Bijdrage Ouwehand AO Landbouw- en Visse­rijraad


4 juli 2012

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik begin met het Varkensbesluit. In 1998 is de eis voor groepshuisvesting daarin opgenomen. Eigenlijk zouden de zeugen al vier jaar in groepen gehuisvest zijn. Een succesvolle, en voor mij verdrietige, lobby en gewillige politici in Brussel hebben echter al voor ernstige vertraging gezorgd. Nu komt dan eindelijk toch de deadline in zicht. Over een maand of vijf zou die groepshuisvesting toch echt gerealiseerd moeten zijn, dat wil zeggen voor de periode dat de zeugen drachtig zijn. Tussendoor, bij het
werpen en het weer geïnsemineerd worden, staan zij nog steeds vast tussen stangen. Ook met deze maatregel zijn wij er dus nog niet helemaal. De maatregel die is afgesproken, moet onverkort worden uitgevoerd en wel nu. De varkenshouders hebben meer dan vijftien jaar de tijd gehad om over te schakelen. Wij hebben er al voor gewaarschuwd toen de staatssecretaris de kippenhouders een halfjaar uitstel verleende voor het verbod op de legbatterij. Wij zeiden: doe dat nu niet, want straks willen de zeugenhouders het ook. En jawel, LTO Nederland schrijft in een redelijk onbeschaamde lobbybrief aan de Kamer dat uitstel nodig is en dat uitstel ook eerlijk zou zijn omdat de eierboeren het ook kregen. Ik ben blij dat de staatssecretaris schrijft hier niet aan toe te willen geven. De dieren gaan 4 dagen na inseminatie in de groep, niet 28 dagen erna. 1 januari is 1 januari, ook hier. Ik stel voor om daarop te gaan sturen. Zeugenhouders die op 1 september dit jaar nog niet zijn omgeschakeld en niet zwart-op-wit kunnen aantonen dat dit wel het geval zal zijn per 1 januari 2013, krijgen wat ons betreft -- de Dierenbescherming heeft zich hier ook sterk voor gemaakt -- een inseminatieverbod. Ik steun de inzet van de Dierenbescherming op dat punt: geen groepshuisvesting, geen biggetjes. Ik hoor graag een toezegging op dit punt. Ik overweeg een motie.

Mijn volgende punt is de herziening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). De staatssecretaris weet dat de Partij voor de Dieren, samen met tal van planbureaus, niets ziet in de vergroeningsmaatregelen die hierin zijn opgenomen. Die stellen namelijk niet zo veel voor. Wat nog wel moet worden gerealiseerd -- dat kan nog, ondanks het gegeven dat het nog steeds niet de goede kant opgaat -- zijn de ecologische focusgebieden. Die zijn erg belangrijk. Wij willen de staatssecretaris op het hart drukken dat 7% van de akkers moet
worden benut om biodiversiteit de ruimte te geven. Daar moeten wij niet in willen schuiven, schrappen, middelen of maatwerk willen leveren. Dat moet een voorwaarde zijn. Dat levert ook een grote bijdrage aan het verminderen van het gebruik van landbouwgif. Functionele
agrobiodiversiteit en brede akkerranden die natuurlijke plaagbestrijders aantrekken, leiden allemaal tot een drastische vermindering van het verbruik van gif. Bovendien wordt zo het oppervlaktewater beter beschermd tegen te veel landbouwgif. Ik zou denken dat 7% van het
oppervlak niet onredelijk is. Ik vraag de staatssecretaris zich in te zetten voor een onverkorte realisatie van die ecologische focusgebieden.

Ik kom nu op het kwekersrecht. Wij hebben een brief gevraagd over de ontwikkelingen in het Europees Parlement. Die brief hebben wij ontvangen, waarvoor dank. Wanneer en hoe gaat Nederland zich concreet inzetten voor een coalitie van gelijkgestemde landen? Ik ga er toch van uit dat de staatssecretaris nog steeds vierkant achter het kwekersrecht staat en die vrijstelling wil realiseren. Volgens mij moet hij dan wel in actie komen, want wij zien het de verkeerde kant op wegdrijven. Ik wil de regering nog een keer op het hart drukken dat de overcapaciteit in de visserij moet worden aangepakt. In de voorliggende voorstellen wordt nog steeds niet onderbouwd hoe die overcapaciteit moet worden verminderd. Zolang dat het niet het geval is, zal er een ander plan moeten komen. Waarom gaat de staatssecretaris daar niet op in?

Wij hebben de vorige keer van gedachten gewisseld over de haaien. Toen zei de staatssecretaris dat hij zou beginnen bij de blauwe haai. Hij zei naar aanleiding van vragen van mij dat deze is beschermd via de TAC (Total Allowable Catch) en de quotumverordening. Wij hebben dat nagezocht en hebben het niet kunnen vinden. Er lijkt een misverstand te ontstaan over de Latijnse namen, over welke soorten eronder vallen en welke niet. Dat dreigt een beetje visserslatijn te worden. Ik vraag de staatssecretaris om, eventueel schriftelijk, aan te geven waar de door hem genoemde TAC voor de blauwe haai vermeld is, hoe die samenhangt met de TAC voor de doornhaai en welke zeven andere haaiensoorten onder deze TAC zouden vallen, aangeduid met de Latijnse naam. Ik vraag hem ook of TAC's voor de ortvinmakreelhaai, alle gladde haaien, alle kathaaien en alle draakvissen zijn ingesteld en, zo ja, waar die vermeld staan. Het gaat ons erom dat er daadwerkelijk vangstlimieten voor alle haaiensoorten, inclusief de bedreigde, kunnen worden gesteld. Ik heb gevoel dat er nu een spraakverwarring ontstaat. Als wij deze informatie in de loop van de zomer schriftelijk kunnen ontvangen, kunnen wij er na de zomer verder op doorgaan.

[...]

Interrupties bij andere partijen:

De heer Koopmans (CDA): [...] Met betrekking tot de groepshuisvesting van drachtige zeugen vindt de CDA-fractie dat ook moet worden bekeken hoe snel bedrijven die zijn omgeschakeld, bijvoorbeeld naar strohuisvesting, technisch kunnen voldoen aan hetgeen wij als ationale kop hebben geregeld. Dat blijkt heel moeilijk te zijn. Ik vraag de staatssecretaris om een overgangsregeling te maken. Het heeft helemaal niets met dierenwelzijn te maken als je zeugen veel te snel loslaat, voordat ze daadwerkelijk door het insemineren drachtig zijn geworden. Er zal dus sprake zijn van een verminderd dierenwelzijn. Dat lijkt ons heel slecht.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat moet de heer Koopmans toch even uitleggen. Is hij van mening dat als een varken tussen stangen staat en alleen een stapje vooruit en een stapje achteruit kan doen, er sprake is van dierenwelzijn?

De heer Koopmans (CDA): Laat ik het even omdraaien. Is mevrouw Ouwehand van mening dat het huisvesten van zeugen in groepshuisvesting meteen na vier dagen, waardoor zij technisch gezien veel minder snel drachtig kunnen worden en blijven, een bijzondere bijdrage levert aan het dierenwelzijn?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik spreek niet snel over dierenwelzijn. Wij behandelen dieren op een schandalige wijze. Iedere stap die wordt gezet, leidt hooguit tot een iets minder slechte behandeling van dieren. Bij dierenwelzijn zijn wij nog lang niet. Ik vraag de heer
Koopmans of hij dat een wenselijke situatie vindt. Wij hebben vanmorgen weer kunnen horen wat een fijne combinatie dat is, zeugenkratten en brand bijvoorbeeld. Als je die dieren ziet staan, springen de tranen je toch in de ogen? Dat is toch niet de manier waarop wij met
levende wezens moeten omgaan in ons land?

De heer Koopmans (CDA): Precies. De enige manier waarop ik varkens en vuur wil combineren, is morgenmiddag bij de barbecue op het Binnenhof. Natuurlijk is het zorgelijk als dat gebeurt in een stal. Ik heb daar al eerder, overigens met mevrouw Ouwehand,
stappen in gezet. Wij denken dat een langere overgangstermijn voor een aantal bedrijven zal leiden tot een verbeterde dierenwelzijnsituatie.

Beantwoording door de staatssecretaris:

[...]

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Wij hebben gepoogd alle vragen op te vissen en aan te landen. Ik zal proberen om een kernachtige reactie op de vragen te geven. Mevrouw Ouwehand stelde een lange en ingewikkelde vraag. Die zal worden beantwoord in een haaienbrief.

De voorzitter: Wanneer komt die brief?

Staatssecretaris Bleker: Die brief komt na 12 september, voor 1 oktober.

[...]

Staatssecretaris Bleker: Het jagerstalent van de heer Koopmans kennende, zullen wij de tellingen doen nadat hij zijn jacht heeft uitgeoefend. Er zijn vragen gesteld over de vergroeningsvoorstellen van de Europese Commissie. Ik ben het hartgrondig eens met mevrouw Jacobi dat het tijd wordt dat Nederland heel concrete alternatieve vergroeningsvoorstellen levert, eventueel samen met andere lidstaten, voor de voorstellen van de Europese Commissie, die veel te rigide zijn. De Kamer kan ervan op aan dat zij daarover deze zomer nader bericht ontvangt. Ik verwacht dat wij deze zomer in staat zijn om concrete werkbare alternatieven, ook in samenspraak met boeren, op papier te krijgen. Dat zijn alternatieven voor, amenderingen van of aanvullingen op de voorstellen van de Commissie. Ik schat in dat de 7% ecologisch focusgebied van de baan is. Er is geen steun in de Raad van landbouwministers voor 7%, dat is veel te omvangrijk. Er is wel veel steun voor alternatieven. Dat rigide systeem van 7% ecologisch focusgebied zal naar mijn vaste overtuiging uiteindelijk niet landen. Daar zullen wij goede alternatieven voor hebben, die ook werkbaar zijn in een agrarisch intensief productielandschap. Mevrouw Snijder heeft een vraag gesteld over de subprogramma's. Er zijn wel subprogramma's voorgesteld. Alle subprogramma's waar Nederland gebruik van gaat maken, moeten in elk geval aan één criterium voldoen: ook het geld uit de tweede pijler is bedoeld voor innovatie, verduurzaming en versterking van de concurrentiekracht van het Nederlandse agrarische bedrijf. Het ouderwetse plattelandsbeleid van voorheen, waarmee wij fietspaden aanlegden, een strijkijzermuseum mee subsidieerden en dat soort grappen meer, is voorbij. In de Raad van landbouwministers is overigens wel enige support voor een heel klein percentage uit de tweede pijler voor leaderachtige projecten, ik meen 5%. Ik zou graag zien dat ook die gelden ten gunste komen van bijvoorbeeld verbreding van het agrarisch ondernemerschap in het landelijk gebied.

[...]

Ik kom nu op het dierenwelzijn: de zeugen. Ik heb de Kamer geïnformeerd over het beleid: 1 januari 2013 is 1 januari 2013. Ik zie geen gronden om tot uitstel, op wat voor manier dan ook, te komen. Ik zie ook geen reden om een inseminatiestop in te stellen per september.
Het is de verantwoordelijkheid van de ondernemers hoe zij met zij biggen en zeugen omgaan. Per 1 januari 2013 moet er sprake zijn van groepshuisvesting, punt. Hoe ondernemers omgaan met biggen die na 1 september worden geboren en de zeugen die men dan nog heeft, is een zaak van hen zelf.

De heer Koopmans (CDA): Een flink deel van de ondernemers heeft daar echt problemen mee. Ik vraag de staatssecretaris om nog een keer te overleggen. Daarnaast vraag ik hem te proberen om te komen tot een wat langere overgangstermijn zodat alle ondernemers de bedrijfsvoering, de bedrijfsomstandigheden, het bedrijfsmanagement en de bedrijfsinrichting op dat punt nader kunnen inpassen zodat die termijn van vier dagen kan worden gehaald. Staatssecretaris Bleker: Als de sector behoefte heeft aan overleg, ben ik daartoe bereid. Ik zie op dit moment geen gronden -- bij de kippen lag dat anders -- om af te stappen van de deadline van 1 januari 2013. Ik heb geen valide argumenten gehoord om dat te doen.

De heer Koopmans (CDA): Dan zal ik die in een motie opschrijven.

Er is gesproken over de Raadsconclusies inzake dierenwelzijn. Volgens mij heeft de heer Van Gerven gewoon verkeerde teksten gelezen. Het is heel simpel gegaan. Wij hebben in de eerste termijn bij de Raadsconclusies inzake dierenwelzijn gezegd dat wij vinden dat die onvoldoende ambitie hebben, met name op het punt van diertransport, en dat een achtuursgrens voor het transport voor slachtdieren zou moeten worden geïntroduceerd. Toen leefden wij, na informeel contact met de voorzitter en met de heer Dalli, in de veronderstelling dat de heer Dalli enige toezeggingen zou doen. Er kwam echter niets. Omdat er niets kwam, heb ik gezegd: onvoldoende, ik ga deze Raadsconclusies niet actief steunen, punt. Dat was de situatie. Het is dus anders dan de heer Van Gerven heeft gelezen.

De heer Van Gerven (SP): Heeft de staatssecretaris zich van stemming onthouden of heeft hij tegengestemd? Ik begrijp dat er sprake moet zijn van unanimiteit. Wat is de positie precies geweest?

Staatssecretaris Bleker: Deze Raadconclusie is niet in stemming geweest. Er zijn dan drie mogelijkheden. Je kunt een aantekening maken. Een aantal landen, zoals Zweden, heeft gezegd het niet eens te zijn met dit onderdeel en verder niets. Ik heb gezegd dat wij het niet
actief kunnen steunen.

De heer Van Gerven (SP): Betekent dit dat het niet van kracht wordt? Er moet immers sprake zijn van unanimiteit.

Staatssecretaris Bleker: Als ik tegen had gestemd, was er geen sprake geweest van unanimiteit. Dan waren het geen Raadsconclusies geweest, maar voorzittersconclusies. Wij hebben hierover een debat gehad in de Kamer, waarin werd gezegd dat dit net een stap te
ver zou gaan. De Kamer zei: je moet een duidelijk signaal afgeven, niet even makkelijk meebewegen. Zij was van mening dat het te ver zou gaan als Nederland als enige nee zou zeggen waardoor het geen Raadsconclusies zouden zijn, maar gedegradeerde conclusies.
Ik heb daar dus geheel indachtig letter, woord en geest van de Kamer gehandeld. Ik was mij ook steeds bewust van de aanwezigheid van haar geest, daar.

De heer Van Gerven (SP): Ik vraag mij af of die geest wel voldoende helder is geweest, in de zin van wat het gevolg was van het handelen van de staatssecretaris. Er zijn nu Raadconclusies getrokken.

Staatssecretaris Bleker: Ja.

De heer Van Gerven (SP): De staatssecretaris heeft daar zijn kanttekeningen bij gezet. Er is echter wel een slechter voorstel gelanceerd dan wij hadden.

Staatssecretaris Bleker: Ik heb niet tegengestemd, maar ik heb gezegd dat ik er geen steun aan kon geven omdat er onvoldoende ambitie in zit. Vervolgens -- dat is misschien wel veel interessanter -- zal er door deze opstelling van Nederland en een aantal andere lidstaten reeds in de volgende Landbouwraad melding worden gemaakt van het initiatief van Nederland en Oostenrijk om met nadere voorstellen te komen op het terrein van Europees dierenwelzijn. De minister van Oostenrijk en ik zullen aankondigen dat wij met een aantal nadere ambitieuzere voorstellen komen wat betreft Europees dierenwelzijnsbeleid. Dat is het resultaat geweest van de door de Kamer gesteunde opstelling.

Ik kom nu op het onderdeel visserij. Ik heb de haaienproblematiek al behandeld. Mevrouw Ouwehand is ingegaan op het capaciteitsplan. Wij hebben al eerder gezegd dat het gemeenschappelijk visserijbeleid vooral quotabeleid is. Het gaat om duurzame visserijbestanden. De capaciteit dient zich daaraan op enig moment aan te passen. Het is geen zaak van de overheid om direct in die capaciteit te interveniëren. Het is een samenstel van maatregelen vanuit Europa, zoals quota, zeedagen, motorvermogen en tijdelijke sluiting van gebieden. De natuurlijke weg der dingen is dat uiteindelijk de capaciteit daarop aansluit. Het vaartuig dat in IJmuiden lag of ligt, voert de vlag van Litouwen. Naar verluidt zijn er plannen om dit vaartuig in de wateren van Australië activiteiten te laten ontplooien. Ik ga ervan uit dat er in dat geval in overeenstemming met de regelgeving van Australië zal worden gevist. Het betreft dus een niet-Nederlands gevlagd vaartuig. Ik zie dan ook voor de Nederlandse overheid geen reden hier een rol in te spelen, tenzij de openbare orde in IJmuiden in het geding is. Schoenmaker houd je bij je leest.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Hier wordt perfect de problematiek van de overbevissing geschetst. De trawlers die al genoeg hebben gevist in de Europese zeeën zijn niet rendabel als zij niet de hele tijd veel vis naar boven halen, dus wijken zij uit naar andere visgronden. Het kan toch niet zo zijn dat wij erbij staan, ernaar kijken en denken: ja, nou ja, het lost zichzelf wel op? Dat moet de staatssecretaris toch erkennen?

Staatssecretaris Bleker: Soms moet je erbij staan en ernaar kijken, terwijl je niets kunt doen. Je moet echter nooit denken dat je geen bijdrage kunt leveren aan de oplossing van het achterliggende probleem. Dat doen wij via het Europese beleid. Concreet interveniëren ten aanzien van dit schip dat onder deze vlag vaart, onder deze omstandigheden, kan inderdaad niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan moet er voor de herziening van het visserijbeleid een plan komen dat geloofwaardig is, waarin wij kunnen zien dat het de overcapaciteit ook echt vermindert. Dat was het grootste probleem, stond in de rapportage van de Europese Commissie die aanleiding was voor het inzetten van een herziening. Als er geen geloofwaardig plan komt en er blijven grote monstertrawlers bestaan, wordt het niet opgelost. Zeker niet als de houding is dat je in individuele gevallen niet kunt ingrijpen. Staatssecretaris Bleker: Wij kunnen inderdaad niet zomaar een schip tegenhouden waarvan wij denken dat het misschien ergens buiten het domein waar wij bevoegd zijn wel eens dingen zou kunnen gaan doen die wij minder wenselijk vinden, maar die daar wel legaal zijn. Wij kunnen zo'n schip niet tegenhouden omdat het dingen wil gaan doen die het in onze wateren niet meer mag. Dat slaat nergens op. Dat doe je niet. Je hebt ook geen rechtsgrond om dat te doen. Het nieuwe Europese visserijbeleid is in de maak. Daar hebben wij eerder
over gesproken. Daarin wordt met heel scherpe doelstellingen wat betreft duurzame visbestanden geopereerd. Nederland is een van de koplopers, een van de progressieven, in dat verband.

Ik kom nu op de bag limit. Ik heb nog geen oordeel over het voorstel van de Commissie om zeebaars onder TAC's te brengen. Iets anders is de bag limit voor het tegengaan van illegale verkoop van op zee gevangen vis. Ik informeer de Kamer zeer binnenkort over dit
onderwerp en het Nederlandse standpunt daarover.

De voorzitter: Wat is zeer binnenkort?

Staatssecretaris Bleker: Voor 12 september.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik heb gevraagd om de bag limit te beschouwen als een aanvullend instrument aan het eind van de keten in de aanpak van stroperij. Als je een bag limit instelt, is de verwachting dat er op zee geruild gaat worden. Op het land krijgen de handel, de vissers en de hele rataplan, in positieve zin, een plek in de keten. Daardoor kan de stroperij met omgekeerde bewijslast en dergelijke worden aangepakt. Die bag limit alleen gaat niet helpen.

Staatssecretaris Bleker: Ik heb in de Eerste Kamer, op aandringen van de vertegenwoordiger van de PvdA-fractie aldaar, gezegd dat ik hierover een brief zal sturen. Daar wordt dit punt in meegenomen. Ik geloof dat mevrouw Jacobi en ik niet elk aan een ander eind van het touw trekken op dit punt. De Kamer ontvangt hierover een brief. De CDA-fractie stelde een vraag over de zeedagen. De sector stelt dat het dit jaar al knelt met de zeedagen. Dat is een heel vervelend punt. Wij hebben er vorig jaar in december hard over onderhandeld, maar wij kregen uiteindelijk niet meer ruimte. Er vindt op dit moment overleg plaats met de sector om in beeld te krijgen waar de problemen echt zitten. Als het nodig is, wil ik met een goed voorstel naar de Commissie gaan. Dat heb ik de Commissie vorig jaar december ook gezegd. Nog belangrijker is natuurlijk dat er een structurele oplossing komt. In het kader van het tong- en scholplan werk ik aan een oplossing voor 2013, met in elk geval geen verdere krimp in dagen. Het is een lastig punt, want wij hebben daar op een gegeven moment ook onze vrienden voor nodig. Andere lidstaten hebben indertijd eieren voor hun geld gekozen. Zij hadden een ander, hoger belang en steunden ons niet meer wat betreft die zeedagen. De heer Koopmans vroeg naar de versterking van regionale adviescommissies (RAC's) en de regionalisering van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Dat is belangrijk. De sector ziet nu ook in dat er een aanlandingsplicht komt en wil graag met ons verder spreken over de invulling ervan. Volgende week is er een eerste overleg met de sector waarvoor dit onderwerp geagendeerd staat.

Er is gevraagd naar de geassocieerde bestanden. Ik ondersteun voor nu wel het apart rapporteren, zoals in de geannoteerde agenda staat. Dat kan ons een beter inzicht verschaffen in de bestanden. Ik ben nog niet zover dat ik ook voor een splitsing van de TAC's ben, wat betreft de verschillende geassocieerde bestanden. Er was een vraag over het kwekersrecht. Nederland staat positief tegenover het schrappen van artikel 6 tot en met 8 van de octrooiverordening. Dat voorkomt dat vertraging optreedt in de juridische procedures voor het unitair octrooirecht. Het bedrijfsleven is hier ook positief over. Wel zal de kwekersvrijstelling die was voorzien in de octrooiverordening moeten worden overgeheveld naar het rechtspraakverdrag. Wij moeten nu dus een andere route kiezen om het doel te realiseren. Uitstel van stemming in het Europees Parlement is nu even de beste oplossing, omdat dit ruimte geeft om een oplossing te zoeken. Wij moeten nu proberen om het in het rechtspraakverdrag te krijgen, rekening houdend met de wensen van het Europees Parlement, van de Kamer en van het kabinet waar het gaat om de kwekersvrijstelling. In samenspraak met en tussen de Raad, de Commissie en het Europees Parlement kan naar een oplossing worden toegewerkt. De Kamer kan rekenen op een actieve rol van Nederland, samen met gelijkgestemde landen.

Er zijn vragen gesteld over de superbij uit Canada, zoals ik het maar even noem. Als die bijen wel binnenkomen in andere Europese lidstaten, gaat het argument dat ik eerder heb gebruikt, namelijk dat het niet kan, niet meer op. Als het via Luxemburg en Duitsland kan,
moet het maar via die landen. Ik wil opnieuw bekijken of dat klopt. Ik zal de Kamer hier in september over informeren.

Wij maken serieus werk van het amendement-Jacobi/Koopmans over een regeling voor schaapskuddes. In de brief daarover worden de contouren van de regeling beschreven. De strekking is duidelijk. Ik wil in september een regeling openstellen voor gescheperde schaapskuddes met zeldzame schapenrassen met bedragen per kudde zoals genoemd in de toelichting van het amendement. Het gaat inderdaad om de vijf rassen die mevrouw Jacobi noemde. Een van de rassen is het Schoonebeker heideschaap. Ik laat er een foto
van zien. Dit zijn de vijf rassen die door de Stichting Zeldzame Huisdierrassen als zeldzaam worden beschouwd en die worden gebruikt in rondtrekkende kuddes. Ik had natuurlijk ook graag gehad dat de uitbetaling eerder had kunnen plaatsvinden, maar ik moet echt eerst
goedkeuring van de Europese Commissie hebben. Anders moeten wij daarna weer terugvorderen en dat is ook knap beroerd. Uit het overleg bleek dat het mogelijk gaat om meer kuddes dan waarvan in het amendement werd uitgegaan. Als er veel aanvragen zijn, kan het bedrag per kudde lager worden dan beoogd in het amendement. Belangrijk is wel dat het hier hoe dan ook gaat om een vorm van staatssteun. Daar hebben wij goedkeuring van de Europese Commissie voor nodig. Ik wist dat ook niet, maar het is gewoon zo. Er is nauw contact met betrokkenen. De regeling zal zo snel als mogelijk worden opengesteld. De bedoeling is dat dit in september gebeurt.

[...]

Tweede termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Gisterenavond hebben wij het debat over de Crisis- en herstelwet gehad. Daarin heb ik de verzamelde werken van de heer Koopmans gememoreerd. Dat heeft mij een uur gekost. Hij is daar erg trots op, ik ben er niet echt blij mee. Ik wil de staatssecretaris meegeven dat de lijst lang genoeg is. Ik vraag hem om vast te houden aan zijn eigen voornemen om de deadline van 1 januari 2013 te handhaven voor de groepshuisvesting. Ik memoreer ook wat iets langer dan twee jaar geleden is gebeurd. Wij zouden in Nederland eigenlijk het Varkensbesluit al op 1 januari 2011 in werking laten treden. De toenmalige minister van Landbouw, Natuur en Visserij, de voorganger van deze staatssecretaris, heeft toen, demissionair als zij was, besloten om dat niet te doen. Het is dus meer dan voorzienbaar geweest, zo geef ik de staatssecretaris ter ondersteuning van zijn eigen besluit mee. Laten wij het zo houden. De verzamelde werken van de heer Koopmans zijn lang en droevig genoeg.

De heer Koopmans (CDA): Indrukwekkend.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ze zijn wel indrukwekkend, maar niet per se in positieve zin. De PvdD is teleurgesteld over het loslaten van de verplichte 7% ecologische focusgebieden. Ik zie dat een ruime meerderheid van de Kamer dat niet wil. Ik blijf zeggen dat het echt heel jammer is. Het is een beetje droevig dat de staatssecretaris zegt dat hij niets kan tegen de overbevissing. Kan hij dan niet met zijn collega in Australië bellen om hem te melden dat er een schip zijn kant op vaart en met hem bespreken wat zij samen kunnen doen om ervoor te zorgen dat het Europese en ook het Australische visserijbeleid gezonder wordt?

Tot slot wil ik stilstaan bij het feit dat de EU-adviseur van deze commissie, Hidde Jan Buning, voor het laatst aanwezig is bij een overleg van deze commissie. Hij gaat ons helaas verlaten. Wij gaan hem ontzettend missen. Misschien neem ik de voorzitter woorden uit de mond omdat hij dat had willen zeggen, maar ik wilde dat toch ook zeker persoonlijk even doen.

[...]

Beantwoording staatssecretaris:

Staatssecretaris Bleker: [...] Ik ga echt niet bellen met mijn Australische collega met de mededeling dat er wel eens een schip in zijn richting kan komen dat dingen doet die wij niet zo nuttig vinden in Nederland. Dat doe ik gewoon niet, zo zeg ik in antwoord op een vraag van mevrouw Ouwehand. Er was een opmerking over de G20. Er is afgesproken dat wij verder werken aan transparantie van de marktinformatie met betrekking tot voedselprijzen. Dat wordt internationaal gezien als een eerste stap die kan worden gezet om zicht te krijgen op de ontwikkelingen van de voedselprijzen, grondstofprijzen en mogelijke institutionele speculatie die in dat verband aan de orde is. Als mij wordt gevraagd of ik een bevredigend gevoel heb bij de vraag of wij dat al voldoende in de vingers hebben, zeg ik: nog niet. Wij hebben eerste stappen gezet met de marktinformatie en transparantie. Later zal moeten blijken hoe zich dat ontwikkelt. Er wordt hard gewerkt aan het Eems-Dollardgebied, ik meen onder leiding van de gedeputeerde van GroenLinks van de provincie Groningen. Het plan zal in de zomer van 2013 zijn afgerond. Volgens mij heb ik hiermee alle punten gehad.

[...]