Bijdrage Ouwehand Informele RBZ/Handel


19 februari 2019

Bijdrage Ouwehand Informele RBZ/Handel

Voorzitter, dank u wel. Ik begin met TTIP, die zeer, zeer, zeer omstreden handelsdeal tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten waarvan we moeten geloven dat die in de koelkast is gezet maar die we toch in een soort lightvorm weer zien terugkomen. Afgelopen zomer hebben Juncker en Trump al een gezamenlijk statement gegeven. De afgelopen maanden heeft Eurocommissaris Malmström namens de EU onderhandeld zonder mandaat, en nu ligt er dan de officiële vraag om een dubbelmandaat te krijgen.

De minister heeft ons daarover geïnformeerd. Zij zegt dat Nederland positief staat tegenover het toch weer openen van de onderhandelingen met de Verenigde Staten, terwijl dat land heeft gezegd dat het niet meedoet aan het klimaatakkoord van Parijs. Dus de weerstand die er eerst al was tegen TTIP, is alleen maar versterkt en gegroeid, en ik heb het gevoel dat het kabinet ten minste eerst antwoord moet geven op de vraag wat dat betekent voor de beleidsruimte om zelf het Nederlandse en Europese klimaatbeleid goed in de steigers te zetten. Daar hebben we nog geen begin van. We weten nog niet welk klimaatbeleid we kunnen gaan voeren en alles wijst erop dat het al moeilijk genoeg is.

Dan is het toch niet verstandig om de markten tussen die twee grote continenten open te zetten in de wetenschap dat ze in Amerika in elk geval nog een stukje verder achterlopen op Europa? De Partij voor de Dieren wil dat niet. Die wil geen steun geven aan die mandaten. Als de regering toch doorzet, vinden we dat het impactassessment waar de minister om vraagt, ten minste de vraag zou moeten bevatten wat dit gaat doen voor de beleidsvrijheid om het broodnodige klimaatbeleid in Europa op te zetten.

Voorzitter. Datzelfde geldt natuurlijk ook -- alleen is dat wat vager -- voor onze zorgen over Brazilië en de president aldaar, en de reactie vanuit het Nederlandse kabinet. De minister-president lijkt vooral handelskansen te zien, terwijl de ellende daar niet te overzien is. Ik noem mensenrechtenschendingen, verlies aan biodiversiteit en de kap van regenwoud. Waar blijft de Nederlandse positie vóór de mensenrechten, vóór een klimaatbeleid, vóór het behoud van die regenwouden daar? Waarom doen we aan voetjevrijen met Brazilië? Waarom zegt deze minister niet: nou, even pas op de plaats, want onze menselijke waarden gaan wel even voor? Daar wil ik graag een antwoord op van de minister.

De heer Amhaouch (CDA):

Ik werd even op het verkeerde spoor gezet met het voetjevrijen en weet ik wat allemaal, maar toen zei de collega van de Partij voor de Dieren: een pas op de plaats in de handel met Brazilië. Daarvoor ging het ook over Amerika. Amerika is de grootste investeerder in Nederland, en Nederland is de derde grootste investeerder in Amerika. Er kunnen natuurlijk altijd verschillen van inzicht zijn over het al dan niet ondertekenen door Amerika van een klimaatakkoord of over andere zaken. Maar welke effecten denkt de Partij voor de Dieren hiermee te bereiken? Wat betekent een pas op de plaats voor de bevolking van Brazilië? Laten we het even zwart-wit stellen. Als alle landen inclusief Nederland zouden besluiten om geen handel te drijven met Brazilië, welk effect denkt u daarmee dan te bereiken voor de bewoners van Brazilië?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Er is een groot verschil tussen de manier waarop we nu handel drijven met Brazilië, de plannen die op stapel staan en nul handel drijven met Brazilië. De landbouwvisie, waar het CDA toch zelf aan mee heeft geschreven, betekent als je D66 moet geloven dat we in elk geval de import van soja uit Brazilië gaan verminderen. Misschien denkt het CDA daar anders over, maar dat is volgens mij wel een doelstelling. Als je naar kringlooplandbouw wil, zorg je dat je een einde maakt aan het zinloze gesleep met voedingsstoffen die we niet eens nodig hebben, en gebruik je de gronden die daardoor beschikbaar komen om mensen te voeden, en niet een veestapel die eindigt in luxe biefstukjes op het bord van rijke mensen die al meer dan genoeg te eten hebben. Daar wil de Partij voor de Dieren graag heen: dat de agenda van deze minister, die gaat over het beschermen van mensenrechten, het creëren van voedselzekerheid en het beschermen van biodiversiteit en klimaat in de wereld, leidend is boven de dollartekens of eurotekens in onze ogen.

De heer Amhaouch (CDA):

Dat elke partij ideologieën heeft, dat begrijp ik. De Partij voor de Dieren heeft een bepaalde ideologie; die kijkt iets anders tegen bepaalde dingen in de wereld aan dan wij als CDA. Dat is ook goed. Maar dan is de vraag: hoe ga je dat bereiken? Ik hoor de Partij voor de Dieren zeggen: maak een pas op de plaats. Ik trek dat even helemaal zwart-wit door en ik krijg daar geen antwoord op. Als alle landen het zouden doen zoals de Partij voor de Dieren het wil, zouden we dus vanaf morgen geen handel meer drijven met Brazilië. Denkt u dat uw ideologie en uw doelen, dan sneller gerealiseerd zullen worden? Meent u dat echt?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Als het CDA er zo aan hecht om een gedachte-experiment te doen, laten we dan met Nederland beginnen. Het CDA heeft geen valide antwoord op de vraag wat er eigenlijk waardevol is aan het naar Nederland slepen van voedsel dat we niet nodig hebben, om een veestapel te voeden die zorgt voor enorme opwarming van de aarde én die het moeilijker maakt om mensen in de wereld allemaal een gezond voedingspatroon te geven. Want dat is wat er gebeurt bij vleesproductie: voedingsstoffen die we gewoon aan mensen hadden kunnen geven, komen in een enorme verspillingsmachine terecht, omdat we zo nodig zo veel vlees moeten eten. Hoe kun je zoiets verdedigen? De Partij voor de Dieren zegt: laten we daarmee ophouden. Er ligt een landbouwvisie van dit kabinet. Als we naar D66 luisteren, gaat het kabinet die ook uitvoeren. Het CDA zegt blijkbaar iets heel anders. Maar er is geen zinnig argument voor het naar Nederland slepen vanaf de andere kant van de wereld van voedingsstoffen die wij niet eens nodig hebben, ten koste van voedselzekerheid, klimaat, biodiversiteit en mensenrechten.

De voorzitter:

Mevrouw Ouwehand, u kunt verder. O nee, ik zie dat de heer Bouali ook nog een vraag heeft.

De heer Bouali (D66):

Toch nog heel even ter verduidelijking. Als u nu moet of mag kiezen: we sluiten een handelsakkoord met een land als Brazilië of de Verenigde Staten -- we hadden het net over TTIP -- en het lukt ons toch om een aantal dingen te realiseren op het gebied van klimaat en de import en export van soja, bent u dan wel voorstander van een handelsakkoord? U kunt daarbij niet alles binnenkrijgen, maar we zetten wel een eerste of misschien zelfs tweede stapje door middel van een handelsakkoord.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Bovenaan staat dat we de wereld leefbaar moeten houden voor toekomstige generaties. Alles wat we nu doen, zullen we moeten toetsen aan die ambitie, die eigenlijk geen ambitie meer mag zijn, maar gewoon een opdracht aan ons allemaal is. Als je naar handel kijkt vanuit het perspectief dat D66 eigenlijk altijd hanteert, dan is ietsje minder slecht, ietsje minder klimaatimpact al winst. Dat is mooi in een situatie die niet urgent is. Maar het is wél urgent. Als we nu niet handelen, als we nu niet klimaat en leefbaarheid van de aarde vooropstellen, dan is er straks niks meer te handelen. Zo erg is het. Als we meer tijd hadden, prima, dan is de kleinestapjesaanpak van D66 goed, maar dat gaat niet meer. Daarom is de Partij voor de Dieren daar zo fel op.

De heer Bouali (D66):

Volgens mij was dat niet mijn vraag. Mijn vraag is: wilt u die kleine stapjes zetten of wilt u helemaal geen stapjes zetten?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Wij willen de druk opvoeren zodat de stap wordt gezet die nodig is, want die kleine stapjes die helpen niet genoeg. We zijn dat aan toekomstige generaties verplicht, maar ook aan de mensen die nu al leven in de gebieden die het het moeilijkst hebben. Dat weet de minister heel goed. Zij vangen nu al de klappen op van de klimaatverandering die wij veroorzaken. Dat is toch niet rechtvaardig? Dan kun je toch niet zeggen "als we het ietsje minder erg doen, is het ook goed genoeg" en dan in je handjes klappen? We moeten staan voor rechtvaardigheid. Dat betekent dat je de mensen die nu in kwetsbare gebieden leven, niet moet opzadelen met de zooi die wij veroorzaken vanwege een leefpatroon dat je niet anders kunt typeren als buitensporig luxe. We hebben dat niet nodig. Als we zelf zouden omkomen van de honger is het een ander verhaal, maar dat is het niet. Het is voor onze luxe, voor onze handel en voor onze hebzucht dat wij mensen elders in de problemen brengen.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Ouwehand. U bent ongeveer halverwege uw spreektijd, dus gaat u verder.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dank u wel. Ik heb nog een argument tegen het sluiten van handelsakkoorden. We hebben het bij de handelsdeal met Oekraïne kunnen zien. Ook al gaat het je niet om klimaatdoelen of dierenwelzijn, het is niet heel eerlijk om je markt open te stellen voor producten die onder Europese normen mogen worden geproduceerd. De Partij voor de Dieren heeft daar bij de Oekraïnedeal vanaf minuut één voor gewaarschuwd. Maar alle partijen in dit huis die zeggen "we moeten opkomen voor onze boeren en ervoor zorgen dat zij hun hoofd boven water kunnen houden in deze tijden", hebben er gewoon mee ingestemd. Dus wordt Europa overspoeld door goedkoop geproduceerd kippenvlees uit Oekraïne. Wat blijkt nu? Niet alleen zijn de afgesproken quota daarvoor natuurlijk schandalig, er is ook afgesproken dat er één categorie van invoer volledig geliberaliseerd is, want er zou geen handel plaatsvinden. Wat denkt zo'n grote kippenvleesverwerker als MHP in Oekraïne dan? Weet je wat, ik laat het borstbeen aan het vleugeltje zitten en ik stuur die zooi naar Nederland en daar staat een bedrijfje dat het uit elkaar trekt. De import van kippenvlees, waarvoor wij al gewaarschuwd hadden, is nog veel, veel, veel groter dan van tevoren was voorzien.

Mijn vragen aan de minister zijn de volgende. Hoe kan het dat zo'n hiaat over het hoofd is gezien? De boeven lijken te worden beloond. De Europese Unie heeft bij de onderhandelingen zitten slapen. Dan zijn ze óf onbekwaam óf ze hebben zich door een lobby laten inpakken en dan zijn ze immoreel. De beloning is dus dat de quota voor Oekraïense plofkip nu worden verhoogd, terwijl de Kamer daar toch over heeft gezeurd. De Partij voor de Dieren heeft netjes tegen dat Oekraïneverdrag gestemd om ervoor te zorgen dat die import onmogelijk werd. Andere partijen werden later pas wakker. Nu heeft de EU dus een voorstel gedaan om een nieuwe afspraak te maken over dat hiaat van die geliberaliseerde quota, waarmee per saldo dat wat andere partijen eerder hebben goedgekeurd, dus minstens wordt verdubbeld. Dat lijkt op ernstig falen. Welk vertrouwen kunnen we stellen in deze nieuwe onderhandelingen als de EU dat eerder niet heeft voorzien? En de belangrijkste vraag is: kan de minister garanderen dat dit soort hiaten niet in andere handelsovereenkomsten zitten? Zolang zij dat niet kan garanderen, denk ik dat we over al die handelsdeals moeten zeggen: of je weet het zeker of we doen het even niet.

Interrupties Ouwehand

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Mooi, zorgen over de gevolgen van het sluiten van een handelsdeal met het land dat niet meedoet aan het klimaatakkoord van Parijs. De Partij voor de Dieren heeft eerder moties voorgesteld en gezegd: laten we afspreken dat we zulke handelsverdragen niet sluiten met landen die zich hebben teruggetrokken uit Parijs en daar was D66 altijd tegen. Maar nu staat in het verkiezingsprogramma van D66 voor de Europese verkiezingen dat het niet alleen maar om zorgen gaat, maar dat handelsakkoorden echt alleen maar worden gedaan met landen die het Parijsakkoord hebben ondertekend. Is de Tweede Kamerfractie van D66 dan ook bereid om dát heldere standpunt in te nemen en het niet alleen maar te laten bij zorgen, maar ook gewoon die afspraak in de richting van het kabinet mee te geven?

De heer Bouali (D66):

Zoals mijn collega weet, zijn wij ervoor om in handelsakkoorden veel aandacht te besteden aan de zorgen die wij hebben op het gebied van milieu en klimaat. Het enige verschil tussen uw partij en de mijne is dat wij dat op een haalbare manier willen doen. Wij willen inderdaad aandacht vragen voor de Parijsakkoorden en ervoor zorgen dat we die standaarden verhogen tussen de EU enerzijds en allerlei andere landen waar we handelsakkoorden mee afsluiten anderzijds. Maar het moet wel haalbaar zijn. U wilt naar de 100%. Wij proberen een zo hoog mogelijk rendement te halen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Nou wordt het wel een beetje verwarrend. Want het klopt dat wij klimaat voor handel stellen, maar volgens het meest recente verkiezingsprogramma van D66 voor de Europese verkiezingen wil D66 dat ook. Laat daar dan geen verwarring over bestaan, want mensen moeten straks wel precies weten waar een partij voor staat als ze naar de stembus mogen. Toch?

De voorzitter:

Mevrouw Bouali, meneer Bouali.

De heer Bouali (D66):

Meneer Bouali nog steeds. Wij staan voor de klimaatafspraken van Parijs. We hebben deze discussie wel vaker gevoerd: we verschillen van mening over de haalbaarheid. Wij hebben wel een stip op de horizon, en als het mogelijk is maken we daar 100% van. Maar het is niet altijd mogelijk, wij moeten onderhandelen met derde partijen, die misschien niet naar 100% willen. Als wij dan naar 70% of 80% gaan, is mij dat een lief ding waard.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik heb nu al twaalf jaar het voorrecht om landbouwwoordvoerder in deze Kamer te zijn. En daar zie je dat die interne, Europese markt voortdurend de beleidsruimte beperkt. Daar kun je een andere keuze in maken, maar daar blijkt in de dagelijkse praktijk wat we in Nederland kunnen doen. Dus we zouden in Nederland misschien wel beter dierenwelzijn willen, maar, zo zegt de minister gesteund door de meerderheid in deze Kamer: het is niet handig als niet heel Europa meedoet. Dan ligt Polen dwars, of Roemenië of wie dan ook, en dan gebeurt er niks. Dáár heb ik het over. Als je eenmaal die afspraken hebt gemaakt -- dit is onze deal, dit is onze geconstrueerde interne markt -- hoeveel ruimte is er dan nog effectief om zelf meer maatregelen te nemen? Als we onze staalindustrie zware klimaatmaatregelen opleggen en we een deal met Amerika hebben, dat die maatregelen niet oplegt, dan voel ik de politieke weerstand al. Dan wordt er gezegd: dat kan niet, want wij hebben nou eenmaal open grenzen. Daar heb ik het over. Dan heeft de minister in elk geval de intentie om dat effect mee te nemen in de impactstudie die ze voorstelt.

Minister Kaag:

Volgens mij lopen hier een aantal thema's door elkaar. Dat begrijp ik ook. Aan de ene kant wordt er een voorschot genomen op de besprekingen en onderhandelingen die nog plaats zullen vinden. We hebben de Klimaatwet en er komt een pakket klimaatmaatregelen aan. Er komt nog een heel debat met de Kamer op basis van de doorrekeningen van de voorstellen en ideeën door het PBL en het Centraal Planbureau in deze fase. Die worden in andere commissies besproken. Ik ga dáár niet op vooruitlopen. De grotere vraag die u stelt gaat over het gelijke speelveld: is het dan altijd een race to the bottom of trekken we anderen mee op? Onze inzet is altijd om anderen mee te krijgen. Wij zijn heel ambitieus qua klimaatvoorstellen. In dit geval, waarin het gaat om het bredere gelijke speelveld, hangt het van heel veel variabelen af. Maar specifiek gelet op de twee mandaten die er liggen, de conformiteitsbeoordelingen, is dat pas de start van een proces. Wij kijken altijd naar sustainability, we kijken naar dierenwelzijn, we kijken naar het bredere duurzaamheidsvraagstuk. Maar dat wil niet zeggen dat dit een onderhandeling van Nederland én de EU is. Dit is eerst een onderhandeling van Nederland binnen de EU en daarna van de EU met Amerika.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De minister stelt voor om een impactstudie te doen. Dat is gegeven deze omstandigheden beter dan niks. De klimaatopgave is supergroot. Is de minister bereid om daarin mee te nemen de vraag welke reële ruimte er is, dat hele concurrentieveld in ogenschouw nemende, om in Nederland en in de EU de maatregelen te nemen die nodig zijn, zonder dat we last hebben van makkelijkere concurrentie van Amerikaanse producten, wat hier toch voorligt? Dat is de vraag.

Minister Kaag:

Op dit moment zijn we nog niet eens van start gegaan. "Makkelijker concurrentie" weet ik dus niet. Het meten van de sustainabilityimpact is altijd een Nederlands voorstel. Vaak horen daar ook een aantal klimaatrelevante vragen bij. In dit geval is niet aanvaard dat dat een onderdeel daarvan is. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen. We zitten internationaal, in de onderhandelingen op handelsgebied, in zo'n moeilijke situatie en de spanningen zijn zo hoog, dat de Commissie -- dat begrijp ik, dat steunen wij -- relatieve haast wil maken om überhaupt weer het gesprek te kunnen starten. Het proces zelf bevat een groot aantal vraagstukken die wij natuurlijk altijd zullen meenemen. Maar dit is nog steeds een probleem waarbij het nodig is dat andere landen binnen de EU er ook mee akkoord gaan.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

In die deal met Oekraïne waren er verschillende categorieën afgesproken. De Nederlandse regering heeft met heel veel partijen in deze Kamer ingestemd met de import van 40.000 ton kippenvlees uit Oekraïne naar Europa. Er was ook een categorie waarvan toen werd geconcludeerd: nou, daar wordt helemaal niet in gehandeld, dus dat kunnen we wel volledig liberaliseren. De laatste cijfers zijn dat in die categorie de import van 0 naar 60.000 ton per jaar is gegaan, omdat die slimmeriken van MHP natuurlijk dachten: "Als ik het borstbeen aan het vleugeltje laat zitten, dan valt dat in die geliberaliseerde categorie. Dat sturen we allemaal naar Veenendaal. Daar haalt iemand het uit elkaar, en hatsieflats." Het voorstel van de Europese Commissie is nu om dit te legaliseren! Dat kan toch niet? Wat brengt de Nederlandse regering daartegenin? Het was 40.000 ton. Dat was al schandalig veel. Nu zitten we op 100.000 ton en de Europese Commissie zegt: "Ja, maar dan moeten we de onderhandelingen openbreken. Dan zeggen we daar maar oké tegen en dan is de afspraak dat het niet meer wordt dan die 100.000 ton." Dat is hoe ik de afspraken lees. Ik vind dat echt om steil van achterover te slaan.

Minister Kaag:

Ik kan me dat voorstellen. Het is een loop hole. Ik zei net dat bedrijven daar handig gebruik van hebben gemaakt. De Commissie wil dat terugdraaien, dus het is verder absoluut geen intentie van de Commissie om dit goed te keuren. Dit is dus ook niet het beleid. Er wordt nu een mogelijk misbruik of een lacune in de bepalingen teruggedraaid en aangepakt. Meneer de voorzitter, ik weet ook dat hier de laatste drie maanden veelvuldig vragen over zijn gesteld, die ook uitvoerig schriftelijk zijn beantwoord. Meer heb ik er op dit moment niet aan toe te voegen, behalve dan wat ik nu heb gesteld.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Maar is er dan nog ruimte? Want het gaat nu op jaarbasis om zo'n 60.000 ton die niet voorzien was. Ja, dan moet je niet een categorie volledig liberaliseren. Dan gaan jongens zoals die van MHP daar gewoon gebruik van maken. Het lijkt er toch op dat de Europese Commissie nu zegt: "O ja, we hadden 40.000 ton afgesproken. Oei, we hebben die categorie niet in de gaten gehad. Laten we 40.000 ton daarvan nog extra opnemen in de afspraak." Dat is een verdubbeling van wat we in eerste instantie hadden afgesproken met Oekraïne. Kan dat niet een beetje naar beneden? Als je die afspraken toch gaat openbreken, waarom blijf je dan steken op een verdubbeling van de oorspronkelijke afspraak? Kunnen we niet het volgende tegen Oekraïne zeggen? "Toen we de deal sloten, was die categorie handel nul. Jullie zitten nu op 60.000. 40.000 is echt nog wel een beetje veel. Kan dat niet naar beneden?"

Minister Kaag:

Ik heb niets meer toe te voegen aan mijn vorige antwoord.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Wat ons betreft moet ze daar pleiten voor een Europese standstill in het sluiten van handelsverdragen, want zolang we in Nederland en Europa nog niet het begin van een effectief klimaatbeleid in de steigers hebben gezet, is het gewoon niet verstandig om handelsdeals te sluiten. Dé illustratie is de associatieovereenkomst met Oekraïne. Als er vanuit Oekraïne per jaar 100.000 ton plofkippen op de Europese markt mogen komen, hoeveel ruimte is er dan nog om de Nederlandse landbouw te verduurzamen? Want die boeren zeggen natuurlijk: "Ho eens even. Waarom moeten wij nog investeren in meer dierenwelzijn als wij moeten concurreren tegen die plofkippen uit Oekraïne, die ook goedkoper zijn en die zijn geproduceerd ónder de maatregelen waar wij ons aan moeten houden? Wij gaan echt geen stap extra zetten." Iedereen kan wel zeggen dat mensen die opkomen voor dieren en het activisme de grote bedreigers zijn voor Nederlandse boeren, maar als je op het CDA stemt, heb je zo'n deal met Oekraïne: 100.000 ton plofkippen uit Oekraïne, gewoon op de Nederlandse markt. Ik zal dus moties indienen voor een pas op de plaats om te zorgen dat je je eigen ambities waar kan maken voordat je je overlevert aan handelsdeals die heel erg lelijk kunnen uitpakken.