Bijdrage Ouwehand Begroting Econo­mische zaken, Landbouw en Innovatie (tweede termijn)


14 december 2011

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De heer Koopmans wil niet weten dat het een hele dure keuze is om natuur op te offeren; dat gaat namelijk alleen maar meer kosten. Ik wil het daar echter niet over hebben, want dat kennen we wel van hem. Ik heb de heer Koopmans horen zeggen: de staatssecretaris voert op het gebied van de natuur het deel van het regeerakkoord uit dat ik samen met mevrouw Snijder heb geschreven. Nu heeft de Partij voor de Dieren in haar termijn uitgebreid tijd uitgetrokken om de staatssecretaris ter verantwoording te roepen over de gevolgen van zijn beleid. Ik wil ongeveer hetzelfde aan de CDA-fractie vragen. Dan gaan we het niet hebben over de natuurdoelen, want daarover hoef ik met de CDA-fractie geen discussie te voeren; die wil zij toch niet. Wij gaan het dan hebben over alle waarschuwingen van de experts, van de hoogleraren en van de juristen die zeggen dat het niet op orde houden van de natuurdoelen zal leiden tot verdere juridisering. Dat lijkt mij pijnlijk voor de CDA-fractie, want dat betekent dat boeren nog veel langer in onzekerheid zullen zitten. Waar legt de heer Koopmans de verantwoording daarover af?

De heer Koopmans (CDA): Die waarschuwing heb ik de afgelopen 9,5 jaar, zo lang als ik hier zit, al zo vaak gekregen. Ondertussen zijn er gelukkig nogal wat melkveebedrijven uitgebreid op grond van de maatregel die wij hebben kunnen nemen om 225 koeien vergunningvrij te maken. Toen werd hetzelfde gezegd, namelijk: het kan niet. Hetzelfde is aan de orde met betrekking tot de interne saldering bij varkensbedrijven, waardoor er veel minder ammoniakuitstoot is gekomen door er op een slimme manier mee om te gaan. Ook daar waren de woorden: het kan allemaal niet. Wij hebben het doorgezet. Een derde voorbeeld is de Wet geurhinder en veehouderij. Ook daarvan werd gezegd dat het een onhoudbare wet was. De wet houdt het echter volstrekt bij de Raad van State. Heel interessant is dat wij tegelijkertijd meemaken dat boeren fors investeren. Er is het afgelopen jaar geen aannemer te krijgen geweest omdat ze elke keer weer willen investeren in bedrijfsontwikkeling en in minder milieubelastende uitstoot. Dat maakt de CDA-fractie trots; trots op wat wij zelf hebben gedaan maar vooral trots op de gezinsbedrijven die deze stap durven te zetten. Dat wij daarnaast hier en daar problemen hebben rondom Natura 2000, weten mevrouw Ouwehand en ondergetekende heel goed. Daar blijven wij voor vechten, daar blijven wij aan werken. Wij blijven juridische oplossingen bedenken zodat ook daar bedrijfsontwikkeling mogelijk is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ken de successenlijst van de heer Koopmans maar al te goed. Hij vergeet echter een succesje te vermelden, namelijk dat hij kampioen is in het binnenslepen van vernietigende uitspraken van de Raad van State. Dat is hier misschien nog wel tijdelijk op te lossen -- dat weet de heer Koopmans ook -- door de Natuurbeschermingswet aan te passen. Ik hoor echter graag van de CDA-fractie dat zij voluit erkent dat zij daarmee een soort Russische roulette speelt met de rechtszekerheid en de positie van de boeren. Het houdt namelijk niet op bij de Raad van State. Er zijn internationale verdragen waaraan Nederland zich enthousiast heeft gecommitteerd. Er is een Europees Hof dat uitspraken kan doen. De heer Koopmans verzuimt tegen boeren te zeggen: luister, ik treed op als de harde strijder tegen de natuur om jullie meer ruimte te geven maar let op, want het is een risico en jullie weten dat ik de kampioen ben van het verzinnen van oplossingen die uiteindelijk geen stand houden voor de rechter, want wij hebben er al een hele kast van vol. Wanneer gaat de CDA-fractie dat toegeven en wanneer vertelt zij eerlijk aan de boeren dat dit het gevolg is van haar beleid?

De heer Koopmans (CDA): Mevrouw Ouwehand viert een negatieve uitspraak van de Raad van State altijd met enorm veel plezier. Dat gun ik haar ook. Ik geniet echter als ik door Nederland rijd en overal bouwactiviteiten zie bij boerenbedrijven. Door ons beleid zijn er met name op het gebied van dierenwelzijn en van milieu-uitstoot forse verbeteringen gekomen. Dat komt niet door het Ot en Sienbeleid waarvoor mevrouw Ouwehand staat, maar door technologische ontwikkelingen en investeringen door gezinsbedrijven. Wij hebben dat mogelijk gemaakt en boeren hebben het gedaan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter ...
[...]
... dat de heer Koopmans niet wil weten dat er zo veel juridische bezwaren zijn. Ik markeer hier nogmaals dat de heer Koopmans de kampioen is van het binnenslepen van vernietigende uitspraken en voortdurend in Kamerdebatten huilt over de onzekerheid die er zou zijn voor boeren. De heer Koopmans en de CDA-fractie willen huhun eigen aandeel hierin niet erkennen. Dat is een kwalijke zaak.

[…]

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Voorzitter. Ik kom aan het einde van mijn tweede termijn. Mij valt het in het debat tot nu toe op dat wij eigenlijk verder inzetten op polarisatie. Volgens mij is niemand daarmee geholpen. Mijn bijdrage is erop gericht geweest om te kijken hoe wij verder kunnen gaan. Ik heb hiertoe eerder aanzetten gegeven in moties. Ook ik heb amendementen ingediend, die redelijk en realistisch zijn en een werkelijke bijdrage kunnen leveren aan het versterken van de middelen die er zijn. Mijn fractie begrijpt ook dat het met een simpel “nee” niet per se beter wordt. Wij roepen echter alle partijen op, ook het CDA en de staatssecretaris, om te blijven werken aan een plan dat in de gegeven context zo goed mogelijk is en zo veel mogelijk haalt uit de middelen voor natuur.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik hoor de D66-fractie zeggen dat het echt gaat om een onvoldoende op het tussenrapport. Wij weten ook dat de D66-fractie samen met de PvdD-fractie voortdurend kritiek heeft op het negeren van internationale verdragen en het verdraaien van de feiten door deze staatssecretaris. De PvdA-fractie heeft gesproken over een gele kaart. Mag ik de bijdrage van de D66-fractie als volgt samenvatten: D66 wil een gele kaart zien voor de staatssecretaris?

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Iedereen gebruikt er zijn eigen woorden voor. Ik heb gekozen voor de woorden “een onvoldoende op het tussenrapport”. Ik wil daarmee markeren dat wij wat mijn fractie betreft midden in een proces zitten. Het proces met de provincies, dat zorgvuldige proces waartoe de motie-Pechtold opriep, is dus niet afgerond en de staatssecretaris kan niet nu zijn eigen beslissing nemen. Het proces is wat ons betreft nog gaande en daarom roep ik de staatssecretaris op om verder te gaan met dit proces. Wij hebben u tot de voorjaarsnota de tijd, nog een aantal maanden dus, om nader te kijken naar al die punten in mijn motie die ik heb ingediend tijdens het VAO over decentralisatie natuurbeleid. Hoe kunnen wij daarin stappen maken? Wat mij betreft staat er een onvoldoende op het tussenrapport. Ik roep vooral op om door te gaan en in te zetten op verbetering van het pakket dat wij de natuur kunnen bieden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik snap dat iedereen zijn eigen termen wil gebruiken, maar ik stel maar vast dat de staatssecretaris van twee oppositiepartijen alvast een gele kaart heeft en een onvoldoende op zijn tussenrapport.