Bijdrage Ouwehand AO Landbouw- en Visse­rijraad (o.a. orka Morgan)


12 oktober 2011

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De dag begon goed. Wij kennen de staatssecretaris als iemand die moties van de Kamer niet per se ter harte neemt. De Kamer heeft bij voortduring laten weten, betrokken te willen zijn bij de ontwikkelingen rondom de uit het wild opgeviste orka Morgan. Zonder de Kamer te informeren over de uitvoering van haar motie, na Kamervragen die bijna drie maanden blijven liggen en na een tik op de vingers door de rechter, combineert de staatssecretaris even alles ineen. Hij informeert de Kamer pas als hij het besluit heeft genomen dat Morgan toch naar een pretpark op Tenerife gaat, een pretpark waar de orka's het zo leuk vinden dat ze hun trainers aanvallen en doodbijten. Dat is nota bene in strijd met zijn eigen redenering -- die ik vanochtend op de televisie heb gehoord -- dat het voor zo'n dier heel belangrijk is dat zij haar familie terugvindt. Juist bij deze dieren, waarvoor familieverbanden een grote rol spelen, kun je niet zeggen: die gooien wij even in een bad met wilde orka's die ze niet kennen.

Het mag duidelijk zijn: de Partij voor de Dieren is hier laaiend over en wil een motie indienen. Ik dank de voorzitter dat hij mijn verzoek heeft overgenomen om het meteen vandaag te agenderen. Mij is namelijk niet duidelijk of het besluit meteen ingaat, of de Kamer er nog iets aan kan doen, hoe groot de toezegging is aan het dolfinarium en hoe het zit met de rechterlijke procedures die nog lopen. De staatssecretaris kan daar dan mooi antwoord op geven, maar ik voorspel alvast dat ik er een motie over zal willen indienen. Dat zal dan deze week moeten.

Het moet mij even van het hart dat ik in het gemompel meende op te merken dat de GroenLinks-collega zei: het is maar wat je belangrijk vindt. Ik ben blij dat GroenLinks het landbouwbeleid inmiddels ook actief volgt, want ik heb de GroenLinks-fractie de afgelopen
vier jaar niet gezien in deze commissie. Als het dan gaat over het landbouwbeleid, is het al vanaf dag 1 duidelijk geweest dat de Nederlandse inzet vooral zou zijn gericht op greenwashing. De Partij voor de Dieren heeft daartegen bij voortduring geprotesteerd. Het is
nu kijken aan welke touwtjes wij nog kunnen trekken, maar heel veel zijn dat er niet meer. Ik ben echter blij dat ook GroenLinks zich aansluit bij de oppositie tegen het landbouwbeleid zoals het nu is gevoerd en dat een hervorming nodig heeft.

Voor de fractie van de Partij voor de Dieren is de inzet op Europees dierenwelzijn ook heel belangrijk. Ik merk daarbij op dat ik mij een beetje schaam als de regering zegt dat zij dat alleen in Europees verband wil doen, want ik vind dat je als nationale lidstaat je eigen
verantwoordelijkheid moet nemen. Wij hebben het regeerakkoord echter gelezen en het kabinet zegt: wij gaan in Nederland niets doen; alles in Europa. Als dat zo is, verwacht ik dat de Nederlandse inzet die er lag -- de nota Dierenwelzijn van minister Verburg waarover wij ook al niet heel enthousiast waren -- minstens wordt ingeleverd in Europa. Er is een compleet actieplan geweest dat in 2010 al is afgelopen. In december van dit jaar presenteert de Commissie waarschijnlijk een nieuw voorstel. Een land dat zegt alles te willen inzetten op Europees dierenwelzijn, moet daarmee actief aan de slag. Ook daar toont zich weer de arrogantie van de staatssecretaris.

De Kamer heeft een motie aangenomen waarin werd uitgesproken dat zij ontevreden was over de inzet en dat er binnen twee weken een nieuwe inzet moest zijn. Wat doet de staatssecretaris? Hij laat het wachten tot de dag waarop hij de Europese Commissie laat weten wat de Nederlandse inzet zal zijn en daarvan stuurt hij dan een afschrift aan de Kamer, zodat de Kamer niet meer kan ingrijpen om de inzet te verscherpen. De staatssecretaris kan erop rekenen dat de Partij voor de Dieren -- ik reken daarbij zeker op steun van de fractie van de Partij voor de Vrijheid -- met een hele rits aan moties zal komen. Wij willen een einde aan het stierenvechten, aan het ophangen van galgo's, aan het martelen van dieren voor tradities, aan foie gras en aan het levend plukken
van ganzen. Niets daarover, helemaal niets! Dat kan de staatssecretaris niet maken. Als je het niet in Nederland wilt en evenmin in Europa, dan heb je echt geen verhaal. Hij mag zijn borst wat ons betreft dus natmaken.

[…]

Staatssecretaris Bleker: […]Voorzitter. Ik kom te spreken over het dierenwelzijn. Het kabinet heeft de Kamer een brief gestuurd over de Nederlandse inzet. Ik begrijp dat mevrouw Ouwehand hierover veel moties zal indienen. Ik wacht die rustig af. Ik vind het een inzet die past bij de discussie die wij met de Kamer hebben gevoerd. Ik wacht de moties op dat punt dus af. Inzake het legbatterijverbod is ons standpunt niet anders dan eerder. Afspraak is afspraak; uitvoeren en handhaven. Tien lidstaten, waaronder Nederland, hebben de Commissie per brief opgeroepen om in de Landbouwraad van oktober te komen met informatie en plannen voor actie in relatie tot het legbatterijverbod. Daarom is het nu in de agenda van de raad opgenomen. Wij nemen het hoog op. Als de Commissie niet met goede plannen komt voor naleving van het verbod in lidstaten, doe ik mijn suggesties opnieuw: voldoende controles, een verplichte stempeling van de productencode op alle eieren op boerderijniveau, een verplichte herinspectie van bedrijven met kooihuisvesting, een exportverbod op gebruikte legbatterijen naar derde landen en een inzet op EU-eisen en equivalente voorwaarden voor eieren en eiproducten uit derde landen om marktverstoring te voorkomen. Die hele rits aan voorstellen zal ik dan herhalen. De gedachte van de heer Dalli om toe te staan dat eieren van kippen uit legbatterijen wel in eigen land mogen worden verwerkt in eiproducten, vind ik geen goed voorstel. Het gaat nu om handhaving. Je zet de deur hiermee toch op een kier. Het creëert de rare situatie dat producten afkomstig van Nederlandse eieren keurig aan alle eisen voldoen terwijl dat in bepaalde andere landen niet het geval is. Ik vind dat geen begaanbare weg, dus dat zal ik ook uitdrukken. […]
Inzake het dierentransport is de inzet een verbod op transport langer dan acht uur. Hiermee heb ik het blokje dierenwelzijn afgerond.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vraag de staatssecretaris om nadrukkelijk te kijken naar het Europese handelsverbod op cosmetica die is getest op dieren. Dat is eenzelfde verhaal. In 2013 moet dit in geheel Europa verboden zijn. Ook de import en handel erin zijn dan verboden. Volgens mij liggen daar wel degelijk mogelijkheden. Ook hoor ik graag van de staatssecretaris wat op dit moment zijn inschatting is op het punt van de export van afgeschreven legbatterijen naar Oekraïne. Het is natuurlijk dweilen met de kraan open als wij onze legbatterijen daarnaartoe exporteren. Ik heb al gevraagd om de mogelijkheden te bekijken om dat tegen te houden.

Ik wil de Nederlandse inzet voor het nieuwe Europese actieplan inzake dierenwelzijn inderdaad veel scherper hebben. Ik vraag mij wel af op welke termijn ik de moties moet indienen. Ik begrijp dat de Commissie in december met een plan komt. Kan de
staatssecretaris zeggen of in aanloop daarnaar het punt op de agenda staat en of hij zelf kan agenderen wat het vervolg zal zijn? Dat mag eventueel schriftelijk, maar ik wil de inzet op tijd hebben bijgestuurd. Ik denk dat de staatssecretaris alleen maar blij kan zijn met deze duw in de rug.

Staatssecretaris Bleker: Ik heb toegezegd om met informatie -- nader onderzoek en nadere verkenningen -- te komen over het importverbod en het verbod op het exporteren van legbatterijen naar derde landen. Dat zal op vrij korte termijn, voor 1 november, gebeuren. Ik loop daar nu niet op vooruit. De samenwerking met de Partij voor de Dieren stijgt tot grote hoogte wanneer deze partij aan de staatssecretaris advies vraagt over wanneer moties in te dienen! Ik heb liever dat mevrouw Ouwehand vraagt of zij wel een motie moet indienen. Daarover kan ik sneller advies geven dan over het moment waarop. Doet u het op tijd, mevrouw Ouwehand. Als de commissaris in december met voorstellen komt, betekent dit dat deze in een van de eerste raden aan de orde komen, dus ergens in januari. Zorg er dus voor om voor de kerst met moties te komen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat begrijp ik. Ik dacht even vriendelijk te doen. Wij hoeven het misschien niet per se vandaag te doen. Ik wil dan wel zeker weten hoe het gaat lopen. Als de staatssecretaris mogelijkheden ziet om het eerder te agenderen, hoor ik dat graag nu van hem. Dan moeten wij het voor die tijd hebben geregeld. Als het pas in december gaat spelen, mag hij erop rekenen dat de Partij van de Dieren voor die tijd een aantal goede voorstellen doet ten behoeve van een scherpe Nederlandse inzet voor het welzijn van dieren in Europa.

[…]

Staatssecretaris Bleker: Precies. Dat is het. Voorzitter. Ik kom bij de vragen over de orka Morgan. Het is een bevoegdheid van de staatssecretaris om te besluiten over deze kwestie. Ik heb een beslissing genomen op een bezwaarschrift. De rechter heeft mij gevraagd om mij meer inhoudelijk dan in het aanvankelijke besluit een oordeel te vormen of het verantwoord is om deze stap te zetten. Hij heeft gevraagd of de overwegingen, feiten en argumenten die het dolfinarium aanvoert om het dier niet terug te zetten in de zee maar naar een ander dolfinarium of dierentuin over te brengen, voldoende degelijk zijn. De Kamer heeft de brief gelezen over de behandeling van het bezwaarschrift. Het ministerie heeft echt alle moeite gedaan om zich goed te verstaan met alle betrokken deskundigen op dit onderwerp. Alle relevante onderzoeken zijn aangeleverd. Er zijn extra faciliteiten geboden om nader akoestisch onderzoek te doen, ook door de Orka Coalitie, die liever ziet dat het dier in vrijheid teruggaat. Wij hebben dat goed op ons laten inwerken. Wij zijn uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat, hoewel het veruit mijn voorkeur had gehad om het dier gefaseerd vrij te laten in de buurt van Noorwegen -- dat lijkt de meest geschikte plek -- daar aanzienlijke risico's aan zitten. Het gaat dan om het risico dat het dier niet wordt opgenomen in een groep. Het is op opname in een groep aangewezen om zichzelf überhaupt van voedsel te kunnen voorzien. Je zet dan een dier dat je uit zee hebt gehaald en weer in goede conditie hebt gebracht, terug in zee met het aanzienlijk risico dat het in eenzaamheid sterft omdat het geen voedsel krijgt. Als de kans 90% was geweest dat het goed zou komen met de orka, had ik gekozen voor het geleidelijk terugzetten in de vrije zee. De kans dat het niet goed komt, is echter aanzienlijk. Ik vind het dan niet verantwoord om dat te doen. Ik vind het ook helemaal niets, orka's in bassins. Dat ben ik met iedereen eens. Hoe groot je de bassins ook maakt, het is gewoon niets voor die dieren. Zij zijn er veel te groot voor, zij zijn aangewezen op behoorlijk grote groepen en zij hebben bewegingsruimte nodig. Het is een noodoplossing.

Het alternatief is dat je met een behoorlijk risico het dier in zee terugzet, namelijk het risico dat het binnen een of twee jaar in eenzaamheid aan zijn einde komt. Ik moet eerlijk zeggen dat ik ook als dierenvriend geen andere oplossing zie voor dit dier. Als je een dier dat bijna dood is uit dierenvriendoverwegingen uit de zee haalt, moet je heel goed nadenken over de vraag wat er gebeurt als het dier weer gezond wordt. Heeft het dan ook weer een kans om terug te gaan? Je moet nadenken over alle consequenties die daaruit voortvloeien. Dit is de consequentie. Wij hebben ons er bij de Spaanse autoriteiten van vergewist dat het hier gaat om een erkend dierenpark, dat overigens ook aan commerciële activiteiten mag doen. Daar is ook niets mis mee. Educatie en onderzoek staan echter voorop. Als je het park vergelijkt met andere parken in de wereld, blijkt dat er relatief ruime bassins zijn. Dat wil nog niet zeggen dat het voor het dier de beste oplossing is, maar het alternatief is dat je het dier naar zee stuurt in de wetenschap dat de kans behoorlijk is dat het 't gewoon niet redt. Je hebt een zorgplicht, want je hebt dat dier uit zee gehaald en het een jaar lang verzorgd. Je kunt dan niet zo maar zeggen: dat doen wij even, dan redt zij zich maar weer. Mevrouw Ouwehand heeft gezegd dat het gevangenschap is. Ik vind het ook helemaal niks. Ik vind het waardeloos als deze dieren in bassins zitten; ik heb er helemaal niets mee. Het hoort niet en wij hebben het dan ook niet meer in Nederland. Het hoort eigenlijk nergens. Dit is echter een dier dat geen eerlijke kans heeft op de vrije zee.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wanneer is de beslissing definitief? Je kunt het nog hebben over de vraag naar welke wetenschapper je in dit geval luistert. Belangrijk is echter het volgende punt. Als de orka naar het park in Spanje gaat, houdt de bevoegdheid van
Nederland op. Dan is hier de klap gevallen; dan keert ze nooit terug naar zee. De inzet van de staatssecretaris is echter altijd geweest dat die mogelijkheid open blijft. Wat zegt hij daarover?

Staatssecretaris Bleker: Dat is inderdaad waar. Als het dier naar Spanje gaat, valt het onder de bevoegdheden van de Spaanse autoriteiten. Als het dierenpark in Spanje er bepaalde handelingen mee wil doen, zoals verplaatsen, is men aangewezen op medewerking van de Spaanse autoriteiten. Nu is dus het moment om te bepalen of het verantwoord is om het dier gefaseerd terug te zetten in zee. Ik heb mij daar echt goed in verdiept. Ik heb met de Orka Coalitie gesproken en met de mensen van het dolfinarium. Ik ben twee uur op het dolfinarium geweest om met "beide partijen" alle pro's en contra's, onzekerheden en risico's te bespreken. Ik voel mijzelf langzaam maar zeker echt een beetje een orkaspecialist. Ik heb dat gedaan vanuit de grondhouding dat het het allerbeste is als het dier weer in de vrije zee komt. Ik ben echter tot de conclusie gekomen dat het risico te groot is dat het dier het niet redt, dat het geen eerlijke kans heeft. Wat is de verdere procedure? Er is nog beroep mogelijk bij de rechtbank ten aanzien van dit besluit. Dat is het.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben benieuwd naar de termijnen daarvoor. Ik zeg de staatssecretaris nogmaals dat dit onbevredigend is. Hij gelooft nu niet in de mogelijkheden om het dier terug te plaatsen in het wild, maar dat is nog heel wat anders dan om nu
definitief te besluiten dat het nooit meer gaat gebeuren. Ik vind het, gelet op de eerdere inzet, vreemd dat de staatssecretaris niet naar een tussenmogelijkheid heeft gezocht. Als je haar zou willen overplaatsen naar Tenerife, kun je afspreken dat de inzet een terugkeer naar zee blijft. In dat geval moet het dier daar anders worden behandeld en moeten wij blijven zoeken. Waarom hoor ik daar niets over?

Staatssecretaris Bleker: Omdat ik mijn mind uiteindelijk heb opgemaakt. Als Morgan een eerlijke kans zou krijgen als zij wordt uitgezet op zee -- gefaseerd en gecontroleerd in een fjord met andere dieren zoals voorgesteld door de Orka Coalitie -- zou ik dat doen, maar dat is geen reële optie in dit geval. Ik heb mij daar goed in verdiept. De kans dat het goed gaat, is mij te klein. De kans dat het fout gaat, is te groot. De kans dat het fout gaat, wordt niet kleiner als wij wachten, maar juist groter. Naarmate het dier langer in mensenhanden, in een gecontroleerde situatie leeft, wordt de mogelijkheid om terug te keren alleen maar kleiner. Het risico dat het fout gaat, wordt dus slechts groter als je langer wacht. Het dier is drie, vier jaar oud. Het is een jaar lang buiten de normale natuurlijke situatie geweest. Het is in mensenhanden geweest. Het is überhaupt onzeker of het dier zichzelf van voedsel heeft kunnen voorzien, gelet op de leeftijd. Ook daarover bestaat onzekerheid. Een groot deel van haar jonge leven, de periode waarin socialisatie plaatsvindt, heeft zij in mensenhanden doorgebracht. Als je er langer mee wacht, wordt het alleen maar moeilijker. Ik kan het echt niet anders maken. Ik had vurig gehoopt op een overtuigend verhaal zodat wij het hadden kunnen uitzetten. Ik zeg tot mevrouw Ouwehand dat de oplossing niet second-best is; het is gewoon een noodoplossing.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daarover zal dan een motie komen. Mijn vraag aan de staatssecretaris, waarop hij niet nu hoeft te antwoorden, is wat hij hier nu van leert voor volgende situaties waarin er een groot wild zeezoogdier wordt aangetroffen. Vanaf het begin
heeft de Partij voor de Dieren zich zorgen gemaakt over de vraag of dit dier haar leven zou moeten slijten in de entertainmentindustrie. Ik krijg graag een mooie, beschouwende brief van de staatssecretaris over hoe wij dit in de toekomst gaan doen.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Wat de staatssecretaris inbrengt, klinkt mij heel plausibel in de oren. Ik wil mevrouw Ouwehand er iets over vragen, maar ik geloof dat dat nu niet mag. De voorzitter: In uw tweede termijn kunt u mevrouw Ouwehand een vraag stellen, mevrouw
Jacobi.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Oké. Dan vraag ik de staatssecretaris om nogmaals -- of wellicht op een andere wijze -- uit te leggen wat er gebeurt als de wens van mevrouw Ouwehand wordt ingewilligd. Ik wil een goed beeld krijgen van waar ik voor kies.


De voorzitter: Mevrouw Ouwehand vraagt dus om een visiebrief over hoe je omgaat met beesten die je in het wild aantreft en wat gevangenschap voor de verdere toekomst van zo'n beest kan betekenen.

Staatssecretaris Bleker: Dat is ook een dilemma. Je moet je zo verrekt goed bewust zijn van wat je doet met een dier dat alleen in het wild kan leven en dat je wilt redden uit bijna humane overwegingen, want het ligt gewond en uitgeput op een van onze mooie platen in de Waddenzee. Wat doe je dan? Je kunt dan je mensenhart volgen en het gaan redden. Je moet dan wel goed nadenken wat het perspectief is. Dat moet iedereen doen die met dieren omgaat. Als een van mijn liefste en mooiste merries een been breekt, kan ik enerzijds zeggen: laat ik het proberen, proberen en proberen. Anderzijds weet ik dat het een lijdensweg wordt. Dan moet ik een andere beslissing nemen. Dat is soms moeilijk, maar het is barmhartiger en natuurlijk dan te doen alsof je een gewond mens op die plaat in de Waddenzee hebt gevonden. Soms zijn wij niet in staat om het dier te beschouwen als een dier en dan gaan onze emoties met ons aan de haal. Dat is lastig. Een ding is zeker: het dier is ontzettend goed verzorgd. Ik heb het gezien toen het in slechte conditie was. Het is 700 kg aangekomen. Het blaakt van gezondheid. Ik neem mijn petje af voor de mensen in het dolfinarium. Er werken daar ook veel vrijwilligers, voor wie ik ook mijn petje afneem. Voor hen is het ook niets. Ook zij zeggen dat het dier daar te klein zit. Dat zie je ook, dus het moet er nu ook weg. Het moet naar een grotere plek waar het stap voor stap weer een beetje contact met soortgenoten krijgt, niet zoals in het wild maar in deze situatie. Langzaam maar zeker kom je in zo'n proces terecht. Ik hoopte dat de fractie van Partij van de Dieren in dit geval tegen mij zou kunnen zeggen dat zij het ook niets vindt maar dat het niet anders kan. Dat had ik gehoopt en ik hoop er nog steeds op.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand is door haar interrupties heen, dus ik vat het nog even samen. Haar vraag was om het dilemma dat u nu in een aantal woorden heeft geschetst, nog eens op papier te zetten omdat het zich naar haar inschatting mogelijk vaker zal
voordoen.

Staatssecretaris Bleker: De voorzitter fluistert mij toe dat het een mooie uitdaging is, dus dat doe ik.

De voorzitter: Wanneer krijgen wij deze brief?

Staatssecretaris Bleker: In januari.

[…]

Staatssecretaris Bleker: […] Dan het btw-tarief op fokkerijpaarden. De Kamer zal hierover een aparte brief ontvangen, want ik vind dit een belangrijk onderwerp, dat financiële en fiscale aspecten heeft. Ik begrijp van de vragenstellers dat dit punt al langer speelt.

De voorzitter: Wanneer krijgen wij deze brief?

Staatssecretaris Bleker: De brief krijgt de Kamer voor 1 januari.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Partij voor de Dieren heeft een wetsvoorstel van de hamerstukkenlijst gehaald dat gaat over het btw-tarief op paarden. Als wij het binnenkort in de Kamer behandelen terwijl er in januari een brief komt, lijkt mij dat een beetje mosterd na de maaltijd.

Staatssecretaris Bleker: De Kamer zal de brief tijdig krijgen om de inhoud ervan te kunnen betrekken bij datgene waarover mevrouw Ouwehand spreekt.

[…]

De heer Houwers (VVD): Voorzitter. Ik heb een vraag aan mevrouw Ouwehand, want politiek is kiezen. Ik proef bij haar de emotie rond Morgan. Wij krijgen een brief. Als je haar redenering strak volgt, kun je zeggen: je moet helemaal niets doen met zo'n orka, want dan doet de natuur haar werk. Dat is natuurlijk ook een oplossing. Ik vraag mevrouw Ouwehand hoe zij tegenover de stelling staat dat je je tijd beter kunt besteden aan het maken van betere regels voor andere dieren en aan het op andere manieren nuttig bezig zijn voor dierenwelzijn, dan aan het blijven richten van alle aandacht op een wellicht onhaalbare zaak.

De voorzitter: Het is eigenlijk gebruikelijk dat u mevrouw Ouwehand vragen stelt in haar termijn, mijnheer Houwers. Ik geef haar echter gelegenheid om hierop te reageren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben eigenlijk wel een beetje benieuwd op welke regels de VVD-fractie doelt. De nieuwe Natuurwet bijvoorbeeld, dus dat wij op steeds meer dieren mogen schieten? Ik vind het een beetje een gekke vraag, maar ik zal er het volgende op zeggen. Als je van tevoren weet dat er voor een dier geen geschikte opvangmogelijkheden zijn, behalve in parken waar het vermaak van het publiek centraal staat, moet je je achter de oren krabben als je zo'n dier in de Waddenzee aantreft. Wellicht moet je ter plekke kijken of je, binnen de habitat waar het dier is, iets kan doen. Als dat niet kan, moet je van tevoren weten wat de toekomstperspectieven zijn. In het desbetreffende park -- zo zeg ik ook tot de staatssecretaris -- is de levensverwachting van orka's namelijk ook niet buitengewoon goed. Ik ben dus blij dat de staatssecretaris zegt dat hij het helemaal niets vindt, maar ik zou graag zien dat hij dan ook daarnaar handelt.

De heer Houwers (VVD): Mag ik dan de conclusie trekken dat mevrouw Ouwehand in dat geval de orka dus liever zou willen laten sterven?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vind dat je moet kijken naar reële toekomstperspectieven voor het dier, waarbij je alles in ogenschouw moet nemen. De staatssecretaris zegt terecht dat een leven in een attractiepark geen leven is voor een orka. Als je van tevoren weet dat het dat wordt, moet je misschien een andere beslissing nemen. Toen de orka in de Waddenzee werd aangetroffen, is wat mij betreft niet goed nagedacht over wat dit kon betekenen. Evenmin zijn de verschillende manieren bekeken waarop je het dier had kunnen helpen. Dat had niet per se optakelen en afvoeren naar het dolfinarium hoeven te zijn. Het had ook hulp ter plaatse, in de Waddenzee zelf, kunnen zijn.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. In aanvulling op de vraag van de heer Houwers zeg ik dat het wellicht een mogelijkheid was geweest om de verzwakte Morgan in Neeltje Jans te laten aansterken. Dat soort lessen zie ik de staatssecretaris graag trekken in een
brief. Hij kan een motie tegemoet zien met de strekking dat het dier alsnog teruggaat naar het wild. Ik heb nog een korte vraag over de lokvlotten. Ik ben blij dat de collega van de SP deze vraag heeft overgenomen, want ik heb dit onderwerp bij een vorige landbouwraad al aan de orde gesteld. De beantwoording van de staatssecretaris op dit punt is echt teleurstellend.

De Nederlandse inzet moet zijn dat de lokvlotten in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid worden afgeschaft. Wij zullen dit op 27 oktober vast nog verder bespreken, maar dan weet de staatssecretaris vast dat wij dit graag willen en, naar ik aanneem, de
fractie van de SP ook.

De heer Grashoff (GroenLinks): Mevrouw Ouwehand kondigt een motie aan om orka Morgan alsnog in zee uit te zetten. Accepteert zij daarmee dat er 90% kans is dat de orka sterft? Of deelt zij de analyse van de staatssecretaris op dat punt niet?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik deel deze analyse van de staatssecretaris inderdaad niet.

De heer Grashoff (GroenLinks): Op basis waarvan?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Op basis van onafhankelijke wetenschappers die niet verbonden zijn aan het dolfinarium.

[…]