Bijdrage Ouwehand Landbouw- en Visse­rijraad


13 maart 2013

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik zou er zelf niet over begonnen zijn, maar de heer Dijkgraaf gaf aan dat het vandaag biddag is. Toen voelde ik mij toch enigszins getriggerd om ook een persoonlijk tintje aan dit debat te geven. Ik ben opgegroeid in een nogal christelijk vissersdorp. Ik heb mij altijd enorm verbaasd over het feit dat men vanuit die achtergrond zo ongelooflijk onzorgvuldig met de aarde omgaat, dat men zich blind durft te houden voor de gevolgen hiervan voor mensen in andere landen en dat men meent zich van alles te kunnen veroorloven. Ik zeg het nog heel voorzichtig. Gelukkig kende ik ook heel wat jongens die op die schepen zaten en zeiden: "Esther, je hebt ook wel gelijk. Dan varen we daar met zo'n grote trawler en halen we alles binnen wat er te vangen valt. De mensen daar komen met een roeibootje. Zij kunnen niet ver en alles is op." Het is jammer dat de vertegenwoordigers van de vissersgemeenschap dergelijke geluiden nog steeds niet eerlijk delen met bijvoorbeeld politici, met uitzondering van de jongens die ik zelf hierover sprak.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik gun mevrouw Ouwehand natuurlijk haar persoonlijke inleiding, zoals zij mij deze ook gegund heeft. Ik wil echter genoteerd hebben dat ik het absoluut niet met haar eens ben. Ik zie een gemeenschap die op zoek is naar een manier om beter en duurzaam met deze kwestie om te gaan. We hebben deze discussie vaker met elkaar gevoerd. Laat ik het bij deze opmerking houden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Dit verbaast mij niet. Ik wil deze opmerking graag gemaakt hebben vanwege het feit dat er een te romantisch beeld van de visserijsector wordt gecultiveerd. Als je ook maar enigszins verder kijkt, dan zie je dat het zo romantisch niet is. Het betreft een industrie die grote schade aanricht aan de ecosystemen, maar ook aan de leefomstandigheden van mensen elders. Mijn fractie heeft bijvoorbeeld grote zorgen over de afspraken met Marokko. De PvdA-fractie sprak ook reeds hierover. De Partij voor de Dieren is er gewoon niet gerust op dat het goed gaat met die protocollen. De staatssecretaris weetdit. Mijn fractie is ook erg benieuwd naar de grondbeginselen van rechtvaardigheid van waaruit dit kabinet wil opereren. Het kan immers niet zo zijn dat de minister van Buitenlandse Zaken de mensenrechten verdedigt in internationaal verband, terwijl er met handelsafspraken een beetje wordt weggekeken als een en ander niet helemaal lekker gaat. Mensenrechten gaan verder dan de directe belangen van de mensen ter plaatse. Deze gaan ook over het op lange termijn leefbaar houden van de aarde. In dit licht zet ik ook vraagtekens bij de afspraken met Mauritanië. Mauritanië wil de visserijactiviteiten van Europa enkel toestaan buiten de 20 mijlszone. Onze pelagische sector geeft aan dat dit niet nodig is. Het kabinet zegt vervolgens ook dat die handhaving van die 20 mijlszone niet nodig is. Dit is toch vreemd? Waarom geven we aan Mauritanië, dat zich in de meest kwetsbare positie bevindt, minder gehoor dan aan onze pelagische sector? Ik snap dit niet. Vanuit het voorzorgsbeginsel moeten we wat betreft de sardinella de 20 mijlszone gewoon handhaven.
Ik heb ook een vraag over het protocol tussen de Comoren en de Europese Unie. De staatssecretaris is van plan om in te stemmen met de conceptovereenkomst. In haar brief schrijft zij dat de mogelijke bijvangst van haaien en roggen een aandachtspunt is. Wat betekent dit precies? Stemt zij niet in met het conceptmandaat? Of zegt zij iets in de trant van: nou, het is goed; ik maak mij enigszins zorgen hierover en ik hoor het wel als het mis loopt? De staatssecretaris kan uit deze woorden opmaken dat ik dit een beetje vervelend zou vinden.
Ik kom op de grienden. De Kamer heeft een teleurstellende brief ontvangen over de stand van zaken en de vergadering van ASCOBANS. De Nederlandse regering baalt van de slachtingen van de grienden bij de Faeröer Eilanden. Kan de staatssecretaris aangeven hoe het staat met de aangenomen motie om in IWC-verband (Internationale Walvisvaart Commissie) de bescherming uit te breiden naar kleine walvisachtigen? Misschien kunnen we daar nog iets mee.
Ik kom op het gemeenschappelijk landbouwbeleid. We staan er gekleurd op, zag ik gisteren in het NOS Journaal. Dat is niet zo best. De Partij voor de Dieren heeft er altijd voor gepleit om de pijlerstructuur compleet los te laten en het budget voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid de komende jaren in te zetten voor de noodzakelijke hervorming van de landbouw, zodat deze toekomstgericht en echt duurzaam kan opereren. Dit is allemaal niet gebeurd. Nu wordt er over de laatste minimale puntjes nog geruzied, zoals over die vergroening van 7%. Ik zou graag willen dat de staatssecretaris aan dit percentage vasthoudt en weet dat dit slechts heel marginaal is. Uit een analyse van de maatschappelijke organisaties in het kader van het GLB blijkt dat er met exportsubsidies en de manier waarop onze landbouw telkens weer voorrang krijgt in de wereld, nog steeds veel te veel schade wordt aangericht aan de landen in het zuiden. Graag ontvang ik hierop een reactie van de staatssecretaris.
Mijn laatste punt betreft de dreigende rechtszaak van Monsanto tegen de European FoodSafety Authority (EFSA). De staatssecretaris heeft vast hierover gelezen. Ik verneem graag haar reactie hierop.
Tevens wil ik de staatssecretaris vragen of er aan het vrijhandelsakkoord met Marokko dierenwelzijnseisen worden gesteld. Ziet zij in dit licht ook mogelijkheden om de illegale handel in berberapen vanuit Marokko aan de orde te stellen?

Beantwoording door de staatssecretaris van Economische Zaken:

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Ik bedank de Kamerleden voor hun inbreng. Ik wil drie blokken bespreken: de visserij, het GLB en ten slotte het blok overig. In het laatste blok zal ik een aantal losse vragen over onderwerpen die niet op de agenda staan toch van een antwoord voorzien. (...)
Mevrouw Dikkers en mevrouw Ouwehand hebben opgemerkt dat minister Timmermans goed bezig is voor de Westelijke Sahara en zij vragen zich af waarom EZ dit niet doet. Dit is in alle oprechtheid een enigszins verkeerde voorstelling van zaken. De positie van de bevolking van de Westelijke Sahara is voor ons een van de belangrijkste overwegingen bij beantwoording van de vraag of het lukt om tot afspraken met Marokko te komen. Dit is ook mijn inbreng in de Raad geweest. Hierover bestaat geen misverstand. Overigens hadden veel meer lidstaten diezelfde inbreng. Nederland staat hierin dus niet alleen. Mijns inziens is dit voor veel meer lidstaten een heel belangrijke overweging. Het is volstrekt helder dat op dit punt goede afspraken moeten worden gemaakt en dat er voldoende garanties moeten worden gegeven alvorens dat nieuwe protocol kan worden aangenomen. Als het onderhandelingsresultaat op tafel ligt, kan ik pas beoordelen of het mogelijk is om hiermee in te stemmen. Zover zijn we nu gewoon nog niet.
Mevrouw Ouwehand heeft gesproken over het protocol met de Comoren. Een aandachtspunt hierbij is de bijvangst van haaien en roggen. Mevrouw Ouwehand vraagt zich af wat dit protocol nu precies betekent. Dit is vrij overzichtelijk. Dit moet onderdeel van de afspraken worden.
Mevrouw Ouwehand heeft ook geïnformeerd naar de grienden bij de Faeröer. Zij acht een en ander teleurstellend. Ik ben het ten zeerste met haar eens. De brief die ik hierover aan de Kamer heb moeten sturen, was niet een van de leukste. Het was echter wel een heel oprechte brief. We hebben van alles en nog wat ingezet, ook mijn voorgangers, om hiervan een kwestie te maken. Aan de andere kant van de lijn is men hiervoor Oost-Indisch doof, om het maar heel plat te zeggen. De inzet van Nederland is om de bescherming uit te breiden naar kleine walvisachtigen, maar binnen het IWC-verband is hiervoor op dit moment nog geen meerderheid. Wanneer deze kwestie weer aan de orde is, zal ik de Kamer informeren.

(...) Mevrouw Ouwehand heeft een vraag gesteld over een bericht in Boerderij inzake een conflict tussen Monsanto en de EFSA wat betreft het openbaar maken van gegevens over het maïstype NK603. Mevrouw Dikkers had gisteren ook graag vragen willen stellen over dit onderwerp. Het betreft gegevens op basis waarvan de EFSA in 2004 een risicobeoordeling heeft uitgevoerd. De meeste gegevens zijn openbaar. De werkwijze tot dusver is dat een geïnteresseerde partij deze gegevens kan opvragen. De ontvanger moet een verklaring ondertekenen, waarin staat dat het copyright wordt gerespecteerd. Recent heeft de EFSA voor het maïstype NK603 een andere werkwijze gevolgd. Zij heeft namelijk de openbare gegevens van die maïssoorten op internet geplaatst. Monsanto vindt dat de EFSA met deze werkwijze onvoldoende het copyright beschermt. Deze gegevens hadden volgens Monsanto niet openbaar gemaakt mogen worden. Er is geen sprake van een rechtsgang. Wij hebben begrepen dat er gewoon een onderling gesprek is. Laat ik het maar helder zeggen: ik steun de EFSA in haar inspanning om transparant te zijn. Uiteindelijk zal dit de sector ook het meest helpen. De EFSA wil laten zien waarom zij soms tot bepaalde conclusies komt. Vanuit sommige hoeken in de Kamer is er kritiek op het functioneren van de EFSA. Deze kritiek is de laatste maanden overigens enigszins verstomd. Transparantie kan hieraan natuurlijk wel een bijdrage leveren. Er wordt dus geen informatie achtergehouden, en zeker niet wat betreft twijfels over de veiligheid van de genoemde maïssoorten.

Tweede Termijn:

De heer Geurts (CDA): Voorzitter. Ik gebruik mijn tweede termijn om ook enkele woorden te richten tegen de Partij voor de Dieren. In het begin sprak mevrouw Ouwehand over onze visserijsector. Zij zette een ongelooflijk eenzijdig beeld neer. Mijn beeld bij bijvoorbeeld Mauritanië is dat onze vissers daar ook de lokale economie aanjagen. Er worden zaken aan land gebracht en er worden dingen van het land aan boord gebracht. Dit is goed voor de lokale economie. Is mevrouw Ouwehand bereid om dit in het vervolg bij haar inbreng mee te nemen? (...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik moet de CDA-fractie toch teleurstellen. Het beeld dat zij heeft van de visserijsector klopt gewoon niet. Dit blijkt ook uit analyses van onder meer de Verenigde Naties. Het exploiteren van natuurlijke hulpbronnen van andere landen en tegelijkertijd iets roepen in de trant van "we bouwen hier wel een school en leggen daar wel een weg aan" is een heel marginale en zelfs te verwaarlozen bijdrage aan de levensomstandigheden van de mensen aldaar. Sterker nog, onze hoogopgeleide vissers worden ingevlogen om de goed betaalde banen op de boten te doen. Het vuile werk wordt opgeknapt door de lokale bevolking, die niet mag rekenen op de goede arbeidsomstandigheden die we hier in Nederland normaal vinden. Wij moeten ons hiervoor schamen, zeker gelet op de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen die ons niet toekomen.
Ik zie hiervoor immers geen rechtvaardigingsgrond. Nee helaas, ik zal het beeld van de CDA-fractie over de visserijsector niet verwerken in mijn toekomstige bijdrage. Ik heb nog twee opmerkingen voor de staatssecretaris. Het is mij nog steeds niet duidelijk wat er wordt bedoeld met de uitspraak dat de mogelijke bijvangst van haaien en roggen een aandachtspunt is en onderdeel moet worden van de afspraken in het protocol met de Comoren. Betekent dit dat de bijvangst moet zijn uitgesloten? Dit zou de bedoeling van die zinsnede pas duidelijk maken. Ik heb de staatssecretaris gevraagd naar het dierenwelzijn in het vrijhandelsakkoord, in dit geval met Marokko, en de mogelijkheden voor het aanpakken van de illegale handel in bijvoorbeeld berberapen. Ik heb het antwoord hierop gemist of de staatssecretaris heeft deze vragen inderdaad nog niet beantwoord.

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. (...) Mevrouw Ouwehand vroeg hoe het nu zit met die haaien en roggen. Het bijzondere is dat grotere vissen, waartoe haaien behoren, wél langer overleven als je ze bijvangt. Óf er moet een goede regeling komen waarbij ze worden teruggegooid, óf er moet worden voorkomen dat ze überhaupt worden opgevist. De laatste optie is de mooiste, maar ook de eerste optie is belangrijk. In dat protocol moeten hierover afspraken worden gemaakt. Hoe deze er precies uit zullen zien, is natuurlijk onderdeel van de onderhandelingen. Net als met andere onderwerpen, kan ik dit nog niet in goud gebeiteld aan de Kamer voorleggen. De berberapen en de wijze waarop we hiermee omgaan in de afspraken met onder meer Marokko, kan altijd standaard een onderwerp zijn van de trade concerns. Deze brengen we over in de afspraken. Wij willen dit ook doen en kunnen het zeker agenderen.