Bijdrage Ouwehand AO NVWA


14 juni 2018

Voorzitter, dank u wel. We spreken regelmatig over de dienst die toezicht moet houden op onder andere die enorme veehouderij in Nederland, met die enorme aantallen dieren, die onder niet al te gezellige omstandigheden moeten leven. Als de fipronilcrisis individuen heeft gedupeerd, zijn dat toch eerst en vooral de kippen, die massaal zijn vergast omdat er gesjoemeld is met een niet-toegestane stof, waarvan boeren, als het goed is, zelf ook weten dat zij de verantwoordelijkheid hebben om die niet in hun stallen te brengen. Als we het dan hebben over kippen, wil ik vandaag graag spreken over de integrale risicoanalyse pluimveevleesketen, die de NVWA heeft uitgebracht, maar eigenlijk verdient die een debat op zichzelf. De agenda voor vandaag is overvol en de spreektijd vijf minuten. Ik vind het een schande dat we in vijf minuten tijd het welzijn en het leven van en onze verantwoordelijkheid voor honderden miljoenen dieren per jaar er hier eventjes tussendoor moffelen.

Voorzitter. De analyse loog er niet om. De dieren lijden aan voedsellaesies — dat zijn pijnlijke zweren — een afwijkende skeletbouw, dorst, maag-darmaandoeningen en nog veel meer ellende. Eenmaal aangekomen in het slachthuis gaat er opnieuw van alles mis, zoals het kantelen van de kratten, met breuken en zelfs amputaties tot gevolg. Door incorrecte verdoving worden veel dieren onbedwelmd aangesneden. Bij het vangen om in de kratten te worden afgevoerd, lopen de dieren al stelselmatig diverse verwondingen als botbreuken op. Het aantal geconstateerde tekortkomingen bij vleeskuikenbedrijven en bedrijven die vleeskuikenouderdieren houden, is schrikbarend. Bij de vleeskuikenbedrijven is dat tot wel 66% en bij bedrijven met vleeskuikenouderdieren driekwart. We hebben een schriftelijk overleg gevoerd over dit rapport en mij viel op dat, in navolging van de sector zelf, die het rapport van de NVWA meteen in twijfel trok, de partijen waar ik tussen zit, CDA en VVD, allerlei vragen hadden over of dit allemaal wel klopt. Mijn eerste vraag aan de minister is dus of zij achter de bevindingen van de NVWA staat. Ook de Partij voor de Dieren heeft veel kritiek op hoe we de NVWA hebben ingericht. Dat zit 'm vooral in het gebrek aan capaciteit om echt te kunnen controleren. Maar als de NVWA dan onderzoek heeft gedaan en met dat rapport komt, lijkt het me van groot belang dat de minister klip-en-klaar is over de bevindingen: staat zij daarachter, of is ook daar nog kritiek op te leveren? Als zij daarachter staat, verbaast het mij zeer dat ze in antwoord op onze vraag hoe zij de reactie van de sector daarop ziet, zegt dat ze die voor rekening van de sector laat, maar dat die sector vervolgens wel aan tafel mag zitten om samen te bespreken wat we gaan doen met die bevindingen. Is het niet eens tijd om te zeggen: kijk eens eventjes, wij zijn verantwoordelijk voor het welzijn van deze dieren; dit zijn de bevindingen; we gaan nu over tot actie? Nota bene een sector die zo'n rapport in twijfel trekt de gelegenheid geven om mee te praten, vindt de Partij voor de Dieren echt veel, veel te ruimhartig.

Voorzitter, dan het convenant onverdoofd slachten. Tijdens het vorige AO, van 8 februari, heeft de Partij voor de Dieren al allerlei vragen gesteld over de uitzondering die is gemaakt op de regel die al bijna 100 jaar in Nederland geldt dat dieren voorafgaand aan hun slacht buiten bewustzijn moeten worden gebracht en wel zo snel mogelijk. Nu is gekozen voor de 40 secondenregel: het dier onbedwelmd aansnijden en als het dier binnen 40 seconden nog steeds niet buiten bewustzijn is, dan alsnog proberen om het te verdoven. Onze vragen zijn simpel. Hoe gaat dat in z'n werk met een dier dat hevig aan het verbloeden is? Lukt dat wel? Worden de dieren geregistreerd? Wat gebeurt er met de dieren bij wie het niet lukt, bij wie dus na 40 seconden wordt geconstateerd dat ze niet buiten bewustzijn zijn? Dan wordt alsnog geprobeerd om hen te bedwelmen. Dan is zo'n dier niet meer koosjer, kan ik me voorstellen. De wetenschappelijke adviescommissie waarschuwde al: dan wordt er dus een nieuw dier onbedwelmd aangesneden om alsnog die hoeveelheid koosjer vlees te produceren. Wat zijn die aantallen dieren? We hebben hier heel vaak naar gevraagd en ik vind het onvoorstelbaar dat daar nog steeds geen antwoord op is. Kan de minister uitsluiten — want dat is het vermoeden — dat die in eerste instantie onbedwelmd aangesneden dieren, die vervolgens worden afgekeurd omdat ze niet koosjer zijn, in reguliere kanalen terechtkomen? Wat gebeurt er? Kan zij uitsluiten dat dit vlees wordt verkocht als gangbaar vlees, waarvan mensen mogen verwachten dat het afkomstig is van dieren die wel adequaat zijn bedwelmd voorafgaand aan de slacht? Of gaat dat vlees — dat is een van de andere vermoedens — naar de moslimgemeenschap, die het wel accepteert als halal? Graag duidelijkheid. We wijzen erop dat het convenant onnodig dierenleed voorafgaand aan en tijdens het slachtproces niet wegneemt, terwijl dat wel het uitgangspunt van de Nederlandse wet is, al bijna 100 jaar; ik herhaal het nog maar een keer. We wijzen op de gewetensbezwaren waar dierenartsen in terecht kunnen komen als zij toezicht moeten houden op het slachtproces, terwijl ze weten dat onnodig dierenleed niet wordt voorkomen. Hoe kijkt de minister daartegen aan?