Bijdrage Partij voor de Dieren Spoed­debat drukjacht


7 november 2007

Voorzitter,

De kamer is er met alle wildecologen van overtuigd dat de drukjacht een ineffectieve en wrede jachtmethode is. Maar de minister wenst zich niet te voegen naar de afwijzing van de kamer en plaatst de kamer opnieuw voor een voldongen feit door een dag voor het spoeddebat vergunning te verlenen voor de drukjacht op wilde zwijnen.

Ze weet echter niet hoeveel er zijn (ze houdt vast aan de 6000 van deze zomer terwijl er al duizenden zijn afgeschoten). Ze weet niet wat de objectieve draagkracht van het terrein is. Ze weet niet eens dat de drukjacht al 2 jaar ineffectief en impopulair blijkt in Limburg Ze geeft een vergunning af voor het geheel omheinde Kroondomein: terwijl dat niet in verbinding staat met snelwegen of campingsā€¦ Kortom de minister handelt in grote onwetendheid of ronduit te kwader trouw. Anders dan de kamer wil, anders dan de adviezen van onafhankelijke wetenschappers, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Dierenbescherming en Faunabescherming heeft ze haar zin doorgedreven. Of doorgedrukt. Zelfs de jagers van Wildbeheer Veluwe geloven niet in het succes van de drukjacht.

De minister negeert consequent de aangenomen diervriendelijke moties. Ze schoffeert telkens weer de Kamer als die de minister opdraagt diervriendelijk te zijn. Dat kan niet, voorzitter.

Toen in december vorig jaar twee moties van de PvdA over een generaal pardon door de kamer werden aangenomen, maar terzijde werden geschoven, diende de PvdA een motie van wantrouwen in. Een Partij van de Arbeid die zichzelf serieus neemt, kan niet anders dan vandaag hetzelfde doen. Opnieuw worden twee moties van de PvdA niet uitgevoerd.

Vandaag is de rol van de PvdA fractie belangrijker dan die van de minister. Beschouwt de PvdA dieren als wisselgeld om op het pluche te kunnen blijven zitten? Mag deze minister ongestoord haar gang gaan? Zo ja, dan kan ze dat ook op tal van andere dierenwelzijnsonderwerpen waarvoor ze in dat geval ook de Partij van de Arbeid niet hoeft te vrezen.

Dan nog wat vragen aan de minister:

  1. Dr. Groot Bruinderink geeft aan dat er geen verschil is tussen drijf- en drukjacht. Het zwartwildbrevet is echter afgeschaft in 2002. Hoe kan de minister garanderen dat er voldoende trefzeker op vluchtende zwijnen wordt geschoten.
  2. Volgens de vergunning kunnen 1 jager en 1 drijver opereren per gebied van 40 ha. Op een gebied van 10.000 ha, zoals het kroondomein, kunnen dus 250 jagers en 250 drijvers tegelijk opereren. Waarom bent u afgeweken van de toezegging van de regering dat er niet meer dan 1 jager en 1 drijver per 1000 ha zouden worden toegestaan? Hoe verklaart u de uiteenlopende oppervlaktenormen die gehanteerd zijn?
  3. U wilt de drukjacht laten evalueren onder verantwoordelijkheid van het faunafonds dat belanghebbend is bij de evaluatie. Waarom legt u die niet in handen van een onafhankelijk instituut als Alterra? Hoe kan het dat u zegt dat er geen ervaring is met de drukjacht, terwijl die al vanaf 2005 is toegestaan in de nul optie gebieden in Limburg?

Voorzitter, wij overwegen moties in te dienen in het belang van de zwijnen maar ook in het belang van de juiste omgang tussen parlement en regering.

En voorts zijn wij van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

Dank u wel!