Bijdrage Ouwehand AO Visserij


25 maart 2013

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Onze wateren, of dat nou de Waddenzee is of onze binnenwateren of de Noordzee of de wateren verder weg, vormen een collectief ecosysteem waar we met zijn allen verantwoordelijkheid voor dragen. Het is dus geen particulier viswater. We hebben deze discussie eerder gevoerd over de mosselvisserij in de Waddenzee. Ook met betrekking tot de palingvisserij is het belangrijk om nog even de rapporten in herinnering te roepen waarin destijds al stond: als we nu zouden stoppen met vissen, hebben we in het beste geval binnen 80 jaar de stand weer een beetje op peil. In het beste geval. Het zou ook 200 jaar kunnen duren. De Partij voor de Dieren vraagt aandacht voor die conclusie. Destijds wilden de maatschappelijke organisaties zich redelijk opstellen. Zij vroegen om het afbouwen van de visserij tot een vangstverbod binnen vier jaar. Ik herinner me nog goed dat zelfs die coulante opstelling volledig van tafel werd geveegd door de Kamer. De palingstand wordt er niet beter op; dat weet de staatssecretaris vast ook. Ik zeg dus: nieuwe ronde, nieuwe kansen. Er zit een nieuw kabinet. Ik ben erg benieuwd of dat tot nieuwe inzichten en nieuwe standpunten komt. Het zal toch niet gebeuren dat we ook met de wolhandkrab weer chemisch afval op de markt brengen, tenzij we achter iedere boom een NVWA'er kunnen zetten omdat te controleren? Daar komt het namelijk wel op neer. Voor morgen staat een groot debat gepland over
voedselfraude. We hebben niet bepaald goede papieren in het controleren van voedselstromen. Is alles netjes gelabeld en houdt iedereen zich netjes aan de voorwaarden? Natuurlijk, wat de VVD wil, kan in theorie, maar ik vraag me af of het in de praktijk realiseerbaar is. De Partij voor de Dieren zegt dus: niet doen.

Daar komt nog iets bij. De rest van mijn betoog zal gaan over het welzijn van de dieren die we uit het water halen en opeten. Dat welzijn is voor krabben en kreeften in het geding. Steeds meer onderzoek toont aan dat ook schaaldieren pijn en stress kunnen ervaren. We moeten ons dus afvragen of we die wel zo makkelijk uit het water kunnen halen en opeten. Als een meerderheid van de Kamer dierenwelzijn belangrijk zegt te vinden, dan geldt dat dus ook voor krabben en kreeften. Wat is de reactie van de staatssecretaris op het onderzoek van onder andere Bert Lambooij en Marc Bracke naar het welzijn, of eigenlijk het ontbreken daarvan, van vissen in de zeevisserij? Het is maar goed dat vissen niet kunnen schreeuwen, want anders zou het een behoorlijke herrie zijn aan boord van die schepen. Dan zouden de vissers met gehoorbeschermers op moeten lopen, net als Kamerleden die een potje gaan sportvissen. Maar als vissen konden schreeuwen, zou de wereld er misschien wel anders uitzien. Naar schatting worden jaarlijks een biljoen vissen gevangen in de zeevisserij. Niemand lijkt zich zorgen te maken over het welzijn van die dieren, terwijl we weten dat hun doodsstrijd lang duurt. De onderzoekers en de vissers schrokken er zelf van: als de vis eenmaal aan boord is en dood lijkt, blijkt hij nog twee uur te leven. Dat blijkt uit hersenonderzoek. We weten ook dat de vissen dan al in het ijs worden gestopt of worden gestript. Die dieren ondergaan de slacht dus levend en bij bewustzijn. Wat vindt de staatssecretaris daarvan en wat wordt haar inzet op het gebied van de bescherming van de vissen tijdens het vissen zelf en bij hun dood? Is de staatssecretaris met de Partij voor de Dieren van mening dat het tijd
wordt om ook voor vissen en voor schaal- en schelpdieren regels te maken zoals we die ook hebben voor de slacht van landbouwhuisdieren? Dat betekent dat we goed moeten bekijken hoe lang de doodsstrijd eigenlijk duurt. Wat doen we die dieren aan? De dieren hebben ernstig te lijden van de manier waarop ze worden gevangen.

Een aantal andere belangrijke effecten, die nog boven op de bevindingen van Lambooij en anderen komen, staan in een goed rapport uit Engeland. Fishcount heeft in 2010 een rapport geschreven waarin de doodsstrijd die vissen ondergaan, uitgebreid wordt beschreven. Ze worden uitgeput door de lange trekken in de netten, ze worden opgehaald van grote diepten en hun blaas knapt als gevolg van decompressie. We kennen die effecten bij mensen ook. Duikers moeten daar voorzichtig mee zijn. De vissen worden doodgedrukt. Ze komen levend aan boord terwijl de indruk bestaat dat ze al dood zijn, en worden dan opengesneden of in het ijs geduwd. Het is één groot drama. Al sinds 2002 zegt de regering dat we aandacht moeten hebben voor het welzijn van vissen in de zeevisserij, maar we zijn nu meer dan tien jaar verder en er is nog steeds niets gebeurd. Ik vraag de staatssecretaris dus om te reageren op het rapport van Fishcount en op de bevindingen van Lambooij en
anderen. En dan denk ik dat we met elkaar moeten afspreken dat we ook vissen gaan beschermen tegen onnodige pijn, stress en angst bij het vangen en bij de slacht.

Interrupties bij andere partijen:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik hoorde mevrouw Dikkers vanmorgen, tijdens het AO over de Landbouw- en Visserijraad, zeggen dat dierenwelzijn belangrijk is voor de Partij van de Arbeid, en dat zij dat hoog op de agenda wil hebben. Dat ondersteun ik natuurlijk van harte, maar ik vraag me wel af hoe dat dan zit met vissen. Ik doel in het algemeen op het welzijn van vissen bij de vangst in de zeevisserij, maar ik schrok ook een beetje van de tweet van mevrouw Dikkers waarin ze schreef dat ze met sportvissers op pad was geweest. Ik zag een fotootje waarop zij best hard aan de hengel aan het trekken was. Ik vraag me dus af hoe het welzijn van dieren wordt gewogen door de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Wij vinden het in het algemeen heel erg van belang dat dierenwelzijn wordt meegewogen. Je ziet het bijvoorbeeld bij de wijze waarop vissen worden gedood. Wij steunen heel vaak de Partij voor de Dieren in haar pogingen om die situatie te verbeteren. Dat zullen wij de komende jaren blijven doen, ook ten aanzien van de visserij.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Geweldig. Dan kan ik dus concluderen dat de Partij van de Arbeid vindt dat pijn en stress bij vissen die worden gedood, zo veel mogelijk vermeden moeten worden, net zoals we dat wettelijk hebben geregeld bij landbouwhuisdieren.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Evident.

Beantwoording staatssecretaris:

Staatssecretaris Dijksma: Er zijn verschillende vragen gesteld over het streefbeeld. In 2009 heeft de commissie-Eijsackers op verzoek van de Kamer het Nederlands streefbeeld opnieuw bekeken. Daar zijn alle argumenten die nu worden aangevoerd over de nulmeting overigens in meegenomen. De commissie kwam niet tot een afwijkend streefbeeld, maar wel tot een streefbeeld met een bredere bandbreedte. Onlangs heeft de sector gevraagd of het Nederlands streefbeeld herijkt kan worden aan de hand van de meest recente gegevens. Op 4 februari heeft mijn departement daarover met de sector en IMARES overlegd. Daarbij is aangegeven dat de nieuwe inzichten het streefbeeld niet zullen veranderen. De bandbreedte zal wel wat smaller worden. Er is dus geen aanleiding om het streefbeeld te herzien. In antwoord daarop heeft de sector gezegd: wij hebben toch behoefte aan inzicht in een Europese context. Dat is op zichzelf prima. IMARES is gevraagd een quickscan te doen van
de uitgangspunten die andere lidstaten voor hun streefbeelden hebben gebruikt. Op verzoek van de sector zal IMARES op korte termijn een begin maken met die quickscan. Voor de zomer krijgen wij de resultaten daarvan. Op die manier proberen wij ook in een Europese context te laten zien hoe wij werken. Dat het Nederlandse streefbeeld hoger ligt dan dat van de omliggende landen, zeg ik tegen de heer Bosman, is verklaarbaar. Wij zijn één grote delta met van nature rijke wateren. Duitsland heeft bijvoorbeeld een veel lager streefbeeld omdat het stroomopwaarts ligt. Om Duitsland te bereiken moet de intrekkende jonge aal eerst door Nederland heen. De kans dat die aal voor die tijd al een goede opgroeiplek vindt, is groot. Dat kan de Kamer met mij meevoelen, denk ik. De heer Dijkgraaf had het over de discussie in het Europees Parlement over de aalverordening. Er is inderdaad discussie. Er is een voorstel van de Commissie om de aalverordening in lijn te brengen met het Verdrag van Lissabon. Dat zijn procedurele aanpassingen, geen aanpassingen op inhoud. Desondanks heeft rapporteur Lövin van de Commissie visserij van het Europees Parlement ook een aantal inhoudelijke aanpassingen voorgesteld. Een daarvan is de mogelijkheid tot schorsing van de aalvisserij. De kans dat deze voorstellen worden aangenomen, is zeer klein. Het is geen gegeven. Er moet in het Europees Parlement ook nog met de Raad worden onderhandeld over het eindresultaat. Het
is verstandig om de inhoud van de aalverordening te bespreken aan de hand van de nu lopende evaluatie van de Europese Commissie, want dan heb je de wetenschappelijke informatie die nodig is om een goed besluit te nemen en kunnen wij ook zien wat de inspanningen van de lidstaten zijn. In dezelfde lijn vroeg mevrouw Ouwehand naar het totaal vangstverbod. Het Nederlands aalbeheerplan is door de Europese Commissie goedgekeurd. Daaruit vloeit voort dat de maatregelen die daaruit voortkomen, een gegeven zijn voor mij. De evaluatie komt. Ik ben heel benieuwd naar de reactie van deze commissie daarop. Dus voorlopig bewegen wij even niet.

Mevrouw Ouwehand had een vraag over een onderzoek naar het welzijn van vissen. Ja, uiteindelijk moeten er ook regels gelden voor het welzijn van vissen, maar over landbouwhuisdieren weten wij inmiddels veel meer dan over vissen. De oplossingen zijn ook minder in zicht. Wij hebben nationaal stappen gezet en gaan regels stellen voor het bedwelmen en doden van vissen in de aquacultuur. Voor het overige lijkt het mij goed om dat in Europees verband te agenderen en niet als Nederland daarin vooruit te lopen. Het zal aan de orde komen bij de totstandkoming van de animal health law, maar ook hierbij geldt dat een gelijk speelveld heel belangrijk is voor de sector.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil nog een interruptie plegen over de reactie van de staatssecretaris op mijn betoog om regels te stellen voor de vangst en slacht van vissen. Zij zei: wij weten nog niet zo veel. Ik heb een rapport genoemd waarin de wetenschappelijke stand van zaken en wat wij nu weten, heel duidelijk staat beschreven. Kan de staatssecretaris toezeggen te reageren op dat rapport? Wat wordt de inzet van Nederland als zij in Europa wil pleiten voor die regels? Staatssecretaris

Dijksma: Misschien kunnen wij daar in een volgend verslag van de Visserijraad aandacht aan besteden. Iedere keer aparte brieven sturen is namelijk wat veel, maar als ik daar in een volgend verslag aandacht aan kan besteden, zal ik dat doen.