Bijdrage Ouwehand over de toege­nomen invoer van palmolie


3 april 2019

Eerste termijn Esther Ouwehand 30-ledendebat over de toegenomen invoer van palmolie

Voorzitter, dank u wel. Palmolie is een van de voorbeelden van wat er grootschalig mis kan gaan als je je voedselsysteem alleen maar laat draaien op het goedkoopste, het makkelijkste en het meest efficiënte: overal monoculturen, grootschalige ontbossing en mensenrechtenschendingen. De Partij voor de Dieren waarschuwt al heel lang voor de gevolgen van die enorme productie en invoer van palmolie, onder andere voor biobrandstof. En eindelijk, eindelijk, eindelijk lijkt ook Europa daar inmiddels een beetje van overtuigd.

Maar we hebben een déjà vu. De Kamer heeft jaren geleden, ook na veel pijn en moeite, gezegd: die teerzandolie uit Canada is eigenlijk zo vervuilend dat we die moeten weren van de Europese markt. Na veel en lang en hard vechten was daar politieke overeenstemming over. Dat leek een succes. Maar twee deurtjes verder in Brussel werd keihard gelobbyd voor het vrijhandelsverdrag met Canada, wat dat politieke succes weer rechtstreeks van tafel veegde. De inzet om de invoer van palmolie voor biobrandstof in elk geval te verminderen lijkt teniet te worden gedaan door het vrijhandelsverdrag met Indonesië en Maleisië dat op poten staat en waar ook weer hard voor wordt gelobbyd. Mijn vraag aan de staatssecretaris van IenW is: gaat haar inzet niet volledig overboord met dat vrijhandelsverdrag?

Voorzitter. Er is niet alleen een probleem met het bijmengen van palmolie in biobrandstoffen, maar ook met het bijmengen van palmoliepit in veevoer, het bijmengen in voedsel en het bijmengen in cosmetica. Dat zijn zo ongelooflijk veel toepassingen van palmolie die niet nodig zijn. Maar omdat het een goedkope en efficiënte grondstof is, wordt het gewoon overal in gestopt. Kan de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking uitleggen hoe dat zich verhoudt tot de notities van bijvoorbeeld de mensenrechtenrapporteur voor het recht op voedsel, Olivier De Schutter, die ons waarschuwde voor dat hoogbewerkte voedsel, dat we eigenlijk niet nodig hebben maar waarvoor wel de hele wereld wordt leeggeroofd? Moeten we niet toe naar een voedselbeleid dat uitgaat van het recht op gezond en duurzaam voedsel voor iedereen? Dan kun je er dus niet op blijven inzetten, dan kun je in ieder geval niet faciliteren dat grote multinationals bakken met geld verdienen aan ontbossing, het creëren van monoculturen en arbeidsuitbuiting in een land als Indonesië. Waar blijft die systeemkritiek?

De Partij voor de Dieren vraagt beide bewindslieden in te zetten op een forse vermindering van de import van palmolie in Europa. De een gaat over biobrandstoffen, maar de ander gaat wat ons betreft echt over de toepassingen van palmolie in voedsel die we niet nodig hebben, omdat het allemaal vulling en rotzooi is, en heeft een verantwoordelijkheid voor de mensenrechten in deze gebieden.

Dank u wel.

Tweede termijn Esther Ouwehand 30-ledendebat over de toegenomen invoer van palmolie

Voorzitter, dank u wel. Ik snap niet zo goed dat je kan blijven hangen in een methode niet gewoon niet werkt. De inzet van het kabinet is al vijftien jaar dezelfde: we zetten in op verduurzaming. En nog steeds worden we gewaarschuwd dat het helemaal niet goed gaat: door de vakbonden, door Amnesty International, door milieuorganisaties.

Hoelang willen we dit blijven volhouden? We werken met een vrijwillig certificeringssysteem waar ook nog geld van de belastingbetaler heengaat dat eigenlijk bedoeld is voor ontwikkelingssamenwerking, maar waar de grote bedrijven van profiteren, want die zitten aan die ronde tafels de dienst uit te maken.

Ik snap niet dat je dan na vijftien jaar niet een keertje toegeeft dat we het misschien anders moeten gaan proberen, en dat we nu inzetten op roofbouw op de aarde. Want dat is het.

Waarom geven we niet toe dat we monoculturen creëren omdat de grote multinationals het handig vinden dat er een goedkope grondstof is voor de producten die zij hier in het rijke Westen willen verkopen? Ik spreek de minister voor Ontwikkelingssamenwerking echt aan op de systeemfouten die eruit moeten. Willen we duurzaam voedsel voor alle mensen bereikbaar maken in de toekomst, dan moet je afstappen van dit systeem.

Voorzitter, dit wordt vervolgd.

Interrupties Esther Ouwehand

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De kritiek op het keurmerk dat zogenaamd de duurzaamheid van palmolie zou moeten garanderen, is inderdaad niet nieuw. Mevrouw Van Eijs wijst daar terecht op. Mede daardoor heeft de Partij voor de Dieren, toen we die discussie onder het vorige kabinet voerden, een motie ingediend om de regering te vragen om in elk geval de import te verminderen. Verminder de vraag iets, zodat er meer ruimte komt voor duurzaamheid. Daar was D66 toen voor. Ik vraag me af of de D66-fractie er opnieuw voor zou voelen om een plan van aanpak te ontwikkelen om te kijken hoe we de vraag en dus de import kunnen verminderen.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Als we de vraag die vooral wordt ingevuld met niet-duurzame palmolie, verminderen, zou dat natuurlijk helpen om de import van niet-duurzame palmolie te verminderen. Ik denk dat het dus heel interessant is om te kijken naar alternatieven. We kunnen ook denken aan zaken als voedselverspilling om te zorgen dat de vraag wordt verminderd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat is een positief antwoord. Ik had de motie al ingediend, dus als we die na dit debat in stemming brengen als een van de oplossingen waarmee we dit probleem kunnen aanpakken, zou ik de steun van D66 heel fijn vinden.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik ben altijd zo verbaasd dat het CDA, bij uitstek de partij die het opneemt voor de boeren, zo makkelijk over de uitbuiting van lokale boeren heenstapt als het gaat om palmolie. Amnesty International wijst ons er nadrukkelijk op dat die mensen als het ware in de situatie van horige terechtkomen. Ze moeten zelfs hun kinderen laten meewerken en worden in een aantal gevallen nog heftiger uitgebuit dan zzp'ers.

Ik vraag me af of die situatie er bij het CDA niet toe leidt dat het wat kritischer is op het gebruik van palmolie. Waar het niet nodig is, hoeven we dat misschien niet te doen. Dan kunnen we inzetten op een lokale economie waar de lokale boeren wel iets aan hebben.

De heer Amhaouch (CDA):

Ten eerste ligt de verantwoordelijkheid over en de visie op wat een land produceert, bij de producerende landen zelf. In dit geval ligt die bijvoorbeeld bij Indonesië of Maleisië. Laten we ook naar hen luisteren. Ik kom daar ook op terug in mijn inbreng. Wat voor eigen beleid zetten zij uit om de palmolieproductie in hun land te verbeteren? Het gaat ook om de aandachtspunten. Ik heb hier natuurlijk ook mensen langs gehad die aangeven dat de landrechten nog niet geborgd zijn en dat er allerlei andere zaken niet geborgd zijn. Nu wordt gezegd dat Nederland de plank totaal misslaat, terwijl Nederland 90% van de palmolie duurzaam importeert. Ik weet dat het CDA en mevrouw Ouwehand van mening verschillen over RSPO. Is die RSPO wel of niet goed genoeg? Een aantal ngo's vinden dat wel goed genoeg. Dat hebben we met elkaar afgesproken. Daar concentreren we ons op. We vinden elkaar in de wens om voor 100% duurzame palmolie-import in Nederland gaan. Maar om nu met het vingertje te wijzen naar Indonesië, Maleisië of andere landen en te zeggen dat zij daar per direct mee moeten stoppen, gaat ons veel te ver.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Als iemand op straat vraagt of je een fiets wil kopen voor een tientje, doe je het ook niet. Je hebt ook als afnemend land een eigen verantwoordelijkheid. Nederland verdient er veel geld aan. Nee, we zeggen niet dat het goed gaat omdat 90% een duurzaamheidslabeltje heeft. De kritiek is juist dat het duurzaamheidslabel enorme ellende verhult. Dat zegt de Partij voor de Dieren niet alleen. Ook CNV, FNV en Amnesty International zeggen dat. Mijn vraag is dus opnieuw: als je ziet dat Nederland veel geld verdient aan gebruik van palmolie dat niet nodig is, dat we nergens voor nodig hebben, zou het dan niet gewoon een goed idee zijn om daar wat kritischer op te zijn en in elk geval onze bijdrage aan dit probleem iets te verminderen?

De heer Amhaouch (CDA):

Mevrouw Ouwehand is er best wel goed in om elke keer het speelveld te verschuiven. Wij hebben hetzelfde speelveld als we praten over duurzame palmolie. Dan is dat voor mij het voetbalveld, het speelveld, waar ik met haar het spel wil spelen. Als het gaat over niet-duurzame palmolie, zonder RSPO-keurmerk, dan vindt u mij aan uw zijde. We moeten stappen ondernemen om dat percentage, dat voor Nederland nog 10% is, te verbeteren. Op dat stuk vinden we elkaar. U heeft het over die 90%. Wij gaan ervan uit dat dat duurzame palmolie is. Daar zit een aantal partijen aan tafel, ook ngo's. Dan gaan wij niet zeggen: dat is niet nodig. Waarom is dat niet nodig? Het is een zinvol product dat toegepast wordt. Wij maken ook zinvolle producten in dit land die wij de hele wereld in exporteren.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voor de duidelijkheid, ik heb niet gesproken over een verbod maar over een vermindering van het gebruik en dus van de import van palmolie. Ik wil de minister voorleggen wat ik ook al in mijn termijn heb gezegd. Ja, ik erken dat de problemen rond palmolie een symptoom zijn van een diepere systeemfout. Ik vind het nogal mager om te zeggen: het is het meest efficiënte oliegewas, dus als we dit gaan vervangen, komen er elders problemen. Waar blijft de verantwoordelijkheid van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking voor de SDG's en voor een voedselsysteem dat voedsel op de lange termijn voor iedereen beschikbaar maakt? Ik heb haar expliciet gevraagd naar de voedselrapporteur van de Verenigde Naties, Olivier De Schutter, die daarop wijst. De palmolie die wij eten, met alle respect, is een luxeproduct in het rijke Westen. Daar moeten wel heel veel andere mensen en doelen voor bloeden.

Minister Kaag:

Wij voeren het debat over de rapporteur en over andere productie- en consumptiemethoden regelmatig, en ook over de Britse economen. Ik waardeer zeer de alternatieve benadering van het ecosysteem en de rechten zoals beschreven door mevrouw Ouwehand. Ik ben het er echter niet mee eens. Ik denk dat het kabinet juist de SDG's nastreeft door het budget, de allocatie en de thema's zoals beschreven in de nota van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Onze benadering, keuzes en prioriteiten verschillen, maar wij zetten heel hard in op duurzaamheid en de zeventien ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Wij denken gewoon dat de aanpak verschillend is. Wij geloven in een constructieve, consultatieve benadering en afspraken. Een verplaatsing van het probleem is nog steeds niet het probleem oplossen. Armoede moet uitgebannen worden, maar armoede is, vrees ik, een veel breder thema dan alleen consumptie of het gebruik of de export van duurzame of niet-duurzame palmolie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Nogmaals, wij kunnen het niet alleen over palmolie hebben en alleen maar in dit kadertje een oplossing zoeken, maar ik vind dat de minister haar portefeuille Ontwikkelingssamenwerking en haar verantwoordelijkheid voor de duurzameontwikkelingsdoelen echt tekortdoet als zij niet wil erkennen dat er grotere systeemveranderingen nodig zijn. Als wij in het rijke Westen minder vlees en zuivel gaan eten, komt er ontzettend veel land vrij. Dan kunnen wij in Europa oliehoudende gewassen gaan telen. Inderdaad, die vragen iets meer land dan die hoogefficiënte plantages, maar dat kunnen we gewoon hebben. De minister schermt hier met kleine boeren en zegt dat die de dragers moeten zijn van een duurzaam voedselsysteem — dat erken ik — maar niet van zulke monoculturen waarin ze hun kinderen mee moeten laten werken om een fatsoenlijke boterham te kunnen verdienen. Ik vind dat de minister niet voorbij mag gaan aan die effecten. Dit debat gaat alleen maar over palmolie, maar ik kom hier zeker op terug bij de minister. Ik vind dat zij moet erkennen dat het veroorzaken van dit grootschalige monoculturen voor consumptie in het rijke Westen niet past bij de ontwikkelingsdoelen die zij als minister voor OS zegt na te streven.

Minister Kaag:

Ik vind het altijd interessant dat wij werkwoorden als "erkennen" gebruiken. Het lijkt alsof er een misdaad is begaan. Onderschrijven of waarderen dat de SDG's belangrijk zijn, dat duurzame voedselproductie relevant is, ja. Daar ben ik het helemaal mee eens. Om mensen uit de armoede te tillen investeert het kabinet in onderwijs, onderwijs voor vrouwen, meisjes. We werken aan opvang, gezondheidszorg, toegang tot innovatieve financiering en het creëren van werkgelegenheid. Dat erken ik zeker. Dat duurzame palmolieproductie daar een onderdeel van vormt in een transformatieproces, waardeer ik ook. Maar onze politieke benadering in hoe een systeem veranderd moet worden, is wat mij betreft een evolutie in een gedeelde opgave en verantwoordelijkheid van de SDG's. Ik kom daar graag op terug in het gebruikelijke debat over Ontwikkelingssamenwerking.

(…)

De heer Amhaouch (CDA):

Voorzitter. Ik heb geen moties, helaas, maar wel twee vragen aan de minister. De eerste gaat over de term "ontbossing". Het begint ernaar te neigen dat ontbossing per definitie slecht is. Ik zag afgelopen zondagavond nog een programma op de Nederlandse televisie waarin werd aangegeven dat in Nederland ontbossing een trend is, dus dat we meer bomen weghalen dan aanplanten. Is ontbossing per definitie slecht, of zijn er ook bepaalde situaties waarbij ontbossing een doel dient, zo vraag ik de minister.

(…)

De voorzitter:

Uw vragen over ontbossing deden vragen rijzen bij mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat roept inderdaad een vraag op. Begrijp ik nou goed dat het CDA zich ook zorgen maakt over de ontbossing in Nederland? Hoe moet ik duiden wat de heer Amhaouch zojuist zei: daar is ontbossing, maar het lijkt erop alsof Nederland het misschien nog wel erger doet?

De heer Amhaouch (CDA):

Ik zeg niet dat Nederland het erger doet. Op zondagavond — dan heb je niet zo veel te doen en ga je eens kijken — kijk ik graag naar de programma's Tegenlicht en Monitor. Ik ben geen woordvoerder ontbossen, maar het triggerde mij dat er soms ook wel een doel achter zit. In Nederland zijn we blijkbaar een stukje aan het ontbossen omdat er een Europese instandhoudingsdoelstelling is. Ik zou de minister willen vragen: hebben we ook in Zuidoost Azië en in Oceanië zo'n beleid dat we een stuk bos weghalen voor een stukje stuifzand of heide? Daar kan dus een doel achter zitten. Ik wil voorkomen dat we in deze zaal, in dit huis van de democratie, alleen maar over ontbossing praten in zwarte termen. Daarom vraag ik de minister: moeten we het per definitie heel zwart-wit zien — "ontbossen is altijd slecht" — of is het toch iets genuanceerder?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik kan merken dat de heer Amhaouch inderdaad geen woordvoerder biodiversiteit is. Maar ik hoop dat hij goed heeft onthouden wat hij op televisie heeft gezien, namelijk dat er wel erg veel bomen verdwijnen in Nederland, en ik hoop dat het CDA voortaan voorstellen steunt, ook in gemeenteraden en provincies, om die bomen te laten staan.

De heer Amhaouch (CDA):

Ik ben geen woordvoerder ontbossing. Ik heb het ter kennisgeving aangenomen. Ik denk dat velen met mij dit ook zo beluisteren.