Bijdrage Ouwehand AO Dier­ziekten en anti­bi­o­ti­ca­ge­bruik


6 december 2016

Voorzitter,

Een paar weken geleden heeft de Kamer onderzoekers van de Universiteit Utrecht en het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) op bezoek gehad. Zij presenteerden hun onderzoek naar de gevaren van de veehouderij voor de gezondheid van omwonenden. Het ging daarbij om fijnstof, endotoxines en het overwaaien van zoönosen; de Q-koortsbacterie is het meest schrijnende voorbeeld daarvan. De onderzoekers stelden allerlei maatregelen voor om de risico's iets te verkleinen. In dat gesprek kwam ook de vraag op of het zou helpen als we wat minder dieren zouden houden. De onderzoekers stonden eventjes met hun mond vol tanden, maar zeiden daarna: dat is zo evident dat we dat niet hebben uitgewerkt; dat kunt u zelf wel bedenken. Zo is dat. Hoe minder dieren, hoe minder problemen.

Dierziekten zijn van alle tijden. Vogelgriep is niet nieuw; niemand heeft dat uitgevonden. Dat zal blijven overwaaien; daar doe je niets aan. Er hadden niet ongelooflijk veel dieren vergast hoeven worden, omdat het virus is overgeslagen naar de eenden, kippen en kalkoenen, als er voor een kleinere, verantwoorde veestapel was gekozen. Datzelfde geldt voor het antibioticagebruik. Hoe meer dieren op een kluitje, hoe meer ziektelast er onder die dieren zal zijn, met name de kalfjes. Hoe minder dieren bij elkaar, hoe minder snel naar antibiotica als middel zal worden gegrepen om de dieren gezond te houden. Dat is de meest evidente aanpak om ook het probleem in de veehouderij dat we vandaag bespreken, het hoofd te kunnen bieden. Het is de meest evidente aanpak die het minst kost, die de volksgezondheid waarborgt, die het dierenwelzijn waarborgt, en die draconische maatregelen, zoals het vergassen van eenden in een afgeplakte stal waar die dieren een gruwelijke doodsstrijd moeten leveren, voorkomt. Daarvoor kun je bij de bron beginnen: hoe minder dieren, hoe minder problemen. Iedereen die om maatregelen vraagt en zijn zorgen uitspreekt over in dit geval vogelgriep en antibioticaresistentie, waardoor inderdaad de laatste redmiddelen voor doodzieke mensen niet meer werken omdat er resistentie is opgetreden, zou moeten zeggen: in die situatie willen we niet terechtkomen. Dan moet je ook om de maatregelen vragen die daarvoor nodig zijn. Hier alleen een beetje je zorgen zitten uiten en zeggen "wat kunnen we nog meer doen?" is obligaat en voor de bühne. Er moet een verbod op colistine komen. Ik wil dat de minister van Volksgezondheid vandaag zegt dat zij het middel te belangrijk vindt om in de dierhouderij te gebruiken, om dit middel zo beschikbaar te kunnen houden voor de humane geneeskunde. Hoe de veesector dat oplost, zal me worst wezen. Ik wil dat de minister van Volksgezondheid zulke woorden gebruikt of in elk geval een dergelijke positie inneemt.

Dan hebben we nog een appeltje te schillen met de minister van Volksgezondheid over hepatitis E. We hebben daarover verschillende vragen gesteld. Het lijkt er sterk op dat de minister de problemen bagatelliseert. In Nederland is meer dan de helft van de varkensbedrijven besmet met het hepatitis E-virus en 1 op de 700 bloeddonaties van mensen bij de bloedbank is besmet met hepatitis E. Sinds 2103 groeit het aantal besmettingen explosief. Er komen per jaar maar liefst 200.000 hepatitis E-infecties bij. Voor een deel van deze mensen kan die infectie levensbedreigend en zelfs dodelijk zijn. De minister weet dat, maar ze doet veel te weinig. Wij hebben haar gevraagd om een meldingsplicht in te voeren voor varkenshouders en dierenartsen als hepatitis E geconstateerd wordt op een bedrijf. Nee, dat gaan we niet doen, zegt ze. Kan de minister varkensvlees of producten met ingrediënten afkomstig van varkens monitoren op hepatitis E? Nee, dat gaan we niet doen. Is zij bereid om het aantal besmette varkensproducten met hepatitis E terug te roepen? Ook mensen in het buitenland die Nederlandse varkensproducten eten, lopen namelijk risico. Nee, dat gaan we niet doen. Waar blijft de minister van Volksgezondheid?

Er is geen andere bron bekend die de massale, stille uitbraak van hepatitis E kan verklaren dan de varkensteelt. En inderdaad, meer dan de helft van de varkenshouderijen is al besmet. Daardoor bevat een op de tien varkens tijdens de slacht het virus. Het virus zit voortdurend in uiteenlopende rauwe of te rauwe producten. Kan de minister zich herinneren dat ook bij de Q-koorts voortdurend maatregelen werden afgehouden? Dat er zelfs werd gezegd: ach, misschien komt Q-koorts wel door veldmuizen? Daardoor werd er niet ingegrepen in de geitenteelt, waardoor duizenden mensen doodziek zijn geworden, duizenden mensen er een chronische ziekte aan hebben overgehouden en tientallen mensen zijn overleden. De minister van Volksgezondheid wil dat drama toch zeker niet nog een keer meemaken? Het is tijd om in te grijpen op de hepatitis E-explosie, die zich lijkt voor te doen. Het is tijd om in te grijpen in de antibiotica. De humane gezondheid staat voorop. Als daarvoor maatregelen moeten worden getroffen in de veehouderij, dan moeten die maatregelen worden getroffen, en niet andersom. De volksgezondheid staat voorop.

De Partij voor de Dieren maakt zich om verschillende redenen grote zorgen over de illegale puppyhandel. Een extra reden is dat wij berichten krijgen dat de pups die worden ingevoerd uit met name Hongarije, besmet zijn met giardia. Dat is een besmettelijke en hardnekkige maag- en darmparasiet én een zoönose waar met name kinderen gevoelig voor zijn. Dat moet dus ook in de kiem worden gesmoord. We hebben begrepen dat België maatregelen heeft getroffen om de import uit Hongarije van deze pups die de ziekte bij zich kunnen dragen, te kunnen afweren. Is de staatssecretaris bereid om eenzelfde soort maatregel te nemen? Eigenlijk zou er een importverbod moeten worden opgelegd om te voorkomen dat dat virus zich in Nederland verspreidt.

Dank u wel.

----------------
Interrupties bij andere partijen

De voorzitter:
Mijnheer Van Dekken, mevrouw Ouwehand heeft een interruptie voor u.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Vlak voordat ik het woord kreeg, zei de heer Van Dekken terecht dat het antibioticagebruik in de vleeskalversector is gestegen. Dat gaat om het laatste redmiddel antibioticum dat daar gebruikt wordt. Vindt de Partij van de Arbeid het dan verstandig om de melkveesector, waarvan kalveren het bijproduct zijn, uit de kluiten te laten groeien en vandaag nog te stemmen voor een voorstel dat dit eigenlijk niet echt gaat aanpakken?

De heer Van Dekken (PvdA):
Als je alles in het hier en nu wilt regelen en zegt dat iets er per definitie vandaag vanaf moet, dan doe je helemaal geen recht aan de inspanningen die wel degelijk worden gepleegd door de sector, de overheid en alle andere betrokkenen. Ik zie heus wel wat mevrouw Ouwehand beoogt met haar vraag, maar ik zou het zo fijn vinden als we dat in gezamenlijkheid zouden kunnen doen. Iedereen ziet de urgentie en het risico en wil er ook wat mee. Ik vraag me echter af of we dat nu in één klap, bijvoorbeeld per motie, onmiddellijk gerealiseerd zouden krijgen. Dat antwoord zal mevrouw Ouwehand ongetwijfeld niet bevallen, maar zo sta ik er wel in op dit moment.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het had wél gekund. De simpele constatering is dat er steeds meer kalfjes bij elkaar worden gezet in omstandigheden die niet in het belang zijn van die dieren. Ze krijgen immers niet voor niets antibiotica, want als ze kerngezond waren, had die antibiotica er niet in gehoeven. Als je je echt zorgen maakt over het antibioticagebruik in de kalverhouderij, hoe verhoudt zich dat dan tot het laten groeien van de melkveestapel en het weigeren voorstellen te steunen om ervoor te zorgen dat de melkveehouderij verantwoord wordt, inclusief een forse reductie van het aantal kalfjes dat je in grote groepen bij elkaar zet en waar je antibiotica in stopt? De PvdA wil toch een reductie van het antibioticagebruik?

De heer Van Dekken (PvdA):
Zeer zeker, maar niet op de wijze die de Partij voor de Dieren voorstaat. Ik zei al dat dit mevrouw Ouwehand niet zou verbazen. Mijn partij doet dat het liefst met alle betrokkenen. We hebben een staatssecretaris en een minister die zich daar grondig en stevig voor inzetten, en dat de afgelopen jaren ook hebben gedaan. Ik constateer wel — en dat zei ik zonet ook al — dat het te langzaam gaat, dat het sneller mag en alles en iedereen zijn verantwoordelijkheid heeft te nemen in dezen. Dat we daar politiek op zullen blijven drukken, lijkt me evident. Niet iedereen kon horen dat mevrouw Ouwehand zei dat zij gerust is gesteld. Ik geloof daar eigenlijk helemaal niets van.

Ik had het over de daling in de vleeskalveren- en de pluimveesector. De SDa stelt daarom — mevrouw Ouwenhand, let op — dat er in deze twee sectoren extra inspanningen nodig zijn om het gebruik te verlagen. Wij vragen de regering hoe zij van plan is in deze sectoren een verdere daling af te dwingen. De bedrijven die nu nog in de rode zone zitten, zijn vaak de bedrijven waarin structureel weinig beweging te zien is. Zijn deze specifieke boeren in beeld? Hoe kan dat nou eigenlijk? Wat gaat de regering doen om deze daling te realiseren?

[...]

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand heeft eerst nog een vraag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het klinkt altijd goed om je zorgen uit te spreken over antibioticagebruik. Zeker als dat middelen zijn die in de humane geneeskunde een laatste redmiddel zijn, omdat mensen anders dood gaan. Ik vind het altijd wat lafjes als iemand zegt dat "er wel wat meer moet gebeuren", zonder daar een grens aan te koppelen. Kan de VVD duidelijk maken wanneer volgens haar het gebruik van dit middel niet meer kan? Stel dat de VVD vraagt om uit te zoeken of we het kunnen verbieden, waarop het kabinet antwoordt: dat kan niet, want dan zouden we moeten ingrijpen in de kalkoensector, en die zou dan moeten krimpen. Zegt de VVD dan: laat de huidige situatie maar voortbestaan?

Mevrouw Lodders (VVD):
Dat is echt weer een vraag van de Partij voor de Dieren. Ik zou haast willen zegen: rupsje-nooit-genoeg. Ik heb een vraag doorgeleid aan het kabinet. Ik wil duidelijk weten wat de gevolgen daarvan zijn. Als ik vandaag A zeg en als dan blijkt dat er een aantal andere stappen nodig zijn, houdt mevrouw Ouwehand mij daar ook aan. Ik wil graag eerst van het kabinet horen of er een alternatief is en op welke manier we ervoor kunnen zorgen dat deze ontwikkeling kan worden gekeerd. Daar ben ik volgens mij heel duidelijk in geweest.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee, de VVD is helemaal niet duidelijk. De VVD stelt alleen maar een beetje vragen, zodat de mensen thuis denken: oh, de VVD vindt het ook niet zo'n goed idee dat de antibiotica straks misschien niet meer werken als ik die nodig heb. Als de VVD niet zegt dat dat middel niet meer gebruikt mag worden omdat we het te gevaarlijk voor de volksgezondheid vinden, dan blijft dat middel in de kalkoensector gewoon gebruikt worden. Daarmee zegt de VVD dus eigenlijk: de vleesproductie gaat vóór het beschermen van de volksgezondheid. Daar komt het op neer. Óf u geeft een duidelijk signaal aan het kabinet in de trant van "ophouden met dat middel, want het is te riskant" óf u bent onder de dekmantel van allerlei bezorgde woorden van mening dat de vee-industrie vóór de volksgezondheid gaat.

Mevrouw Lodders (VVD):
Het is grote onzin wat mevrouw Ouwehand naar voren brengt. Als je bekijkt waar we ooit begonnen zijn met de reductie van antibiotica en ziet waar we nu staan, zijn er heel grote stappen gezet. In een aantal categorieën zijn de derde- en vierdekeuzemiddelen teruggebracht naar bijna nul.

---------------

Beantwoording van de staatssecretaris, eerste termijn

Staatssecretaris Van Dam:

[...]
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mijn vragen over de giardia-insleep via puppy's uit Hongarije zijn niet beantwoord. Ik weet niet of de minister of de staatssecretaris dat zou doen, maar zij hebben het geen van beiden gedaan.

De voorzitter:
De Hongaarse puppy's? Ik geef het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Dam:
Voorzitter. Die vraag heb ik inderdaad laten liggen. Bij de handel in honden moet worden voldaan aan veterinaire regelgeving. Onderdeel van die regelgeving is een veterinaire keuring voorafgaand aan transport. Dat moet al gebeuren en daarom zie ik geen reden voor een importverbod van honden uit Hongarije waar mevrouw Ouwehand om vroeg.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dit stelt mij niet erg gerust. Ik weet niet precies wat de cijfers zijn, maar ik ben benieuwd of het kabinet ook signalen heeft gekregen dat dit virus Nederland binnenkomt. Ik ben verder benieuwd naar de maatregelen die België heeft getroffen. Dat zal het land niet hebben gedaan omdat hij dat leuk of gezellig vindt; daar zal aanleiding voor zijn geweest. Ik ben benieuwd of het kabinet die aanwijzingen van dit virus ook heeft en of het bereid is om te bekijken, wellicht in overleg met België, of de maatregelen die België heeft getroffen, ook hier kunnen worden getroffen.

Staatssecretaris Van Dam:
Ik moet even kijken of ik goed begrijp wat mevrouw Ouwehand bedoelt. Wij hebben in een algemeen overleg over dierenwelzijn enige tijd geleden gesproken over de hondenhandel. Daarin is besproken dat de Belgen met een soort witte lijst werken. Zij zijn een paar stappen verder. Ik heb toen gezegd dat ik ook kijk naar de mogelijkheid om in Nederland met een witte lijst te gaan werken, maar het vergt een aantal stappen om dat werkelijk te kunnen doen. Je moet het ook kunnen legitimeren. Dit is wat mij betreft een perspectief voor Nederland. Wij bekijken of dit een optie zou kunnen zijn. Ik denk dat mevrouw Ouwehand daaraan refereert.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, en daarvan zou ik graag de voortgang willen horen. Wij hebben signalen gekregen over dit virus en ik wil graag weten welke signalen het kabinet heeft gekregen. Is dit een serieus gevaar?

Staatssecretaris Van Dam:
Dergelijke signalen zijn ons nu niet bekend. Als ze er zijn, zullen wij daarnaar kijken, zeker ook omdat een veterinaire keuring moet plaatsvinden voordat de dieren op transport gaan. Dan zou dit al boven tafel moeten komen voordat de dieren deze kant op komen. Wij hebben twee weken geleden uitgebreid met elkaar gesproken over de illegale hondenhandel. Wij hebben vastgesteld dat het heel moeilijk is om die tegen te houden. Wij hebben gezegd dat wij alles doen wat in onze macht ligt om illegale handel op het spoor te komen en te voorkomen. Daarbij is van belang dat ook de kopers de ogen openhouden als zij honden kopen. Bij onraad zouden zij niet moeten kopen maar wel aan de bel moeten trekken.

---------------

Bijdrage in tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. De minister was nogal verbolgen over de kritische inbreng van de Partij voor de Dieren. Dit geldt met name voor het terugdringen van het antibioticagebruik in de veehouderij. Het is niet voor het eerst dat wij zulke feedback krijgen. Ik roep in herinnering bijvoorbeeld het debat over de klimaatmaatregelen en de overstap naar duurzame energie. Het kabinet reageert dan altijd met de woorden: het is heel moeilijk, hoor, kijk eens wat wij allemaal al doen. Er wordt wel hard gewerkt, maar het applaus dat wordt verwacht, komt er niet. Het gaat immers om een fundamentele situatie die op geen enkele manier onder controle te houden is. De minister werkt zich wel de tandjes, maar aan de randjes. De grote problemen van de intensieve veehouderij in Nederland worden aan de randen een beetje aangepakt. Dit geldt voor dierenwelzijn, milieu, natuur, klimaat, het mestprobleem, de dierziekten en het antibioticagebruik. Ja, daar gaat ongelooflijk veel tijd in zitten. De Partij voor de Dieren heeft liever dat de minister van Volksgezondheid haar tijd besteed aan het werkelijk verbeteren van de gezondheid van mensen in Nederland. Wij vinden het een beetje zonde van de inzet van haar ambtenaren en haar denkkracht. Als ook deskundigen zeggen dat de intensieve veehouderij in Nederland per definitie zorgt voor infecties, dan is dat maar een onderdeel van een systeem dat op allerlei andere vlakken ook grote problemen kent. De oplossing ligt aan het begin en niet aan het einde waar wij proberen de excessen van de intensieve veehouderij onder controle te krijgen. Het is noodzakelijk om antibiotica beschikbaar te houden voor de geneeskunde bij mensen. Het lijkt me evident dat wij moeten voorkomen dat mensen resistent raken. Kan de minister van Volksgezondheid dus gewoon de ruimte nemen om te zeggen: de volksgezondheid staat voorop, dus lossen jullie het maar even op met die veehouderij, want ik ga daar mijn tijd niet aan besteden, maar ik wil geen onverantwoord antibioticagebruik en geen risico op resistentie in mensen, dus de laatste redmiddelen zijn niet voor jullie en los het maar op?

Ik zie dat ik moet afronden. Het lijkt me duidelijk waar mijn pleidooi over ging.

-------------
Beantwoording van de staatssecretaris, in tweede termijn

Staatssecretaris Van Dam:

[...}
Dan kom ik op de vraag van mevrouw Ouwehand over de weidevarkens, zoals ik het maar even noem. De heer Van Gerven vroeg wanneer ik informatie daarover kan leveren. Wij hebben die informatie tot op dit niveau zelf niet. Die lijkt er wel te zijn in private systemen. Wij moeten daar na dit overleg naar kijken. Ik kan dit dus niet op korte leveren, tenzij de leden nog maanden willen wachten met een VAO. Ik kan toezeggen dat wij dit meenemen in het bepalen van de kritische succesfactoren. Ik heb gezegd dat de Kamer daarover medio volgend jaar zal worden geïnformeerd.

De heer Van Dekken kwam terug op colistine. Hij zei dat je, als je het niet kunt verbieden, goed onderzoek moet doen naar alternatieven. Dat is eigenlijk net de kern van de nieuwe aanpak van het antibioticagebruik in brede zin. Op basis van de kritische succesfactoren wordt er namelijk gekeken naar de maatregelen die je kunt nemen om te voorkomen dat je antibiotica nodig hebt. Op die manier kun je het antibioticagebruik reduceren. Het belangrijkste alternatief voor het gebruik van welk middel dan ook is ervoor zorgen dat je het niet nodig hebt. Daar lijkt nog het meeste in te halen met een sectorspecifieke aanpak en met een maatwerkaanpak gericht op bedrijven, vooral op de rode en oranje bedrijven. We moeten ervoor zorgen dat ook die bedrijven hun gebruikscijfers omlaag brengen.

-------------

De voorzitter:
Er is toch nog een vraag van mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik zou willen aankondigen dat ik de mogelijkheid open wil houden om moties in te dienen, afhankelijk van de ontwikkelingen rond het giardiavirus waar de staatssecretaris ons hopelijk van op de hoogte houdt, en ook omdat ik heb gevraagd naar de cijfers van het antibioticagebruik in de echt extensieve vormen van veehouderij. Als de Kamer daar cijfers over heeft, hoeft het VAO niet met bloedspoed. Nadat we nog wat meer informatie gekregen hebben, zou ik graag een VAO willen houden. Dat zou ik nu al willen aankondigen.