Bijdrage Ouwehand AO Cultuur


30 mei 2018

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Windstil is niet veel als je surfen wilt. De Raad voor Cultuur heeft een sectoradvies uitgebracht over muziek en heeft in de titel — het stuk heet: De balans, de behoefte — fijntjes verwezen naar een nummer van Typhoon, dat niet alleen op de muziek van toepassing is, maar op de cultuursector als geheel, denk ik. Hij zegt ook nog, in zijn lied: we zeggen zo veel, maar geen beweging. Dat is, denk ik, waar de minister voor staat. Zij heeft een warm hart voor cultuur — grote complimenten daarvoor — en de inzet om de cultuur weer te laten bloeien in plaats van het kwijnen dat we de afgelopen jaren hebben gezien. Maar het effect van het kwijnen is nog steeds grootschalig aanwezig bij alle mensen die aan de basis ons cultuurbeleid staan. De vraag is of we dat verder wegkwijnen van met name de makers in de cultuursector echt kunnen stoppen. We hebben er het volste vertrouwen in dat de minister dat wil, maar de vraag is of het ons gaat lukken. Dus daar gaan de vragen en het debat over vandaag. Het voordeel van ietsje later spreken is dat je je makkelijk kunt aansluiten bij alle opmerkingen, vragen en suggesties van voorgangers. Ik sluit me dus gemakshalve aan bij alle vragen die partijen die niet hebben bezuinigd op cultuur of daar geen steun aan hebben verleend, tot nu toe hebben gesteld. Ik ga er zomaar van uit dat dat ook geldt voor de mensen die na mij komen. Dat is een makkelijke scheiding.

Kortom, de Partij voor de Dieren is heel blij met de waarde die dit kabinet hecht aan cultuur, maar tegelijk maken we ons grote zorgen. Het rondetafelgesprek dat we hier hebben gevoerd, was eigenlijk een samenballing van de geluiden die we de afgelopen jaren steeds hebben gehoord. We zijn eerder ook gewaarschuwd voor de stille armoede binnen de cultuursector. Ik wil de sprekers van dat rondetafelgesprek ook echt danken voor de openheid die zij hebben getoond. Het is niet makkelijk om het te hebben over je ontzettend slechte inkomen. Mensen zeiden ook: als je zegt dat het niet goed gaat, heeft dat ook weer effect op je kansen. Toch hebben die mensen — theatermakers, muziekmakers, journalisten — dat gedaan. Dat geeft wel aan hoe hoog de nood is. Want je vertelt het liever niet. Als je denkt dat het nog wel gaat, denk je: kom op, ik red het wel. Maar we hebben toch in de openbaarheid een inkijkje gekregen in hoe moeilijk het voor hen is om rond te komen en hoeveel fundamentele dingen die eigenlijk bij rondkomen horen, zij opzij moeten zetten. Denk aan geen pensioen, geen voorzieningen en doorwerken met risico op RSI, terwijl je niet verzekerd bent tegen arbeidsongeschiktheid. Het is echt heel erg. Dat wil ik de minister dus als allereerste vragen. Ik wil haar hiertoe aanmoedigen: hoe gaan we dat nou oplossen? Een pensioenfonds zou een van de noodmiddelen op dit moment kunnen zijn. Is de minister daartoe bereid?

De Fair Practice Code waar de sector mee gaat werken, is op zich een mooi initiatief, maar we weten nu al dat er een knip zit tussen de partijen die er wel aan kunnen voldoen en de partijen die dat niet kunnen. Ik noem eventjes De Wereld Draait Door, waar een band wel mag optreden maar geen vergoeding krijgt, terwijl iemand die niks anders kan dan een bekende Nederlander zijn, wel gewoon een vergoeding krijgt voor aan tafel zitten, om nog maar te zwijgen over het salaris van de presentator. Dat kan toch niet? Daar kunnen we toch niet mee akkoord gaan? Is de minister bereid om tegen de programma's van de publieke omroep die gebruikmaken van onze kunstenaars te zeggen: jongens, je kan die mensen niet wegzetten met de uitspraak "het is goed voor je carrière dat je een minuutje bij ons hebt mogen spelen"? Die mensen zetten zich ervoor in, zijn er hard mee bezig en verdienen gewoon een normale gage. Ik zou zeggen: iedereen die het kan betalen, moet vanaf nu, verplicht dus, voldoen aan die Fair Practice Code.

Dan zijn er natuurlijk nog de instellingen die niet zo ruim in hun jasje zitten. Wat gaan we daaraan doen? Als zij moeten voldoen aan de Fair Practice Code, betekent het dat er minder voorstellingen kunnen worden geprogrammeerd. Dat weten we nu al, dus moeten we nu al de conclusie trekken dat er geld bij moet, via de fondsen of anderszins. Is de minister daartoe bereid? Of is ze in elk geval bereid te erkennen dat die Fair Practice Code een deel van het probleem kan oplossen, maar niet alles? En dat we dan gaan zoeken naar een verdere oplossing van dit probleem.

Voorzitter. Dan de regionale profielen. Op zich zijn die een goed idee, maar de zorg vanuit de sector is toch — en die delen we — dat het tempo zo hoog is dat sectoren of regio's misschien buiten de boot gaan vallen omdat echt nog niet duidelijk is hoe die profielen worden ingevuld en hoe je een en ander kan aanvragen. Juist de terreinen of regio's die wel een stimulans kunnen gebruiken in hun cultuurbeleid, zijn dan misschien te laat met aanvragen. Hoe gaat de minister dit oplossen?

Voorzitter. Dan cultuureducatie en muziekonderwijs. Ik had het er al even over in een interruptiedebatje met de VVD. We zijn er groot voorstander van. Dank ook voor de extra middelen die daarvoor komen. De vraag die voorligt, is of we dit ook echt gaan verankeren. Gaan we zorgen dat alle kinderen toegang hebben tot cultuur- en muziekonderwijs? Daar hoort bij dat de vakdocenten die allemaal zijn ontslagen, weer worden aangenomen. Daar hoort ook bij dat we kijken naar de bezuinigingen die gemeenten hebben doorgevoerd op de muziekscholen. We hoorden gisteren bij de aanbieding van een petitie dat die in Den Haag helemaal is wegbezuinigd. Ik wist dat niet. Hoe ziet de minister haar rol voor zich om die muziekscholen in ere te herstellen, de vakdocenten weer aan te nemen en cultuureducatie, en vooral het muziekonderwijs, structureel te borgen in het onderwijs? Ten overvloede — dit kwam ook even aan de orde in het interruptiedebatje met de VVD — het is van groot belang voor het welzijn van kinderen zelf en het heeft ook effecten op de samenleving. Het vergroot onze empathische vermogens. Het maakt ons gelukkiger. Ik ken mensen die zelf muziek spelen bij wie dit niet helemaal lijkt te zijn gelukt, maar we zouden ons ook kunnen voorstellen hoe erg het zou zijn als ze helemaal geen muziekinstrument hadden kunnen bespelen. Ik wil de minister dus ook daartoe oproepen. Kinderen uit gezinnen met weinig financiële middelen lijken moeilijk aan muziekinstrumenten te kunnen komen. Gaat ze daar iets aan doen?

Voorzitter. Twee korte punten nog. De sector is bezig met een investeringsfonds popmuziek. Is de minister bereid om de inleg te matchen? Dat zou een goede steun zijn.

Tot slot, de emancipatienota van de minister. We hebben een rapport gezien over gendergelijkheid in de popmuziek. Vrouwen doen het heel goed, schrijft ook OOR. "The future is female" in de Nederlandse muziek. Maar net als op andere terreinen hebben ze minder zichtbaarheid. Mannen domineren de boel. Heeft de minister het rapport gezien? Is ze bereid om daar een reactie op te geven? Als steuntje in de rug heb ik een cd van de Nederlandse Luwten, de beste plaat van 2017, en een van de Nederlandse topvrouwen. En, omdat ik zo schaamteloos heb geciteerd uit het liedje van Typhoon, ook zijn cd. Want hij heeft die muziek gemaakt. Wij laten ons inspireren en daar moet dan ook iets tegenover staan. Voorzitter, ik geef dit graag via de bode aan de minister.


Interruptie bij Minister Van Engelshoven:

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank. Ik ben blij dat de minister zichzelf op de lijn stelt dat er gewoon normale lonen moeten komen en dat de Fair Practice Code dus de norm moet gaan worden, ook voor subsidie. Ik wil haar toch nog uitdagen om echt specifiek in te gaan op de situatie die volgens mij nu al opgelost kan worden, namelijk die bij de publieke omroep. Daar gaat veel subsidie heen. Het is niet zo dat ze geen geld hebben, want ze kunnen een tv-presentator drie keer de balkenendenorm betalen en tafelheren en -vrouwen een vergoeding geven. De muzikanten geven ze die niet. Is de minister bereid om dat nu al met de publieke omroep echt op te pakken? Als we ergens kunnen beginnen, dan is het daar. Daar hoeven we niet mee te wachten.

Minister Van Engelshoven:
Ik begrijp uw vraag heel goed. Ik was er ook vanzelf aan toegekomen. Ik begrijp de gedachte heel goed, de vraag hoe het toch kan zijn dat er een programma is waar de presentator gemiddeld best een aardige boterham verdient, waar heel veel gasten aan tafel, althans de vaste, daar ook nog een aardige boterham voor krijgen en de kunstenaars die daar komen niet, omdat ze zo blij moeten zijn dat ze dat platform krijgen. Hier moeten we heel zorgvuldig in zijn. Ja, de publieke omroep wordt gefinancierd, maar het is niet zo dat wij zomaar kunnen voorschrijven hoe een redactie omgaat met haar gasten. Dan zou ik al heel snel ingrijpen in redactionele vrijheden. U voelt zelf ook wel aan dat zoiets voor het kabinet een precaire positie is. Ben ik het met u eens dat ik dit op z'n minst typisch vind en zou denken dat je daar als omroep anders mee zou moeten willen omgaan? Ja. Maar als u mij vraagt of ik zoiets zou kunnen voorschrijven, dan zeg ik: daar moeten we echt heel voorzichtig in zijn. U snapt ook dat ik niet wil gaan voorschrijven wie daar wel en niet en tegen welke voorwaarden aan tafel mag zitten. Maar dit zit wel scheef; laat ik dat erover zeggen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter …

Minister Van Engelshoven:
En ik ga er dus niet direct over, maar soms helpt het als je er gewoon iets van vindt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nou precies, dat wilde ik zeggen. Mooi dat de minister er iets van vindt. En toevallig ook nog het goede, want je kunt ook het verkeerde vinden, maar dat gaat dus goed. Ik vroeg haar inderdaad niet om iets voor te schrijven. Dat suggereerde ik eerder misschien wel, maar dat is omdat ik hier gepassioneerd over ben. Ik zou graag willen dat dit verandert. Ik zou er toch toe willen oproepen om in elk geval het gesprek hierover aan te gaan. Dit speelt namelijk ook bij de commerciëlen. Bij een commercieel programma van RTL4 worden professionele dansers afgescheept met een lunch. Dus als we die Fair Practice Code zo snel mogelijk de norm willen laten worden, dan zou het wel helpen als we bij onze eigen instituten beginnen. Zo zouden ook de commerciëlen de druk kunnen gaan voelen en gaan denken: o ja, daar doen ze het wel; we staan er een beetje gekleurd op als wij dat niet zouden doen. Ik zou de minister dus willen vragen om dat gesprek wel aan te gaan. Ik begrijp de precaire situatie, maar zij voelt dit zelf goed genoeg aan om daarbij geen grenzen te overtreden die niet overschreden moeten worden.

Minister Van Engelshoven:
Laat ik dit zo oppakken. Ik zal mijn collega die over media gaat, vragen om bij de werkgevers in de media indringend onder de aandacht te brengen dat de Fair Practice Code wellicht ook daar een heel goed idee is.

VAO Cultuur:

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Tot slot een vraag over de fair pay, waar de heer Asscher ook over sprak. Dank aan de minister dat ze heeft toegezegd dat het kabinet in gesprek gaat met de NPO, om in elk geval op radio en televisie te zorgen voor een eerlijke vergoeding voor de makers. Maar we hebben ook geconstateerd dat er, als we het principe doorvoeren, waar de Partij voor de Dieren erg voor is, misschien ook wel zware offers moeten worden gebracht. Ik denk met name aan de podia, die ontzettend belangrijk zijn voor de talentontwikkeling en die nu al, omdat gemeentelijke subsidies teruglopen, moeite hebben en dus veiliger gaan programmeren om uit de kosten te komen. Als gevolg van deze regeling kunnen ze misschien wel net dat laatste duwtje richting faillissement krijgen. De vraag aan de minister is dus: hoe gaat zij borgen dat dit niet gebeurt? Is zij bereid meer te investeren, bijvoorbeeld in de vorm van een structurele programmeringsregeling voor podia?

Dank u wel.