Bijdrage Ouwehand AO herziening besluit­vorming toelating genetisch gema­ni­pu­leerde gewassen


17 juni 2015

Bijdrage Ouwehand AO herziening besluitvorming toelating genetisch gemanipuleerde gewassen

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het gebeurt niet heel vaak dat ik de Europese Commissie wil quoten, maar als de Commissie dan eens iets zegt wat wel fijn is, dan doe ik dat graag. De SP deed dat ook al. De woorden van Juncker luidden als volgt: het deugt eenvoudig echt niet dat de Commissie op grond van de huidige regels wettelijk verplicht is om toestemming te geven voor de invoer en verwerking van nieuwe organismen, terwijl een duidelijke meerderheid van de lidstaten hier tegen is. Ik kan niet anders zeggen dan dat dit hoopvolle woorden zijn.

Het voorstel dat wij vandaag bespreken is echter en grove schending van die belofte. De Europese Commissie blijft volop inzetten op de import van nog meer gengewassen en houdt de toelatingsprocedure net zo ondemocratisch als die al was sinds 2003. Juncker stuurt landen die terecht weerstand bieden tegen gentech met een juridisch onhoudbaar kluitje in het riet. In plaats van de besluitvorming te democratiseren, zoals onze eigen Frans Timmermans voorstaat, ligt er nu een voorstel waarmee landen in theorie het gebruik van gentech in de voedsel- en veevoerketens zouden kunnen verbieden, maar dat verbod mag niet in strijd zijn met de interne Europese markt of met de WTO-regels. Ook mag het niet gebaseerd zijn op risico's van gentech voor milieu en volks- en diergezondheid. Dat zou de EFSA allemaal goed beoordelen. De VVD zegt: wij hebben nu eenmaal afgesproken dat wat de EFSA zegt, de waarheid is. Wij zouden wel een EFSA-bijbel kunnen schrijven. Gelukkig doen wij dat niet en zijn er ook nog onafhankelijke wetenschappers die ons waarschuwen dat in de beoordelingen door de EFSA lang niet altijd alle gegevens zijn meegenomen en lang niet alle risico's zijn afgedekt.

Met alle mitsen en maren is het beleid in de praktijk natuurlijk compleet onuitvoerbaar. Dat weten wij allemaal. De uitkomst van het huidige voorstel zal zijn dat de Europese Commissie doorgaat met het toelaten van de gengewassen en -producten, terwijl een zeer groot deel van de Europese lidstaten hier fel op tegen is. Voor deze lidstaten zal het in de praktijk niet mogelijk zijn om een verbod of een beperking op te leggen aan de teelt of het gebruik van deze ggo's in hun land. De vraag aan het kabinet is, of het bereid is om er bij de Europese Commissie op aan te dringen dat de Commissie alsnog de belofte nakomt om de besluitvorming over de toelating van gentech te democratiseren, zodat de grote weerstand van veel lidstaten wordt vertaald in het niet meer toelaten van nieuwe gengewassen.

Ik krijg graag de toezegging dat de staatssecretarissen ons op tijd zullen informeren. De juridische houdbaarheid zou ik graag willen laten onderzoeken door het kabinet.

Interrupties bij andere partijen

De heer Leenders (PvdA): Voorzitter. Ik weet sinds enkele uren dat ik dit debat mag voeren, wegens ziekte van mijn collega. Aan mijn inzet zal het niet liggen: ik zal proberen om zo goed mogelijk mee te doen. Het is niet onbekend dat de Partij van de Arbeid zeer behoedzaam wil omgaan met genetische modificatie. De marktmacht van grote bedrijven die zich storten op deze techniek en op het verkopen van producten die met deze techniek tot stand zijn gekomen, is wat ons betreft te groot. Wij maken ons ook zorgen om de koppelverkoop van gewassen en van landbouwgif, producten die door dezelfde bedrijven worden aangeboden. In de afweging om wel of geen genetisch gemodificeerde producten te willen, moeten ook ethische en morele bezwaren van grote delen van de Nederlandse bevolking kunnen worden meegenomen. Alleen een check op kortetermijnrisico's voor mens en milieu is voor ons onvoldoende. Wij verwachten daarom van de regering een terughoudende opstelling bij de onderhandelingen over de herziening van de besluitvorming over ggo's. De Kamer moet de ruimte houden om invloed te hebben op het onderhandelingsproces. Voor de Partij van de Arbeid betekent dit dat de inzet tijdig met de Kamer wordt gedeeld, waarbij er ruimte is voor overleg. Over het delen van informatie gaat het vandaag. Wij willen graag per kwartaal een update van de onderhandelingen krijgen, en zo nodig frequenter. Wij hechten eraan om het proces van besluitvorming transparant en democratisch te laten verlopen. (…)

Wij zouden graag zien dat ook Nederland de keuze heeft om nee te zeggen tegen ggo-diervoer. Als dat niet lukt, lijkt het ons goed om de burgers te informeren over het feit dat het dier waarvan hij het vlees eet, al dan niet is gevoed met ggo-gewassen. Een etiketteringsplicht voor vlees zou een volgende stap moeten zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik aarzel een beetje om deze interruptie te plaatsen, omdat de heer Leenders heeft gezegd dat hij het heeft overgenomen van een collega. Toch denk ik dat ik een vraag stel die de heer Leenders kan beantwoorden. Ik schrik een beetje van de woorden van de VVD, coalitiepartner van de PvdA. De woordvoerder van de VVD zegt dat mensen er geen problemen mee hebben om vlees te eten van dieren die gevoerd zijn met genetisch gemanipuleerde soja. De vraag is wel of die mensen daadwerkelijk weten wat daaraan is voorafgegaan. Er wordt op grote schaal Roundup gebruikt. Voor de teelt van die gentechgewassen wordt het oerwoud gekapt. Dat staat allemaal niet keurig op het etiket. Waar ik nog harder van schrik is dat de VVD zegt: wij hebben nu eenmaal afgesproken dat, als de EFTA zegt "het is veilig", het ook veilig is. Wij krijgen voortdurend signalen van wetenschappers die waarschuwen voor de risicobeoordeling door de EFSA. Mijn vraag is of de Partij van de Arbeid, anders dan de VVD, vindt dat wij ondanks de studies en aanbevelingen van de EFSA de verantwoordelijkheid hebben om zelf te blijven nadenken en kritisch te zijn over de effecten.

De heer Leenders (PvdA): Dit debat hebben wij een paar weken terug ook gevoerd in het kader van glyfosaat en neonicotinoïden. Wij hebben er toen uitgebreid bij stilgestaan. U hebt gezien dat wij op dat punt iets anders denken dan de VVD. Wij geloven echter niet in een verbod, wegens de juridische haalbaarheid daarvan. Als het wel zou kunnen, komen wij erop terug. In de procedurevergadering hebben wij het gisteren nog kort gehad over de berichten uit Frankrijk, waarvan ik inmiddels heb begrepen dat die toch wat anders luiden dan hoe de heer Smaling van de SP ze heeft geïnterpreteerd. Als wij de juridische mogelijkheden daartoe hebben, zullen wij voor een verbod zijn, maar niet voordat wij dat goed hebben onderzocht.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wij hoeven niet de gevolgen uit te discussiëren, maar ik ben in elk geval blij dat de Partij van de Arbeid deze positie inneemt: ook als er een EFSA-beoordeling ligt, is het nog steeds aan ons om kritisch te bezien of er andere wetenschappelijke inzichten zijn en zo ja, om die mee te wegen. Dat is een andere positie dan die van de VVD, die blind zegt: wat de EFSA zegt, volgen wij gewoon, en een rapportje kan tien jaar mee.

De heer Leenders (PvdA): Wij hebben enkele weken geleden gezegd: als er nieuwe wetenschappelijke inzichten zijn, leggen wij die voor aan de EFSA en aan ons eigen College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).

(…)

Beantwoording door de staatssecretaris van Economische Zaken en de staatssecretaris van Infra en Milieu

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Ik denk dat het goed is om even uit te leggen waarom wij hier met zijn tweeën aan tafel zitten. Het onderwerp van vandaag heeft betrekking op het gebruik van ggo's. Dat valt onder mijn verantwoordelijkheid. De staatssecretaris van I en M is verantwoordelijk voor het algemene kader met betrekking tot de teelt. Het is een onderwerp waar wij beiden warme belangstelling voor hebben.

Wat mij opvalt aan de inbreng van de Kamer is dat bijna iedereen het voorstel dat voorligt een slecht voorstel vindt. Weliswaar om heel verschillende redenen, maar toch. Dat delen wij in ieder geval, want ook het Nederlandse kabinet vindt het voorliggende voorstel geen goed voorstel. Wij zijn echt tegen. In het algemeen zien wij vanuit de biotechnologie ook kansen aan de plantenkant -- het is belangrijk om dat erbij te zeggen -- voor duurzaamheid, voedselzekerheid en voedselkwaliteit. Het debat daarover zou ik graag een andere keer veel diepgaander met de Kamer willen voeren. (…)

De heer Smaling en mevrouw Ouwehand hebben gezegd dat de Commissie de bedoeling had om de discussie over ggo's te democratiseren en zij hebben verzocht om verheldering. De Commissie geeft inderdaad aan, met dit voorstel te streven naar een meer democratische besluitvorming. In de huidige besluitvormingsprocedure werken we natuurlijk nu al met een gekwalificeerde meerderheid. Die is democratisch gelegitimeerd. Dat zit in de verordening. Ik zou er persoonlijk nog wel vraagtekens wij willen plaatsen of men dit zo hard kan volhouden.

De EFSA is genoemd. In vele debatten is al de vraag aan de orde geweest hoe deze instelling functioneert. Er is eerder onderzoek geweest. De EFSA heeft op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd een verbeterplan opgesteld. Het is heel belangrijk dat er vertrouwen in de instituties is. Daar zal de EFSA in eerste instantie zelf voor moeten zorgen, maar wij moeten ook helpen om dat vertrouwen te houden. Soms is er terechte kritiek, maar er is ook wel eens sprake van een "conspiracy", dat zie ik bij onze eigen Ctgb soms ook gebeuren. Dan doen allerlei veronderstellingen de ronde, of de WUR, de Wageningen Universiteit, krijgt een klap, in de trant van: die zijn "biased". Het is wel lastig; je kunt daar niet in gaan shoppen. Soms zie je dat die instellingen, als zij iets zeggen, door iedereen worden omarmd, in de trant van: de EFSA zegt het immers. Een volgende keer is iedereen weer kritisch, want misschien kun je ze wel niet vertrouwen. Daar ben ik zelf altijd wars van. Ik vind wel dat openbaarheid heel belangrijk is. Hoe meer dossiers er in het daglicht komen te staan, hoe beter het is, met name bij de toelating van gewasbeschermingsmiddelen. Daar heb ik mijn opvattingen over; ik vind dat al die studies zo veel mogelijk in het daglicht moeten komen, want dat helpt. Daarmee kun je extra vertrouwen creëren en dat is van belang.

Mevrouw Ouwehand is om een heel andere reden tegen het voorstel, maar zij is wel tegen. Dan zijn wij het daarover tenminste met elkaar eens. Zij zegt dat misschien ook een juridische analyse nodig is. Laten wij u dan het volgende beloven. Wij zullen de Commissie vragen, dit mee te nemen in het impactassessment, waarvan wij vinden dat zij dat moet uitvoeren. Ik zal ook een poging wagen om daar zelf iets over op papier te krijgen. Daarmee ben ik gekomen aan het einde van mijn inbreng in deze termijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik dank de staatssecretaris voor de toezegging over de juridische analyse. Ik heb nog een vraag over de jurisprudentie, die ik ook al in het schriftelijk overleg heb gesteld. Het kabinet zegt steeds dat er jurisprudentie is. Is het kabinet bereid om die jurisprudentie te duiden? Wij hebben wel antwoord gekregen op onze eerdere vragen daarover, maar daarbij werd verwezen naar die uitspraken. Die kan ik zelf ook lezen, maar kunnen wij daarvan een duiding krijgen?

Staatssecretaris Dijksma: Ja, dat gaan wij doen.

Staatssecretaris Mansveld: Voorzitter. Ik heb geen inbreng, behalve over de vraag of wij de Kamer goed willen blijven informeren. Het antwoord daarop is ja.

Tweede Termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heb twee vragen. Ik maak mij wel zorgen over de EFSA-beoordeling. Het is een advies op papier, terwijl in de praktijk niet altijd aan de milieuvoorwaarden wordt voldaan. Dan moeten wij dus zelf kunnen schakelen. Mijn vraag aan het kabinet is, welke gronden het denkt aan te voeren voor een verbod op beperking van het gebruik. De Partij voor de Dieren zou er een groot voorstander van zijn dat aanvullende argumenten, zoals toegenomen gebruik van landbouwgif bij gengewassen, een grond kunnen vormen voor een verbod. Dat zit gewoon niet in de EFSA-beoordeling.
De tweede vraag stel ik aan de staatssecretaris van Milieu. Dan kan zij nog even haar stemgeluid laten horen, waar de heer Smaling zo dol op is. Zij heeft toegezegd om voor de zomer haar voorstel voor een nationaal afwegingskader voor de eventuele teelt van gengewassen in ons land naar de Kamer te sturen. In afwachting daarvan heb ik twee moties aangehouden. Volgende week hebben wij dat algemeen overleg al over biotechnologie, maar wij wachten nog steeds op dat afwegingskader. Kan de staatssecretaris duidelijkheid geven en het nog deze week aan ons toesturen?

Staatssecretaris Dijksma: (…) De heer Geurts vroeg mij om een toelichting op de keuzes van de industrie. Ik kom dan uit bij iets waar mevrouw Ouwehand mee eindigde. Door de industrie is bij de introductie van de genetische technologie vooral een koppeling gelegd met gewasbescherming en bestrijdingsmiddelen. In plaats daarvan had men ook heel goed een koppeling kunnen leggen met het sterker een weerbaarder maken van gewassen in situaties waarin klimaatsverandering optreedt, zonder dat je meer gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Die technologie kan heel goed worden ingezet zonder dat je een afhankelijkheidsrelatie opbouwt met het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Ik vind dat een keuze die zich nu wreekt. Daardoor is die technologie heel snel in één discussie terechtgekomen met onderwerpen als eigenaarschap van boeren over hun eigen gewassen. Verder noem ik een onderwerp als: hoe voorkom je het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen? Wij zien dat daar in zekere zin een relatie mee is gelegd en dat is jammer. Wij zouden er een hele avond aan kunnen wijden, maar wat ik zie is dat een heleboel van de "echte activisten" -- die zijn toch net een slag anders dan ik -- zich keren tegen grote industriële bedrijven onder het motto "wij zijn tegen gentechnologie". Eigenlijk noemen zij een paar andere dingen die zij kwetsbaar vinden, zoals het eigenaarschap van onze voedselvoorziening in de toekomst en het feit dat deze te veel in een paar handen komt. Daar ben ik het hartstikke mee eens en u ook, trouwens. Zo'n technologie moet niet de hele tijd worden ingezet voor een koppelverkoop met gewasbeschermingsmiddelen. Men kan die veel beter inzetten om echt iets goeds voor de wereld te doen. Dan kun je ook je groentezaden verkopen, waarbij je eigenlijk steeds minder gewasbeschermingsmiddelen nodig hebt. Dat zou best kunnen, maar die discussie zijn we helemaal kwijt. Dus zie je in de wereld een enorme angst voor gentechnologie met betrekking tot planten. Ik denk oprecht dat wij die technologie kunnen inzetten, op sommige momenten misschien zelfs minder dan nu wordt gesuggereerd, want ik zie met eigen ogen in Aziatische landen hoe je met technieken die wij al in de jaren vijftig en zestig toepasten, misschien een drievoudige oogst kunt behalen. Puur logistiek kan er al veel meer; daar hebben wij helemaal geen gesleutel voor nodig. Ik verzet mij echter tegen de ban op het denken. Die is er namelijk ook, in de trant van: je mag er niets van vinden, maar als je dat wel doet, ben je eigenlijk een fout mens. Dat zie je in sommige kringen ontstaan. Ik vind dat er geen stop op het denken mag komen. Ik vind het anders liggen als het om dieren gaat en dat vindt het kabinet ook. Op dat punt is er een heel groot verschil.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil graag een VAO aankondigen.
Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag welke aanvullende gronden het kabinet ziet, zoals aanvullende milieuargumenten.

Staatssecretaris Dijksma: U kreeg geen antwoord, omdat ik misschien iets te hoog overvloog. Dat kan ik mij voorstellen. Ik heb nu zelf geen gronden om een en ander extra te verbieden. Dit neemt niet weg dat ik graag het debat over ggo's wil voeren. Ik probeer juist te zeggen dat ik vind dat de onderwerpen die nu als het ware in één discussie door elkaar heen worden geklutst, van elkaar moeten worden losgekoppeld. Misschien moeten wij dit op enig moment, als er weer een keer tijd is, gewoon uitgebreid en ordentelijk met elkaar bespreken. Dan verwacht ik dat wij allemaal niet zo ver van elkaar afstaan. Ik verzet mij echter tegen de opvatting dat er geen gmo het land binnen mag. Ik ben het daar echt niet mee eens, terwijl ik de zorgen die u hebt over de bestrijdingsmiddelen heel goed begrijp. Absoluut. Die deel ik ook. Dat geldt ook voor de zorgen over de macht over planteneigenschappen die te veel in beperkte handen komt, waardoor je met name de "small holders", of de boeren in ons eigen land, hun eigenaarschap afpakt. Dat kan niet. Dit betekent echter niet dat wij die problemen oplossen als wij in Nederland gmo nu maar in de ban doen. Daar geloof ik geen snars van. Wij moeten dan echt een ander debat gaan voeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De staatssecretaris schetst zelf een aantal van de problemen, waarvoor dank; fijn om dat even te doen in dit heel korte algemeen overleg. Maar het toegenomen gebruik van bestrijdingsmiddelen kan een effect zijn dat niet in de EFSA-beoordelingen zit. Dan sta je als nationale lidstaat wel voor je eigen verantwoordelijkheid om je morele randvoorwaarden te bewaken. De staatssecretaris zegt zelf dat dit mogelijk een probleem is. Dan begrijp ik niet zo goed dat zij namens het Nederlandse kabinet niet de positie inneemt dat zij, als grond om zelf te kunnen optreden en beperkingen te stellen, aanvullende milieuargumenten wil kunnen hanteren, of in ieder geval de vrijheid daartoe wil hebben als de situatie zich voordoet.

Staatssecretaris Mansveld: Voorzitter. Ik wil voorkomen dat wij voor een deel vooruitlopen op het debat van volgende week. Al die elementen zitten daar natuurlijk ook in. Wij hebben een normstelling. Milieuwetgeving is Europees gezien een van de oudere terreinen waarop wij wetgeving hebben opgebouwd. Die wetgeving zit vrij goed in elkaar, denk ik. De EFSA gaat over veiligheid in de breedte. Daarenboven hebben wij voor wat betreft milieu de normen die wij gewoon toepassen. Ik denk dat het goed is dat wij het debat voor een deel volgende week in de brede context voeren en niet proberen om dat hier in de reservetijd van de voorzitter te doen.