi-oxazin, flupyrsulfuron-methyl en thifensulfuron-methyl omdat er in 2012 nog geen toegelaten middelen beschikbaar waren in Nederland van deze stoffen.

Levend koken van kreeften en krabben

Partij voor de Dieren:

De leden van de fractie van de PvdD zijn zeer teleurgesteld over het voornemen van de staatssecretaris om de komende jaren in Nederland geen onderzoek te verrichten naar het pijnloos doden van kreeften en krabben, ondanks de aangenomen motie Ouwehand (Kamerstuk 28286, nr 94). De leden voelen zich gesteund door de Vissenbescherming die in hun officiële reactie uiteenzetten waarom het niet ethisch en niet te rechtvaardigen is om nog gedurende een reeks van jaren de resultaten van allerlei los van elkaar staand wetenschappelijk onderzoek in andere landen af te wachten[4]. Graag een reactie op deze uiteenzetting. De leden van de fractie van de PvdD zijn vooral benieuwd hoe het kan dat het Ierse onderzoek naar pijnbeleving van kreeften en krabben, waar de staatssecretaris op wacht alvorens verdere stappen te ondernemen, niet dusdanig lijkt te bestaan. Graag een reactie.

Is de staatssecretaris bekend met Crustaston als methode om kreeften en krabben te doden, en zo ja wat is zijn visie op deze methode?

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

Nederland loopt voorop als het gaat om ontwikkeling van bedwelmings-apparaten voor aquatische dieren. Voor de belangrijkste vissoorten die in Nederland worden gekweekt zijn reeds bedwelmingsapparaten beschikbaar. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar een goede methode om enkele platvissoorten aan boord van vaartuigen te bedwelmen. In Nederland worden verschillende soorten krabben en kreeften in relatief beperkte hoeveelheden gevangen. Zoals aangegeven in eerdere brieven (Kamerstuk 21 501-32, nr. 875, 848 en 849) komt uit de studie van Imares-WUR, waarin alle beschikbare literatuur is meegenomen, naar voren dat niet te concluderen is dat het ervaren van pijn door kreeften en krabben mogelijk of juist onmogelijk is. De studie maakt ook duidelijk dat kennis van één soort niet zomaar kan worden geëxtrapoleerd naar andere soorten. Dat betekent dat onderzoek soort specifiek zal moeten zijn en dat is kostbaar. De Crustastun waar de leden van de Partij voor de Dieren naar vragen, is eveneens in de studie meegenomen. Hieruit blijkt dat de metingen bij het onderzoek naar de Crustastun niet op de juiste wijze zijn uitgevoerd. Uit dit onderzoek is namelijk niet duidelijk geworden of er sprake was van het onmiddellijk intreden van (een vorm van) bewuste-loosheid als gevolg van elektrisch verdoven. Bovendien is dit onderzoek bij één krabsoort en één kreeftsoort gedaan. Het onderzoek waar ik in bovenstaande brieven naar verwees, betreft een Noord-Iers onderzoek. Zeer recent is bekend geworden dat de hoogleraar van het onderzoek in Noord-Ierland met pensioen is. Imares-WUR heeft via het bij hen beschikbare netwerk geen duidelijkheid kunnen verkrijgen over het vervolg van het onderzoek. Als er op termijn een goede wetenschappelijke onderbouwing van pijnervaring is, zal ik dat meenemen in mijn overwegingen met betrekking tot het ontwikkelen van bedwelmingsapparaten.

Dolfijnslachtingen op de Faeröer-eilanden

Partij voor de Dieren:

De leden van de fractie van de PvdD zijn benieuwd of de Europese Commissie de mogelijkheden gaat onderzoeken of en op welke wijze de EU kan optreden tegen de dolfijnslachtingen op de Faeröer-eilanden. De staatssecretaris heeft toegezegd de Europese Commissie daartoe te verzoeken, in antwoord op Kamervragen van lid Thieme (vergaderjaar 2015-2016, aanhangsel 115).

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

Het kabinet is van mening dat het doden van dolfijnen niet acceptabel is en dat alle walvisjacht verboden zou moeten zijn, ook walvisjacht voor wetenschappelijke doeleinden. De dolfijnslachtingen op de Faeröer eilanden hebben om die reden mijn aandacht. Ik ben voornemens de Europese Commissie opnieuw te verzoeken om te onderzoeken op welke wijze de EU hiertegen kan optreden. Ik zal u hierover informeren vóór het zomerreces 2016.

Bescherming van zeegebieden

Partij voor de Dieren:

De leden van de fractie van de PvdD maken zich ernstige zorgen over het zeeleven in de Noordzee. In Europa worden 59 zeevissoorten met uitsterven bedreigd. Populaire vissoorten op het bord zoals tonijn en makreel zijn in een paar decennia met 74% gedaald. Graag ontvangen deze leden een reactie van de staatssecretaris op de waarschuwing gedaan door de European Environment Agency (EEA)[5] dat de huidige bescherming op zee onvoldoende is om ecosystemen in zee in stand te houden. Geconcludeerd wordt dat Europa haar beschermde mariene gebieden moet vergroten, beter met elkaar moet verbinden en beter moet beschermen, zoals via een totaalverbod op visserij. Dit is nodig om ecosystemen in zee in stand te houden. Deelt de staatssecretaris de mening van de leden dat Nederlandse aangewezen beschermde gebieden als postzegels los in de Noordzee liggen en dat verbinding daartussen noodzakelijk is? Welke acties is de staatsecretaris daartoe van plan om te nemen?

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

Mijn inzet in de Raad is er consequent op gericht om, conform het Gemeenschappelijk Visserijbeleid, te richten op een (ecologisch) duurzame visserij. Die duurzame visserij kan bereikt worden door de activiteiten en vangsten in overeenstemming te brengen met de weten-schappelijke adviezen van de «International Council for the Exploration of the Sea» (ICES). De adviezen zijn gebaseerd op de voorzorgs- en de ecosysteembenaderingen. Naast beperkende vangstmogelijkheden kunnen flankerende technische maatregelen nodig zijn, denk aan netvoorschriften, gesloten seizoenen en gebieden. Visserij is overigens niet de enige factor met een negatieve invloed op de bestanden. ICES neemt ook andere factoren mee in zijn modellen om de maximale vangst te berekenen. In de Noordzee worden de vangstmoge-lijkheden al langer vastgesteld aan de ICES adviezen en met resultaat. De platvis-bestanden die zich enkele jaren terug in kritieke toestand bevonden hebben zich hersteld.

Gebiedsbescherming is onderdeel van het totaalpakket van verduur-zaming van gebruik, bescherming van soorten en de meest kwetsbare en waardevolle gebieden en ecosysteemherstel indien mogelijk. Het kabinet heeft de ambitie dat vanaf 2020 op 10–15% van het Nederlandse deel van de Noordzee de bodem niet noemenswaardig wordt beroerd. Dit is een ecologische doelstelling die wordt ingevuld met bescherming van de meest waardevolle gebieden. De mariene gebieden in de Nederlandse Exclusieve Economische Zone zijn geselecteerd en begrensd op basis van de criteria van de Vogel- en Habitatrichtlijnen en dragen bij aan het Natura 2000-netwerk. Nederland voldoet met het aanwijzen van deze gebieden aan beide richtlijnen. Ik wil de aanwijzing van de resterende mariene Natura 2000-gebieden spoedig afronden. Met het voornemen van het onderbrengen van nog eens twee bodembe-schermingsgebieden (Friese Front en Centrale Oestergronden) bij de Kaderrichtlijn Mariene Strategie, vult het kabinet het mariene Natura 2000-netwerk aan met andere ecologisch waardevolle gebieden. Uw Kamer is in het overleg van 24 juni 2015 (Kamerstuk 31 710, nr. 43) door de Minister van Infrastructuur en Milieu geïnformeerd dat er in het kader van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie een eerste evaluatie van de ecologische samenhang en representativiteit van het bestaande netwerk van beschermde gebieden zal plaats vinden. Op basis van de uitkomsten van de evaluatie wordt dan bezien of er wijzigingen of aanvullingen noodzakelijk zijn. Die evaluatie komt in uiterlijk 2018 beschikbaar.

Voor de goede orde merk ik op dat naast het netwerk van mariene beschermde gebieden (Natura 2000 en Kaderrichtlijn Mariene Strategie) de EU op basis van het hervormde Gemeenschappelijk Visserijbeleid reeds gebieden kan aanwijzen, die bijdragen aan de instandhouding van kwetsbare vissoorten door de bescherming van ondermaatse en paaiende vis.

Aanlandplicht

Partij voor de Dieren:

De leden zijn daarnaast van mening dat de staatssecretaris naast het invoeren van de aanlandplicht weinig andere ambities heeft om de visserij te verduurzamen. De leden van de fractie van de PvdD vragen de staatssecretaris daarom in ieder geval door te pakken met de aanlandplicht en niet met uitzonderingen voor de platvisvloot te komen. De leden maken zich zorgen dat uitzonderingen de ontwikkelingen van selectievere vistuigen belemmeren. Graag een reactie.

Antwoord / Reactie van de Staatssecretaris:

De invoering van de aanlandplicht is een grote uitdaging voor de visserijsector. De uitdaging is voor de tongvisserij groot omdat er veel bijvangst is van ondermaatse schol en schar, die grotendeels niet vermeden kan worden. Het is belangrijk om hier de juiste balans te vinden tussen enerzijds haalbaarheid voor de sector en anderzijds het houden van voldoende stimulans voor de platvissector om de selectiviteit en overleving te verbeteren. Om die reden is met de sector het stappenplan voor de invoering van de aanlandplicht in de Nederlandse demersale visserij in de Noordzee en het Kanaal (Kamerstuk 29 675, nr. 180) afgesproken.

[1] http://www.agriland.ie/farming-news/european-dairy-farmers-want-supply-control-times-crisis/

[2] Uitspraken gedaan tijdens Masterclass Fitness Check Vogel- en Habitatrichtlijnen, 26 oktober 2015

[3] https://www.rijksoverheid.nl/regering/inhoud/bewindspersonen/sharon-dijksma/documenten/toespraken/2015/06/25/toespraak-bijeenkomst-dierenwelzijn-in-de-kleding-en-textielsector

[4] Openbaar beschikbaar: http://www.vissenbescherming.nl/wp-content/uploads/2015/10/Vissenbescherming-Reactie-op-uitspraken-van-de-staatssecretaris-inzake-levend-koken-van-kreeften-en-krabben-.pdf

[5] http://www.endseurope.com/article/43399/