Bijdrage Ouwehand Nota-overleg Staat van de Europese Unie


31 maart 2014

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Veel mensen hebben een ongemakkelijk gevoel over de invloed van de Europese Unie. De Partij voor de Dieren begrijpt dit ongemakkelijke gevoel, want de blinde focus op vrijhandel en groei van de Europese Unie ten koste van alles reduceert burgers tot consumenten en belastingbetalers en dieren tot consumptieartikelen. De EU mist democratisch draagvlak, is uitgebreid met landen die er niet klaar voor waren en heeft een gemeenschappelijke munt gekregen alsof de verschillende lidstaten samen een natie vormen met een eenduidig economisch en politiek beleid. De crisis die hier het gevolg van was, wordt nu misbruikt om nog meer bevoegdheden af te staan aan Brussel in ijltempo en onder stoom en kokend water.

Het moet gezegd: het kabinet lijkt het ongemak wel te voelen maar heeft moeite om dat te vertalen naar oplossingen. Dit kabinet zit in over de invloed van de Europese Unie, net als bij zo veel andere kwesties en zit in een spagaat. Eigenlijk wil het kabinet meer Europese regelgeving en minder nationale invloed, maar dat klinkt niet zo lekker. Onder het mom van een level playing field wordt korte metten gemaakt met nationale koppen op het beleid, maar wat het kabinet een beetje onder het tapijt probeert te vegen en wat de grafiekjes van de politieke barometers ons doen herinneren, is dat de PvdA, de VVD en een aantal andere partijen een kleinigheid zijn vergeten in hun EU-eenheidsideaal en -handelsbevordering, namelijk de burgers. En dus vindt het kabinet, althans op papier, dat Europa anders moet. Geen bemoeienis met olijfoliekannetjes en schoolmelk. Er is inmiddels een heuse lijst aan onderwerpen die nationaal terrein moeten blijven. Nee, voortaan geeft het kabinet alleen nog maar de echt belangrijke onderwerpen weg aan Brussel, zoals een bankenunie die voor lidstaten een vrijbrief zal zijn om hun banken nog verder in problemen te laten komen; als ze omvallen zullen ze immers toch wel gered worden door de Europese belastingbetalers.

Dat geldt ook voor het landbouw- en visserijbeleid. Ondanks alle mooie woorden is daar weinig verandering in te zien. De subsidies hiervoor zijn al jaar en dag de grootste kostenpost van de EU-begroting. Formeel is de VVD natuurlijk tegen subsidies. Ook de Partij van de Arbeid beloofde de kiezers om het landbouwbeleid drastisch te hervormen. Als het echter gaat om het verdelen van de maar liefst 373 miljard die de EU hiervoor begroot heeft voor de komende jaren, lobbyt onze staatssecretaris van landbouw in Brussel voor het behoud van de gratis subsidies aan megastalboeren.

Dit kabinet steunt het afschaffen van de productiegrenzen voor melk, waardoor het aantal koeien dat in megastallen wordt opgeslokt, explosief zal stijgen en het Nederlandse mestoverschot ook. Het kabinet hevelt ook op dit terrein steeds meer bevoegdheden over naar Brussel, waardoor dierenwelzijn en -gezondheid nog verder in de knel komen en waardoor het gesleep met dieren alleen nog maar toeneemt. Het milieu- en dierenwelzijnsbeleid dat dan in Europa wordt afgesproken, is wel een heel dun doekje voor het bloeden, letterlijk, om de uitwassen van die blinde focus op vrijhandel en de vrije markt te kunnen stelpen.

Het is dan ook hoog tijd, zo vindt de Partij voor de Dieren, voor groene eurokritiek, een nieuw fenomeen dat niet voortkomt uit nationalisme of plat eigenbelang, maar gaat over het algemeen belang van duurzaamheid, mededogen en het waarborgen van inspraak en democratische controle door de burger. Ter illustratie: het democratisch tekort van de Europese Unie werd onlangs pijnlijk duidelijk in de procedure rond de toelating van de teelt van genetisch gemanipuleerde maïs 1507. Een overweldigende meerderheid van het Europarlement was tegen, een ruime meerderheid van de Europese bevolking wil geen gentech en negentien lidstaten hebben zich tegen die toelating gekeerd. Toch dreigt de Europese Commissie anders te besluiten. Kan de minister-president ingaan op deze kwestie om het eens concreet te maken? Vindt hij het gerechtvaardigd dat een niet-gekozen orgaan zoals de Europese Commissie een dergelijk controversieel besluit, waar geen draagvlak voor is, kan doorvoeren? Als hij het met de Partij voor de Dieren eens is dat dat ongewenst is, hoe wil hij dat dan gaan veranderen?

Ik begrijp van de voorzitter dat ik al door mijn spreektijd heen ben; dat gaat sneller dan ik had gedacht. Ik rond af. De Partij voor de Dieren vindt het verstandig om een pas op de plaats te maken en geen bevoegdheden over te hevelen naar Europa totdat de democratische controle en de transparantie zijn gewaarborgd.

Interrupties bij andere partijen:

De heer Berman (EP/PvdA): Voorzitter. Na het referendum van 2005 dacht ik dat de steun voor de Europese samenwerking pas weer zou groeien als zich een nieuwe dreiging zou aandienen, een nieuwe crisis. Dat was rijkelijk optimistisch. (…) Overmorgen ga ik, na een paar dagen hier in Europa, terug naar Afghanistan, naar Kabul, waar ik de EU-verkiezingswaarnemingsmissie leid voor de verkiezingen van 5 april aanstaande, op verzoek van de Afghaanse regering. Ook vandaag staan letterlijk duizenden Afghanen moedig in de rij om zich in te schrijven als kiezers, ondanks de vele aanslagen. Zij willen dat wij bij hen blijven en toezien op deze verkiezingen. Dat is precies de taak die de EU zich stelt in het Verdrag van Lissabon, namelijk een wereldorde beschermen en versterken die gebaseerd is op rechten van mensen, ongeacht hun geloof of afkomst, in een duurzame ontwikkeling. (…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De vertegenwoordiger van de Partij van de Arbeid uit het Europees Parlement -- welkom hier vandaag -- probeert hier duidelijk te maken hoe belangrijk de Europese Unie is voor internationale vrede en veiligheid. Voor een deel volg ik die analyse wel. We hoeven de vertegenwoordiger van de PvdA hier niet te vertellen dat we vanmorgen opnieuw een verontrustend rapport van het IPCC hebben gezien over de wereldwijde klimaatverandering.

De heer Berman (EP/PvdA): Juist.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Als iets een bron is voor conflicten in de toekomst, voor de aantasting van de individuele rechten van mensen die het toch al moeilijk hebben, dan is het de klimaatverandering. Nu heeft Europa, het Europa dat de PvdA zo hard verdedigt, gezegd: ach, die klimaatdoelstellingen kunnen best een tandje minder. En daarna gebruikt dit kabinet de Europees naar beneden bijgestelde doelstellingen als excuus om zelf niets te doen. Wat is het antwoord van de Partij van de Arbeid op die dynamiek?

De heer Berman (EP/PvdA): Een van de grote uitdagingen en bedreigingen waar wij mensen in de wereld voor staan, is de klimaatverandering. Dat rapport van IPCC geeft dat overduidelijk aan. Daar valt geen speld tussen te krijgen. Wij van de sociaaldemocratische fractie hebben samen met de groene fractie en met andere collega's verregaande voorstellen gedaan en wilden natuurlijk wel meer dan wat er uiteindelijk in een compromis uitkomt. Maar ook in het Europees parlement en in de onderhandelingen met de Raad geldt dat je een compromis sluit, en een compromis is altijd minder dan je eigenlijk zelf zou willen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Prachtig, maar op dit terrein kunnen we ons zo'n lijn niet veroorloven. Mijn vraag blijft, gelet op de democratische controle en op de algemene waarden, het algemeen belang dat de PvdA zegt te willen voorstaan: wat is het antwoord van de Partij van de Arbeid op het feit dat de democratische controle op Europa steeds verder uitholt? Ik hoef het TTIP-verdrag maar te noemen. Wij worden uitgeleverd aan nog meer vrijhandel, wat uw mogelijkheden als parlementariër verder beperkt. Stel dat ik geloof dat u een oprecht en serieus klimaatbeleid wilt: u wordt gereduceerd tot een roepende in de woestijn! Wat is het antwoord daarop van de Partij van de Arbeid?

De heer Berman (EP/PvdA): U hebt Barack Obama gehoord vorige week, toen hij zei dat een vrijhandelsverdrag met de VS niet zal leiden tot het aantasten van consumentenbelangen. Over het klimaat heeft hij het niet gehad in dat verhaal, maar ik denk dat we in die onderhandelingen heel hard moeten inzetten op de bescherming van milieunormen, op de bescherming van consumentenbelangen, op de bescherming van onze wetgeving, die straks niet mag worden aangetast door Amerikaanse bedrijven die denken dat ze worden beschadigd door nieuwe wetgeving in Europa. Ik ben het wat dat betreft volkomen met u eens, mevrouw Ouwehand. Voor het overige blijf ik van mening dat de samenwerking in de Europese Unie onmisbaar is om juist die grote, wereldwijde uitdagingen aan te pakken, waarvoor Nederland te klein is en de EU zelf eigenlijk ook al.

(…)

De heer Madlener (PVV): Voorzitter. Ik wil beginnen met deze zaal met volksvertegenwoordigers een vraag voor te leggen. Het is dé vraag voor de komende verkiezingen: wilt u meer of minder Europese Unie? Ik hoor niets, dus ik zal de vraag nog een keer stellen: wilt u meer of minder Europese Unie? Ik zal het antwoord zelf maar geven: de volksvertegenwoordigers in de zaal willen massaal méér Europese Unie. (…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik geef meteen toe dat mijn vraag een beetje buiten de orde van het debat valt. Ik moet zeggen dat ik een knoop in mijn maag kreeg toen de heer Madlener zei: minder Europese Unie. De andere collega's dachten dat het een grap was. De heer Madlener heeft gezegd dat dit niet het geval was. "Minder Europese Unie" zijn beladen woorden geworden, want we hebben allemaal de beelden gezien waar het een opmaat toe was.

De voorzitter: Wat is uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vraag u om toestemming, voorzitter. Het is voor de eerste keer dat ik na die situatie een PVV'er in een debat spreek …

De voorzitter: Dat gaan we niet doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zou graag van de heer Madlener willen weten of hij afstand neemt van de opruiende frase "minder Marokkanen" van zijn fractievoorzitter.

De heer Madlener (PVV): Voorzitter. Ik sta in een debat over de Europese Unie en ik heb gezegd "minder Europese Unie". Ik weet niet wat daar het probleem mee is, maar het lijkt mij toch helder ...

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand, ik denk dat u die vraag moet stellen aan degene die de uitspraak heeft gedaan. Dat is op een ander moment. Het is buiten de orde van dit debat.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat realiseer ik mij heel goed.

De voorzitter: U vroeg mijn toestemming. Bij deze vraag laten wij het.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil toch gezegd hebben dat, op het moment dat de heer Madlener dat uitsprak, ik merkte dat ik een knoop in mijn maag kreeg. Ik kreeg sterk de behoefte om aan hem te vragen hoe hij tegen die uitlatingen van zijn fractievoorzitter aankeek. Ik snap dat u het niet toestaat. Het is een beetje ingewikkeld om in dit huis hierover te spreken ...

De voorzitter: Dank u wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Maar ik wil gezegd hebben dat de beladenheid die de PVV hierin heeft gelegd niet zomaar in het niets oplost.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand, u hebt deze opmerking gemaakt en die staat genoteerd in de Handelingen.

Beantwoording door de minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken:

Minister Rutte: (…) Ik heb net al een paar andere zaken genoemd die ook raken aan de economie, zoals de vrijhandelsverdragen, maar ook een Europa waar wij ons aan afspraken houden. Dus als we afspreken dat het begrotingstekort maximaal 3% mag zijn, dan moeten ons daar ook allemaal aan houden. Als we afspraken maken over de staatsschuld, dan moeten wij ons daar ook aan houden. Nederland heeft daarvoor vergaande maatregelen genomen, met 51 miljard aan ombuigingen. Dat leidt nu tot effecten, want we zien dat de economie aantrekt. Het is nu van het grootste belang dat Europa daar ook andere landen aan houdt, zoals Frankrijk. (…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik hoorde de minister-president zeggen dat hij vindt dat landen die afspraken met elkaar maken, zich daar dan ook aan moeten houden. Dat klinkt natuurlijk mooi en stoer, maar dan wil ik wel graag weten of dat op alle terreinen geldt. De Partij voor de Dieren vindt het namelijk beschamend dat je zelf geen milieu- en natuurbeleid wilt voeren, anders dan in Europa wordt afgesproken. En zelfs dan vraagt Nederland voor de vijfde en misschien wel de zesde keer om uitzonderingen op de bestaande afspraken over de vervuiling van ons grondwater. Dat betreft 25 jaar milieubeleid, waarbij Nederland iedere keer zegt: maar wij hoeven daar toch niet aan mee te doen? Er zijn talloze voorbeelden. Hoe ziet de minister-president dat?

Minister Rutte: Het is net als bij het Stabiliteits- en Groeipact, soms zijn er argumenten om dat te doen. Wij hebben bijvoorbeeld zelf iets meer tijd gekregen om naar de 3% te gaan. Maar dat is binnen de afspraken van het Stabiliteits- en Groeipact een mogelijkheid. Hetzelfde geldt voor sommige afspraken op het terrein van natuur en milieu. Die laten ruimte om bij bijzondere nationale omstandigheden een jaar extra te nemen en met elkaar in gesprek te gaan over de precieze maatvoering.

Dus als mevrouw Ouwehand denkt dat wij altijd alles letterlijk een-op-een kunnen doorvoeren, is mijn reactie: nee, daar laten de afspraken ook ruimte voor; maar dan moet het wel gebeuren. Dat is ook de afspraak die wij met Europa hebben gemaakt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Hoezo "soms"? Het is de vijfde keer, iedere keer met een termijn van vijf jaar. Voor die natuur- en milieuafspraken gaat dat dus gewoon niet op. Nederland is het vieste jongetje van de Europese klas. Als onze minister-president zegt dat wij ons allemaal aan de afspraken moeten houden, zou ik van dit kabinet toch een andere koers verwachten met betrekking tot het milieubeleid en het voldoen aan de afspraken die we in Europa hebben gemaakt. Voor de vijfde keer vragen om uitzonderingen gedurende 25 jaar milieubeleid, waarbij het erom gaat om ons grondwater te beschermen tegen overbemesting, is geen goede score als de minister-president wil volhouden dat afspraak echt afspraak is.

Minister Rutte: De Europese regels en afspraken laten soms ruimte om met elkaar in gesprek te gaan over de precieze maatvoering. Daar ben ik ook helemaal niet tegen, maar dat neemt niet weg dat je als lidstaat, als je opgelegd krijgt om je tekort in twee jaar terug te brengen naar 3%, dat ook moet doen.

Tweede Termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. In de eerste termijn heeft de PvdD aandacht gevraagd voor het behoud van de huidige democratische mogelijkheden om zelf te bepalen hoe wij, waar dat mogelijk is, ons land willen inrichten en om alleen Europese afspraken te maken waar dat moet of waar wij met z'n allen hebben besloten dat dat belangrijk is. Een bedreiging wordt gevormd door de onderhandelingen die de EU nu voert met de VS. Daarover dien ik de volgende motie in die mede is ondertekend door mevrouw Thieme, die ik vandaag in dit debat heb vervangen.

Motie Ouwehand/Thieme: houdt een referendum over Vrijhandelsakkoord VS-EU (TTIP)

Minister Rutte: De leden van de Partij voor de Dieren hebben een motie ingediend over TTIP. Ook die motie ontraad ik. TTIP is van groot belang voor Europa en voor Nederland. Het zou een handelsblok van Europa met een omvang van 17 triljard en het land Verenigde Staten met een totale economie van 14/15 triljard, samen 50% van de wereldeconomie, bij elkaar brengen. Iedereen zal ervoor zorgen dat wij daar op een verstandige manier compromissen sluiten en dat wij daar op een verstandige manier mee omgaan. Niets geheimzinnigs. Laten wij nu niets doen om spaken in het wiel te steken. Ik ontraad deze motie dus.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik snap wel dat de minister-president het een goed idee vindt, maar de vraag is wat de burgers van Nederland ervan vinden. Dat wordt in de motie gevraagd. Is de minister-president in ieder geval bereid om iets te zeggen over de zeggenschap die burgers daarover zouden moeten hebben in zijn optiek?

Minister Rutte: Dit kabinet is geen voorstander van referenda. Wij zijn voorstander van de vertegenwoordigende democratie.