Bijdrage Ouwehand Wet finan­ciering politieke partijen 3e termijn


28 maart 2012

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. In derde termijn zijn er nog een aantal verbeteringen, waarvoor dank aan de minister. De Partij voor de Dieren concludeert, net als in de eerdere termijnen, dat we er zeker nog niet zijn. Ik onderschrijf het pleidooi van de Partij van de Arbeid -- dat heb ik al eerder gedaan -- om deze wet verder te laten reiken, namelijk naar lokale afdelingen om dat gat goed te kunnen dichten. Ik hoop dat het amendement daarover op een positief oordeel van de minister mag rekenen en dat de Kamer het steunt. Daarnaast vindt de Partij voor de Dieren dat we dit wetsvoorstel moeten aannemen en dat we het werk dat er nog is, zo snel mogelijk moeten aanvangen. De minister heeft daar al eerder iets over gezegd. Ik vraag mij af of ze, gelet op de tussentijdse ontwikkelingen, misschien een tijdspad in gedachten heeft dat wat ambitieuzer is dan wat ons in eerste instantie is voorgehouden. Ik hoop dat dit een mooie eerste stap zal blijken en dat we de gaten, die er nog wel degelijk zijn, zo snel mogelijk kunnen dichten.

Ik hecht eraan om ook hier mijn verbazing uit te spreken over het feit dat de fractie van de Partij voor de Vrijheid niet meedoet aan het debat. Wie weet blijkt zo direct dat het lid Brinkman mede namens die fractie spreekt, maar dat zou wel apart zijn. Een fractie met 23 leden zou toch een eigen Kamerlid moeten kunnen afvaardigen naar dit debat? Maar we gaan het horen. Ik ben benieuwd.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik heb een ordevraag aan u. Hebt u misschien een afmelding ontvangen van de PVV-fractie? Het valt mij op dat er niemand van die fractie aanwezig is, terwijl in de eerdere twee termijnen de woordvoerder die toen namens de PVV sprak het stellig had over een "anti-PVV-wet". Daarna zijn er nog uitlatingen gedaan waarover wij de minister nog om een brief hebben gevraagd. Ik ben gewoon verbaasd dat ik de PVV niet zie. Hebt u een bericht van afmelding ontvangen?

De voorzitter:
Nee, maar het is heel gebruikelijk dat ik dat niet altijd krijg. Er zijn wel eens meer partijen die niet meedoen aan een debat, dus ik heb daar nooit een oordeel over.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat begrijp ik, voorzitter, maar ik wilde maar even vaststellen dat ik hier heel verbaasd over ben.

De voorzitter:
Waarvan akte.

De heer Koopmans (CDA):
Voorzitter. Ik heb een groot deel van de tweede termijn lijfelijk gemist, omdat ik dacht dat die niet meer zo lang ging duren en ik andere activiteiten had, maar ik heb de Handelingen erop nagelezen. En ik heb wel wat gemist, moet ik na lezing zeggen. Daarom is het niet onverstandig om hier vandaag een derde termijn te hebben.

Allereerst dank aan de minister voor de verduidelijkende brief, die nodig was naar aanleiding van de discussie die in de Kamer ontstond, ook over de nota van wijziging die hier bijhoort. De CDA-fractie blijft erbij dat maximering niet verstandig is, net zomin als het omlaag brengen van de bedragen. Een wettelijke regeling voor afdelingen zoals in een amendement bepleit wordt, is in de ogen van de CDA-fractie een te rigide oplossing. Ik wil de minister mijn amendement (32752, nr. 23) in overweging geven waarin wordt gevraagd om het reglement van politieke partijen als een hanteerbaarder middel te zien, en vragen of zij eventueel haar nader oordeel over dat amendement wil geven.

Wij zijn absoluut tegen het gewijzigd amendement-Heijnen (32752, nr. 39) waarin partijen wordt verboden om giften uit het buitenland te ontvangen. De vormgeving van dat amendement is een inperking van rechten van een heleboel Nederlanders. Nederlanders die in het buitenland wonen, van wie velen in deze Kamer vinden dat het heel goed zou zijn als zij een bijdrage zouden leveren aan het democratisch proces door te stemmen, wordt de mogelijkheid ontnomen krachtens dit amendement om een financiële bijdrage te leveren aan politieke partijen. Dat lijkt ons een grote inperking van hun burgerrechten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Wij hebben met z'n allen geconstateerd dat dit een goede eerste stap is. Een aantal partijen zou nog verder willen, het CDA misschien wat minder ver. Maar dan heb ik nog een vraag over de strekking en de reikwijdte naar lokale partijen. Het moet voor een partij als het CDA toch onwenselijk zijn dat zij in dezelfde geruchtenstroom terechtkomt als de stroom waar de PVV in zit? Hoe wordt zij gefinancierd? Wie zitten erachter? Het is toch onwenselijk dat, als je bijvoorbeeld via de afdeling Limburg anoniem aan het CDA kunt doneren, daar allerlei geruchten over ontstaan? Waarom wil het CDA dat niet netjes regelen net als een groot aantal partijen hier?

De heer Koopmans (CDA):
Om die reden hebben wij een praktischer amendement ingediend waarin staat dat partijen met een giftenreglement dienen te komen, zoals het CDA dat al langjarig heeft. Daarin zijn heel beperkte bedragen geformuleerd. Wij vinden dat een werkbaarder systeem dan het buitengewoon ingrijpende amendement van de heer Heijnen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik begrijp het niet zo goed. Het CDA is niet twee jaar geleden opgericht. Die afdelingen zijn er al hartstikke lang. De heer Koopmans is daar trots op. Dat mag. Het is ook terecht als hij zegt van een partij te zijn met een lange traditie in Nederland. Dat staat allemaal als een huis.

Als wij zouden zeggen dat het voor een kleine partij die nieuw en nog in opbouw is best ingewikkeld is om aan die regels te voldoen, zouden wij een punt hebben, maar dat geldt toch niet voor het CDA? We moeten toch niet de situatie creëren dat het aan het CDA is om al of niet te vertellen waar een gift vandaan komt? Via de afdeling Limburg kan €100.000 zo landelijk worden doorgesluisd. Een solide partij als het CDA wil toch niet dat daar geruchten over ontstaan?

De heer Koopmans (CDA):
Dat willen wij inderdaad niet. Daarom hebben wij een amendement ingediend waarin staat dat er een verplichting komt om een giftenreglement op te stellen dat geldt voor de afdelingen en de Kamerkringen. Dat is in de ogen van onze fractie een praktischer oplossing dan het amendement-Heijnen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het is heel praktisch, maar er staat geen sanctie op. Als iemand er niet aan wil meewerken, is er nog steeds die achterdeur. Dat is het bezwaar ertegen.

De heer Koopmans (CDA):
Ons grote bezwaar en dat van de minister is dat we door dit amendement zo'n 4000, 4500 of 5000 boekhoudingen moeten controleren. Als we politieke partijen in oprichting en lokale lijsten erbij betrekken, zijn dat er misschien wel 10.000. Ik neem dit wetsvoorstel en het feit dat wij meer transparantie willen op het gebied van partijfinanciering buitengewoon serieus. Daarom denk ik dat ons amendement praktischer is en ook een heel goede uitwerking zal hebben. Het amendement-Heijnen zal tot een enorme werklast leiden waarbij het de vraag is of we daarna nog alles en iedereen goed in de gaten kunnen houden. Ik twijfel daar oprecht aan. Ik twijfel niet aan de bedoelingen van de heer Heijnen, want daar heb ik niets op tegen, maar ik denk echt dat onze methode praktischer en beter werkbaar is.

[...]

De heer Brinkman:
Ik kan alles, maar ik ga het niet doen.

De voorzitter:
Dit gaat niet lukken, mijnheer Dibi.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb nog een vraag over de duiding die het lid Brinkman nu geeft over het wetsvoorstel. Volgens mij wordt al langer gediscussieerd over de noodzaak om transparant te zijn over de vraag waar partijen hun geld vandaan halen. Dat de PVV in de door haar gekozen constructie geraakt wordt door dit wetsvoorstel, is wat mij betreft aan de partij zelf te wijten. Als de heer Brinkman zegt dat het een anti-PVV-wet is, bedoelt hij dan het instituut PVV zoals de heer Wilders hem heeft opgericht met de keuze om maar één man lid te maken en verder geen transparantie te betrachten of bedoelt hij ook de kiezers van de PVV? In het laatste geval zou deze wet zowel de PVV zelf als de hele achterban van de PVV raken en zou het in zijn ogen dus een wet zijn die anti-PVV en haar aanhang is.

De heer Brinkman:
Ik denk niet dat laatste. Ik denk dat het met name te maken heeft met de structuur van de PVV en de manier waarop ze georganiseerd is. Ik denk dat het er met name om gaat dat die financieringskanalen en alle verhalen die daarover de ronde deden, zichtbaar worden. In mijn beleving is dat specifiek de reden geweest om die wet weer uit de koelkast te halen en er nu door te krijgen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik dank de heer Brinkman voor dit antwoord, want ik vind het belangrijk om dit duidelijk te krijgen. Ik kan me namelijk zo voorstellen dat kiezers van de PVV door dit soort opmerkingen denken dat het een wet tegen hen is. Ik denk echter dat je ook heel goed de stelling kunt verdedigen, zeker gelet op de uitspraken van de heer Brinkman, dat het van respect getuigt richting je kiezers als je duidelijk maakt waar je je geld vandaan haalt en dat je je kiezers er dus niet over in het ongewisse laat of zij wellicht als stemvee worden gebruikt omdat je standpunten die met heel veel geld gekocht zijn hier in het parlement wilt verdedigen. Dank dus voor deze toelichting. Ik denk dat die voor kiezers van de PVV een waardevolle aanvulling is op de uitlatingen van zojuist.

[...]

De heer Koopmans (CDA):
Eigenlijk wil ik niet meer doen dan hier melden dat ik mij hierbij buitengewoon ongemakkelijk voel. De heer Brinkman heeft eerder in de media en hier in de Kamer opmerkingen gemaakt waardoor je kunt denken dat er iets aan de hand is met de partijfinanciering van een partij die in dit huis is vertegenwoordigd. Als collega's erop doorvragen, antwoordt de heer Brinkman echter op zo'n manier dat er niks aan de hand lijkt te zijn. Dit debat wordt nog ingewikkelder, en daardoor voor mij ongemakkelijker, doordat de vertegenwoordiger van de PVV niet aanwezig is. Het wordt daardoor een debat waar ik mij zeer ongemakkelijk bij voel; ik zeg het nog maar een keer. De verantwoordelijkheid voor het maken van de opmerkingen leg ik ten volle bij de heer Brinkman. Dat wij geen verduidelijking krijgen, is nu aan de orde omdat een partij waarop dit betrekking heeft -- waarom iemand er niet is, weet ik niet -- mogelijkerwijs niet antwoordt. Dat is ongemakkelijk, want wij leggen nu geen verantwoording af tegenover elkaar, maar tegenover Nederland.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, ik zie dat u wilt interrumperen, maar u hebt op dit punt al geïnterrumpeerd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, voorzitter, maar ik wil toch een vraag stellen aan de heer Koopmans. De fractie van het CDA is toch zeker wel van mening dat een nieuwe fractie, het Kamerlid Brinkman, een eigen positie mag innemen in het debat en uitspraken mag doen? Het verwijt over de verantwoordelijkheid dat de heer Koopmans net maakte, geldt toch eerder voor de PVV-fractie? Misschien kan de heer Koopmans dat nog even duidelijk maken.

De heer Koopmans (CDA):
Ik heb niet meer en niet minder gedaan dan uiting geven aan mijn gevoel van ongemak dat ontstaat doordat opmerkingen worden gemaakt. Ik wil het hier nog een keer gezegd hebben: de verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij degenen die deze opmerkingen maken. Dat de heer Brinkman vandaag een ander standpunt heeft dan hij had toen hij lid was van de PVV-fractie, moet hij zelf maar uitleggen. Dat was leerzaam om te horen, maar het was ook iets om misschien nog ooit eens over te vertellen, maar niet iets om na te doen. Dat gevoel heb ik er althans niet meteen bij. Het vergt immers nogal wat.

De heer Brinkman:
Voorzitter, mag ik daar even op reageren? De heer Koopmans en mevrouw Ouwehand zijn toch niet met elkaar in debat?

De voorzitter:
Ik zit voor. Zij waren wel met elkaar in debat. Dat komt hier ook voor. Mevrouw Ouwehand wil nog even reageren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dit levert nou juist weer een ongemakkelijke situatie op voor de rest van de Kamer. De CDA-fractie doet nu alsof de heer Brinkman geen opmerkingen zou maken omdat de partij waar het over gaat, niet aanwezig is bij het debat. Dan moet je die verantwoordelijkheid daar leggen. Ik wil wel staan voor de vrijheid van het Kamerlid Brinkman om hier te zeggen wat hij wil.

De voorzitter:
Maar daar is ook geen discussie over.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee, maar dat is anders een verkeerde suggestie, die de heer Koopmans hier wekt.

Beantwoording door de minister van Binnenlandse Zaken:

[...]

Dan vraagt mevrouw Ouwehand of wij het tijdpad van inwerkingtreding kunnen versnellen. Dat zou mij een lief ding waard zijn maar is niet helemaal in mijn hand. Uw Kamer heeft aardig de tijd genomen om dit wetsvoorstel te behandelen maar wij gaan ook nog naar de Eerste Kamer. Dat is voor mij een traject waar ik ook niet helemaal zeggenschap in heb. Dus waar mogelijk gaan wij tempo maken maar het ligt niet helemaal in mijn handen.

De voorzitter:
Sterker, helemaal niet, denk ik!

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ga ervan uit dat deze minister met veel plezier en met groot enthousiasme naar de Eerste Kamer gaat wanneer die het debat hierover agendeert. Daarvan hebben wij deze week een aantal andere signalen gekregen, maar ik denk dat deze minister gewoon keurig gaat als de Eerste Kamer roept.

Minister Spies:
Ik zou niet anders durven! Ik heb daar inmiddels een aantal ervaringen mogen opdoen.