Bijdrage Ouwehand AO mili­euraad


4 december 2014

Bijdrage Esther Ouwehand

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. We sturen Frans Timmermans naar Brussel en het gaat meteen veel slechter. De ruzie over de plastic tasjes en het voorstel om op te houden met de normen voor luchtkwaliteit baren de PvdD grote zorgen. Hoe kijkt de Staatssecretaris daarnaar? Hoe reageert Nederland op deze ontwikkelingen in de Europese Commissie? Voor de uitvoerbaarheid is het verstandiger om alle gratis plastic tasjes te verbieden en niet te zeuren over hoe dik of dun ze mogen zijn. Graag een toezegging op dit punt. Wat is de rol van de Staatssecretaris geweest in de Europese discussie hierover? Ik maak mij echt grote zorgen over de luchtkwaliteit. Wat vindt de Staatssecretaris van het idee dat de normen van tafel kunnen? Hoe heeft zij daarop gereageerd? Hoe zit het met haar inzet om de Europese normen naar het niveau van de Wereldgezondheidsorganisatie te krijgen? De normen zijn nu zo ruim, dat er jaarlijks 400.000 mensen vroegtijdig overlijden door luchtvervuiling. Zeker in een klein en dichtbevolkt land als Nederland, waar dicht bij vervuilende activiteiten gewoond wordt, moeten wij ons daarover grote zorgen maken. Er is een brief naar Juncker gestuurd om de luchtkwaliteit en de circulaire economie in het taken-pakket te houden. Nederland heeft die brief niet ondertekend. Hoe zit dat? Wij praten al jaren over het gentechvoorstel dat de lidstaten de gelegenheid moet geven om zelf te oordelen over het wel of niet toestaan van het telen van gengewassen op hun grondgebied. Wil de Staatssecre-taris ons goed op de hoogte houden? Ik wil haar graag complimenten kunnen geven als zij het Nederlandse standpunt goed verdedigt, maar ik kan dat nu niet beoordelen. Ik lees dat er een trialoog is gehouden tussen het Europees parlement, de Europese Commissie en de Raad over de aangenomen amendementen in de voor commissie voor Environment, Public Health and Food Safety (ENVI), maar wat heeft de Staatssecretaris gedaan en hoe gaat het lopen? De Staatssecretaris kent de betrokkenheid van de Kamer bij dit punt. Het kan alleen goed lopen, als zij ons goed informeert. Vorige week donderdag kregen wij ineens een brief over de richtlijn voor brandstofkwaliteit. De Staatssecretaris schrijft dat zij zich realiseert dat het nieuwe voorstel niet volledig tegemoetkomt aan de wensen van de Kamer voor de aanpak van teerzandolie en het vergroten van transparantie in de keten. Dat klopt, dat doet het niet. Hoe nu verder? De Staatssecretaris schrijft dat zij niet anders kon dan instemmen. De richtlijn wordt dus als hamerpunt afgetikt op de Concurrentieraad. Er is gisteren echter een resolutie in de ENVI-commissie aangenomen, waarin bezwaar wordt gemaakt. Hoe moeten wij die resolutie beoordelen? Wat wordt de inzet van de Staatssecretaris? Zij schrijft dat wij binnenkort het rapport van Ecorys ontvangen, waarin in kaart is gebracht welke juridische en economische obstakels er zijn voor het realiseren van volledige transpatranspa-rantie in de keten. Is dat geen mosterd na de maaltijd? Als wij de uitvoeringsrichtlijn nu vaststellen, worden de juridische mogelijkheden maar ook de onmogelijkheden om transparantie te realiseren in beton gegoten. Wanneer komt dat rapport precies? Kunnen wij er dan nog wat mee? Kan de Staatssecretaris reageren op de laatste ontwikkelingen in de ENVI-commissie en ons schetsen welke mogelijkheden er zijn om de richtlijn aan te passen aan de wensen van de Kamer?

Interrupties bij andere partijen

[…]

De heer Remco Dijkstra (VVD): Ik heb in het vorige algemeen overleg gerefereerd aan de heer Gerbrandy van D66, die hoog opgeeft van de circulaire economie. De VVD onderschrijft de circulaire economie, dat staat in ons verkiezingsprogramma en het regeerakkoord. Het gaat echter mis bij de uitvoering. De grondstoffenefficiency, waar D66 zo’n voorstander van is, leidt alleen maar tot meer administratieve lasten. De circulaire economie heeft alles in zich om een lelijk gedrocht te worden dat extra administratieve lasten oplevert. Ondernemers zijn dag in, dag uit bezig met bekijken hoe zij schoner, zuiniger en met minder energie- en waterverbruik kunnen produceren. Waarom? Omdat hen dat een voordeel in kostprijs oplevert. Daarvoor hebben wij geen Brussel nodig, laat staan een instituut dat wordt opgericht om per product richtlijnen te bepalen. Dat is totale onzin, daarin schieten wij te ver door. Ik wil rapporteur Gerbrandy uitnodigen in Den Haag, zeker in het kader van het Europees voorzitterschap, en samen met de VVD en D66 – de VVD voor de onder-nemers en D66 voor de regeltjes – te bekijken hoe wij dit goed vorm kunnen geven. Dat is mijn doel. Zoals het nu loopt, gaat het niet goed.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Op zichzelf vind ik de grondgedachte van de VVD dat je geen dingen aan Brussel moet vragen die niet nodig zijn, wel goed. Je kunt dingen ook zelf doen. Er is echter een verschil in aanpak. De VVD zegt over dingen waar wij echt niet onderuit kunnen, zoals een goed milieu en een beter dierenwelzijn, dat zij die belangrijk vindt, maar die in Europees verband wil regelen. Dat is dan de escape. Als de VVD nu zegt dat zij zo min mogelijk milieuregels vanuit Brussel wil hebben, zien wij dan ook een verandering in wat lidstaat Nederland zelf gaat doen? Volgens mij hoort die boter bij deze vis.

De heer Remco Dijkstra (VVD): Mijn milieuportefeuille bestaat voor 80% uit richtlijnen vanuit Brussel. Dat vind ik prima. Voorstellen die te ver gaan, die ervoor zorgen dat het level playing field niet gewaarborgd wordt en die leiden tot extra administratieve lasten voor ondernemers, die al dagelijks bezig zijn met duurzaamheid en de circulaire economie, voegen echter niets toe. Als politicus mag ik kritisch zijn. De goede dingen uit Brussel omarm ik en tegen de slechte dingen ageer ik. Die laatste zijn tegengesteld aan wat wij willen: een florerende interne markt. Daar profiteert het milieu ook van.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil het concreet maken. Er is discussie over de luchtkwaliteit. De World Health Organization (WHO) heeft een norm geadviseerd waaraan Nederland niet voldoet. Hoe gaat de VVD om met haar verantwoordelijkheid om de volksgezondheid te beschermen? Zegt zij dat wij die WHO-norm zelf kunnen invoeren, zonder Brussel, of zegt zij dat zij wil vasthouden aan de Europese afspraken en dat het belangrijk is dat de Europese richtlijnen over luchtkwaliteit blijven bestaan?

De heer Remco Dijkstra (VVD): Dat laatste. Ik ben voor Europese richtlijnen. De Europese richtlijn voor luchtkwaliteit is beter en realisti-scher dan die van de WHO. Hoe je het ook went of keert, wij wonen niet in Noord-Canada waar het misschien allemaal wat schoner is. Wij wonen in een dichtbevolkt gebied. Wat betreft de luchtkwaliteit wacht ik het pakket van de nieuwe werkcommissie eventjes af. Ik zit er dubbel in. Wij zijn enorm voor bronbeleid, maar toch wil ik bekijken hoe dat uitpakt. Bronbeleid is de weg die wij moeten gaan en daar is Europees beleid voor nodig. Wij moeten echter voorkomen dat wij doorschieten. Denk aan de ammoniakzaken, die de boeren raken. Vaak is maatwerk beter. Ik sta open voor suggesties uit Brussel en van de Kamer om te bekijken wat wij moeten loslaten en aan Europa moeten overlaten en wat wij zelf moeten regelen.

Beantwoording door de Staatssecretaris

Staatssecretaris Mansveld: Voorzitter. Zoals gebruikelijk tref ik een parlement aan dat zeer actief en proactief is. Ik waardeer dit bijzonder. Ik heb gisteren inderdaad een gesprek gehad met Commissaris Vella en Commissaris Timmermans. Er is een nieuw Europees parlement en er zijn nieuwe Commissarissen. In het formatieproces bekijkt men wat men aantreft en hoe men ermee omgaat. Ik begrijp dat de Commissie haar werkprogramma snel wil vaststellen. Dat vind ik ook belangrijk, want dat geeft duidelijkheid en daarmee kan Europa aan de slag. Ik heb in de krant gelezen dat er signalen zijn dat de Commissie het luchtkwaliteitspakket en het pakket circulaire economie wil intrekken. Ik wil dit nuanceren. Ik heb begrepen dat de heer Juncker en de heer Timmermans hun collega-Commissarissen hebben gevraagd twee dingen in kaart te brengen. Ik heb de Commissarissen gevraagd hoe ik het begrip «sustainability» in hun individuele portefeuille en breder moet zien en of het terugkomt in het werkprogramma.

De heer Vella heeft marien milieu in zijn portefeuille. Ik heb hem gevraagd hoe hij naar microplastics kijkt. De zee houdt namelijk niet op bij de grens van Malta. Hij vond dat een treffend voorbeeld, want daar komt hij vandaan. De golfjes gaan echt zonder dat ze dat melden de grenzen over. Op deze manier heb ik het gesprek gevoerd. Ik heb ervaren dat je opeens moet overzien wat je wilt, maar ook wat je aantreft en hoe je dit met elkaar combineert. Ik heb gezegd dat ik Make it Work een goede manier vind, maar dat het inleveren op ambitie weerstand bij mij oproept. In de krant stond een bericht over de brief van de elf landen. Mij is een eerste concept van die brief voorgelegd. In de brief staat de conclusie dat het pakket werd ingetrokken. Ik heb dit niet kunnen traceren. Mijn eerste vraag is dus of de conclusie die door een aantal landen wordt getrokken, klopt. Bovendien vond ik dat de brief een inleiding moest hebben. Die is er later ook gekomen. Ik ben inderdaad gevraagd om de brief te onderte-kenen, maar als de conclusie die wordt getrokken weerstand oproept, weet ik niet of dit de juiste weg is. Ik ben het eens met het uitgangspunt dat wij voor de circulaire economie en de luchtkwaliteit een hoge ambitie moeten hebben. Laat ik het anders formuleren: ik vind dat wij een hoge ambitie moeten hebben voor luchtkwaliteit en dat circulaire economie voor economische ontwikkeling de enige weg is om te gaan. In het gesprek werden die belangen onderschreven. Ik vond de formulering van en de opstelling in de brief wat voorbarig. Met het niet ondertekenen van de brief, geef ik niet het signaal dat ik geen ambitie heb en dat ik niet overleg met andere landen. Ik heb de Commissarissen daar gisteren op aangesproken. Het doel staat voorop en de route is minder belangrijk. De Kamer heeft gezien dat ik de brief over iLab wel heb ondertekend.

[…]

Staatssecretaris Mansveld: Soms zou ik willen dat ik een megafoon had, waarmee ik even wat kon rondroepen en dat iedereen in Nederland het zou horen. Je moet echter vaak over andere communicatiewegen gaan. In mijn brief van 26 november heb ik de Kamer geïnformeerd over het voornemen om in te stemmen met het voorstel voor de Fuel Quality Directive. Ik heb de argumenten gegeven waarom ik dit wil doen; niet omdat ik de zorg over teerzandolie en andere onconventionele olie niet deel, maar omdat de Europese Commissie aangeeft dat, als de lidstaten het voorstel ingrijpend willen wijzigen, het voorstel wordt teruggetrokken en er geen nieuw voorstel komt. Dit is een dilemma. Je vindt het niet goed genoeg, maar als er niets anders komt, ben je ook slecht af. Dan durf ik niet terug te komen naar de PvdD, want ik weet dat mevrouw Ouwehand dan boos op mij wordt of, beter gezegd, teleurgesteld is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Staatssecretaris schatte goed in dat ik erg verdrietig wordt als dit het maximale is wat wij eruit kunnen halen. Ik voel wel met de Staatssecretaris mee. Ik ben blij dat zij bevestigt dat het het kiezen tussen twee kwaden is en dat zij eigenlijk tegemoet wil komen aan de wensen van de Kamer over de aanpak van teerzandolie en het vergroten van de transparantie. Ik steun haar in de zoektocht naar de strategie om het maximale eruit te halen. Welke mogelijkheden biedt het toegezegde Ecorys-rapport nog? Acties in Nederland voor het implemen-teren of de rapportage over fossiele brandstoffen per raffinaderij geven misschien handvatten om meer te doen dan vanuit de EC en de conclusies van de Raad mogelijk lijkt te zijn.

Staatssecretaris Mansveld: Ik ben een kabinetsreactie op dat rapport aan het formuleren. Ik zie het belang ervan in en hoop dat het lukt om direct na het weekend dat rapport met mijn appreciatie aan de Kamer te sturen. Ik doe dat mede namens de Minister van Economische Zaken en ik wil graag eerst met hem overleggen. Ik hoop echt dat ik het aanstaande maandag of dinsdag de Kamer kan toesturen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik dank de Staatssecretaris voor de toezegging.

[…]

Staatssecretaris Mansveld: Mevrouw Ouwehand vroeg naar gentech en gmo’s (genetically modified organisms). Ik heb conform mijn toezegging de Kamer recentelijk een brief gestuurd over de in voorbereiding zijnde aanvragen. In Brussel is veel discussie over een voorstel van de Commissie waardoor landen eigen beslisruimte krijgen. Ik heb een brief over de stand van zaken in voorbereiding, ook die hoop ik voor kerst aan de Kamer te kunnen sturen. Ik benadruk dat ik geen onomkeerbare stappen neem zonder met de Kamer gesproken te hebben. Ik weet hoezeer de Kamer daarop gesteld is. Dit is al heel lang een spannend en ingewikkeld onderwerp. Wij zitten nu in de fase dat er wellicht stappen naar voren gezet kunnen worden. Het is belangrijk dat wij dat doen, maar ik ga niet zomaar met alles akkoord, want ik vind dat de stap een goede moet zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik dank de Staatssecretaris voor deze toezegging. Een deel van de Kamer wil heel graag volgen wat er gebeurt. Ik dank haar ook voor de toezegging dat er geen onomkeerbare stappen worden gezet. Heeft de Staatssecretaris zicht op het tijdpad? Ik ga ervan uit dat in de brief ook de kabinetsappreciatie van de amendementen wordt gegeven. Een van mijn zorgen zit in het aangenomen amendement waarin de gronden voor een nationaal teeltverbod worden verbreed naar milieugronden die niet in de beoordeling van de EFSA (European Food Safety Authority) staan. Dit is wat de Kamer wil, maar de Raad wijst dit punt af. Gaat de Staatssecretaris hier in haar brief op in?

Staatssecretaris Mansveld: Dat is precies waarop ik inga. Ik ga alleen akkoord met een goed voorstel. Ik vind niet dat het voorstel zich ten goede ontwikkelt, maar alles wat nog niet uitontwikkeld is, kan weer de goede kant opgaan. Ik ga op zoveel mogelijk zaken in. Is dit niet voldoende of zijn er nog vragen, dan ken ik mevrouw Ouwehand als iemand die dat meteen signaleert. We moeten het goed doen en niet water bij de verkeerde wijn doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Veel dank.

[…]

Tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor de beantwoording en de toezeggingen. We delen de zorgen over de brandstofkwaliteit. Ik steun de Staatssecretaris in haar inzet om er het maximale uit te halen. Wij worden graag op de hoogte gehouden. Dank ook voor wat de Staatssecretaris zei over het gentechvoorstel, dat zij vasthoudt aan de uitspraak van de Kamer op dit punt en dat wij voor Kerst worden geïnformeerd over wat er gebeurt, het tijdpad en op welke wijze het kabinet daarmee omgaat. Ook dank voor het verbod van plastic tasjes. Heb ik goed gehoord dat de Staatssecretaris zei dat dit geldt voor alle plastic tasjes die gratis worden verstrekt en dat wij niet meegaan in de discussie over de dikte? Dat is een goede inzet. Ik ben benieuwd wat de voortgang met betrekking tot de luchtkwaliteit is. Naar aanleiding van het AO Leefomgeving komt er nog een VAO, maar de normen, die Europees zijn afgesproken en die Nederland hanteert, voldoen niet aan wat de WHO heeft geadviseerd. De Staatssecretaris heeft dit bevestigd en pleit er in Europees verband voor om ze aan te scherpen. Wat is de stand van zaken? Deze discussie loopt ook in het AO Leefom-geving, maar ik wil graag horen wat de ontwikkelingen op dit punt zijn.

[…]

Staatssecretaris Mansveld: Mevrouw Ouwehand vroeg naar de luchtkwaliteitsnormen. De waarden die de WHO heeft vastgesteld gaan uit van een situatie waarin er geen substantiële effecten op de gezondheid zijn. Ik streef naar schone lucht, maar de vraag is of de WHO-waarden op termijn haalbaar zijn, als je kijkt naar de belangen die spelen. Ik vind het belangrijk om het luchtkwaliteits-pakket op tafel te houden, dat de hotspots in Nederland aan de normen gaan voldoen en dat wij stapje voor stapje verdergaan. Met de doelstel-lingen voor 2030 worden de WHO-normen nog niet bereikt. De advies-waarden zijn in die periode niet haalbaar. Wij moeten steeds bekijken wanneer realisatie van dat soort waarden wel haalbaar is. Het is niet van tafel, maar mevrouw Ouwehand wil te snel. Luchtkwaliteit is belangrijk. Wij moeten in Nederland alle hotspots kwijt en ik ben met de betreffende gemeenten in gesprek. De Kamer kent het Nationaal Samenwerkingspro-gramma Luchtkwaliteit