Bijdrage Ouwehand AO Nationale imple­men­tatie gemeen­schap­pelijk land­bouw­beleid


18 december 2013

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De PvdD wil af van het GLB en de bijbehorende subsidies. Dat had ook gekund door de enorme subsidie, gezien de totale bedragen per jaar, in te zetten voor een masterplan voor een echte hervorming van de landbouw, voor een omschakeling en steun voor boeren. Dan creëer je voor heel Europa een sector waarin boeren op een manier kunnen werken die geen schade toebrengt aan natuur en milieu en waarin de waarde voor voedsel weer wordt gewaardeerd en de consumenten er ook voor betalen. Daarover hadden we het vanmiddag nog met de staatssecretaris. Dan zijn we ook af van discussies over de manier waarop we die subsidiestromen gaan reguleren. Deze discussie houdt ons al een hele poos bezig. Ik zie in het publiek een journalist van het voormalig Agrarisch Dagblad, Jeroen Savelkouls. Volgens mij is dit AO het laatste dat hij verslaat. Hij volgt de discussie ook al tien jaar. We weten natuurlijk niet hoe hij er zelf over denkt, maar hij kan in elk geval sec constateren dat er veel tijd in zit. Dat is dus ook tijd en inzet van ambtenaren, die je anders zou kunnen inzetten als je andere keuzes maakt maken.

Maar goed, er is een hervorming van het landbouwbeleid. Dat noemen ze tenminste zo. Hoe ziet dat er nu uit? Onder druk van deze en de vorige conservatieve meerderheid in de Kamer is in de Nederlandse invulling bijna niets meer te merken van de toch al marginale veranderingen. Boeren mogen tot 2020 gewoon blijven rekenen op honderden miljoenen euro's steun. Deze inkomenssteun, waarop akkerbouwers en melkveehouders al decennialang overproductie draaien, wordt nu zelfs uitgebreid naar andere sectoren, gewoon omdat die landbouwgrond hebben. Mijn fractie wil weten waarom afscheid nemen van dit op zich bizarre systeem van die historische grondslag, betekent dat we nu bollenboeren en buxustelers moeten gaan subsidiëren, terwijl het landbouwbeleid bedoeld was voor de voedselproductie. Kan de staatssecretaris toezeggen dat ze gebruik maakt van de mogelijkheid om deze sectoren uit te sluiten en dat we het sec bij voedselproductie houden?

Dan het vergroeningselementje in het GLB: de 100% inkomenssteun die boeren nu krijgen, gaat straks naar 70% gewone inkomenssteun en 30% vergroeningspremie. In het oorspronkelijke voorstel was het idee: geen subsidie als je geen vergroeningsmaatregelen neemt. Helaas heeft dat voorstel de onderhandelingen niet overleefd. Ook boeren die helemaal geen vergroeningsmaatregelen nemen, zullen gewoon subsidie blijven krijgen. Wat gaat de staatssecretaris doen om ervoor te zorgen dat de vergroeningsmaatregelen wel worden uitgevoerd? De maatregelen zelf zijn erg minimaal. Of ze voegen in Nederland niets toe zoals de verplichte gewasrotatie die voor de Nederlandse boeren niets nieuws is. Kan de staatssecretaris dat trouwens bevestigen? Of er is gekozen voor een heel minimalistische invulling waarbij de reservering van 5% voor ecologische functies bijvoorbeeld inhoudt dat ook sloten naast akkerranden mogen worden meegeteld tegen het advies van Alterra in. Die schrijft namelijk dat ze geen diversiteitswaarde hebben. In de ecologische aandachtsgebieden mag gewoon gif en kunstmest worden gebruikt. Is de staatssecretaris bereid om die eis aan te scherpen zodat we niet met kunstmest en bestrijdingsmiddelen aan de slag gaan in een ecologisch focusgebied?

Waarom is er eigenlijk op zoveel punten afgeweken van het advies van Alterra? Melkveehouders hoeven namelijk helemaal niets te doen voor de vergroeningspremie. Is de staatssecretaris bereid om voor melkveehouders in verdrogingsgevoelige gebieden het verhogen van het grondwaterpeil als voorwaarde voor deze premie in te stellen? Dat zou haar zeer helpen met de aanpak van de verdroging in Nederland.

Verder betreurt de PvdD het oprecht dat Nederland met zijn hoge boerensubsidies maar 3% in plaats van een mogelijke 15% van de eerste naar de tweede pijler overhevelt. We zijn natuurlijk erg teleurgesteld in de bijdrage die het kabinet wil leveren aan internationale doelen met POP3. Het is al beschamend genoeg dat Nederland geen andere reden kan vinden om milieu, natuur en waterkwaliteit te beschermen dan dat we dat nu eenmaal hebben beloofd in Brussel. Nu moet er ook nog Europees belastinggeld ingezet worden om deze minimale internationale doelen te behalen. De PvdD vraagt de staatssecretaris daaraan een einde te maken.

De invulling van artikel 68 in 2014 van 9,5 miljoen voor dierenwelzijn lijkt te mooi om waar te zijn. En raad eens: dat klopt ook. Om in aanmerking te komen hoef je maar te voldoen aan de eis van Beter Leven kenmerk, één ster of een vergelijkbaar dierenwelzijnsniveau. Wie bepaalt wat een vergelijkbaar dierenwelzijnsniveau is en voor welke sectoren dit gaat gelden? De subsidie staat immers open voor alle diercategorieën. Wat houdt het concreet in? Wat gebeurt er met het geld? De Dierenbescherming heeft nog geen idee hoe de regeling er gaat uitzien, terwijl die in 2014 ingaat. Dat lijkt me ongewenst. Graag krijg ik duidelijkheid op dat punt.

Tot slot heb ik nog twee korte punten. In principe kunnen door het invoeren van de hectarepremie ook varkens- en kippenboeren subsidie aanvragen. Gezien hun niet-gebonden karakter zal het niet om heel veel geld per boer gaan, maar het gaat wel over veel bedrijven. Kunnen zij ook subsidie aanvragen? Vindt de staatssecretaris dat wenselijk gelet op de enorme administratieve lasten? Is ze het met ons eens dat dit toch niet de bedoeling kan zijn? Zo ja, wat gaat ze er dan aan doen om dit te voorkomen? Is ze bereid om ook buiten Natura 2000-gebieden kwetsbare graslanden aan te wijzen die niet mogen worden omgezet naar andere functies?

Dan hadden we toch nog een aantal puntjes waarmee we het pakket zouden kunnen verbeteren. We blijven er namelijk teleurgesteld over dat dit pakket niet veel gaat doen voor de vergroening.

Interruptie bij andere partijen:

De heer Geurts (CDA): Voorzitter. Zo’n 30% van de EU-begroting gaat de komende zeven jaar naar het GLB. Dat lijkt veel, maar het is minder dan 1% van de totale overheidsuitgaven van geheel Europa. Het GLB kost een Europeaan ongeveer €2 per week; dat is €2 per week voor voedselzekerheid. Ik moet er niet aan denken dat we voor ons voedsel afhankelijk zouden zijn van bijvoorbeeld Rusland of Zuid-Amerika. Onze Nederlandse boeren maken producten volgens hoge Europese standaarden, maar de markt betaalt hen hiervoor niet voldoende om een goede boterham te verdienen. Het GLB zorgt ervoor dat onze eigen agrarische sector blijft bestaan. (…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De CDA-woordvoerder begon zijn pleidooi met het vragen van aandacht voor het belang van het landbouwbeleid vanwege de voedselproductie. Het was vast een foutje dat de heer Geurts ook pleitte tegen de bio-industrie door te zeggen: ik moet er niet aan denken dat we afhankelijk zijn van Zuid-Amerika voor voedsel. Schaf maar af die intensieve veehouderij, zou ik zeggen. Als het CDA het GLB en het bijbehorende budget belangrijk vindt vanwege de voedselproductie, kunnen we dan met het CDA afspreken dat het daartoe beperkt blijft of is het eigenlijk een praatje voor de bühne?

De heer Geurts (CDA): Ik ben heel dankbaar dat mijn collega van de PvdD deze interruptie plaatst, want nu kan ik het nog een keer goed uitleggen. Het gaat natuurlijk met name om humaan voedsel. Daarvoor zou ik niet graag afhankelijk zijn van Rusland of Zuid-Amerika. Het deel dat voor consumptie door onze dieren bestemd is, bestaat voor een deel ook uit de reststromen die overblijven van soja. Daarbij komt nog dat Nederland zich bijvoorbeeld in Zuid-Amerika ongelooflijk inspant om ervoor te zorgen dat daar duurzame soja geteeld wordt. Er is geen ander land in de wereld dat Zuid-Amerika zo onder druk zet om die duurzame soja, om maar even een voorbeeld te noemen, daar te laten telen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik dacht al dat het een verspreking was. Mijn vraag gaat helemaal niet over de bio-industrie. Ik denk dat het CDA de laatste partij zal zijn die zich op dat punt aansluit bij de PvdD, alhoewel de VVD een dikke concurrent is; en de SGP natuurlijk. Het wordt dringen op de lijst. Als het CDA zegt dat het landbouwbeleid belangrijk is vanwege de voedselproductie, kunnen we dan ook met het CDA afspreken dat de subsidies die we in dit kader toekennen, beperkt blijven tot de voedselproductie?

De heer Geurts (CDA): Ik heb net al aangegeven dat we er niet zo'n voorstander van zijn dat er inkomensondersteuning vanuit het GLB naar terreinbeherende organisaties gaat. Mogelijk kunnen we elkaar op dat punt vinden.

Beantwoording door de staatssecretaris van Economische Zaken

Staatssecretaris Dijksma: Ik heb vijf blokken die ik met de commissie wil bespreken. Ik begin met de hoofdlijnen van de invulling van het nieuwe GLB. Daarna komt het onderwerp van de vergroening aan de orde, vervolgens POP3 en een aantal van de knelpunten die door de Kamer zijn gesignaleerd. Ten slotte heb ik nog een blok overig waarin diverse varia voorkomen. (…)

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd waarom de bollenboeren en de buxustelers ook worden gesubsidieerd. Er is een Europese verplichting om ook deze sectoren in het GLB op te nemen, want het nieuwe GLB is gericht op alle landbouwgrond. Ze vroeg vervolgens wat dit betekent voor bedrijven die haast geen landbouwgrond hebben. Bepalend is dus de landbouwgrond en heel kleine bedrijven komen niet in het GLB.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De staatssecretaris heeft toch de ruimte om sectoren uit te sluiten? Ik snap dat op basis van die hectares ook bollenboeren en buxustelers die betalingen kunnen aanvragen, maar de staatssecretaris kan zeggen: nee, die sectoren niet; we houden het bij voedselproducenten.

Staatssecretaris Dijksma: Ik check het even, maar in beginsel heb ik die ruimte niet.(…)
Ik vind het wel mooi te zien dat er een heel verschillende appreciatie is van wat er nu gebeurt in de Kamer. Mevrouw Ouwehand vindt het een totaal minimale invulling en mevrouw Lodders staat aan de andere kant van het retrospectief en vraagt zich af of het niet te ver gaat. Ik denk dat ik ergens in het midden zit. De heer Geurts reageert dat ik dan op zijn plaats zit, maar ik denk niet dat hij op dit dossier in het midden zit, want dan zou hij vast een probleem met een deel van zijn achterban hebben. Ik zeg gelijk heel eerlijk dat dit dan niet mijn probleem is. Ik ben het niet met mevrouw Ouwehand eens dat er een minimale invulling komt. Ik wil ook aan de hand van mijn beantwoording laten zien waarom ze daarin ongelijk heeft. (…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vroeg mij af of de staatssecretaris ook het scenario voor zich ziet dat boeren die nu nog geen subsidie ontvangen, maar straks wel, denken: nou ja, 240 euro per hectare is mooi zat; dan krijg ik die extra subsidie in het kader van die vergroening maar niet. Ze hebben iets wat ze daarvoor niet hadden. Het zou zo maar kunnen dat die boeren niet te bewegen zijn tot vergroeningsmaatregelen. Hoe voorkomt de staatssecretaris dat het op dat vlak stil blijft liggen?

Staatssecretaris Dijksma: Dat kan. Uiteindelijk kan een boer zeggen: ik wil het geld niet, maar dan wil ik ook niet opdraaien voor de bijbehorende maatregelen. Dat is namelijk hoe het systeem in elkaar zit. Ik verwacht niet dat een groot aantal boeren zo zal reageren. Ik denk dat er met het pakket waarmee we nu komen, ook voor de sector een enorm interessante uitdaging ligt om het juist wel op te pakken omdat een groot deel van de maatregelen op allerlei vlakken bijdragen levert aan het welzijn van de landbouw. Ik ben er aanmerkelijk minder somber over dan mevrouw Ouwehand. Het goede punt is dat iemand die vooraf zegt dat hij niets doet, die subsidie inderdaad ook niet incasseert. Er zit geen beloning op het niet-doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daarover zijn we het niet helemaal eens. Dat zou het pas echt betekenen als je helemaal geen vergoeding krijgt, wanneer je niets doet voor vergroening. Maar goed, dat is een gepasseerd station want dat heeft het niet gehaald in de onderhandelingen.

(…)
Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik had de staatssecretaris gevraagd of ze bereid is om ervoor te zorgen dat in de ecologische aandachtsgebieden geen bestrijdingsmiddelen en kunstmest mogen worden gebruikt. Daarop is ze nog niet ingegaan.

Staatssecretaris Dijksma: In het algemeen wordt er geen gebruik van mest of gewasbescherming toegestaan. Er wordt op dit moment een uitvoeringsregeling opgesteld. Daarin bekijken we dit ook. In principe wordt dit dus inderdaad niet toegestaan. (…)

Mevrouw Ouwehand vroeg of ik bereid ben om een verhoging van het grondwaterpeil als verplichting in te stellen voor de melkveehouders. Dat kan niet binnen het generieke kader van het GLB. Waar dat nodig is, kan wel via het agrarisch natuurbeheer gewerkt worden aan een verhoging van het grondwaterpeil.
(…)We hebben gekozen voor een invulling met een aantal onderwerpen: dierenwelzijn, mestverwerking, precisielandbouw, een vaarvergoeding en de brede weersverzekering. We hebben het dan over de zogenaamde artikel 68-maatregelen. Onder dierenwelzijn is er wel degelijk ruimte voor de verduurzaming van de stallen, met name voor de pluimveehouderij. Als de Dierenbescherming nog niet precies weet wat dat betekent, lijkt het me prima om daarover met de Dierenbescherming te spreken. Mij ging het erom dat we met overheidsmiddelen de verduurzaming die gaande is, met name die in de pluimveesector, een extra stimulans zouden geven. We hebben daarover in het voedseldebat van vanmiddag gesproken. Consistentie alom, althans bij mij. We willen dat geld graag daarin investeren.

We sluiten andere sectoren niet uit, omdat we graag zien dat het geld gebruikt wordt als we het reserveren. Ik weet niet zeker of dit bedrag wel goed besteed wordt als je het aan één sector ten goede laat komen. Je moet dus ruimte hebben om ervoor te zorgen dat dit geld ook voor dit doel wordt opgemaakt. Dat betekent dus niet dat verduurzaming van stallen er niet onder kan vallen. Ik zou zeggen: integendeel. Welzijn heeft immers vaak te maken met de omgeving waarin de dieren worden gehouden.

Tweede Termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris. We zijn het op een aantal punten niet eens en het zou ook gek zijn als dat wel het geval was: de sloten en het uitsluiten van bepaalde bedrijven. Ik kan me echt niet voorstellen dat we de bollentelers die nu geen subsidie krijgen en het grootste gifgebruik in Nederland hebben, gratis en voor niets in aanmerking laten komen voor die nieuwe hectarepremie. Ik had een motie op dat punt als niemand anders een VAO had aangevraagd, maar dat gaat geloof ik wel gebeuren.

De melkveehouders hoeven dus niets te doen voor de vergroeningspremie. Bovendien zegt de staatssecretaris dat ze voor dat deel van de premie niet eens de eis kan stellen dat je in een verdrogingsgevoelig gebied het grondwaterpeil zo hoog moet houden dat de verdroging niet erger wordt. Dat vind ik raar. Graag hoor ik nog een reflectie op dat punt.

De staatssecretaris gaat met de Dierenbescherming overleggen hoe we het geld voor dierenwelzijn kunnen invullen, maar die regeling gaat in 2014 in. Ik hoor eerst graag van de staatssecretaris hoe ze dit voor zich ziet zodat we niet geconfronteerd worden met een zogenaamd duurzame eendenstal om maar wat te noemen, als die subsidie straks openstaat voor alle diercategorieën. Graag krijg ik een toezegging van de staatssecretaris dat we eerst worden geïnformeerd over de manier waarop die regeling wordt ingevuld, voordat die van kracht wordt.

Staatssecretaris Dijksma: Mevrouw Ouwehand had nog een paar dingen. Ze vroeg hoe het met die bollentelers zit. Dat is een zeer intensieve teelt en voor hen is het aandeel dat ze zouden kunnen krijgen uit het GLB echt peanuts, terwijl er wel een hele berg aan verplichtingen tegenover staat. Het is maar zeer de vraag of men er zelf gebruik van wil maken. In dat geval moet men zich zelf ook altijd houden aan de regels die horen bij het verkrijgen van subsidie. Cross compliance heet dat heel mooi. Men moet op het terrein van mest, gewasbescherming en vergroening aan de regels voldoen.

Mevrouw Ouwehand zegt dat er geen verplichtingen zijn met betrekking tot de vergoedingen voor de melkveehouders. Dat zie ik toch echt anders. Misschien is het belangrijk om te zeggen dat er toch heel wat op mensen afkomt. Mevrouw Ouwehand moet dat niet onderschatten.

Er is gevraagd om een invulling van de artikel 68-maatregelen. Over de nadere invulling van de regeling wil ik best met de Dierenbescherming aan tafel gaan zitten. Die regeling gaat inderdaad in. Dat betekent dat we die regeling nu in de Staatscourant zetten, want anders ben ik te laat. Ik wil dat allemaal niet gaan ophouden. Die regeling gaat dus gewoon in. Over de nadere uitvoering daarvan kunnen we natuurlijk een gesprek voeren. Ik spreek daarover ook met diverse andere partijen om te bekijken of er initiatieven kunnen komen van onderop om echt iets aan verduurzaming te doen. Ik zal de Kamer informeren wat deze gesprekken opleveren. Dat is wat anders dan nu de regeling ophouden. Dan hebben we een probleem omdat we het geld het komende jaar niet kunnen uitgeven. Ik vraag toch om me even de ruimte te geven om dit te kunnen doen. Ik zou haast denken dat geld voor dierenwelzijn iets is waarvan mevrouw Ouwehand misschien gewoon blij zou kunnen worden. Ik probeer het maar even.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het is leuk geprobeerd, maar het is de vraag of het echt voor dierenwelzijn is. Wat zou kunnen is het volgende. Als de regeling ingaat en iemand doet een aanvraag en zegt: het is vergelijkbaar met één ster van de Dierenbescherming, welke grond heeft de staatssecretaris dan om te zeggen: ik weet het zo net nog niet? Ze schept wel verwachtingen, terwijl ze nog niet weet hoe het wordt beoordeeld.

Staatssecretaris Dijksma: Dat gaan we dan natuurlijk checken en dat gaan we ook afspreken. Daarover zullen we wel die duidelijkheid bieden. Daarom zeg ik nogmaals: kijk nu even mee naar het nadere gesprek over de invulling en daarover wil ik natuurlijk graag met de diverse partijen spreken. Ik hoop wel dat het een succes wordt. Het zou heel mooi zijn om bijvoorbeeld binnen de pluimveesector weer een stap naar verduurzaming te kunnen zetten. Komt er een keer een initiatief, nog wel van mij, waarom mevrouw Ouwehand misschien helemaal niet heeft gevraagd, is het weer niet goed. Ze moet een beetje oppassen om niet te negatief te zijn. Ik heb goede bedoelingen en ik heb de intentie om er iets moois van te maken. Ik ga de Kamer daarover berichten.