Bijdrage Ouwehand AO Landbouw- en Visse­rijraad


7 april 2011

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het interruptiedebatje tussen mevrouw Snijder en de heer Grashoff maakte het al volstrekt duidelijk. Er is in deze Kamer geen verschil van mening over dat de Dienst Regelingen de boel op orde moet hebben. Als je het mij vraagt, had het misschien ook niet gehoeven dat van tevoren een uitspraak wordt gedaan over opzettelijk verkeerd aanleveren, maar juist van de VVD verwacht je daar niet zo’n heel boze reactie op. Er zijn in dit huis en in ons landsbestuur wel meer dossiers waar de regels niet op orde zijn en waar mensen niet weten waar zij aan toe zijn, maar dan staat de VVD toch te blèren over wat er gebeurt als je het in je hoofd haalt om een regel te overtreden. «Wie straf verdient, krijgt straf″; dat stond op de posters van de VVD. Laten we dus even noteren dat ik de bijdrage van de VVD-fractie opmerkelijk en licht amusant vond. […] De PvdD-fractie heeft een motie moeten indienen om een uitwerking te krijgen van de afspraak in het regeerakkoord dat dierenwelzijn op Europees niveau wordt verbeterd. Ik vind dit eigenlijk een beetje treurig. Maar goed, de motie is met algemene stemmen aangenomen. De vraag is dus wanneer die inzet komt; ik ben zeer benieuwd.

Ik ga met een sneltreinvaart door een aantal onderwerpen heen, allereerst het visserijbeleid. Wij hebben begrepen dat de Commissie voor de zomer of misschien in de zomer – in elk geval voor het najaar – met wetgevingsvoorstellen komt. Wij willen natuurlijk heel graag op tijd met de staatssecretaris spreken over de Nederlandse inzet. Handhaaft hij de inzet van het vorige kabinet? Ik kan alvast verklappen dat ik daar dan nog wel enige opmerkingen over zou hebben. Het lijkt mij goed als de staatssecretaris de Kamer hierover informeert: wat wordt de inzet en wanneer komt hij daarmee? Op het punt van de landbouwsubsidies heeft het Europees Parlement een standje uitgedeeld aan Nederland, omdat wij nog steeds niet op tijd zijn met het verslag over de besteding van de Europese landbouwsubsidies. Het lijkt mij goed als wij daar wel tijdig inzicht in krijgen. Het gaat om miljarden. Ik hoef de staatssecretaris niet te verklappen dat dit Europees gezien een groot budget is. Over lokale eiwitten heeft het Europees Parlement een motie aangenomen waarin ertoe wordt opgeroepen om meer eiwitgewassen in de EU te telen om minder afhankelijk te worden van importen. Dat lijkt mij goed. De Europese zelfvoorzieningsgraad is de afgelopen jaren geslonken tot 20% à 30%. De recente stresstest, waarover wij binnenkort hopelijk worden geïnformeerd door de staatssecretaris – die test is immers in zijn opdracht uitgevoerd – laat goed zien hoe kwetsbaar ons continent wordt. Wij steunen dus dit onderdeel van die motie van het Europees Parlement. Daarop krijg ik graag een reactie van de staatssecretaris. Ik ben blij dat de staatssecretaris de toelating van carbendazim niet gaat steunen. Het valt mij wel op dat hij zegt dat wij dit niet moeten doen omdat er nog steeds enkele onopgeloste risico’s zijn op het punt van blootstelling van de consument en de toepasser. Ik zou graag zien dat hij dit criterium ook hanteert bij andere stoffen die wij in Nederland nog niet verboden hebben. Het lijkt er nu een beetje op dat we dit Europees willen verbieden omdat onze akkerbouwers dit toch al niet mogen gebruiken. Dat is een beetje selectief. Kunnen wij de toepassing van dit criterium in de volle breedte tegemoet zien met betrekking tot stoffen die wij in Nederland nog steeds gebruiken? Wat de kwaliteit van landbouwproducten betreft, vind ik het vreemd dat Nederland niet wil dat er duidelijker geëtiketteerd wordt. In de Kamer en van de staatssecretaris worden immers pleidooien gehoord voor de rol van de consument en voor lokaal telen en kopen. Ik begrijp daarom niet waarom duidelijker etiketteren wordt afgewezen. Daarop krijg ik graag een toelichting. Over de effecten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid op ontwikkelingslanden schrijft de staatssecretaris dat hij de aangenomen motie zal inbrengen bij het punt «diverse». Dat lijkt mij goed, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik twijfels heb over de precieze inzet. We hebben gezien dat er veel kritiek is op de gang van zaken binnen Mercosur. Wij zijn ook niet tevreden over de Nederlandse inzet op dat punt; daar hebben wij het de vorige keer al over gehad. We weten natuurlijk ook al dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid niet werkelijk wordt hervormd. Wat gaat dit betekenen voor ontwikkelingslanden? Is de staatssecretaris bereid om hier echt kritisch naar te kijken?

De voorzitter: U hebt nog een halve minuut.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan kan ik nog snel zeggen wat volgens ons de Nederlandse inzet zou moeten zijn op het punt van het visserijbeheer in de Westelijke wateren. De inspanningslimieten zouden aangepast moeten worden, zodat de overcapaciteit kan worden aangepakt. Het regime zou moeten worden gestroomlijnd met de overige plannen die in die wateren van toepassing zijn, waarbij de meest beperkende plannen de visserijinspanning zouden moeten bepalen. Spanje zou ertoe moeten worden opgeroepen om zijn vloot beter te controleren, zodat niet meer in verboden gebieden of boven quota wordt gevist. Daarbij hoort natuurlijk dat ook Nederland zijn handhaving continu op peil moet brengen, want die is nog steeds onder de maat. Wat ons betreft, is er in Europa geen ruimte voor de kweek van genetisch gemanipuleerde vis. Die kweek moet dus niet worden gestimuleerd of gesubsidieerd. Wij vinden dat er een verbod moet komen op dieronvriendelijke dodingsmethoden en dat in open systemen geen gebruik moet worden gemaakt van antibiotica. Kan de staatssecretaris toezeggen dat dit de Nederlandse inzet zal zijn?

Interrupties met andere partijen:

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):
[…] Tot slot een aanvullende vraag over de Franse controle van Nederlandse vissers. Gisteren heeft mijn fractiegenoot schriftelijke vragen ingediend, maar ik heb begrepen dat Nederlandse vissers door Franse controlediensten veelvuldig en extreem nauwkeurig worden gecontroleerd, in tegenstelling tot Franse vissers. Hierdoor wordt het werk van Nederlandse vissers ontmoedigd. Ik heb begrepen dat de Franse overheid voor de wateren in de omgeving van Duinkerken niet de officiële internationale zeekaarten gebruikt maar een andere, niet erkende zeekaart en dat kotters die rechtmatig vissen in het grensgebied, hierdoor regelmatig door de Franse autoriteiten worden vervolgd en te maken krijgen met lange en kostbare juridische procedures. Hierdoor worden Franse vissers bevoordeeld in deze waardevolle visgebieden. Is de staatssecretaris bereid om met zijn Franse collega in gesprek te gaan om te bewerkstelligen dat de Franse overheid zo spoedig mogelijk alleen gebruikmaakt van de officiële internationale zeekaarten?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De PvdD is altijd voor een goede controle op de visserij, maar het gaat te ver om te suggereren dat wij dit in Nederland wel goed doen. De Algemene Rekenkamer heeft eerder al geconcludeerd dat ook Nederland de handhavingsdoelstellingen niet haalt. Is het voor de ChristenUnie belangrijk dat niet alleen Frankrijk wordt aangesproken op een gebrekkige handhaving maar dat wij de hand ook in eigen boezem steken?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ja, waar wij andere landen aanspreken op hun manier van handelen, mag dat ook ten opzichte van Nederland gebeuren. Dat staat buiten kijf.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het is in deze commissie op het punt van de landbouw altijd lachen om de inbreng van de VVD-fractie. In dit geval houdt de VVD-fractie niet van dreigende taal over fraude. Ik denk dat ik dat maar ga onthouden.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik wens niet zo weggezet te worden. Het gaat immers juist om het feit waarop ook de heer Dijkgraaf is ingegaan: mogen ondernemers uitgaan van juiste gegevens? Als zij oprecht uitgaan van juiste gegevens, moeten zij daar ook naar handelen; laat dat duidelijk zijn. Dit moet echter wel een feit zijn. Ik laat mijn fractie niet wegzetten alsof wij voor fraude zijn. Daar zijn wij zeker niet voor.

Antwoorden van de staatssecretaris

Staatssecretaris Bleker: […]

Wij hebben ons best gedaan, ook in informele ontmoetingen, om een formulering daarover te vinden. Het ging om conclusie negen. Die zou ertoe leiden dat zoveel mogelijk landen zich achter de voorstellen van de Voorzitter zouden kunnen scharen. Uiteindelijk hebben wij ingestemd met het compromisvoorstel waarin wordt gesproken over een stapsgewijze beperking van de relatie tussen de historische referenties en de verdeling van de middelen. Dat zagen wij als belangrijke stap, waarmee wij overigens ook een belangrijk land als Polen in de kring van voorstemmers voor de Voorzitterconclusies hebben weten te houden. Landen als het Verenigd Koninkrijk hebben een veel radicalere opstelling gekozen. Daaruit blijkt duidelijk dat men af wil van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Daar hebben wij ons niet in gevoegd. Wij zijn voor een evenwichtige middenkoers met landen als Polen, Duitsland, Frankrijk – Denemarken niet, want dat land was op één punt niet tevreden – België en Italië. Dat is de reden waarom wij voor deze opstelling hebben gekozen in Europees verband. Daarmee bestaat er in ieder geval nog een sterke coalitie van oude lidstaten met een belangrijke nieuwe lidstaat, Polen, zodat we een basis hebben voor verdere onderhandelingen in de toekomst. Dat is de strategische overweging geweest voor onze opstelling ten aanzien van conclusie negen. De heer Grashof refereerde nog aan mogelijke inconsistenties in de set van Voorzitterconclusies. In zekere zin klopt dit. De Voorzitterconclusies kenmerken zich door een uiterste poging om wat voor ieder land wezenlijk was op de een of andere manier verwoord te krijgen. Aan de kant wordt er dus over generieke betalingen gesproken, maar in de conclusies twaalf en dertien gaat het vooral over duurzaamheid. In een andere conclusie gaat het weer over innovatie. Ik heb ingebracht dat dit iets is dat ook bij het setje hoort, vlak bij conclusie negen over de verdeling van middelen. Ik heb voorts aangegeven dat de plek waarop een doelstelling van het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt geformuleerd kennelijk niet bepalend is voor het belang ervan. Dat is ook geaccepteerd. Een behoorlijk aantal landen, waaronder Griekenland – dat was voor ons verrassend – kon het pakket echter niet ondersteunen. Een groot deel van deze landen vindt dat er nog te veel een relatie wordt gelegd tussen de historische verdeling van middelen en de verdeling in de toekomst. Dat is de oorzaak. Ik kom bij de invulling van het gemeenschappelijk landbouwbeleid vanuit de invalshoek van de Nederlandse regering. De heer Koopmans heeft drie moties verwoord. Dat zijn de piketpalen. In die wei kan de Nederlandse regering opereren. Zij vindt dat een uitermate grazige en weelderige wei, waaruit zij een heel mooi pakket aan goed samengesteld voer kan halen. Wij zijn ontzettend blij met de moties, ook met de motie waarover mevrouw Jacobi enigszins verbaasd is, blijkt nu. Dat is de motie waarin wordt gesproken over een zo hoog mogelijke basispremie, de motie-Snijder-Hazelhoff c.s. Ik heb destijds in de Kamer aangegeven dat ik die zie als ondersteuning van het beleid, in die zin dat met de invulling van datgene wat de motie beoogt in de eerste pijler voldoende ruimte blijft voor toepasbare en effectieve «top-ups». Dat wil zeggen dat de hoogte van de basispremie geen doel op zichzelf is, maar mede wordt begrensd door de mate waarin je met de rest van de middelen effectieve stimuli kunt inbouwen voor zaken als duurzaamheid, dierenwelzijn en innovatie. Op die manier heb ik de motie geduid. Mevrouw Snijder herinnert zich dat. Op die manier heb ik die als ondersteuning van het beleid gezien.

[…]

Staatssecretaris Bleker: De discussie in de Landbouwraad ging vooral over de verdeling van het totale Europese budget over de lidstaten. Daarnaast spelen de herverdelingseffecten op microniveau, op ondernemersniveau, maar zo ver zijn wij nog lang niet. We zijn ook nog niet in gesprek over een zachte landing. Er is gevraagd naar de verdere voortgang. De Commissie stelt nu wetgevingsvoorstellen op, maar dat wordt wat later dan aanvankelijk was gepland. We houden er rekening mee dat er tijdens het Deense voorzitterschap, het eerste halfjaar van 2012, spijkers met koppen worden geslagen. De echte onderhandelingen beginnen dus pas na oktober. We hebben er lang en indringend met elkaar over gesproken. De piketpalen vanuit Nederland zijn inmiddels geslagen. Het werk moet nu grotendeels in Brussel en bilateraal in contacten tussen de regering en Brussel worden gedaan. Wij gaan verder op de koers zoals die is uitgestippeld, aan de hand van de piketpalen, eerdere brieven en de uitspraken van de Kamer.

Mevrouw Ouwehand sprak over de motie-Dikkers. In de Landbouwraad van april staat het effect van het nieuwe gemeenschappelijke landbouwbeleid op ontwikkelingslanden geagendeerd. De Commissie zorgt voor een soort impact assesment bij de wetgevingsvoorstellen. In de brief van 8 maart heb ik een eerste schets gegeven van de problematiek. Dan de actieve landbouwer. Daar is de vooral Eurocommissaris Ciolos¸ heel actief mee bezig en terecht, ook vanwege de maatschappelijke acceptatie van de grote sommen geld die in de agrarische sector omgaan. Schiphol is een mooi voorbeeld. Daarmee heeft men geen agrarische bedoeling en er is geen sprake van agrarisch gebruik, maar het is wel grond. De vraag is dus of daar geld naar toe moet. Daar is overigens al eerder een streep door gezet. Het gaat eigenlijk om de vraag of er actief agrarisch gebruik van grond wordt gemaakt. Daar gaat het om. Wat ons betreft hoef je minder te kijken naar de rechtspersoon, de persoon of de onderneming. Je moet kijken of er actief agrarisch gebruik van de grond wordt gemaakt waarop de toelagen betrekking hebben. Niet de grond an sich is een grondslag voor een toelage, maar een actief agrarisch gebruik. De Commissie komt daarover ongetwijfeld met nadere definities. Wij steunen de Commissie in het algemeen bij het via scherpe definities tegengaan van onbedoeld en excessief gebruik van gemeenschappelijk landbouwbeleid. Je zou zeggen dat je daarvoor de steun van iedereen hebt, maar dat is niet zo. In sommige landen is de situatie soms anders. Daardoor hebben zij niet de problemen die wij wel hebben. Ik kom bij de vereenvoudiging. Dat was een mooi succes. Nederland is samen met Denemarken aanvoerder van het vereenvoudigingdossier. De Kamer heeft het stuk ontvangen, met een bijbehorende brief. Daar staan zeven, acht principes in. Ik kan ze herhalen, maar ze staan keurig opgesomd in de stukken. Het zit ook bij het verslag van de vorige Landbouwraad. Dan de aanpassing van de vetcorrectie. Ik heb de afgelopen dagen overigens ook een vetcorrectie toegepast, want ik had vier dagen buikgriep. Dan gaat het heel snel met de vetcorrectie. Het gaat om de melkquota. Deze optie wordt momenteel bekeken. We doen elke keer weer dezelfde poging in de Landbouwraad. Of Denemarken begint, of Nederland begint, of Luxemburg doet dat. Het antwoord is elke keer echter ook hetzelfde. Als de Commissaris dat niet doet, dan doet een ander land het wel. De laatste keer was het Oostenrijk dat aangaf dat, als daaraan wordt begonnen, de hele boel opnieuw moet worden bekeken en dat men dan ook naar andere zaken wil kijken. Dat willen wij ook weer niet. Ik zie hier alleen maar perspectief in als de kwestie ergens in een rimpel bij andere grote onderhandelingen wordt opgelost, maar niet als issue an sich in de Landbouwraad. Daar moeten wij heel nuchter in zijn. Je kunt met een vuist op tafel slaan, je kunt met een Kamerbrede motie komen, ondertekend door iedereen, maar dan nog is dit het verhaal. Dat is de situatie van dit moment.

[…]

Staatssecretaris Bleker: Ik ben bijna klaar. Alleen nog het onderwerp van de visserij en de Dienst Regelingen. Op het onderzoek calamiteit voedselvoorziening, een vraag van mevrouw Ouwehand, komt een separate reactie. Wij spreken de Commissie herhaaldelijk aan op het kooiverbod: de datum van 1-1-2012 handhaven, en scherp ook. In mei komt er een brief over onze inzet op het gebied van het Europese dierenwelzijnsbeleid. Op het punt van de visserij is een brief in aantocht, een dezer dagen, over de discards, het overleg dat gaande is en het overleg dat voortgezet wordt. Dat kan uiterlijk begin volgende week worden verwacht. Collega Verburg heeft eerder de inzet voor het nieuwe visserijbeleid geformuleerd. Dat is op zich een actueel en houdbaar stuk. Op basis daarvan opereren wij. Ik zie op dit moment geen noodzaak om met een nieuwe nota te komen. Daarbij komt dat er in januari een brief naar de Kamer is gegaan over het visserijbeleid. Dat was op een aantal punten een actualisatie van de nota van mevrouw Verburg. Ik zie op dit moment geen noodzaak voor een nieuwe nota. Ik overleg met mijn Franse collega en zal mij goed laten informeren over hoe er precies wordt omgegaan door de Franse autoriteiten met de vissers in de havens waar de Franse vissers staken. Ik zal mij daarover volgende week met de Franse collega onderhouden.

De heer Dijkgraaf (SGP): Er wordt nu al gedreigd met blokkades voor vanavond. Ik vind het eigenlijk wel een punt, als je die stapeling van incidenten bij elkaar optelt, om vaart te maken. Misschien zou het goed zijn als Nederland een vuist maakt in de richting van Frankrijk en zegt: jongens, waar zijn wij nu mee bezig? Het lijkt namelijk uit de hand te lopen.

Staatssecretaris Bleker: Ik vind de taal van de SGP-fractie wat rebels. Ik wil eerst precies weten wat er aan de hand is. Als de Franse autoriteiten zich keurig aan de regels houden, is er niets aan de hand. Als er dingen niet kloppen of er onvoldoende bescherming wordt geboden, zullen wij dat melden. Ik wil echter eerst de feiten op een rijtje hebben.

De heer Dijkgraaf (SGP): Wij zijn natuurlijk ook voor zorgvuldigheid. Gisteren zijn door de heer Slob en anderen hierover al vragen gesteld.

Staatssecretaris Bleker: U kunt ervan op aan dat dit alle aandacht heeft. Ik heb aangegeven dat ik het laat inventariseren. Ik heb volgende week in elk geval contact met mijn Franse collega’s. Als het eerder nodig is, gaat dat eerder gebeuren.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik zou het zeer op prijs stellen als u vanavond nog het signaal geeft aan Frankrijk dat het niet de bedoeling is dat havens op slot gaan. Die vissers zitten op zee met een acuut probleem. Zij worden geblokkeerd. Zij zitten dag in, dag uit met enorme onzekerheid. Ik vind niet dat wij die kunnen laten voortduren.

Staatssecretaris Bleker: Als de problemen zo ernstig zijn als u formuleert, nemen wij daarover contact op met onze Franse collega’s, zo spoedig als nodig is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): In relatie tot de Franse autoriteiten zie ik graag dat de staatssecretaris ingaat op wat de SGP-fractie beweert, namelijk dat de Franse autoriteiten de hulpactie hebben gehinderd. Ik kan mij bijna niet voorstellen dat dat waar is. Dat zou namelijk een enorme schending van alle internationale afspraken zijn. In dat geval moet Frankrijk gewoon voor het Hof gedaagd worden.

Staatssecretaris Bleker: Dat behoort tot de categorie: inventarisatie van wat er precies aan de hand is. Ik ga niet op beweringen van deze of gene in. Ik wil precies weten wat er aan de hand is voordat ik wie dan ook aanspreek. Ik kom te spreken over het punt van mevrouw Jacobi, de visserij in Noordwest-Afrikaanse wateren waarbij er spanningen kunnen zijn met de belangen van de lokale visserij en de lokale bevolking. De vorige keer is een mandaat vastgesteld voor overleg vanuit de EU met Mauritanië. Daarin zitten wat ons betreft de goede punten. Zo moet duurzame visserij lokaal voldoende gewaarborgd zijn. Wij moeten afwachten waartoe dat leidt. Dat zal ook op enig moment met Marokko moeten gebeuren. Dan komt er ook weer een mandaat vanuit de raad richting de Europese Commissie. Op een goed moment zal de Kamer daarover geïnformeerd worden en daarover kunnen spreken. De inzet tot nu toe waarborgt de punten die wij belangrijk vinden, waaronder de toekomst van de lokale bevolking en de lokale visserij en de visserijsector aldaar. Ik moet toegeven dat het een kwetsbaar gebied is en een dun lijntje is.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De staatssecretaris heeft gezegd dat hij op een van mijn vragen schriftelijk ingaat. Hij had het toen over de kwaliteit van voedsel. Bedoelt hij daarmee mijn vragen over de aangenomen motie over eiwit? Ik zie dat dat het geval is. Ik krijg daarop een schriftelijke reactie.

[…]

Staatssecretaris Bleker: Ik kan daarover heel kort zijn. In deze commissie en in deze Kamer is over Mercosur gezegd dat wij op zich niet tegen de onderhandelingen met de douane-unie zijn om te komen tot een vrij handelsverdrag. Het is echter niet de bedoeling dat de offensieve en defensieve landbouwbelangen het kind van de rekening worden. Dat is in de brief nadrukkelijk geformuleerd. De heer Rutte is zich daarvan volledig van bewust. Zo heb ik ook geopereerd in de Landbouwraad. Wij hebben daarvoor veel steun gekregen van diverse andere lidstaten.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Misschien komt het omdat wij van de Partij voor de Dieren zijn, maar de apen die de hele tijd uit mouwen komen, hebben wij al langer zien aankomen. Op het punt van het gemeenschappelijk landbouwbeleid hebben wij bijvoorbeeld nooit geloofd dat dit kabinet, of het vorige kabinet, zou inzetten op een daadwerkelijke hervorming. Nu blijkt dat dit inderdaad niet gebeurt. Een andere aap uit de mouw betreft de herkomstetikettering. Ook dat zagen wij al aankomen. Dat heeft vooral te maken met de exportbelangen. Het is prima als het kabinet daarvoor kiest, maar dan neem ik wel aan dat het vanaf nu ophoudt met de verantwoordelijkheid voor de broodnodige verduurzaming bij de consument neer te leggen. Die krijgt geen handvatten aangereikt en kan dus niet goed geïnformeerd keuzes maken. Het zou mooi zijn als in het totaalbeeld komt dat de consument daaraan niets tot weinig kan doen en er dus een andere partij moet zijn die de verantwoordelijkheid neemt voor visserij. Ik heb er toch behoefte aan om, voordat de wetgevingsvoorstellen er komen, indringend te spreken over het gemeenschappelijk visserijbeleid, vooral omdat de Eurocommissaris een prima vrouw is met goede voorstellen. Ik zie graag dat staatssecretaris Bleker haar volop steunt. Dat wordt mij niet helemaal duidelijk uit de inzet die er nog ligt van mevrouw Verburg.

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Is Nederland actief richting de Europese Commissie in relatie tot de verdere invulling van het gemeenschappelijk landbouwbeleid? Dat zijn wij. Ik heb het voorbeeld gegeven van de vereenvoudiging. Wij zijn nu bezig, onder andere met Denemarken, met voorstellen voor de vergroening van die eerste pijler, over de wijze waarop een goede combinatie kan worden gemaakt van een basispremie en voldoende stimuli voor innovatie, verduurzaming en vergroening. Daarmee zijn wij nu bezig. Wij brengen dat ook in bij de Europese Commissie en de Eurocommissaris. Wij zijn daarmee vrij permanent aan de slag. Dat is ook prima, lijkt mij. In relatie tot de vetcorrectie blijven wij het punt van de zachte landing onder de aandacht brengen. Ik heb aangegeven binnen welke marges wij opereren. Ik ben onder de indruk van de politieke retoriek van de heer Grashoff. Over het Hongaarse voorstel ontvangt u een brief, mevrouw Wiegman.