Bijdrage Ouwehand Debat over scha­liegas


5 juni 2014

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het is Wereldmilieudag vandaag. De minister doet privé -- dat weet ik toevallig -- al het beste wat je voor het milieu kunt doen: hij eet geen vlees. Dat is prachtig. Een vegetariër in een Hummer is milieuvriendelijker dan een vleeseter in een Toyota Prius. Maar die milieuwinst gaat natuurlijk wel verloren als je de deur openzet voor schaliegas. Laten wij dus even kijken wat wij kunnen doen voor het milieu vandaag.

Jammer genoeg is al tijden duidelijk welke kant dit kabinet op wil met het schaliegas in onze bodem. De minister gaat voor economische winst op de korte termijn en lijkt niet te malen om de negatieve gevolgen die schaliegaswinning voor ons land met zich zal brengen. Die kunnen groot zijn: risico's voor de veiligheid van ons drinkwater, aantasting van natuurgebieden en ons landschap, aardbevingen, een gatenkaas in de bodem vol met chemicaliën, benzeen en zware metalen. Dat is allemaal niet misselijk. Daar komt bij dat schaliegasboringen de energietransitie naar duurzame energie ernstig zullen belemmeren en dus vooruitgang zullen tegenhouden. Het leegpompen van Nederland ten behoeve van de schatkist van het Rijk en de aandeelhouders van Cuadrilla & Co. lijkt deze minister meer waard dan wat ook. Omdat de achterban van de Partij van de Arbeid zich echter wel zorgen maakt om die negatieve gevolgen, doet de minister braaf studie na studie om de PvdA een excuus te bieden om toch akkoord te gaan. Dat zijn schaliegasmassages. Als opmaat voor het echte fracken, worden we murw gebeukt met rapport na rapport.

Ook deze week verscheen weer een notitie: de Conceptnotitie reikwijdte en detailniveau Plan-MER. Dat dit klinkt als Haags jargon, is precies mijn punt in deze discussie. Ik kan mij voorstellen dat je naar alle mogelijke manieren van energiewinning kijkt, maar als de signalen zo duidelijk op rood staan, vraag ik mij echt af of het niet zonde is van de tijd, het geld en de energie die wij er met ons allen in steken, om uit te zoeken of wij met die schaliegaswinning moeten beginnen. Wij zouden ook vandaag kunnen concluderen: wij doen het niet. Dat stelt de Partij voor de Dieren vandaag voor.

Helaas lijkt het erop dat het kabinet een fossiele tunnelvisie heeft. Fracken rondom de beschermde natuurmonumenten en de ecologische hoofdstructuur moet gewoon kunnen, volgens het kabinet. Zones met breuklijnen worden niet uitgesloten. Zelfs boren in verstedelijkt gebied wordt een mogelijkheid. Wensen van provincies en gemeenten om boringen te verbieden, worden genegeerd. De economische baten worden overschat en milieurisico's worden onderschat. De nut-en-noodzaakdiscussie over de vraag of wij überhaupt wel moeten gaan fracken, wordt ergens diep weggemoffeld.

Is de minister ook nog van plan om de Structuurvisie Schaliegas, de proefboringen en/of de uiteindelijke winning onder het regime van de Crisis- en herstelwet te scharen? Daarmee worden milieuwaarborgen en inspraakprocedures buitenspel gezet om controversiële projecten erdoorheen te drukken. Ik vraag mij af wat de plannen van de minister zijn op dit punt. Wij zagen het eerder gebeuren bij de gasopslag in de Bergermeer, waar de gemeente simpelweg buitenspel werd gezet onder het mom van het landsbelang: de gasrotonde die Russische gasimporten noodzakelijk maakt. Mochten wij niet besluiten om op te houden met die zinloze zoektocht naar de mogelijkheden van schaliegas, dan wil ik in elk geval de toezegging van de minister dat hij eventuele boringen niet onder de Crisis- en herstelwet zal scharen, om in elk geval nog de schijn van een normale inspraakprocedure overeind te houden.

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Voorzitter. Ik hoop dat mijn stem het houdt, maar ik ga het proberen. D66 is kritisch over de impact van schaliegas op milieu en maatschappij. Wij zijn van mening dat schaliegas geen antwoord is op het grote vraagstuk van de energietransitie die deze eeuw moet plaatsvinden. Ook vinden wij dat een besluit door de politiek moet worden genomen en niet aan de bestuurstafel van een gasbedrijf. Vandaag is niet het moment waarop wij een definitief besluit nemen over wel of geen schaliegasboringen in Nederland. Dit is echter een heel belangrijk debat om de kaders helder te schetsten. Welke informatie willen wij hebben om die discussie dit najaar zorgvuldig te kunnen voeren? Op dit punt maak ik een aantal opmerkingen bij de voorstellen van de minister. Kan de minister hier nogmaals benadrukken dat hij geen besluit over proefboringen aan de Kamer zal voorleggen voordat de discussie over de Structuurvisie Ondergrond, inclusief de Structuurvisie Schaliegas, is afgerond zodat wij echt kunnen spreken van een integrale afweging tussen verschillende soorten van gebruik? Hoe staat het in dit kader met de herziening van de Mijnbouwwet? (…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Allereerst wens ik mevrouw Van Veldhoven beterschap. De vragen die zij stelt over schaliegas, zijn allemaal zeer terecht. Ik wil een fundamentele vraag opwerpen. Ik kan mij voorstellen dat wij in het kader van het vinden van een goede energiemix alle mogelijkheden bekijken. Dat uitzoekwerk is echter niet gratis. Als wij zien dat de risico's van schaliegaswinning zo enorm zijn en ook een enorm obstakel kunnen vormen voor de overgang naar echt duurzame energie, dan zouden wij op een gegeven moment, na al het onderzoek, alle inspanningen van de ambtenmaren die zich ermee hebben beziggehouden en alle tijd die de Kamer erin gestoken heeft, ook kunnen zeggen: wij doen het niet; wij zien het niet zitten. Dat voorkomt tijdverspilling en geldverspilling. Hoe ziet D66 dat?

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Ik snap de vraag van mevrouw Ouwehand. De energietransitie waar wij voor staan, is een enorme uitdaging. Ik denk niet dat schaliegas de oplossing is voor de energietransitie. Wel zeggen wij, gelet op de verlaging van de CO2-uitstoot in onze maatschappij, die heel hard nodig is als onderdeel van de energietransitie, dat een transitie van kolen naar gas nodig is. Tegen die achtergrond vind ik het de moeite waard om alles te onderzoeken. Mevrouw Ouwehand is er al van overtuigd dat de risico's heel groot zijn. Ik ga met het in het najaar geplande werkbezoek mee omdat ik van de mensen die ermee te maken hebben wil horen welke overlast zij zullen ondervinden. Ik wil dat graag horen en eerst alle feiten op tafel hebben. Ik wil de mensen echter ook geen angst aanpraten. Wij moeten in het najaar een zorgvuldige discussie voeren. Ik wacht daarop alvorens conclusies te trekken. In elk geval hebben wij geen haast. Dat kan ik alvast zeggen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Deze vraag is ook aan de minister en de regeringspartijen gericht, maar D66 behoort tot de constructieve oppositie. Dingen uitzoeken is natuurlijk altijd goed, maar op een gegeven moment speelt dan ook een rol het kabinetsbeleid omtrent een kleinere overheid en bezuinigingen. Dan denk ik: die schaliegasdiscussie kost ons wel heel veel. Ik dank mevrouw Van Veldhoven voor haar antwoord. Ik hoop dat we niet te veel tijd en geld hebben verspild voordat we concluderen dat we het gewoon niet gaan doen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): D66 gaat altijd voor een zorgvuldige discussie gebaseerd op de feiten. Daar hoort onderzoek bij en wij vinden het dan ook de moeite waard om daar geld aan uit te geven, hier en op veel andere plekken.

(…)

De heer Leegte (VVD): De VVD is optimistisch en nieuwsgierig. Wij willen op basis van feiten een beslissing nemen. Wie op voorhand tegen de resultaten van een grondig onderzoek is, had dat onderzoek niet moeten aanvragen. In die zin snap ik de haast van het debat, want feiten zijn lastig als ze je even niet uitkomen. Mijn hartenkreet is dan ook dat wij onze rol als parlementariërs serieus moeten nemen en op basis van feiten een rationele afweging moeten maken. Het negeren van feiten en van dat wat is, is net zo zinvol als een kat leren blaffen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Was die opmerking speciaal voor mij? Ik wil de heer Leegte even vragen naar zijn verantwoordelijkheid voor de inzet van ambtenaren en het geld dat wij uitgeven aan onderzoek. Ik zei zojuist al dat ik mij kan voorstellen dat je dat onderzoek wilt doen, maar ergens wil de VVD ook de overheid verkleinen. Je kunt toch ergens in het proces wel zeggen: zinloos, wij houden ermee op, als alles er voortdurend op wijst dat het zoeken naar 100% veiligheid voor schaliegas ongeveer hetzelfde is als kiezers €1.000 beloven in verkiezingstijd. Dat gaat gewoon niet werken en dan moet je weer op je website zetten dat je dat misschien anders had bedoeld.

De heer Leegte (VVD): De kern van mijn betoog is juist dat wij dingen willen weten, dat wij nieuwsgierig en optimistisch moeten zijn -- dat vraagt onderzoek -- en dat je het resultaat van dat onderzoek afwacht. Dat brengt ons uiteindelijk verder.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat snap ik wel, maar de VVD is ook de partij die voortdurend tegen kiezers zegt dat de overheid te veel geld uitgeeft, dat we te veel ambtenaren hebben, dat de Kamer heus wel kleiner kan. Het is de VVD die ervoor pleit dat we ons niet zo veel werk op de hals halen, toch? Dus dat snap ik niet.

De heer Leegte (VVD): Het een sluit het ander niet uit. Je kunt best een kleinere overheid hebben en toch goede onderzoeken doen. Bovendien doet de overheid het onderzoek niet, dan doen onafhankelijke wetenschappers. Precies dat is ook de waarde van dergelijk onderzoek: het wordt niet gedaan door iemand die partij is of er belang bij heeft, maar we besteden het uit aan onafhankelijke mensen, zodat we echt weten wat we eraan hebben. Dan komen er feiten en kunnen wij een afweging maken. Dan kan het wel of niet, dan kan het zus of zo. Dat staat allemaal open. Ik sta daar volstrekt neutraal in. Het leuke van onderzoek is dat je het niet weet.

Tweede Termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Een compliment aan de minister voor zijn grondige beantwoording van alle vragen die leven op dit dossier.

Dat neemt niet weg dat de Partij voor de Dieren van mening is en blijft dat we beter nu kunnen zeggen: we gaan het niet doen. Het is ook zonde van de tijd van de minister dat hij zoveel rapporten moet laten maken en tot zich moet nemen. Ik kan me zomaar voorstellen dat hij die tijd liever gebruikt om vegetarisch te koken voor zijn vrienden.

Ik heb twee moties. In de ene vraag ik om nu te besluiten dat we niet overgaan tot de winning van schaliegas. Voorzitter, ik vraag u of die motie als eerste in stemming kan worden gebracht. Mocht de Kamer besluiten die motie niet aan te nemen, wat ik erg jammer zou vinden, dan kan ik de moties van de andere partijen met scherpe vragen over het vervolg van het proces nog ondersteunen.

Motie Ouwehand: geen schaliegaswinning in Nederland

Mevrouw Van Miltenburg (VVD): Ik zal zorgen dat deze motie als eerste in stemming wordt gebracht.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dank u, voorzitter. Dan heb ik zelf ook nog een motie, mocht de eerste onverhoopt niet worden aangenomen.

Motie Ouwehand: eventuele schaliegasboringen niet onder crisis- en herstelwet

Minister Kamp: Mevrouw Ouwehand heeft via haar motie op stuk nr. 8 aangegeven dat de regering niet moet besluiten om over te gaan tot de winning van schaliegas. Dat ben ik ook helemaal niet van plan. Ik ben alleen maar van plan om een zorgvuldige procedure te voeren om te zijner tijd tot een verantwoord besluit te komen. Ik weet niet goed wat er met deze motie wordt bedoeld, dus ik kan haar beter ontraden.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand gaat de motie toelichten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Via de motie vraag ik de minister iets anders, wat hij zeker gaat ontraden, ben ik bang. Ik vraag hem om nu te besluiten om het niet te doen, dus om niet over te gaan tot winning in plaats van nu niet te besluiten om wel over te gaan tot winning.

Minister Kamp: O ja. Mag ik bij mijn standpunt blijven dat ik de motie ontraad?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik had al zo'n vermoeden.

Minister Kamp: Dan heb ik mevrouw Ouwehand op een punt in ieder geval niet teleurgesteld. Via de motie op stuk nr. 9 wordt de regering verzocht om te garanderen dat proefboringen en boringen naar schaliegas in Nederland niet onder het regime van de Crisis- en herstelwet worden geplaatst. Die motie ontraad ik, omdat de wetgever een aantal mogelijkheden heeft vastgelegd. Ik denk dat we moeten proberen, geen gebruik te maken van dit soort mogelijkheden. In deze situatie ben ik dat ook niet van plan. Om het bij voorbaat uit te sluiten, getuigt mijns inziens niet van respect voor de wetgever. Ik vind het ook niet nuttig om dat te doen. Deze motie ontraad ik dus.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik meld even dat mevrouw Van Veldhoven deze motie meeondertekent. We brengen haar in stemming.