Bijdrage Ouwehand AO Leef­om­geving (lucht, water, bodem)


3 april 2013

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heb een huishoudelijke mededeling vooraf. Ik heb straks nog andere debatten in de plenaire zaal, dus zal ik het AO voortijdig verlaten. Mijn medewerker luistert echter nauwgezet mee tijdens de beantwoording door de staatssecretaris. Ik heb nog een ander punt vooraf. Dankzij een nogal sluwe interventie van de VVD is de minister van VWS vandaag niet bij dit AO aanwezig en hebben we morgen een schriftelijke ronde waarin we vragen kunnen stellen die op haar terrein liggen. Ik vind dit ongelooflijk onhandig. Ik stel nu alvast voor dat we in ieder geval de plenaire afronding gezamenlijk doen en dat we dus een VSO aanvragen over het schriftelijke overleg. Ik wil de VVD vragen om voortaan niet meer op het laatste moment dit soort gekke wijzigingsvoorstellen te doen. Misschien reageert de VVD-woordvoerder hier straks nog op.

Ik begin mijn inbreng. Mensen hebben recht op een gezonde leefomgeving. Die mag niet in gevaar worden gebracht door economische activiteiten van een ander. Dat is geen privéopvatting van mij of de PvdD, dit staat gewoon in de Grondwet. De overheid heeft een zorgplicht. Artikel 21 luidt: "De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu." We moesten eens weten hoe vies onze lucht is! Naast snelwegen is de agrarische sector de grootste veroorzaker van luchtvervuiling. De stikstof en fijnstof die uit veehouderijen komen, vormen een groot gevaar voor de gezondheid van omwonenden. Hoe groot dat gevaar is, is niet duidelijk omdat er geen metingen worden gedaan op het platteland. De nu beschikbare gegevens komen voort uit monitoring, uit vergunningvoorschriften en uit berekeningen. Dat is een papieren werkelijkheid. Wij willen dat de staatssecretaris vandaag toezegt dat er daadwerkelijk gemeten gaat worden op het platteland, waarbij alle factoren worden meegenomen die een risico kunnen vormen voor de volksgezondheid, en dat de resultaten van deze metingen online gepubliceerd worden en ook worden meegenomen in de vergunningverlening. Ik overweeg een motie op dit punt. De PvdD wordt in haar pleidooi gesteund door de GGD. Uit rapporten van de Gezondheidsraad en het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS) blijkt dat de relatie tussen volksgezondheid en veehouderij moeilijk te leggen valt en dat er veel te weinig data beschikbaar zijn omdat er niet gemeten wordt. Dat laatste moet snel gebeuren. Ik verneem graag een reactie.
De kwaliteit van leven moet dus centraal staan, ook in de vergunningverlening. Dat is nu niet het geval, zoals ook de Gezondheidsraad concludeert. De raad heeft ook geconcludeerd dat geurhinder niet serieus wordt meegenomen in de vergunningverlening en handhaving. Wat is hierop de reactie van de staatssecretaris? Zal de kwaliteit van leven centraal staan in de nieuwe Omgevingswet? Houdt dat ook in dat de vergunningverlening voor uitbreiding en nieuwe activiteiten hierop zal worden afgestemd? Nu is het tegendeel het geval. Mensen moeten betrokken worden bij de vergunningverlening in verband met activiteiten die de kwaliteit van leven en leefomgeving kunnen aantasten. Hoe gaat de staatssecretaris dit allemaal borgen, zodat de kwaliteit van de leefomgeving kan worden geborgd?
Fijnstof uit veehouderij is een groot milieu- en gezondheidsprobleem. Vorig jaar overschreden 64 veehouderijen de fijnstofnorm. Hoeveel zijn het er nu? Hoeveel mensen wonen in de omgeving van deze veehouderijen en lopen daarmee gezondheidsrisico's vanwege het economisch gewin van iemand anders? Ook dit jaar weer wordt er 10 miljoen aan subsidie uitgegeven voor fijnstofmaatregelen. De veehouderij blijft dus op kosten van de maatschappij de gezondheid in gevaar brengen. Is het kabinet van plan dit volgend jaar weer te doen, dus weer maatregelen te treffen op kosten van de belastingbetaler? Of gaat het optreden bij de bron en de veehouderij daadwerkelijk aanpakken?
Gemeenten is gevraagd op basis van het activiteitenbesluit actie te ondernemen tegen veehouderijen die een knelpunt zijn in het kader van fijnstof. Hoe hebben de gemeenten op deze opdracht gereageerd? Hebben ze actie ondernomen? Zijn de knelpunten nu opgelost?
Ik sluit af met de brief over het stikstofbeleid. De Gezondheidsraad concludeert in een tamelijk pittig rapport dat de regering te weinig doet om de uitstoot van fijnstof te verminderen. De reactie van het kabinet hierop is volstrekt onvoldoende. De staatssecretaris erkent de invloed van stikstof op de gezondheid, maar zegt ook: ik doe al hartstikke veel om stikstof in het milieu te verminderen. De raad concludeert echter dat het niet genoeg is en dat de afname stagneert. De staatssecretaris zet zich in EU- en in internationaal verband in voor maatregelen, maar vergeet de hand in eigen boezem te steken. Zij zegt dat zij het belangrijk vindt om aan de voorkant van de keten te sturen, maar noemt vervolgens maatregelen als schone motoren en stikstofarm veevoer in plaats van de voor de hand liggende opties van het verlagen van de maximumsnelheid en het verkleinen van de veestapel, om maar eens wat te noemen. Waarom noemt de staatssecretaris deze maatregelen niet? Is zij alsnog bereid deze opties op te nemen in het stikstofbeleid? Ook op dit punt overweeg ik een motie. Is de staatssecretaris op zijn minst bereid gehoor te geven aan de indringende oproep van de Gezondheidsraad om het stikstofbeleid te intensiveren? De kwaliteit van onze leefomgeving is van uitermate groot belang voor onze volksgezondheid: gezonde lucht, gezond water en een gezonde en vruchtbare bodem en geen geluidsoverlast waar je ziek van wordt. Iedere burger heeft daar recht op, maar we lijken dit doel niet in beeld te krijgen. De staatssecretaris vindt toch niet dat de beleving van 130 km/u en het ongelimiteerd kunnen produceren van plofkippen en karbonaadjes belangrijker zijn dan de gezondheid van onze inwoners? Als het antwoord hierop "nee" is -- dat hoop ik -- moet de staatssecretaris ook toegeven dat de tijd van end of pipe solutions voorbij is en vervolgens de vervuiling bij de bron aanpakken.

Interrupties bij andere partijen:

De heer De Graaf (PVV): Voorzitter. Centraal in dit debat staan luchtkwaliteit en geluidsoverlast. Wij kunnen dat natuurlijk op verschillende manieren ervaren. Het zijn twee indicatoren voor de kwaliteit van de leefomgeving, en laten wij het daarover nu net hebben ... Wij willen die graag centraal stellen, maar dan wel de leefomgeving rondom die verschrikkelijke windturbinecentrales waarmee Nederland helemaal vol wordt gebouwd. Het zijn objecten die thuishoren onder het kopje "hinderlijke industrie", vandaar dat ze thuishoren in dit debat. Ik spreek dan ook vaak van windcentrales of windturbines. (...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil graag een invuloefening doen. De PVV is er misschien verbaasd over, maar ik vind kritische vragen over de overlast die windmolens zouden veroorzaken terecht. Ik ken echter ook heel veel mensen die zich grote zorgen maken over de aantasting van hun woonomgeving omdat er per se een nieuwe snelweg moet komen. Dan is de PVV minder voor de burgers. We kunnen in plaats van "snelweg" ook "mestvergisters" invullen of "megastallen". Denkt de PVV zelf dat zij een geloofwaardige kritische bijdrage levert of maakt zij het de staatssecretaris wel heel makkelijk om deze kritische vragen weg te wuiven omdat ze wel heel selectief geformuleerd zijn?

De heer De Graaf (PVV): Een lange vraag en een heel simpel antwoord. De PVV maakt zich zorgen om burgers die vermalen worden door overheden. De PVV laat een nuchter, kritisch en realistisch geluid horen. Wij zijn inderdaad vaak voor de uitbreiding van snelwegen. De economie moet immers draaien. Dat is het verschil tussen de PvdD en de PVV, althans op dit punt. Er zijn natuurlijk legio verschillen, maar ik ga ze niet allemaal opnoemen. De een hangt een vaag soort groen socialistisch geloof aan, met allerlei doctrines en dergelijke. Je moet je daarin helemaal verliezen, waardoor je de feitelijkheid helemaal kwijtraakt. De ander, de PVV, zegt: we kijken nuchter naar de omstandigheden. Die windmolens of -turbines veroorzaken overlast. Ik heb taxatierapporten gezien. Mensen zien de waarde van hun huis halveren. Ik vind dat ik dan voor die mensen moet opkopen … pardon, opkomen. Opkopen willen die groene bewegingen. Die zeggen immers: met belastinggeld moet je zwijggeld betalen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan is de conclusie toch dat de PVV mensen die de waarde van hun woning zien dalen vanwege de komst van een snelweg, een mestvergister of een megastal, gewoon in de kou laat staan en in het fijnstof laat stikken of in de stront laat zakken. Dat mag, maar zeg dat er dan eerlijk bij.

De voorzitter: Ik hoor geen nieuwe vraag, maar u mag daarop reageren, mijnheer De Graaf.

De heer De Graaf (PVV): Volgens mij hebben wij maandag een MIRT-overleg. Dan zitten wij geloof ik zo'n acht uur op elkaars lip en gaan wij er eens lekker een robbertje over vechten.

Beantwoording door de staatssecretaris van Infrastructuur & Milieu

Staatssecretaris Mansveld: Een goede luchtkwaliteit is belangrijk voor de gezondheid. Het gaat steeds beter met de luchtkwaliteit in Nederland, al denk ik dat wij niet achterover kunnen leunen. Ik denk dat dit in de toekomst niet het geval zal blijken. Door de uitvoering van het NSL houden we wel goed de vinger aan de pols. Feit is echter dat we te maken hebben met tegenvallers. De knelpunten die daardoor zijn ontstaan in enkele grote steden, blijken hardnekkig te zijn. (...) Ik kom op het meten en rekenen. 17 januari hebben we er in een dertigledendebat uitgebreid bij stilgestaan. Ik hoop dat de technische briefing een hoop vragen van de Kamer heeft beantwoord. De Kamer is ook geïnformeerd over de resultaten van de vergelijking van metingen en berekeningen die door het RIVM is uitgevoerd. Externe experts hebben de bevindingen van het RIVM beoordeeld. Daaruit is naar voren gekomen dat de modellering die het RIVM hanteert, ruimschoots voldoet aan de kwaliteitseisen. De aanbevelingen van het RIVM naar aanleiding van steekproeven op de invoergegevens leiden tot een verbetering in elke monitoringsronde.
Voor berekenen en meten hebben we modellen nodig. Het is onmogelijk om steeds overal te meten. Ik heb al eerder in de debatten bepleit dat het niet gaat om zomaar modellen. Het gaat om door gerenommeerde instanties gecertificeerde en getoetste modellen. Die instanties zitten erbovenop. Waar nodig worden data aangepast, maar steeds worden die modellen geoptimaliseerd. Ik begrijp dat mensen soms behoefte hebben aan meten in het kader van ijking. Er wordt immers geijkt. Soms zeggen mensen: het is hier toch slechter dan het model aangeeft; ik wil dat gemeten hebben. Ik heb daar begrip voor, maar ik denk dat het uitermate onverstandig is om steeds te kiezen voor meten. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we die modellen optimaliseren, dat contra-expertises worden uitgevoerd en dat wordt getoetst of die modellen kloppen. Het is echter ook belangrijk dat we vertrouwen hebben in die modellen.
(...) Mevrouw Ouwehand heeft een vraag gesteld over het daadwerkelijk meten op het platteland bij de veehouderijen. Er is een meetstation op het platteland. Weerstations geven alleen heel lokale informatie. Voor een representatief beeld zijn die berekeningen nodig. Die geven ook een goed beeld. Deze discussie hebben we eerder gevoerd in het dertigledendebat. Ik laat het nu dus hierbij.

(...) Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd naar de feiten in het kader van de overschrijding van de fijnstofnormen bij de veehouderij. Om hoeveel gaat het? Bij de overschrijding van de fijnstofnorm gaat het om 249 woningen. Er zijn 132 veehouderijen, verdeeld over 46 gemeenten. We hebben dit soort details omdat de gemeenten een en ander goed opsturen en omdat er plannen worden gemaakt. Dat heb ik net al gezegd. (...) Mevrouw Ouwehand heeft ook gevraagd hoe gemeenten hebben gereageerd op de oproep tot actie van veehouderijen. Nederweert en Assen zijn al gestart met de gebiedsgerichte aanpak. Ik denk dat dit ook de weg is die je zou moeten opgaan. Je moet lokaal bekijken wat het probleem is. Het is van belang dat je binnen het gebied bekijkt wat de oplossingen zijn en wie er last van heeft, zodat je maatwerk kunt leveren. Er is nu een subsidieregeling voor fijnstofmaatregelen. Daar is 10 miljoen voor gereserveerd. Daarmee wordt de gemeente geholpen om maatregelen te treffen op deze hardnekkige plekken.

(...) De heer Bisschop heeft gevraagd of ik het beleid voor gevoelige bestemmingen zal aanscherpen en of een gezondheidsadvies van de GGD zal worden verplicht in de Omgevingswet. Dat ben ik niet van plan. De Kamer heeft hier met mijn voorgangers reeds uitgebreid over gesproken. Ik steun het standpunt dat gemeenten een zorgvuldige en transparante afweging van belangen moeten maken, waarvan gezondheid er één is. Een gezondheidsadvies, in dit geval van de GGD, kan hierbij een belangrijke rol spelen. Beleid voor gevoelige bestemmingen is gemeentelijk beleid. Het rust op goede ruimtelijke ordening. Er moeten keuzes worden gemaakt tussen centraal en decentraal regelen. Dit leent zich niet voor centrale regels, omdat lokale situaties verschillen. Op lokaal niveau kunnen burgers participeren. Dat is bijvoorbeeld ook gebeurd in Roosendaal.
Mevrouw Ouwehand heeft gezegd dat zij de reactie van het kabinet op het punt van stikstof onvoldoende vindt. Zij vroeg waarom de maximumsnelheid niet wordt verlaagd en waarom de veestapel niet wordt verminderd. Wij zijn het erover eens dat de stikstofemissie verder moet worden teruggedrongen. Er wordt ook nog steeds voortgang geboekt. Daarom is voor internationale samenwerking ook een verduurzaming van de consumptie nodig, met name van voeding. De staatssecretaris van EZ stuurt waarschijnlijk nog voor de zomer een brief over voedsel. De volumemaatregel is echt een laatste mogelijkheid. Zover is het wat ons betreft nog niet.