Bijdrage Ouwehand Landbouw- en Visse­rijraad


17 april 2013

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Allereerst kom ik op het visserijbeleid. Er komt, als het goed is, een debat aan over highgrading. Als luisteraar denk je misschien: wat is dit? De regels worden massaal overtreden. Ik denk dat we dit niet los kunnen zien van de verdere stappen die Europa zal zetten in het gemeenschappelijk visserijbeleid en bij het aangaan van een visserijprotocol met Mauritanië. De schepen die in beeld werden gebracht -- nota bene uit mijn geboortedorp -- houden zich gewoon niet aan welke duurzaamheidseis dan ook. We geven ze echter wel, op kosten van de belastingbetaler, een vrijbrief om te vissen in wateren die niet van ons zijn. De lokale bevolking wil er misschien zelf ook iets aan hebben. Ik sluit me aan bij de vragen die de SP-fractie heeft gesteld over het visserijprotocol met Mauritanië. We weten allemaal dat de Algemene Rekenkamer eerder heeft gezegd dat de handhaving ontzettend moeilijk is. Dat kun je ook aanvoelen. Op zee zijn er geen AID'ers beschikbaar om te kijken wat er precies gebeurt. Als we de overcapaciteit niet aanpakken, wordt het echter sowieso een drama. Damanaki heeft in ieder geval de wens uitgesproken om de overcapaciteit terug te dringen en ik spoor de staatssecretaris aan om met haar mee te denken en met goede voorstellen te komen. Zo kunnen we er zicht op hebben dat die overcapaciteit eindelijk verdwijnt.
Dit heeft ook te maken met het actieplan voor het verminderen van bijvangsten van zeevogels. Als we op deze schaal blijven zitten, blijven we geconfronteerd worden met deze problemen. Natuurlijk ben ik blij dat er een actieplan komt, maar zet dit ook zoden aan de dijk? Hoe reëel is dat?
De staatssecretaris schrijft dat ze blij is dat het verdrag over ICCAT (International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas) wordt aangepast en dat er een werkgroep is. Ik ben het met haar eens dat ICCAT beter zou moeten functioneren. We zien echter hetzelfde bij CITES (the Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora) en bij de walvisconferentie. We staan erbij en we kijken ernaar, en we weten dat er geen sluitende oplossing is. We kunnen echter ook zelf iets doen. De Middellandse Zee is een gebied waar Europa veel over te zeggen heeft. Laat dat nu een belangrijk paaigebied zijn voor de blauwvintonijn. In 2009 is onze motie (21501-32, nr. 370) aangenomen waarin we de regering verzochten om te pleiten voor sluiting van de Europese wateren voor de vangst van blauwvintonijn. Daarmee zou je een belangrijk paaigebied kunnen beschermen. Naast het traject met ICCAT zie ik dus graag dat de staatssecretaris deze motie nog eens ter hand neemt en dat voorstel doet bij haar collega's.
Net als bij visserij lijkt ook bij landbouw een papieren werkelijkheid te ontstaan. De visserij wordt duurzaam genoemd en de staatssecretaris zegt over landbouw dat vergroening het hart van de hervorming is geworden. Dat denk ik toch niet. Dan hadden we echt andere dingen moeten doen. Voordat ik overstap naar de bijen, merk ik op dat ik er echt een slecht gevoel van krijg als ik lees dat richting de Russen alles op alles wordt gezet om een dreigend invoerverbod van sommige plantaardige producten te voorkomen. Dat mag, maar zulke woorden wil ik ook lezen over mensenrechten. We zien dat Nederland en Europa zich bijzonder kwaad maken over dreigende Russische maatregelen en ik wil diezelfde woede zien als het gaat over de grove mensenrechtenschendingen. Ik heb echter niet de indruk dat dit op deze manier met Poetin is gecommuniceerd.
Er komt een debat aan over de bijen. Ik denk niet dat we het vandaag kunnen aftikken, maar ik wil graag weten of de staatssecretaris kan ingaan op de huidige situatie rond de neonicotinoïden. Op 26 april wordt er weer gestemd over het Commissievoorstel, maar hoe ziet dat er precies uit? Ik lees er verschillende berichten over. Verwacht de staatssecretaris dat een gekwalificeerde meerderheid voor of tegen zal zijn? Wat heeft ze gedaan om lidstaten mee te krijgen? Wat verwacht ze nu van het Verenigd Koninkrijk? Sinds de laatste stemming heeft het Lagerhuis namelijk, op basis van de hoorzittingen die het heeft gehouden, geoordeeld dat de neonicotinoïden van de markt moeten. Dat is natuurlijk een hoopgevende uitspraak.
Tot slot. Er komt ook nog een brief. Ik vraag de staatssecretaris de volgende vraag nu of in de brief te beantwoorden. De lobbywaakhond CEO (Corporate Europe Observatory) heeft de brieven en de pogingen van Syngenta en Bayer boven tafel gekregen en gepubliceerd. Heeft de staatssecretaris dat rapport gezien? Wat is haar reactie hierop? Is zij met ons van mening dat die lobby erg fel en heftig is en dat wij daar niet voor moeten buigen?

Interrupties bij andere partijen:

De heer Bosman (VVD): (...) Namens mijn collega Lodders heb ik enkele opmerkingen over landbouw en de gemeenschappelijke marktordening (GMO) voor groente en fruit. In november heeft collega Lodders, samen met collega De Liefde, schriftelijke vragen gesteld over het besluit van de staatssecretaris om middelen terug te vorderen van de voedingstuinbouw over de jaren 2011 en 2010, en zelfs over voorgaande jaren. De voedingstuinbouw in Nederland ontvangt steun vanuit de GMO voor de kosten van de verschillende milieumaatregelen. Vanaf 2012 komt een van deze maatregelen, bestuiving door middel van hommels en bijen, niet langer in aanmerking voor steun, vanwege de eis van Europa dat alleen specifieke kosten subsidiabel zijn. Volgens de staatssecretaris is de steun voor het uitvoeren van deze maatregel in strijd met de Europese regelgeving. De VVD is van mening dat de sector op deze manier geconfronteerd wordt met een onbetrouwbare overheid, aangezien besluiten over meerdere jaren worden teruggedraaid. De VVD vindt het besluit opmerkelijk, omdat in andere landen, zoals België en Duitsland, de maatregel voor hommels en bijen wel gesubsidieerd kan worden. De VVD doet nogmaals een oproep aan de staatssecretaris om haar besluit te heroverwegen. (...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil een korte vraag stellen om de positie van de VVD helder te krijgen. Ik ben namelijk wat verbaasd. Ik hoor de VVD-fractie vragen of de staatssecretaris ervoor wil zorgen dat het inzetten van bijen en hommels wel gesubsidieerd kan worden. Dat vind ik een gekke positie. De VVD is nooit zo voor subsidies. We weten dat het heel slecht gaat met bijen en hommels door het gebruik van landbouwgif. Zegt de VVD nu dat dit niet erg is en dat het probleem van de bijensterfte moet worden opgelost door de belastingbetaler te laten meebetalen aan het inzetten van die bijen en hommels?

De heer Bosman (VVD): Er zijn een aantal afspraken gemaakt, maar er is nu een discussie over de vraag of deze afspraken over meerdere jaren moeten worden teruggedraaid. Dan ontstaat er een probleem dat door de overheid bij de ondernemers wordt neergelegd en daar maken we ons zorgen over. Als je afspraken over iets maakt, moet je daar betrouwbaar in zijn, zeker ook in relatie tot de landen om ons heen. Ik vraag aan de staatssecretaris hoe zij daarmee omgaat.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is helder. Mag ik van de VVD horen of zij hiermee het belang van bijen en hommels voor ondernemers in de agrarische sector onderkent?

De heer Bosman (VVD): Je moet zorgvuldig blijven omgaan met de afspraken die gemaakt zijn. Dat is het standpunt van de VVD.

Beantwoording door de staatssecretaris van Economische Zaken:

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Ik zal de beantwoording rond drie thema's organiseren. Het eerste thema is de visserij. Het tweede thema is het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Onder het derde thema vallen onder andere de neonicotinoïden en een aantal overige onderwerpen. (...) Hoe zit het met de middelen voor controle in het nieuwe visserijfonds? Voor de uitvoering van visserijcontrole beschikt de NVWA over capaciteit en middelen die in de EZ-begroting zijn vastgesteld. Budgetten voor controle en inspectie worden voor het overgrote deel door de lidstaten gedragen. Voor meer specifieke controle, uitgaven of projecten is er een EUcontrolefonds beschikbaar. Dit betreft tot op heden een apart fonds waarmee bijvoorbeeld uitgaven voor het e-logboek werden ondersteund. Dat controlefonds wordt vanaf volgend jaar opgenomen in het nieuwe Visserijfonds. Voorzien is dat wij in de tweede helft van dit jaar, dus dit najaar, gaan bekijken hoe Nederland daar invulling aan geeft. Dat geldt ook voor de controle-uitgaven. Specifieke suggesties voor controle-uitgaven, bijvoorbeeld naar aanleiding van de aanlandplicht, zullen bij de invulling daarvan worden meegenomen. Wij hebben dus de tijd om daar in het najaar nog eens goed naar te kijken. Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd of het niet zaak is om iets te doen aan de overcapaciteit, zoals zij het noemt. Eigenlijk is de kern van onze inzet dat wij controle proberen te hebben over de stand van de vis maar niet over de stand van het aantal visvaartuigen. De oplossing van het capaciteitsvraagstuk ligt in essentie in een goed beheer van de visbestanden. Dat moet ervoor zorgen dat binnen de beschikbare vangstmogelijkheden gevist wordt. De vangstcapaciteit moet zich dan aanpassen aan de beschikbare viscapaciteit. Dat is een kwestie van marktwerking. Als wij het anders gaan doen, moeten wij van overheidswege bedrijven als het ware uitkopen. Daar zijn in het verleden nog weleens voorbeelden van geweest. Ik zou niet zo snel andere oplossingen weten. Ik weet niet zeker of wij het geld van onze belastingbetalers daarin moeten investeren. Ik weet niet of dat de bedoeling is van mevrouw Ouwehand, maar ik zou het niet doen.
(...) Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd hoe reëel het actieplan is om de bijvangst van zeevogels tegen te gaan. Dat wordt aanstaande maandag in de Raad in Luxemburg gepresenteerd. Ik vind het heel positief dat dit wordt aangepakt. Uiteraard gaan wij bekijken hoe reëel het is. Die vraag zal ik maandag mede namens mevrouw Ouwehand stellen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb een vraag over het visserijbeleid. Natuurlijk heeft de staatssecretaris gelijk dat het het ideaalst zou zijn als je met een goed beheer van de visbestanden een situatie hebt waarin er daadwerkelijk niet meer wordt gevist dan verantwoord is. Zij heeft ook gelijk dat het aanpakken van overcapaciteit niet makkelijk is, maar de situatie die zij schetst, is een papieren werkelijkheid. Ook moet hierbij de vraag worden gesteld hoe wij dat kunnen garanderen en wat dat allemaal wel niet kost. Wij weten dat het ongelofelijk moeilijk te handhaven is. Ik vraag de staatssecretaris dus toch om dit minstens inzichtelijk te maken, omdat wij daarbij ook de afweging moeten maken hoeveel toezichthouders wij daarop moeten zetten. Of nemen wij het risico dat wij op papier een duurzaam visbeleid hebben, maar dat het in de praktijk altijd misgaat?

Staatssecretaris Dijksma: Ik ben bang dat wat mevrouw Ouwehand vraagt, in de praktijk gewoon niet kan. Ik vertelde net dat het Visserijfonds een nieuw fenomeen heeft. Het kan namelijk ook geen subsidie meer verlenen aan vissers die zich niet aan de regels houden. Wij moeten natuurlijk praten over de effectiviteit van onze controle, los van de vraag wat er wel en niet te bewijzen is. Dat zullen wij in het debat over de highgrading ook doen. Ik wil nu dus niet vooruitlopen op één kwestie, want die is onder de rechter. Er zijn heel verschillende zienswijzen op die kwestie. Onze autoriteiten werken mee, indien dat noodzakelijk is. Ik moet daar nu niet te veel over zeggen. Los daarvan, je hebt regulering via je visbestanden, maar de overheid kan niet zomaar bij wijze van spreken zelfstandig het aantal vissersboten reguleren. Dan kom je onherroepelijk met allerlei andere verworvenheden in de Unie in de knoop. Ik denk dat die route, even los van de vraag of je die überhaupt zou willen, praktisch niet begaanbaar is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat heb ik de staatssecretaris horen zeggen. Mijn vraag is of wij inzichtelijk kunnen krijgen hoe reëel een verduurzaamd gemeenschappelijk visserijbeleid is, ook in termen van de vraag hoeveel toezichthouders en handhavers wij daarvoor nodig hebben. Hoe wordt de controle zo geborgd dat wij er redelijkerwijs van uit kunnen gaan dat wat wij met elkaar hebben afgesproken, in de praktijk ook wordt nageleefd? Dat is een reële vraag, zeker als de overheidsbudgetten voor toezichthouders onder druk staan.

Staatssecretaris Dijksma: Mijn voorstel aan de Kamer is om dat debat in het najaar met elkaar te voeren. Op het moment dat wij in juni zekerheid hebben over de uitkomst van het gemeenschappelijk visserijbeleid, voeren wij de discussie over de technische maatregelen en de verordening die vervolgens volgen. Dan moeten wij vanuit Nederland ook invullen hoe wij zorgen voor een realistisch toezicht, waar mevrouw Ouwehand over sprak. Het is nu dus te vroeg om dat hele plaatje al in te vullen, omdat je dat pas zeker kunt doen op het moment dat wij weten wat de uitkomst is van het voorstel van de Europese Unie.

(...) Staatssecretaris Dijksma: Verschillende fracties hebben vragen gesteld over de neonicotinoïden. Zo werd gevraagd wat precies de stand van zaken in de Unie is en hoe het EC-voorstel eruitziet. De Kamer heeft in de aan haar gerichte brief een precieze beschrijving kunnen zien van wat de Europese Commissie heeft voorgesteld. De woordvoerders weten dat het in een eerdere stemming niet mogelijk bleek om een meerderheid voor het voorstel van de Commissie te krijgen. Het voorstel dat op 29 april op tafel ligt, is eigenlijk gelijk aan het voorstel dat de Europese Commissie eerder deed en dat ik in de brief aan de Kamer uitgebreid heb beschreven. Mevrouw Ouwehand zegt dat het Verenigd Koninkrijk -- inderdaad, zo zeg ik, een
belangrijke factor in deze discussie -- inmiddels een intern debat heeft gevoerd. Dat klopt. Een commissie van het Lagerhuis heeft een verbod op neonicotinoïden voorgesteld. Dat moet echter nog verder worden besproken in het Lagerhuis. Ook de regering moet daarover nog een standpunt innemen. Ik ben heel benieuwd naar de positie van het Verenigd Koninkrijk in het comité van beroep. Dat beroep zal dienen op 29 april. Ik heb daar nog geen idee van. Ook voor mij is onduidelijk wat voor effect dit politieke gegeven uiteindelijk zal hebben op het standpunt van de Britse regering. Er is inderdaad eerder al gestemd. Op 28 april komt er een "appeal committee" bijeen om zich opnieuw te buigen over het Commissievoorstel. Dan zullen we zien hoe de vlag erbij hangt. Hoe gaan we nu verder? Wat is mijn positie wat dat betreft? Ik heb steeds tegen de Kamer gezegd: het liefst Europees. Ik heb de Kamer echter ook gezegd: als dat niet lukt, dan moeten we zelf aan de slag. Mijn positie is dus helder. We plegen nu een uiterste inzet om het in Europees verband voor elkaar te krijgen dat het voorstel van de Europese Commissie wordt aangenomen. Dat zou echt het allerbeste zijn. Volgens mij zijn we het daarover eens. Als het niet wordt aangenomen, zullen we een nationaal besluit moeten nemen. Verschillende rapporten sterken mij om dat te doen. We bereiden ons daar ook op voor. Ondertussen proberen we om in Nederland het debat tussen de verschillende partijen te blijven organiseren. Mevrouw Dik-Faber verwees daar ook naar. Volgende week hebben we over dit onderwerp een discussie met mensen uit de milieubeweging, mensen uit het bedrijfsleven en mensen uit de landbouwsector. Het is namelijk belangrijk dat we niet alleen communiceren via de media. We moeten ook met elkaar spreken. De Nederlandse positie is helder. Bij de regeling van werkzaamheden heeft mevrouw Ouwehand gevraagd hoe het zit met de transparantie van de openbaarheid van studies. Ze heeft volgens mij zelfs ook om een brief gevraagd. Het mag geen geheim zijn dat ik een voorstander van transparantie ben. De Kamer zal binnenkort de beloofde brief hierover krijgen. Hiermee heb ik geschetst hoe het gaat. Eind april weten we meer. Dan kunnen we zien wat ons te doen staat. (...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb een vraag over het traject op het gebied van de neonicotinoïden. Ik heb een dertigledendebat aangevraagd. Dat wil ik omzetten naar een spoed-AO. Wat is het goede moment daarvoor? Ik heb begrepen dat er vlak voor het meireces, op 26 april, een stemming is. Ik hoorde de staatssecretaris net iets zeggen over 28 april. Wanneer verwacht zij duidelijkheid over de Europese beslissing?

Staatssecretaris Dijksma: Ik dacht eind april, waarschijnlijk de 28ste. We kunnen het geheel het beste overzien net na het meireces, want dan weten we ook wat de uitkomst van de stemming is. Dan hebben we dus een goed beeld om zo'n debat met elkaar te kunnenvoeren. Dat lijkt mij op zichzelf prima, omdat we dan ook weten of er een Europees voorstel komt. Als dat niet het geval is, kunnen we alvast praten over wat Nederland gaat doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Prima, dank! Dat is ook handig voor onze besluitvorming.

(...)

Tweede Termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording. Ik hoor graag of zij conform de motie-Ouwehand (21501-32, nr. 370), die een paar jaar geleden is aangenomen, zou willen pleiten voor het sluiten van de Europese wateren voor de vangst op de blauwvintonijn. Ik denk wel dat het moment daar is, als het over ICCAT gaat.
Ik kom op de neonicotinoïden. Ik dank de staatssecretaris voor haar inzet op dit gebied. Ik hoop dat er ook achter de schermen hoop is, zeker gelet op de ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk. Haal eruit wat erin zit, zeg ik tegen de staatssecretaris. Ik ben ook blij om te horen dat zij alvast bekijkt welke nationale maatregelen getroffen zouden moeten worden en dat zij dit voorbereidt. Ik zal mijn collega's voorstellen om in de eerste week na het meireces ruimte in te lassen voor een debat hierover. Dan kunnen we horen hoe het op Europees niveau is afgelopen. Ik hoop op goed nieuws. Zet hem op!

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Ik zal de opmerkingen per woordvoerder langslopen. (...) Mevrouw Ouwehand heeft het ook gehad over de blauwvintonijn. Ik zal dit uitzoeken. Ik kan dat nu niet overzien. Mevrouw Ouwehand beroept zich op een eerder aangenomen motie. Die zal ik er ook bij halen. Ik zal bekijken hoe het precies zit.