Bijdrage Ouwehand AO Mili­euraad


23 maart 2011

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heb weer eens nieuwe woorden geleerd op het gebied van voeding. Ik had niet gedacht dat dit er nog in zou zitten, maar ik lees toch dat de minder koolstofintensieve voedingswaren moeten worden aangemoedigd. Ik vraag mij af of de lunch met die minder koolstofintensieve voedingswaren een beetje zal smaken. Dit is natuurlijk een grapje; het onderdeel van de routekaart naar de koolstofarme economie waarvoor de Partij van de Dieren de meeste aandacht heeft en waarvan zij de meeste voordelen verwacht, is duurzamer intensief grondgebruik. In de loop der tijd is de stapel papier met analyses van de problemen -- de Europese Commissie ziet het heus wel en Nederland weet het heus ook wel -- inmiddels wel groot genoeg geworden. Er zijn mooie invalshoeken, bijvoorbeeld dat wij alle vormen van landgebruik op holistische wijze moeten benaderen. De implementatie van wat er dan echt moet gebeuren zie ik echter nog nergens terug. Er zijn talloze rapporten gekomen vanuit de klimaathoek en de biodiversiteitshoek.

Ook de Verenigde Naties hebben gerapporteerd dat de voedselproductie in tien jaar tijd kan worden verdubbeld met biologische landbouw. Dat zou enorme voordelen hebben omdat wij dan geen kunstmest meer hoeven te maken, want de kunstmestproductie is afhankelijk van olie en is ook energie-intensief. Wij hoeven dan geen dieren meer op te sluiten in stallen met luchtwassers erop die ook weer energie slurpen, Ik krijg graag de toezegging van de staatssecretaris dat wij dit gewoon eens gaan doen. Het kost niet zo veel. Je moet alleen de landbouw helpen om zich te hervormen. Als de landbouw eenmaal duurzaam is, hoeven wij er niet voortdurend geld tegenaan te smijten om de grote nadelen van de intensieve veehouderij en de intensieve akkerbouw te compenseren, en wat dat allemaal betekent voor voedsel, voor het behoud van de bossen, voor het klimaat, voor water. Wij hoeven er dan niet ieder jaar een bak met geld tegenaan te smijten om al die negatieve effecten weer een beetje weg te poetsen. Dat is dus de concrete vraag die ik aan de staatssecretaris stel. Als hij niet durft te zeggen dat wij wat minder vlees moeten eten, mag hij wat mij betreft ook zeggen dat wij minder koolstofintensieve voedingswaren moeten nuttigen. Hij mag zijn eigen woorden kiezen, als wij de broodnodige hervorming van de landbouw, met alle voordelen die dat kan hebben, ook echt serieus gaan inzetten in dit tijdpad. Ik krijg die toezegging graag.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het is vandaag een beetje een rare dag. Ik moet er in verband met het debat over Libië zo tussenuit. Is de staatssecretaris van plan om nu mijn vragen te beantwoorden?

De voorzitter: De staatssecretaris is bereid om nu eerst de vragen van mevrouw Ouwehand te beantwoorden.

Staatssecretaris Atsma: Ik heb hiermee de vragen van de heer Samsom over de energie-efficiency beantwoord. Ik heb ook uitgeweid over de lokale klimaatambassadeurs en wat wij in dat kader hebben afgesproken, omdat de heer Samsom mij heel nadrukkelijk vroeg wat wij op nationaal niveau met de routekaart gaan doen. Mevrouw Ouwehand is met name ingegaan op de duurzaamheidsvraag in relatie tot de landbouw. Dat is voor haar geen onbekend terrein, dus wie ben ik om met haar over dat onderwerp in debat te treden? Ik vind dat de Nederlandse landbouw duurzaam moet zijn.

De Nederlandse landbouw is voor een groot deel ook al duurzaam, maar hier en daar kan hij wat mij betreft nog wat duurzamer worden. Voor de debatten die op dit punt moeten worden gevoerd, verwijs ik mevrouw Ouwehand vooral naar de collega van EL&I die zij -- zo heb ik mij laten vertellen -- dagelijks op tal van terreinen tegenkomt. Ik ga ervan uit dat de gesprekken tussen haar en collega Bleker op dit punt verdiepend zijn voor beide partijen. Als mevrouw Ouwehand mij om een concrete toezegging vraagt inzake de verduurzaming van landbouw in relatie tot een aantal ambities om bijvoorbeeld de biologische landbouw een heel stevige impuls te geven, is mijn antwoord daarop: nee, daar ga ik niet over. En als ik daarover ging, dan zou ik nog ernstig twijfelen over de route die zij wil bewandelen.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand heeft nog wel een andere vraag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vraag de staatssecretaris om in het Europese debat alle bestaande rapporten over duurzaam landgebruik in te brengen en om zeker de Verenigde
Naties, maar ook de klimaat- en biodiversiteitwetenschappers niet over te slaan. Ik geef hem ook een waarschuwing mee. Als commissie hebben wij niet zo lang geleden de
Eurocommissaris gesproken. Ik heb haar toen gevraagd naar de klimaatbelasting van verschillende voedingswaren, waarbij ik onder meer sprak over vlees. Haar antwoord ging vervolgens over aardbeien. Nu is er natuurlijk veel te doen over aardbeien, zoals het watergebruik, het gifgebruik en het invliegen waardoor ze zwaar milieubelastend worden. Dit is een trucje dat de Eurocommissaris gebruikt als onze staatssecretaris serieus over de klimaatbelasting van verschillende voedingsmiddelen zou willen spreken. Ik geef hem dat mee, want dat wil hij natuurlijk niet; hij wil het onder andere gewoon over vlees hebben. Dan weet hij dat alvast.

Staatssecretaris Atsma: De aardbeien werden waarschijnlijk opgevoerd in het kader van het watergebruik en de waterbehoefte. Ook komkommers, meloenen en pompoenen brengen een grotere watervraag met zich mee. Ik wil de vraag toch maar onbeantwoord laten, althans voor mevrouw Ouwehand niet bevredigend beantwoord laten. Daarbij zeg ik wel dat als je kijkt naar een aantal duurzaamheidsdoelstellingen, Nederland echt het lef zou moeten hebben om veel meer in te zetten op het benutten van groen gas, ook kijkend naar de energiebehoefte. Ik ben daarvan zelf een groot voorstander. In een vorig overleg hebben wij er heel kort iets over gezegd en gehoord. Ik zou het echt een uitdaging vinden om daar meer mee te doen. Mevrouw Ouwehand zou eens een kijkje kunnen nemen bij haar ex-collega, voormalig volksvertegenwoordiger Crone, om te zien hoe een en ander daar wordt gerealiseerd om op basis van groen gas -- gas uit de landbouwsector – complete stadswijken te verwarmen. Ik kan ook verwijzen naar een initiatief hier vlak bij, in De Lier, waar met 1 hectare aan kassen 1200 huizen worden verwarmd en in hun energiebehoefte worden voorzien. Dat zijn kansen die de landbouw biedt waarop veel scherper zou kunnen worden ingezet. Ik doe dat liever dan voortdurend hakketakken over de vraag wat wel of niet...

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat blijft een debatje. Ik ben blij dat er in de routekaart al iets wordt gezegd over koolstofintensieve voedingswaren. De vraag is simpel. Er liggen zo veel rapporten over duurzaam landgebruik dat ik mij niet kan voorstellen dat er een serieuze Europese discussie wordt gevoerd buiten deze stukken om. De enige vraag die ik aan de staatssecretaris wil stellen, is of hij die stukken wil inbrengen of collega's wil steunen die dat doen. Het lijkt mij weinig zinvol om de routekaart verder uit te zetten zonder alle kennis die hierover beschikbaar is. Dat is mijn enige vraag. Ik dank eenieder voor de coulance; ik moet het AO nu uit.

Staatssecretaris Atsma: We hebben volgens mij voldoende gewisseld. Wij verschillen van mening, maar wie weet komt er een tijd dat wij heel dicht bij elkaar staan als het gaat over de inhoud van dit onderwerp. In algemene zin vind ik dat voedsel daar moet worden geproduceerd waar dat het beste kan en waar de opbrengst zo optimaal mogelijk is, omdat wij allen weten dat er de komende jaren vele miljarden mensen extra van voedsel moeten worden voorzien.