Bijdrage Partij voor de Dieren aan de Algemene Finan­ciele Beschou­wingen-1e termijn


1 oktober 2007

Voorzitter. Vandaag is de geboortedag van Gandhi. Hij zou 128 jaar geworden zijn. Gandhi heeft gezegd dat de aarde genoeg biedt voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht. Dat is voor mij ook een belangrijke leidraad tijdens dit debat.

Voorzitter. De fractie van de Partij voor de Dieren wil vandaag ingaan op het financiële beleid om onze samenleving te verduurzamen. Het kabinet zegt immers flinke milieuambities te hebben. Maar tijdens het debat over de Miljoenennota bleek al dat economie het opnieuw heeft gewonnen van ecologie. En dat terwijl het CPB, collega Irrgang had het er al over, heeft aangegeven dat Nederland toe is aan een verschuiving van de aandacht naar geluksfactoren die niet in koopkrachtplaatjes zijn uit te drukken.

Wat écht belangrijk is, voorzitter, is het behoud van het meest kostbare dat we hebben: schone lucht, schoon drinkwater, natuur en vaste, schone grond onder de voeten. Steeds meer mensen vragen zich af: wat heb je eigenlijk aan geld als de poolkap smelt? Klimaat is de belangrijkste zorg van onze burgers, zo bleek vorige week uit de Duurzaamheidsmonitor. En 4 op de 5 jongeren vindt dat we niet langer met lapmiddelen mogen blijven aanrommelen. Zij willen effectieve en doortastende milieumaatregelen. Niet volgend jaar, niet in 2010 of 2020, maar vandaag.

En wat ik vandaag aan de minister van Financiën wil vragen is hoe hij kan verklaren dat het kabinet het één zegt, en het ander doet. Niet alleen zijn de plannen op het gebied van milieu en klimaat volgens het Milieu en Natuurplanbureau onvoldoende, maar ook waar het het gebruik van financiële instrumenten betreft, blijkt het kabinetsbeleid uiterst inconsistent.

Het kabinet zegt op het standpunt te staan dat de vervuiler moet betalen. Een principe dat de Partij voor de Dieren van harte onderschrijft. Maar het kabinet blijkt bij de toepassing van dit principe met twee maten te meten: wel heffingen op autorijden, maar geen heffingen op de veehouderij die wereldwijd meer broeikasgassen uitstoot dan verkeer en vervoer. Bodem, water en lucht worden vervuild door een commerciële sector, maar de belastingbetaler krijgt de rekening gepresenteerd. De veehouderij trakteert iedere Nederlander ieder jaar op 4000 kilo mest (33 badkuipen vol), en het kabinet zegt tegen al die Nederlanders: “Belt u zelf maar een schoonmaakbedrijf om het op te ruimen.
De kosten zijn voor uzelf.”

Voorzitter, de veehouderij kan niet achterblijven als we toe willen naar een eerlijk ‘vervuiler betaalt’ beleid. De Partij voor de Dieren wil van de minister weten of hij deze visie deelt. Daar ga ik wel vanuit voorzitter. Dus wil ik vervolgens weten hoe hij daar in zijn financiële beleid invulling aan zal geven.

Uiterst relevant is natuurlijk de vraag hoe groot de kosten zijn die de vervuiler veroorzaakt. Enkele jaren geleden bleken de vervuilingskosten van de veehouderij al te liggen op 2 miljard euro per jaar. Dat is een bedrag dat onze samenleving moet ophoesten in de strijd tegen zure regen, aantasting van natuurgebieden, vervuiling van ons drinkwater en opwarming van de aarde. Dan heb ik het nog niet eens gehad over de miljarden euro’s die de dierziektencrises ons de afgelopen jaren hebben gekost. Om nog maar te zwijgen van het grootschalige dierenleed dat niet in geld is uit te drukken.

We betalen met zijn alleen voor het slechte gedrag van de veehouderij. Niet bij de slager, maar via de blauwe envelop! Dat is 125 euro voor elke burger.

Voorzitter, het kabinet moet kunnen uitleggen hoe gemeenschapsgeld besteed zal worden. Kan de minister inzicht geven in de maatschappelijke kosten die worden veroorzaakt door de veehouderij? En kan hij aangeven welke van deze kosten uit rijksmiddelen gefinancierd zullen worden in 2008?

Voorzitter. Het is allemaal simpel samen te vatten in vier zinnen. Minder dieren. Minder vervuiling. Minder kosten. Minder belastinggeld. Het zou deze minister, zelf vegetariër, toch als muziek in de oren moeten klinken om een paar miljard euro op de begroting te kunnen besparen en tevens een belangrijke bijdrage te kunnen leveren aan het klimaat- en milieuprobleem?