Bijdrage Ouwehand Begroting EZ 2017 onderdeel Economie, Innovatie en Energie


25 oktober 2016

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Dank u wel voor het hartelijke welkom. Ik ben blij dat ik weer terug ben.

One does not discover new lands without consenting to lose sight, for a very long time, of the shore. Je gaat geen nieuw land vinden, tenzij je accepteert dat je voor een behoorlijk lange tijd je zicht op de kust uit het oog verliest. Dit is een uitspraak van de Franse schrijver en Nobelprijswinnaar André Gide. Die wordt — zo wil de overlevering — ook weleens niet helemaal correct aangehaald en vervormd tot: One does not discover new oceans unless you have the courage to lose sight of the shore. Je gaat geen nieuwe oceanen vinden als je niet de moed op kunt brengen om de kust uit het oog te verliezen. Hoe dan ook, het zijn wijze woorden. Hoe je ze ook precies citeert, beide varianten stippen aan dat er wel wat voor nodig is als je nieuwe wegen wilt zoeken. Zonder de moed of de bereidheid om oude zekerheden los te laten, kom je er niet. Dat is om de drommel niet makkelijk. Dat wist een van de grondleggers van de economie al: John Keynes. De moeilijkheid, zei hij, ligt niet zozeer in het ontwikkelen van nieuwe ideeën, maar in het ontsnappen aan de oude. Laat dat nu net zijn wat nodig is.

Ik doe een greep in de gevolgen van oude ideeën over economie. Oude ideeën over economie maakten ons afhankelijk van fossiele energie. Die is vervuilend, houdt terrorisme op de been, dompelt onze eigen Groningers onder in de ellende en raakt bovendien op. De vrije wereldhandel — het paradepaardje van het oude denken over economie — duwt kwetsbare mensen in schuldslavernij, vergroot de honger in de wereld en pleegt een aanslag op de natuurlijk hulpbronnen, die dusdanig groot is dat onze kinderen en kleinkinderen straks met lege handen zullen staan. En ik heb niet eens kinderen. De hoeveelheid broeikasgassen die we in onze economie uitstoten, warmt de aarde in zo'n hoog tempo op dat mens en dier zich niet zullen kunnen aanpassen aan de grote veranderingen die dat met zich mee zal brengen. Weersextremen als droogte enerzijds en hevige regenval anderzijds laten zich nu al voelen in bijvoorbeeld de landbouw. En dan hebben we het nog niet eens gehad over het natuurkundige weetje dat je geen Nederlander hoeft uit te leggen: als het water stijgt, loopt het land onder.

Het zijn maar drie willekeurige moderne problemen van een verouderde economie. Wie van een uitdaging houdt, is in een goede tijd geboren. Je zou kunnen denken: kies er een, haal de knapste koppen bij elkaar, zet je schouders eronder, los de problemen op en doe hetzelfde bij die andere vraagstukken, klaar. Bij ons op de fractie zeggen wij dan altijd: ja, was het maar zo'n feestje. Want stel nou dat het kabinet dat echt doet bij bijvoorbeeld het energievraagstuk. Laten we daar voor het punt dat ik wil maken even van uitgaan. De minister voelt hem al aankomen: wij hebben wel wat te miepen over het energiebeleid. Maar dat komt straks. Stel, al is het maar voor nu: het lukt. Het kabinet zet zich onomwonden in voor de energietransitie en bokst het nog voor elkaar ook. Er is 100% schone energie, eindelijk een einde aan het fossiele tijdperk, hoera. Heus, ook wij zullen daar echt wel om juichen. Dat zullen we best hard doen ook. We hangen de vlag uit, hijsen de minister op onze schouders en lopen desnoods een polonaise. Maar de vraag is of we er dan zijn. Nee, is het antwoord jammer genoeg.

Deze zomer constateerde Jason Hickel in The Guardian dat er gelukkig eindelijk consensus is ontstaan over en actie volgt op het gegeven dat fossiele energie ons ongelooflijke problemen oplevert. Hij schreef ook dat het groeiende bewustzijn daarover een cruciale verandering markeert waarvan we het belang niet kunnen overschatten. Hij schreef echter ook dat hij zich niet aan de indruk kon onttrekken dat we het punt missen. Hoe belangrijk schone energie ook is — de wetenschap is helder — het gaat ons niet redden van klimaatverandering. Het punt dat we missen, is dat de enorme uitdagingen die ik noemde één gezamenlijke onderliggende oorzaak kennen. Die is dat onze economie drijft op een illusie: het gevaarlijke geloof in het bestaan van oneindige groei. Ons economische systeem drijft op een fundamentele denkfout die we zullen moeten herstellen. Het is niet heel moeilijk om de falende logica te herstellen: oneindige economische groei op een planeet die niet meegroeit is simpelweg onmogelijk, ook als we spreken over groene groei.

Minister Kamp heeft laten weten na de verkiezingen niet terug te keren als minister. Dat biedt kansen. Dat bedoel ik niet lelijk, echt niet. We zien namelijk zeer regelmatig dat bewindspersonen na hun ministerschap verrassend verstandige uitspraken doen. Oud-CDA-minister Veerman liet na zijn periode als minister van landbouw weten dat de intensieve veehouder in Nederland een doodlopende weg behandelt. Dit systeem, zei hij, is vastgelopen; we importeren het voer, we exporteren de dieren en wij blijven zitten met de stront. Oké, hij zei "mest", maar dat is hetzelfde. De staatssecretaris van Economische Zaken zal dat echt wel beamen. Oud-minister van Economische Zaken, Van der Hoeven, een van de voorgangers van deze minister, bleek na haar ministerschap wel te snappen dat het energiebeleid dat zij zelf had gevoerd onhoudbaar was omdat de omschakeling naar schone energie zo lang duurde dat de temperatuur op aarde met zes graden zou gaan stijgen.

Ik sluit dus niet uit dat deze minister een soortgelijke wijsheid aan de dag weet te leggen als hij eenmaal minister-af is. Hij is tenslotte slim genoeg. Maar waarom zou hij wachten? Wijsheid komt weliswaar met de jaren, maar in dit geval lijkt de uitdrukking wel te luiden: wijsheid verschijnt als het ministerschap verdwijnt. Wij zouden dat jammer vinden. We dagen de minister uit om nu al te erkennen dat een economie die drijft op een illusie op geen enkele manier houdbaar is of, nog veel eenvoudiger, dat oneindige groei op een eindige planeet simpelweg onmogelijk is. Erkenning van een fout of probleem gaat vooraf aan een oplossing en is een eerste belangrijke stap op weg naar verandering. Daar hebben we al onze politieke leiders en bestuurders voor nodig. Het is gewoon handiger als ze helpen de koers te verleggen nu ze nog macht hebben en niet pas als ze minister-af zijn.

Verandering is op twee manieren moeilijk of eigenlijk voor twee typen mensen. Het is moeilijk voor de mensen die het heel graag willen. Die merken dat ze willen veranderen, maar dat je daar lef, creativiteit en doorzettingsvermogen nodig voor hebt. En het is moeilijk voor mensen en partijen die eigenlijk stiekem niet willen veranderen, omdat dat hun eigen belangen raakt. Dat zijn partijen die er lekker warmpjes bij zitten in de oude economie en zich bedreigd voelen door nieuwkomers. Een bekende tactiek van zulke partijen is "meestribbelen". Organisatiekundigen zeggen daarover: dat is het vermogen om zonder dat het opvalt niet te doen wat er van je verwacht wordt in een veranderingstraject. Het is een soort van ja zeggen en nee doen, maar dan heel slim. Het is een soort van: ik ben voor verandering, maar niet heus. Het idee daarachter is natuurlijk om de verandering waar je zelf niet op zit te wachten, zo lang mogelijk tegen te houden zonder dat dat echt opvalt.

In het energiedossier zijn de meest succesvolle meestribbelaars wellicht de kolenjongens die met miljoenensubsidie hun vieze kolencentrales vergroenen door biomassa bij te stoken en die zich — in elk geval tot nu toe — heel succesvol beroepen op het argument dat het heel contraproductief zou zijn om hun kolencentrales te sluiten, omdat er over de grens nog viezere staan. Dat meestribbelargument kunnen wij ontkrachten door een verbod op kolenstroom op het Nederlandse elektriciteitsnet. De Partij voor de Dieren zou graag zien dat de minister daaraan gaat werken.

Een beproefde strategie van meestribbelaars is om in allerlei voorbereidingsgroepen te gaan zitten om de verandering mede vorm te geven. Ze doen daar zo positief mogelijk over de aangekondigde verandering, zeggen overal ja op en doen vervolgens niets. De energie-intensieve industrieën hebben dat als geen ander begrepen. Die zijn zeer enthousiast in het energieakkoord gestapt, maar verzetten zich vervolgens tegen verplichtingen en committeren zich aan een paar magere petajoule aan energiebesparing die eigenlijk allang gerealiseerd hadden moeten zijn als de Wet milieubeheer ooit was gehandhaafd. Vervolgens komen ze die afspraak niet na. Natuurlijk niet, want ze hebben er geen belang bij, het kost geld en er is geen enkele verplichting. En zo zijn ze de veranderdans mooi nog een paar jaar ontsprongen. Dat er alsnog wettelijke besparingsverplichtingen aan zullen komen, wisten zij natuurlijk vanaf het begin. Maar de verandering is een tijdje uitgesteld en de aandeelhouders zijn tevreden. Bovendien is het door hun commitment lastiger om harde verplichtingen op te stellen. Zij hebben dus ook de toekomstige veranderingen behoorlijk beïnvloed met hun ja zeggen en nee doen.

Meestribbelen is een hardnekkig trekje van veel spelers in het energiebeleid, inclusief de overheid zelf. Helaas wordt een groot deel van het belastinggeld dat bedoeld is om ons land van fossiel naar duurzaam te helpen, gebruikt om de bio-industrie in ons land in de benen te houden en het enorme mestoverschot dat eigenlijk moet leiden tot een forse krimp van de veestapel, weg te werken. Wie een meestribbelaar wil ontmoeten, neme een kijkje in de intensieve landbouw.

Voorzitter, ik zal wat meer tijd gebruiken dan ik heb aangegeven. Dat vecht ik wel uit in mijn fractie. Dat gevecht win ik wel.

Gas dat gemaakt is uit mest, noemen wij nu groen. Op die manier wordt er nog eens 150 miljoen extra uitgetrokken om Friesland Campina te helpen om problemen op te lossen die het zelf heeft veroorzaakt. Dat kost niet alleen erg veel geld, maar het lost ook geen enkel milieuprobleem op. De mest waar wij dat zogenaamde "groene gas" van maken, komt namelijk echt niet als manna uit de hemel vallen. Daar is een zwaar vervuilende en energieverspillende industrie aan voorafgegaan die op alle fronten regelrecht indruist tegen iedere duurzaamheidsgedachte die je kunt verzinnen. En ja, als je dan weet dat er voorafgaand aan de mest zo veel energie is verspild dat je daarmee 5 miljoen Nederlandse huishoudens draaiende had kunnen houden, moet je die verspilling aanpakken en niet het zwaar omstreden restproduct mest in een zwaar gesubsidieerde vergister stoppen en dan roepen: hoera, wij hebben groene stroom!

Het meestribbelen lijkt een soort natuurverschijnsel als verandering nodig is en gevestigde partijen hun eigen positie belangrijker vinden dan de winst voor ons allen als wij daadwerkelijk de koers verleggen. Het is zaak om dit verschijnsel te herkennen en uit te roeien. Dat geldt voor het energiebeleid en zeker ook voor het beleid dat bedoeld is om innovatie te bevorderen. Het topsectorenbeleid staat stijf van de oude belangen die kostbare innovatiegelden gebruiken voor het verdedigen van de eigen positie. Het zal niemand verbazen dat dit het meest zichtbaar is in de topsector Agri. De Partij voor de Dieren wil dat de innovatiebudgetten worden ingezet voor werkelijke innovatie ten gunste van een duurzame economie. Het topsectorbeleid moet wat ons betreft op de schop.

In de evaluatie die wij daarover lazen, zagen wij weer allemaal woorden zoals innovatiecontracten, roadmaps, cross-sectorale samenwerkingsprojecten en topteams die innovatie moeten aanjagen. De conclusie is dat het topsectorenbeleid bepaald niet vies is van jargon dat de indruk moet wekken dat er veel gebeurt, terwijl er eigenlijk niet veel verandert.

Ik ga naar mijn laatste punt. Ik las in een van de aanbevelingen ook dat de overheid wordt geadviseerd om de oversteek van de Valley of Death te financieren. Dat deed mij natuurlijk meteen denken aan de popsector. In Nederland was afgelopen zomer een vrij succesvol bandje actief dat waarschuwde dat de rock-'n-roll dreigt te verdwijnen in Nederland. Toen dacht ik: dat moeten we niet hebben, daar moet ik met minister Kamp even over spreken. De scherpe randjes dreigen ervan af te gaan.

Deze minister gaat niet primair over het popbeleid. De Partij voor de Dieren vindt dat dit ook cultuur is. Muziek is de kunstvorm die je het meeste raakt, zei Nick Cave al in een interview met Oor. Ik wil heel veel mensen tegenspreken, maar niet Nick Cave. OCW heeft het primaat, als het gaat om het popbeleid, maar deze minister doet ook iets met de popsector. Als bandjes kansen hebben in het buitenland, dan zegt hij dat hij investeert in de export. Dat lijkt mij een gezonde export. De vraag is of de regelingen die de minister daarvoor heeft, voldoende werken en of er niet meer kan gebeuren. Voelt de minister voor een investeringsfonds voor bijvoorbeeld de export van succesvolle Nederlandse popmuziek?

Ik heb voor hem, traditioneel, cd'tjes meegebracht, van het eerdergenoemde Death Alley, wat een mooie variant is op de valley of death. Je ziet al aan de hoes dat zij er zijn voor de scherpe randjes. Het is ouderwetse rock-'n-roll. Ik hoop dat de minister het leuk vindt. En Monomyth. Dat is mijn favoriete Nederlandse band. Zij hebben schijt aan alle genregrenzen. Daar zie je hoe innovatie echt kan werken. Trek je niets aan van de oude paden. Laat alles los wat je kent en kom zelf met nieuwe, creatieve wegen, dan wordt het pas mooi. Ik geef ze via de bode aan de minister. Ik zeg: veel plezier ermee en hup voor de popsector.

De voorzitter:
U vraagt ook nog een reactie van de minister op die cd's?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De traditie wil dat de minister in tweede termijn laat weten wat hij ervan vindt, dat hij een soort recensie geeft, maar dat mag ook later.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):
Ik heb even gewacht op een moment dat ik tegen mevrouw Ouwehand kan zeggen dat ik het heel fijn vind dat zij weer terug is. Ik heb er ook een vraag bij bedacht, maar de doelstelling was om dat even te kunnen zeggen. Ik denk dat wij allemaal blij zijn om haar terug te zien. Zij sprak over energiebesparing in de industrie. Ik heb daarover vandaag een initiatiefnota ingediend. Het is misschien kort voor deze begrotingsbehandeling, maar ik vroeg mij af of zij al gelegenheid heeft gehad om daarnaar te kijken en wat zij van de uitgangspunten van die nota vindt. Kan deze mogelijk rekenen op steun van de Partij voor de Dieren?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zeker. Wij vonden het een fantastisch idee. Wij dachten: kijk, als het energieakkoord onvoldoende oplevert, komt mevrouw Van Veldhoven in actie, dus steun voor het voorstel en hartelijk dank voor de warme woorden van welkom.