Bijdrage Ouwehand AO over de stand van zaken moties en open­staande toezeg­gingen


20 mei 2010

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. We hebben vandaag veel zaken te bespreken. Ik begin met de motie Dibi/Waalkens op stuk nr. 108 (32 123-XIV) die is aangenomen bij de begroting. Die gaat over een publiekscampagne ter promotie van het bewustzijn van de gevolgen van het eten van vlees, vis en zuivel voor mens, dier en milieu. De minister antwoordt hierop dat haar ministerie de campagne «Jij kan kiezen» van het Voedingscentrum financiert. Kan de minister de Kamer haar uitgangs-punten en ambities in dit kader uitleggen? Met andere woorden: als wij campagnes voeren, moeten die meetbaar zijn. Ik wil daarom graag een nulmeting en de informatie over de ambitie, zodat wij kunnen zien of de communicatiecampagne zoden aan de dijk zet. Dit is heel gebruikelijk in de communicatiewereld. Kan de minister dit toezeggen? Misschien is zij dit namelijk wel aan het doen, maar heeft zij het niet in de brief geschreven.

De motie Peters/Dibi op stuk nr. 35 (31 532) gaat over hetzelfde onderwerp. Die verzoekt de regering namelijk om aan te sturen op de vermindering van de consumptie van dierlijke eiwitten en de hierbij aanbevolen eiwitconsumptie van de Gezondheidsraad als streefwaarde te gebruiken. De minister zegt dat deze motie wordt uitgevoerd. LNV zet verschillende instrumenten hiervoor in en eind 2010 komt er een rapportage over deze instrumenten. Wat bedoelt de minister hiermee? Wordt dit een opzet van welke instrumenten zij voor welk plan gaat gebruiken of krijgen wij eind 2010 een of ander voortgangsbriefje? Ook in dit geval is het belangrijk om te sturen op de meetbaarheid. Ik hoop dus dat de minister daarop inzet.

Bij de begroting is de motie-Ouwehand c.s. op stuk nr. 122 (32123-XIV) ingediend over een Europees import- en handelsverbod op dolfijnen die in het wild gevangen zijn. De minister schrijft: «Over deze motie heb ik u gezegd dat een dergelijk verbod in CITES-verband geregeld moet worden.» Dat was inderdaad haar reactie op de motie; dit kan ik mij herinneren. Ik heb haar toen echter gezegd dat CITES niet genoeg is en heb de motie daarom in stemming gebracht. Die is toen aangenomen. In die motie vraag ik dus om een import- en handelsverbod. CITES laat namelijk ruimte voor educatieve doelen. De minister zegt dit ook in haar reactie. Wij hebben in deze context over dolfinaria gesproken. Die hebben een educatieve doelstelling in het kader van het dierentuinbesluit. Dit was nu echter juist niet de bedoeling van deze motie. Er moet een algeheel importverbod komen op dolfijnen die in het wild gevangen zijn. Ik heb in de motie dan ook daarom gevraagd, maar zij wordt niet uitgevoerd. Dat lijkt mij niet acceptabel. Ik hoor dus graag dat de minister alsnog hiermee aan de slag gaat.

In de motie-Ouwehand op stuk nr. 21 (30 826) verzocht ik om een Europees verbod op de nertsenfokkerij. De minister zegt dat zij hiervoor de behandeling van het Nederlandse wetsvoorstel afwacht. Dat hoeft echter niet. De minister kan nu namelijk al aan de slag met de wens van deze Kamer om in Europa op te houden met het fokken van nertsen. Kan de minister nu niet al in Europees verband pleiten voor wat het Nederlandse parlement wil, namelijk een Europees verbod op het fokken van nertsen?

Bij het AO over het gemeenschappelijk visserijbeleid heeft de minister toegezegd een nadere omschrijving te geven van de definities in haar reactie op de nieuwe voorstellen voor de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Tot mijn grote schrik zie ik dat de minister in de ecosysteembenadering die de Kamer graag wil, eerst en vooral de nadruk blijft leggen op het maximaliseren van wat wij uit de zee kunnen halen. In tweede instantie – zij zegt echter tegelijkertijd – richt zij zich pas op de minimalisatie van de gevolgen daarvan voor het milieu. Dat is te weinig. In de definities over de ecosysteembenadering van onder andere de FAO legt men eerst de nadruk op behoud en daarna op de coherentie met duurzaam gebruik. Dit bevalt mij dus niet. Men kan dit als gezeur afdoen, maar dit luistert nauw. Als wij voor de ecosysteembenadering kiezen, staat behoud voorop. Van daaruit bekijken wij hoe wij de natuurlijke hulpbronnen kunnen benutten. Wij moeten dus niet eerst maximaal eruit halen en als doel voor het milieu alleen opschrijven dat wij de gevolgen daarvan minimaliseren, zonder een harde eindgrens. Ik wil een aanscherping op dit gebied. De minister weet dat ik hieraan zeer veel waarde hecht, dus ik hoop dat zij dit toezegt.

Verder is in het kader van de visserij ook de motie-Ouwehand op stuk nr. 9 (32 201) over de discards aangenomen. De minister zegt opnieuw dat zij in Europees verband heeft aangegeven dat er een oplossing moet komen voor de discards, maar dat dit op verschillende manieren kan. Dit bevalt mij niet, want de Kamer heeft gezegd dat alle vangsten verplicht moeten worden aangemeld. Ik snap niet dat de minister daar omheen draait. De Kamer wil deze oplossing. Ik begrijp natuurlijk dat er in Europees overleg wellicht een compromisvoorstel uitkomt, waarin ook andere elementen zitten. De minister moet echter deze oplossing voordragen van de Nederlandse kant. Ik vraag mij af, waarom zij dit niet doet. Misschien doet ze het wel, maar schrijft zij het niet op. Zo wordt het in ieder geval niet duidelijker.
Naar aanleiding van het AO Biodiversiteit op 23 september 2009 heeft de minister een de toezegging gedaan dat wij voor de zomer geïnformeerd worden over de voortgangsrapportage. Het moet mij van het hart dat dit kabinet behoorlijk traag is. In de tussentijd stapelen de signalen zich op dat wij zowel de internationale als de Nederlandse doelen niet zullen halen om het verlies aan biodiversiteit te stoppen. Aanstaande zaterdag is het wereldbiodiversiteitsdag. 2010 is het jaar van de biodiversiteit. Ik had een stevig pakket met maatregelen vanuit het ministerie zeer verwelkomd. Ik houd echter mijn hart vast vanwege de traagheid. Dit zijn de belangrijkste onderwerpen die ik vandaag wil bespreken.

Minister Verburg:
Mevrouw Ouwehand verwacht van mij dat ik in Europees verband zal pleiten voor een verbod op het houden van nertsen. Zij weet natuurlijk eigenlijk het antwoord al. Het wetsvoorstel is nog in de beide Kamers in behandeling. Daarom zal ik dit in Europees verband niet doen. De heer Polderman stelde een vraag over de motie-Van der Ham c.s. en hij verwacht dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid onderdeel wordt van de kabinetsformatie. Dat zal inderdaad zo zijn. Het lijkt me belangrijk dat er na 2013 een nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid komt dat innovatie en verduurzaming sterker helpt en Nederlandse en Europese boeren competitief maakt. Het moet inspelen op boeren die in maatschappelijk waardevolle gebieden opereren. De bijdragen van boeren aan milieu, waterbeheer, adaptatie en mitigatie bij klimaatverandering, et cetera moeten fatsoenlijk worden beloond. Het lijkt me daarom inderdaad van belang dat dit bij een kabinetsformatie nadrukkelijk op de agenda komt. Er moet niet alleen nieuw beleid komen, maar ook een substantiële financiering daarvan. Dat is waardevol in het kader van een toekomstperspectief voor Europa.

Mevrouw Ouwehand sprak over het gemeenschappelijk visserijbeleid en het uitbannen van bijvangsten. Ik voer haar motie daarover uit middels een combinatie van maatregelen. Wij doorlopen dit traject in Europees verband en ik heb de vorige keer aangewezen waar dit punt precies staat in onze visie op de toekomst van het visserijbeleid; ik herinner me dat het op pagina 27 was. Mevrouw Ouwehand vraagt mij nu om vooruit te gaan lopen en in Europa ervoor te gaan dat het de enige uitvoering is, maar zo werkt het niet. Europa is een samenstelling van 27 lidstaten, waarin ik deze oplossing op tafel leg. Wij spreken daar over deze oplossing, maar ook over mogelijke andere. Ons gezamenlijke doel is en moet zijn om discards zo snel mogelijk tot het verleden te laten behoren, op welke manier dan ook. De zorg van mevrouw Ouwehand over discards is de mijne.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben het wel gewend van de minister, maar ik zeg het nogmaals: ik heb geen zin in zulke lesjes. Natuurlijk weet ik hoe het in Europa werkt. De Kamer heeft de visie van de minister gezien en heeft als medewetgever en medeverantwoordelijke voor het beleid een
concreet idee neergelegd over wat we moeten doen met die discards. De Kamer heeft door middel van deze motie gezegd te willen dat de minister dit als Nederlands plan inbrengt. De minister zegt nu dat het een Europees proces is en dat we compromissen moeten sluiten. Dat snap ik wel, maar mijn enige vraag is of de minister de motie uitvoert. Als ik haar zo beluister, is dat niet het geval.

Minister Verburg:
Het antwoord is: ja, ik voer die motie uit. Ik heb dit op tafel gelegd en zal het op tafel blijven leggen. Als mevrouw Ouwehand verder niets over het proces wil horen, zal ik haar daar natuurlijk niet verder mee vermoeien. Ik probeerde slechts uit te leggen dat het een inbreng is in het Europese overleg. Als haar vraag is of ik het heb ingebracht, dan is mijn simpele antwoord: ja.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan is de simpele vraag: wat heeft de minister precies ingebracht? We horen en we lezen namelijk slechts dat we de discards moeten aanpakken, maar dat wisten we al. Als de minister blijft vasthouden aan haar wens om dit soort lesjes te geven, word ik kinderachtig en vraag ik wat zij precies heeft gezegd. Als zij zegt dat dé Nederlandse inzet is dat we gaan voor het verplicht aanlanden van alle vangsten, voert zij de motie keurig uit. Als ze dat in het midden laat en op het proces wijst, voert zij de motie niet uit. Zo simpel ligt het.

Minister Verburg:
Het spijt me, maar zo simpel ligt het natuurlijk niet. Ik voer de motie uit en breng dit in het Europese overleg in. Ik doe dus precies wat de Kamer vraagt, zoals de Kamer dat van mij gewend is. Het antwoord is dus: ja, ik voer de motie uit.
(…)
Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd naar de motie over dolfijnen in het kader van de CITES-verordening. Deze verordening is echt het kader, waarbinnen import voor educatieve doeleinden mogelijk is. Ten behoeve van import vinden wetenschappelijke toetsen plaats. Ik heb al eerder gezegd dat er in de EU geen draagvlak is voor de uitzondering om de verordening buiten gebruik te stellen. Ik ga dat dus niet doen. Mevrouw Ouwehand heeft ook gevraagd naar de definitie en de toepassing van de ecosysteembenadering. Ik hanteer de benadering die ik in de visie op het gemeenschappelijk visserijbeleid heb opgeschreven; zij staat op pagina 10 onderaan: «Bij de hervorming van het GVB in 2002 is afgesproken dat de ecosysteembenadering geleidelijk wordt ingevoerd. De ecosysteembenadering is gericht op het zo veel mogelijk nut halen uit de levende natuurlijke hulpbronnen in zee en tegelijkertijd de gevolgen daarvan voor het milieu te minimaliseren.» Dat is ook precies in lijn met de mededeling van de Europese Commissie daarover, die ik indertijd de Kamer heb toegestuurd. Het gaat om het vinden van de balans tussen ecologie en economie en dat doen we dan ook. Er staat «tegelijkertijd» en dat betekent niet «eerst het een, dan het ander″; het is ook echt tegelij-kertijd. Zo zou ik de benadering willen blijven hanteren.
(…)
Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd wanneer de motie over de vermin-dering van de consumptie van dierlijke eiwitten uitgevoerd zal worden. Eind 2010 komt er een brief met verschillende acties richting de consument ter bewustwording van de consumptie van dierlijke eiwitten. Die acties zullen ook gemeten worden op hun effect. Tot die tijd, maar ook daarna, is het een voortzetting van de campagne van het Voedings-centrum ter bewustwording van duurzame consumptie. Dat is overigens breder dan alleen de consumptie van eiwitten. De maatschappelijke dialoog is hierbij natuurlijk van groot belang. Vanmorgen heb ik het startschot gegeven voor een campagne tegen voedselverspilling. Ook dat is natuurlijk van belang in het kader van verantwoord consumeren en niet verspillen, want alles wat verspild wordt, is zeker niet duurzaam. We hebben kortom een heel palet aan mogelijkheden waarmee we werken aan het realiseren van die doelstellingen. Deze motie zal, heel concreet, eind 2010 worden gerealiseerd.
(…)
Mevrouw Jacobi en mevrouw Ouwehand vroegen wanneer de Kamer nader wordt geïnformeerd over de biodiversiteit. Het uitvoeringspro-gramma kennen de Kamerleden; we hebben dat hier besproken. Er wordt hard gewerkt aan een voortgangsrapportage, die deze zomer naar de Kamer zal worden gezonden. Ik kan daarop nu niet vooruitlopen, maar wel zeggen dat we hard aan de rapportage werken. Een rapportage alleen is niet voldoende, want de biodiversiteit moet ook werk in uitvoering zijn. Dat is het dan ook dagelijks in alles wat ik in mijn inleidende woorden heb gezegd. Het hele traject rond boeren en natuur speelt daarin natuurlijk ook een heel belangrijke rol. We zullen het daarover vanmiddag nog hebben.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Misschien zag u al aan mijn mimiek dat ik helemaal niet tevreden ben over de manier waarop de minister omgaat met aangenomen moties, vooral met de door mij ingediende. Maar laat ik met het positieve beginnen: ik noteer als toezegging dat er een effectmeting komt bij de uitvoering van de motie-Peters/Dibi over aansturing op vermindering van de consumptie van dierlijke eiwitten. Dat heb ik de minister zojuist horen zeggen. Die toezegging staat dus genoteerd. We zullen de minister van LNV daaraan houden. De vraag is of dit ook zal gelden voor de motie-Dibi/Waalkens over de publiekscampagne, gericht op het vergroten van het bewustzijn van de gevolgen van het eten van vlees, vis en zuivel voor mens, dier en milieu. Ook daarbij zouden we effectmetingen moeten hebben, zodat we kunnen zien of er wel zinnige campagnes worden gevoerd en niet campagnes die, al dan niet bewust – laat ik voorzichtig zijn – niet heel resultaatgericht zijn.

Graag wil ik de toezegging dat er meetbare campagnes gevoerd zullen worden, met metingen, nulmetingen en effectrapportages. Vervolgens ga ik naar het slechte nieuws. De Kamer heeft de reactie van de minister destijds gehoord over de motie inzake dolfijnen. De minister heeft gezegd: ik wil die motie niet omarmen, want we hebben CITES. Ik heb toen gezegd dat CITES niet genoeg is. De Kamer heeft de motie namelijk aangenomen. De minister zegt dan weer dat we CITES hebben, maar zo werkt het niet. De vraag is of Nederland zich gaat inzetten voor een verbod op de handel en import van in het wild gevangen dolfijnen. Dat kon ook met zeehondenbont. Daar is CITES ook niet aan te pas gekomen. Als de minister zegt dat er geen draagvlak is en dat zij er daarom niet aan begint, voert zij de motie niet uit. Ik weet uit ervaring dat het best mogelijk is om in een situatie waarin er niet veel draagvlak is, toch gewoon te beginnen met je eigen wensen. Kijk maar eens wat daarvan kan komen. De minister krijgt dus de opdracht om de motie alsnog uit te voeren.

De minister zegt dat zij de motie over discards uitvoert. Daarvan maak ik even dat zij hier de toezegging doet dat de motie alsnog zal worden uitgevoerd. Graag hoor ik of de minister dat kan bevestigen, want zij heeft dat in een eerdere reactie overduidelijk niet gedaan. Ik baal echt vreselijk van de opmerkingen van de minister over de ecosysteembenadering. We hadden in Europa al de doelstelling om op een duurzame manier het ecosysteem in het water te gaan beheren. Dat was het uitgangspunt van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Het is ons niet gelukt, want 88% van de visbestanden is overbevist. Toch spelen we nu weer precies hetzelfde spelletje: wat de minister betreft, houdt de ecosysteembenadering in dat we zo veel mogelijk nut gaan halen uit de levende hulpbronnen in zee en tegelijkertijd de gevolgen daarvan voor het milieu gaan minimaliseren. Daar zit natuurlijk de crux. «Minimaliseren» is een niet nader gedefinieerd begrip waarmee je nog alle kanten op kunt. Ecosysteembenadering moet het behoud van de ecosystemen voorop-stellen als randvoorwaarde waarbinnen je nut kunt halen uit de levende hulpbronnen. Als de minister niet toezegt dat ze dit gaat wijzigen, dien ik een motie in, want dit raakt ons allemaal. Dit onderwerp is veel te belangrijk. Als we nu niet in staat blijken om met passend beleid aan de slag te gaan, zijn binnen 40 jaar de zeeën leeg. Ik zie het er alweer helemaal van komen. Behoud moet dus vooropstaan, anders komt er een motie.

Minister Verburg:
(…)Mevrouw Ouwehand wil dat de instrumenten om de consument bewust te maken, worden voorzien van een effectmeting. Dat zal gebeuren. Ten aanzien van de dolfijnen heb ik haar al antwoord gegeven. Ik kan natuurlijk nog een keer naar Europa gaan en zeggen: ik heb de vorige keer al aangegeven wat ik wil en toen hebt u nee gezegd; toch vraagt de Kamer of ik het nogmaals wil doen, maar ik ken het antwoord al. Dat kan ik aangeven, maar als ik dat doe, zijn we elkaar slechts aan het bezighouden. Laat ik dus gewoon heel helder zijn. De dolfijnen zijn geregeld onder CITES. Daar zal geen aanvullende Europese regelgeving voor komen. Ik geloof dat het zelfs voor mevrouw Ouwehand niet aantrekkelijk is om te gaan trekken aan een dood paard.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is mijn hobby.

Minister Verburg:
Daar moet u mee oppassen, want misschien gaat uw huidige fractiegenoot daar dan een vraag over stellen. Ik sluit het allemaal niet uit. Dan vraagt ze: hebt u kennisgenomen van het feit dat mijn fractiegenoot trekt aan een dood paard?

De heer Atsma (CDA):
Ik ben wel benieuwd naar het antwoord op die vraag.

Minister Verburg:
Ik zal dan zeggen dat ik nog zo had gezegd: mevrouw Ouwehand, waar begint u aan? Voorzitter. Ik kom weer ter zake. Mevrouw Ouwehand heeft ook een vraag gesteld over de ecosysteembenadering. Het gemeenschappelijk visserijbeleid en onze visie gaan niet voor niets uit van vis als duurzaam kapitaal. Het beleid is dus gericht op het goede evenwicht tussen economie en ecologie; alleen dan heeft de visserij ook toekomst. Mevrouw Ouwehand constateert nu dat er veel sprake is van overbevissing, maar juist die overbevissing heeft geleid tot onze visie op het nieuwe gemeenschappelijk visserijbeleid en daar zetten we op in. Dat zal ook moeten, want anders is er over een aantal decennia niets meer te vissen. Dat mag nooit onze bedoeling zijn. Er moet dus herstel komen waar dat nodig is, maar waar het mogelijk is kan ook gebruik worden gemaakt van het natuurlijke kapitaal. Dat moet wel verantwoord gebeuren. In die zin is de ecosysteembenadering een benadering om ervoor te zorgen dat ook onze kleinkinderen nog een lekker visje kunnen eten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): I
k ben het niet met de minister eens dat het geen zin zou hebben om je visie en wensen neer te leggen in Europa en zie het dus helemaal niet als trekken aan een dood paard. Ik riep even als grapje dat het mijn hobby is, maar dat is natuurlijk helemaal niet waar. Maar goed, dat terzijde. Over de ecosysteembenadering wil ik graag een motie indienen. We hebben in het Europese visserijbeleid al 25 jaar de resultaten kunnen zien van mooie woorden. De minister wil nu weer precies hetzelfde doen. Zonder harde randvoorwaarden zijn de zeeën straks leeg. De minister weet heel goed dat de manier waarop nu naar het Europese visserijbeleid wordt gekeken, oude wijn in nieuwe zakken is. Als we niet besluiten dat ecosystemen hoe dan ook behouden moeten blijven en als we dat niet als harde voorwaarde stellen, komt het er niet van. Ik heb gisteren nog een mooi gesprek gevoerd met een hoogleraar natuurbeschermingsrecht die een analyse heeft gemaakt, en het is hartstikke treurig. De afgelopen honderd jaar is de bescherming van natuur weliswaar op papier toegenomen, zijn er allerlei rechtssystemen bedacht en zijn de woorden steeds mooier en klinkender geworden, maar de biodiversiteit blijft achteruithollen. Een van de redenen is dat wij ons er niet aan houden als er geen harde grenzen zijn. Daarom zal ik vanmiddag nog met een motie komen om toch harde grenzen voor te stellen. We kunnen dit echt niet laten gebeuren.

Minister Verburg:
De ecosysteembenadering is uitgangspunt en harde inzet van de Nederlandse regering voor het nieuwe gemeenschappelijk visserijbeleid, punt uit. Ten aanzien van natuur is er misschien wel te veel papier geproduceerd en te weinig natuur gered en geïnvesteerd in biodiversiteit. In dat kader zou het goed zijn om te kijken naar de dynamiek van de natuur en daarin te investeren, en je niet alleen te focussen op papier, regels, wetten, handhaving, enzovoorts. Het gaat om de natuur zelf. Dat moet je doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik zie dat de minister een beetje boos wordt, maar ik heb toch een vraag aan haar: waarom zijn de doelen niet gehaald? Waarom schieten we niet op met alle papiertjes die we hebben? We moeten grenzen stellen. Als we geen harde grenzen stellen, zijn we niet in staat om ons daaraan te houden. Ik zal daar dus een voorstel toe doen. De minister zal het afwijzen; dat weet ik nu al. Ik vraag echter aan de Kamer om een uitspraak. Gaan we de ecosystemen in water behouden of niet? Gaan we met iets andere formuleringen weer hetzelfde beleid voeren dat we de afgelopen 25 jaar hebben gezien? Dan zullen we het gewoon niet meer redden. Ik zal vanmiddag een motie indienen en ik hoop dat de minister nog bij zinnen komt.

Minister Verburg:
Ik ben niet boos, maar wel erg betrokken. Ik heb een grote interesse en verantwoordelijkheid voor dit traject. De ecosysteembenadering is en blijft uitgangspunt voor de inzet voor een nieuw Europees visserijbeleid. Zo moet het ook gewoon.