Bijdrage Ouwehand AO biotech­no­logie (gentech, klonen, kwekers­recht)


18 mei 2011

[…]

De heer Ormel (CDA): […] Moet alles wat technisch mogelijk is ook direct toegepast worden? Daarbij moeten we in de gaten houden dat we niet Honolulu zijn of het Paaseiland. We hebben een open economie en doen volop mee in de global village. Het is lastig om ontwikkelingen tegen te houden, maar het kan wel. Denk bijvoorbeeld aan het BST-hormoon dat de melkproductie verhoogd en wordt toegepast wordt in Amerika. In Europa is het verboden, dus het kan wel. Producten tegenhouden is echter lastig, want melk van een met BST ingespoten koe is niet te onderscheiden van melk van een koe die daar niet mee is ingespoten. Zo zien wij ook genetische modificatie. Wij vinden dat wij zelf ethische afwegingen moeten maken en daarvoor in Europa draagvlak moeten zien te creëren.

Wij moeten streng beoordelen of producten van genetische modificatie veilig zijn voor het milieu en of ze een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Als dat niet zo is, dan is het heel moeilijk om dierproducten tegen te houden. De trendanalyse geeft dat ook aan. In de trendanalyse staat dat er volop gekloond wordt in Australië, de VS en Zuidoost-Azië. Een importverbod op gekloonde dieren en nakomelingen of producten van gekloonde dieren is niet handhaafbaar. We moeten geen Don Quichot zijn, maar we kunnen wel uitspreken dat we een tegenstander zijn van het klonen van dieren. De CDA-fractie is van mening dat het huidige "nee, tenzij"-beleid moet worden gehandhaafd zonder illusies na te jagen. We moeten dieren niet genetisch veranderen voor sport, vermaak of voedselproductie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zou graag horen dat de CDA-fractie zich aansluit bij mijn kritiek op de staatssecretaris over hoe hij in Europa heeft geopereerd, toen dat aan de orde was. De juridische dienst van de Raad zegt dat ethische overwegingen een reden voor een verbod kunnen zijn. Er ligt een aangenomen motie, die ook door de CDA-fractie is gesteund. Mijn conclusie is dat de staatssecretaris met dat advies in de hand tegen het voorstel van de Europese Commissie had moeten stemmen. Ik heb hem zojuist gevraagd met eigen initiatieven te komen en daar door juristen naar te laten kijken. Sluit de CDA-fractie zich daarbij aan, gezien hun steun aan de motie?

De heer Ormel (CDA): Ja, wij steunen de motie maar wachten de beantwoording door het kabinet af. Ik heb in dit debat aangegeven dat wij in Nederland principiële keuzes kunnen maken, maar wij zijn Honolulu niet. We moeten daarom binnen Europa draagvlak voor onze standpunten zien te krijgen, want dat is onze binnencirkel. Vervolgens moeten we de mondiale realiteit onder ogen zien. Natuurlijk moeten we producten tegenhouden die een gevaar zijn voor het milieu of de volksgezondheid, maar als ze dat niet zijn is tegenhouden verschrikkelijk lastig. Als in Amerika geen registratie wordt bijgehouden, dan kunnen we een nakomeling van een gekloond dier niet onderscheiden van een natuurlijk geboren dier. Zo reëel moeten we zijn. We kunnen wel symboolpolitiek gaan bedrijven, maar wij vinden dat we principieel moeten zijn maar ook realistisch.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zou graag zien dat de CDA-fractie vanuit die principes kijkt naar de mogelijkheden die door de juridische dienst van de Raad zijn geschetst. Ik hoor de CDA-fractie zeggen dat we geen producten moeten willen die een gevaar vormen voor de volksgezondheid en het milieu. Geldt dat ook voor dierenwelzijn?

De heer Ormel (CDA): Ja natuurlijk, dierenwelzijn hoort ook bij die afweging. We moeten ook reëel zijn. In Zuidoost-Azië, Australië en de VS zijn volop producten van gekloonde dieren op de markt en die producten zijn niet te onderscheiden van producten van een biologische veehouderij. We kunnen dan wel spreken over een moratorium en het niet meer toelaten, maar dat is niet reëel. De grens tussen de klassieke manier van veredelen en het fokken van dieren en biotechnologie is aan het vervagen. We moeten af van die zwart-wit tegenstelling tussen believers en nonbelievers. Biotechnologische ontwikkelingen zijn al zo verweven in de wetenschap en in alles waar wij dagelijks gebruik van maken. Die realiteit moeten we onder ogen zien.

[…]

De heer Van Bemmel (PVV): Het laatste debat over de ggo's is al een tijdje geleden. Dat de EFSA onder vuur ligt is in ogen van de PVV geheel terecht. Toen deze schandalen in 2008 aan het licht kwamen beloofde toenmalig minister Verburg dat ze een stemverklaring af zou geven in Brussel over de zorgen die Nederland heeft over het functioneren van EFSA. Niet geheel onverwacht is er in Brussel niets met dit stemadvies gebeurd. Sterker nog, in 2010 doken opnieuw berichten op over belangenverstrengeling van Diána Bánáti, voorzitter van de raad van bestuur van de EFSA, die verborgen zou hebben dat zij eerder deel uitmaakte van het ILSI.

Koud bekomen van dit schandaal werd Europa opnieuw opgeschrikt. Dit maal door de Belgische wetenschapper Suzy Renckens die overstapte van het EU-agentschap naar Syngenta, een bedrijf dat zich richt op ggo's. Naast deze curieuze gebeurtenissen bleken vier van de vijftien EFSA-leden zich schuldig te maken aan belangenverstrengeling. Mijn PVV-collega's in het Europees Parlement hebben daar vragen over gesteld. Ik vraag me af in hoeverre deze sector vergiftigd is geraakt. Kan de Nederlandse politiek nog wel vertrouwen op een evenwichtige en betrouwbare voedselautoriteit? Graag een helder antwoord van de staatssecretaris.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik hoopte dat de PVV erover zou beginnen, want ik had ook vragen over de EFSA. Ik heb gelezen dat de PVV behoorlijk boos is. Ik sluit me bij de vraag van de heer Van Bemmel aan. Vindt de PVV dat we de oordelen van dit instituut, gelet op zijn terechte en zware kritiek, moeten volgen als het gaat om de besluitvorming rond gentech?

De heer Van Bemmel (PVV): Dit instituut ligt onder vuur bij ons en wij zullen hier heel kritisch naar gaan kijken. Ik denk dat we de oordelen van een instituut dat met dit soort mensen werkt niet voetstoots moeten aannemen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is een mooi genuanceerde uitspraak die niet helemaal past bij de felle bewoordingen die de PVV heeft gekozen. Ik sluit me daar bij aan, ik ben net zo kritisch op de EFSA. Wij hebben echter gezegd dat we bij dat instituut niet het hoofd in de schoot leggen. Wij zeggen niet: "Als zij het goed vinden, dan stemmen wij wel voor". Dat was wel de praktijk bij het voorgaande kabinet. Ik kan me voorstellen dat de PVV toen de kijk op de zaak nog niet had ontwikkeld. Nu de PVV-fractie weet hoe het zit met de EFSA, zal het toch niet nog een keer toelatingen steunen die volledig leunen op het oordeel van die club?

De heer Van Bemmel (PVV): Dat is ook zo. Ik ga een heel stuk met u mee. Wij zullen dit kritisch blijven volgen en we zullen ons oordeel baseren op wat wij verder nog zien. Wij zullen zeker niet voetstoots de adviezen volgen.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Beide staatssecretarissen hebben een achtergrond in de landbouw. Van staatssecretaris Atsma weet ik dat hij flink heeft meegedraaid in het
gentechdossier. Toch geef ik een korte introductie van gentech voor het nieuwe kabinet. Gentech is een hobby van multinationals, niet van boeren. Ik volg op Twitter iemand met de
naam "boerenverstand". Staatssecretaris Bleker zegt nu dat hij dat is, maar dat blijkt toch een grapje. Deze beste meneer, wie het ook moge zijn, zegt dat hij 100% zeker weet dat
geen enkele boer gebaat is bij de inzet op gentech. Ik denk dat hij gelijk heeft. Gentech redt de wereld niet van de honger en leidt ook niet tot voedselzekerheid. Gentech helpt grote
bedrijven wel om miljarden boeren en consumenten van hen afhankelijk te maken door patenten en dure zaden. Gentech leidt niet tot het gebruik van minder chemische bestrijdingsmiddelen, maar uiteindelijk zelfs tot meer. Gentech heeft nog steeds niet geleid tot de al 30 jaar beloofde droogteresistente gewassen, maar wel tot resistent onkruid en tot boeren met schulden en monopolierechtszaken. Alleen als je de meest giftige bestrijdingsmiddelen vergelijkt met Monsanto's gentechgewassen, kan een onderzoek misschien concluderen dat er een kleine duurzaamheidswinst kan hangen aan de huidige gentechgewassen. Dat is wel een vergelijking in de trant van: er ligt iedere dag een enorme puinhoop op mijn stoep, als we er voor zorgen dat mensen daar wat minder snippertjes bij gooien dan noemen we het schoon. Zo werkt dat natuurlijk niet. Ik had staatssecretaris Bleker willen aanraden een andere koers te varen dan zijn voorganger Verburg, maar het lijkt dat hij heel graag in haar voetsporen wil treden. Ik had hem ook willen waarschuwen om niet met een verborgen agenda in de WikiLeaks te verschijnen. Er is altijd baas boven baas en hij heeft inmiddels een eigen BlekerLeaks. Misschien is de waarschuwing aan dovemansoren gericht, maar ik uit hem toch maar.

De Verenigde Naties weten het gelukkig beter. Agro-ecologische landbouw houdt de wereld gevoed en de boeren blij. Waarom kiezen we daar niet voor?. Duurzame landbouw is niet
gebaat bij gentech zeggen ook IAASTD en Olivier de Schutter. Het is zeker niet de taak van de overheid om de gentechindustrie te ondersteunen. Dat is industriepolitiek en daar doen
we niet aan, begrijp ik altijd van minister Verhagen wanneer ik hem vraag waarom hij duurzame energie niet wil helpen. Als we dan toch industriepolitiek gaan bedrijven, dan ben ik ervan overtuigd dat elke euro meer oplevert in de biologische sector dan in de biotechsector. Wageningen University & Research (WUR) doet nota bene onderzoek met publiek geld voor bedrijven als Bayer, die er vervolgens met het patent vandoor gaan. Ik krijg van dit kabinet graag een overzicht van de uitgaven die de belastingbetaler doet in de biotechsector en daarnaast een overzichtje van wat in de biologische sector wordt gestopt. Ik word heel erg boos van genetisch gesol met dieren. Genetische manipulatie en klonen leidt tot heel veel dierenleed. De staatssecretaris beweert in de brief met droge ogen dat het steeds minder erg wordt. Ik hoop niet dat dit een voorzichtig opmaatje is naar het toelaten van gentech op dieren in Nederland. Ik ben ook heel erg boos over de slappe opstelling van de staatssecretaris bij het uitvoeren van de motie-Ouwehand waarin gevraagd werd om alles op alles te zetten om tot een verbod op de import van nakomelingen van gekloonde dieren te komen. Zeker nadat uit een advies van de juridische dienst van de Raad voor Dierenaangelegenheden kon worden opgemaakt hoe een dergelijk verbod kan worden geregeld. Ethische gronden hadden een reden kunnen zijn, en zouden geaccepteerd worden door de WTO. Toch heeft de staatssecretaris zich niet verzet tegen het voorstel van de Europese Commissie. Waarom niet? Ik wil dat hij het initiatief neemt voor een goede wetgeving op dit punt en zich alsnog in Europa gaat opstellen in de geest van eerdergenoemde motie. Ik sluit me kortheidshalve aan bij de kritische opmerkingen die geplaatst zijn bij het voorstel dat er nu ligt om lidstaten de mogelijkheid te geven transgene gewassen te verbieden. We
lazen in de pers dat het ministerie nalaat goed te etiketteren in het geval van vervuiling. Graag een reactie.

[...]

Staatssecretaris Bleker: […] Nederland heeft de wens van de Kamer ten aanzien van klonen bijna de dag nadat de motie-Ouwehand was aangenomen, aangekaart op het hoogste ambtelijk adviesorgaan van de raad. Uiteindelijk hebben wij een compromisvoorstel gesteund dat hielp in een verbod op het op de markt brengen van voedsel van kloondieren en etikettering van vers rundvlees van nakomelingen van kloondieren. We hebben nog geprobeerd om steun te krijgen voor een moratorium op producten van nakomelingen, maar dat is niet gelukt. Dit resultaat was het
maximaal haalbare, gelet op de stemverhoudingen en de positie van de diverse lidstaten in de raad. Ik blijf me binnen de Europese Unie inzetten voor datgene wat in die motie is
verwoord.

De heer El Fassed heeft een vraag gesteld over de Verenigde Staten. Ik kan me ineens herinneren waar zijn vraag precies over gaat. De Verenigde Staten vinden dat er vrije toegang voor producten van gekloonde dieren moet zijn. Dat is eigenlijk een heel liberaal standpunt. Ik ben inderdaad benaderd, ook buiten de raad om, om het standpunt van Nederland ten aanzien van klonen te liberaliseren, te matigen en meer in de richting te laten gaan van dat van de Verenigde Staten, in het belang van de voortgang van de onderhandelingen over vrijhandel. Ik heb naar de Kamer verwezen en gezegd dat het standpunt van Nederland heel duidelijk is. Ik vertelde dat er uitgebreid in het parlement over gesproken is en dat ik niet de ruimte en niet de neiging had om daar in het belang van de voortgang van de handelsbesprekingen van af te wijken. Ik heb dus inderdaad het standpunt van Nederland over klonen ingebracht ook toen ik daar informeel over werd benaderd.

De heer El Fassed (GroenLinks): Mag ik de staatssecretaris complimenteren met de transparantie die hij tentoonspreidt. De vraag ging eigenlijk over zijn voorganger, mevrouw Verburg, die in WikiLeaks voorkomt. Het kabinet heeft eerder gezegd dat het geen standpunt over WikiLeaks inneemt, terwijl het gemakkelijk ook zo'n antwoord had kunnen geven.

Staatssecretaris Bleker: Nou, ik heb ook niets met leaks. Voorzitter. Het advies van de Raad voor Dierenaangelegenheden komt in juni of juli beschikbaar. Mevrouw Ouwehand stelde een vraag over het geld. Ik verwijs naar een Kamerbrief van 10 december waarin netjes is geformuleerd hoe die budgetten zijn verdeeld over de diverse doelen, zoals onderzoek naar biologische landbouw en biotechnologie. Ik verwijs tevens naar artikel 26 punt 15 van de begroting, want daar is dat allemaal zichtbaar. Om mevrouw Ouwehand al dit zoekwerk te besparen, zal ik de Kamer een brief sturen over die bestedingen.

Staatssecretaris Atsma: Voorzitter. Zoals collega Bleker al aangaf, komt het onderwerp ggo's zowel in de Landbouwraad als in de Milieuraad met een hoge frequentie aan de orde. De Kamer weet dat ook en ziet dat ook aan de hand van de agenda's. Ik sluit niet uit dat bij de eerstvolgende Milieuraad het onderwerp opnieuw geagendeerd zal worden. Het Hongaars voorzitterschap wil namelijk graag voortgang maken. Het is weerbarstige materie, dat blijkt ook hier weer. Ten aanzien het genetisch modificeren van planten volgen wij de "ja, mits"-lijn. De heer Ormel wees daar in zijn bijdrage al op. Ten aanzien van dierlijke ggo's sluit ik me aan bij collega Bleker. Ik heb partijen en koppen geteld en ik concludeer daaruit die lijn ook breed wordt gesteund. Vanuit die optiek kijken we ook naar de voorstellen die langskomen.

Veel fracties gingen in op de onafhankelijkheid van de leden van de EFSA, die vanuit Parma in Italië opereert. Die discussie is niet nieuw. Ik ben het volstrekt met de heer Van Bemmel en de heer Van Gerven eens dat transparantie op dit punt een absolute voorwaarde is. Als er vragen rijzen bij de afhankelijkheid van mensen in dit gremium -- als je het negatief zou willen duiden -- dan stagneert daarmee elke discussie. Je ziet ook hier dat het de eigenlijke discussie compleet verlamt. Ik vind het pleidooi voor de onafhankelijkheid van de EFSA terecht bij herhaling op de agenda staan. Mede naar aanleiding van eerdere opmerkingen is er reeds onderzoek gedaan en vervolgens zijn op initiatief van de raad een aantal acties ondernomen. Op websites die de EFSA raken zijn daarom nu ook alle nevenactiviteiten van de betrokken leden vinden. Dat geldt niet alleen internationaal voor het EFSA-panel, het geldt binnen Nederland ook voor de deskundigen die samen de kennisbulk voor de Commissie Genetische Modificatie (COGEM) vormen.
[…]

Mevrouw Ouwehand sprak over slappe etikettering. Etikettering van ggo-bevattende producten is heel duidelijk. Datgene wat niet toegelaten is, is niet toegelaten dus etikettering is niet aan de orde. Voor zover het wel toegelaten is, hebben wij er afspraken over gemaakt. Als het binnen de normstelling van 0,5% valt die we in Europees verband hebben afgesproken dan is er ook niets aan de hand. Nultolerantie is niet verdedigbaar, niet handhaafbaar en dus niet relevant. Er is geen sprake van slappe etikettering, want we hebben juist duidelijke afspraken gemaakt. Staatssecretaris Bleker heeft de andere vragen voor mijn voeten weggemaaid, maar die lagen ook niet op mijn maaiveld.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heb begrepen dat we een overzicht krijgen van de geldstromen die naar de biologische en de biotechsector gaan. Dank daarvoor.
Ik heb niet bedacht dat de etikettering onzorgvuldig is. De Europese Commissie heeft Nederland op de vingers getikt en gezegd dat de interpretatie van Nederland niet de juiste is. De Europese Commissie heeft gezegd dat we de bewijslast neer moeten leggen bij de producenten of importeurs. Zij moeten bewijzen dat ze de juiste stappen hebben gezet om de aanwezigheid van voorzienbare of technisch te vermijden vervuiling te voorkomen. Het ministerie liet na dat te vragen. Wat is gedaan met de waarschuwing van de Europese Commissie en kunnen we er op rekenen dat Nederland wel gewoon netjes de regels volgt?

[…]

Staatssecretaris Atsma: […]Mevrouw Ouwehand heeft gezegd dat wij een tik op de vingers zouden hebben gekregen. Ik heb hem niet gevoeld en collega Bleker ook niet. Kunnen we misschien achteraf horen waar zij die schrobbering in onze richting heeft gevonden? Wij zijn daar erg benieuwd naar, want volgens ons is alles binnen de normen gebleven.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het Agrarisch Dagblad schreef daarover en dat is toch een serieuze krant die doorgaans kan rekenen op veel respect van deze bewindspersonen. Misschien hebben beide bewindspersonen veel eelt op de vingers?

Staatssecretaris Atsma: De linkerhand van de heer Bleker is buitengewoon gevoelig en de rechterhand van mij. Op onze werkhand hebben we misschien veel eelt zitten, maar op onze andere hand niet, dus we hadden vast wel iets gemerkt. Het Agrarisch Dagblad kan ik aanbevelen als lezenswaardige lectuur, maar dat betekent niet dat je alles dat er in staat moet geloven. Ik ben heel erg benieuwd waar die informatie vandaan komt.

[…]

De voorzitter: We gaan nu over naar tweede deel met als onderwerp kwekersrecht en octrooirecht.

[…]

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. De inbreng vanuit de Kamer noopt mij helderheid te verschaffen over positie van het Nederlandse kabinet ten aanzien van het kwekersrecht. Op 21 februari stuurde de minister van EL&I een brief hierover aan de Kamer. Op 17 mei hebben we tevens geantwoord op Kamervragen van de heer Van Gerven. Wij zullen in de tweede helft van dit jaar een beperkte kwekersvrijstelling introduceren. We zullen de gesprekken tussen de betrokken partijen laten voortgaan, zodat daar omheen ook goede afspraken kunnen worden gemaakt.
Vanuit het oogpunt van voedselzekerheid moeten we monopolisering tegengaan. Een uitgebreide kwekersvrijstelling is daarom gewenst. Deze kan wat ons betreft ingevoerd
worden onder de voorwaarde dat andere belangen die gediend worden in het octrooirecht, belangen van de sectoren chemie en farmacie, niet geschaad worden. In de lidstaten Duitsland, Frankrijk en Denemarken speelt deze wens ook en we gaan met hen om de tafel om te bezien of we, onder bovengenoemde voorwaarde, voldoende steun in Europa kunnen krijgen voor een uitgebreide kwekersvrijstelling. Dat is de inzet van Nederland voor de korte en lange termijn en daar is volgens mij geen woord Frans bij.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Kan de staatssecretaris de garantie geven dat die beperkte kwekersvrijstelling zo ruim is als nu juridisch toegestaan? Ik ben blij dat de
staatssecretaris onderschrijft dat uitgebreidere kwekersvrijstelling wenselijk is. In de voorwaarde dat andere belangen niet geschaad mogen worden, zit de grote grap. Op deze wijze kunnen uitgesproken ambities onderuit worden gehaald. Ik vraag me af of de staatssecretaris daar van tevoren een kader voor schetst. Hij kan bijvoorbeeld aan ieder belang een bepaalde waarde toekennen. Kan de staatssecretaris toezeggen dat als hij er niet uitkomt met die andere belangen, dat hij dan toch kiest voor het belang van de voedselzekerheid?

[…]

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Wij gaan voor de korte termijn een zo goed mogelijke beperkte kwekersvrijstellingsregeling introduceren, omgeven met afspraken ten aanzien van licenties. Het overleg dat nu plaats heeft, gaat ook over het maken en eventueel formaliseren van afspraken. We zullen in ieder geval met voorstellen voor die beperkte vrijstellingsregeling komen. Ik heb goed geluisterd naar de zaken die de Kamer daarbij betrokken wil hebben. Tegelijkertijd, vanaf nu, zullen wij onderzoeken of het verantwoord is om de uitgebreide kwekersvrijstelling in de Europese richtlijn geïntroduceerd te krijgen. We zoeken daarbij naar een vorm, waarbij andere belangen niet of zo weinig mogelijk worden geschaad. We voeren ondertussen ook verkennende gesprekken met andere lidstaten die met dezelfde basishouding in dit dossier zitten.

Misschien gaan we sommige dingen zelfs gezamenlijk in beeld brengen en uitzoeken. Dat is het tweesporenbeleid. We zullen de Kamer tijdig over de stand van zaken informeren.
Wat is de lange termijn? De heer Dijkgraaf zegt dat sommige dingen snel door het ministerie opgepakt kunnen worden. Hier zitten echter inhoudelijk een aantal ingewikkelde kanten aan. We hebben daarnaast andere lidstaten en de raad van ministers nodig om hier stappen in te kunnen zetten. De vraag van mevrouw Dijksma is interessant. Laten wij misschien mogelijkheden onbenut door de wijze waarop wij met de richtlijn omgaan? Ik zal de Kamer daar in een brief apart over informeren. Onze inzet en onze stellingname is klip en klaar. Als de Kamerleden nog extra dingen vragen, dan worden zij daar niet blijer van en voor mij wordt het er niet duidelijker op.

De voorzitter: Ik heb twee toezeggingen genoteerd. De Kamer wordt op korte termijn geïnformeerd over de besproken twee sporen inzake de kwekersvrijstelling en de staatssecretaris zal de Kamer informeren over de eventuele mogelijkheden van interpretatie van de huidige richtlijn.