Bijdrage Ouwehand AO Biobrand­stoffen


11 september 2013

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. In de richting van de twee regeringspartijen zou ik het volgende willen zeggen. Ik hoor de VVD verkondigen dat we niet alle problemen van de wereld op onze nek moeten nemen. Ik kan mij daar op zichzelf ook wel iets bij voorstellen, maar laten we dan meteen wel ophouden om de wereld met nog meer problemen op te zadelen dan ze al heeft. De PvdA zou er misschien goed aan doen om wat eerlijker te zijn over het feit dat je bepaalde zaken wel duurzaam kunt noemen maar dat dit nog niet betekent dat ze dat ook daadwerkelijk zijn. De al dan niet geveinsde verbazing over de gevolgen die we nu zien van het biobrandstoffenbeleid tot nu toe, zou er wellicht wel toe nopen om wat duidelijker naar de feiten te kijken die we best al lang kennen.
De Partij voor de Dieren is geen voorstander van stimulering van bijstook van biomassa en biobrandstoffen. Ik vraag mij oprecht af waarvoor we ons meer zullen gaan schamen als we terugkijken op deze jaren. Is dat voor het feit dat we voedsel verstoken in de motoren van onze auto's of dat we bossen kappen en het hout daarvan versnipperen en verstoken in energiecentrales en we dat dan ook nog klimaatneutraal noemen, waarbij de mensen in de veronderstelling zijn groene stroom te gebruiken, maar op dat punt duidelijk in de maling worden genomen? Dit zijn tegelijkertijd politieke uitspraken waarmee wij in ieder geval onze positie duidelijk markeren.
Ik wil mijn bijdrage verder wijden aan de inbreng van de KNAW. Waar er de hele tijd wordt geruzied over wat er nu wel en niet klopt aan de duurzaamheidsproblemen rond biomassa en biobrandstoffen, moet ik constateren dat de KNAW met een heel goede notitie is gekomen. Ze brengt twee belangrijke punten naar voren. Ten eerste geeft ze aan waarom hout stoken in elektriciteitscentrales niet helpt. Het verbranden van hout produceert meer CO2 dan het verbranden van steenkool, maar vanwege de subsidie worden er nu hele bossen gerooid en versnipperd voor bijstook. Dit leidt noch tot innovatie noch tot vermindering van CO2-uitstoot. Producenten zeggen dat ze nieuwe bomen zullen aanplanten die de CO2 weer opnemen. Maar zelfs als dat gebeurt, duurt het een eeuw voordat die schuld is ingelost. Ten tweede geeft de KNAW aan waarom biobrandstof voor auto's en vliegtuigen niet helpt. Er is niet genoeg landbouwgrond. 400 miljoen jaar lang was de aarde één grote biobrandstoffabriek; immense hoeveelheden plantjes en diertjes raakten bedolven en werden samengeperst tot olie, gas en steenkool. Die voorraad maken we in 400 jaar op, een miljoen keer zo snel dus. Dat is niet bij te benen met landbouw. Als we 5% van onze benzine en diesel zouden willen maken uit koolzaad moeten we Nederland ten noorden van de lijn Amsterdam-Enschede beplanten. Bovendien concurreert biobrandstof met voedsel. Vanwege gebrek aan grond wordt oerwoud verbrand zodat daar voedsel kan worden geteeld dat inmiddels door biobrandstof is verdrongen. Dit ontginnen van oerwoud produceert dan weer meer CO2 dan er met biobrandstof wordt bespaard. Er is ook niet genoeg afvalbrandstof. Als al het afgewerkte frituurvet tot biobrandstof wordt verwerkt, kan het wegverkeer daar één dag per jaar van rijden. Ik heb een berekening gezien dat wanneer je klimaatneutraal zou willen vliegen naar New York op afgewerkt frituurvet, je acht jaar lang iedere dag patat zou moeten eten. Ik zou dat iedereen afraden.
Biobrandstof uit gras, bomen en algen winnen is nog niet uitvoerbaar en kent vergelijkbare problemen zoals bij winning van biobrandstof uit voedselgewassen. Dus die kant kunnen we gewoon niet op. Het fabriceren van biobrandstof kost brandstof. Grondbewerking, bestrijdingsmiddelen, kunstmest, transport en het omzetten van planten in vloeistof kost elektriciteit, aardgas en benzine. Daardoor gaat dus een groot deel van de CO2-winst verloren. Sommige biobrandstoffen produceren meer broeikasgas dan gewone benzine. De conclusie: biomassa en biobrandstof dragen niet of nauwelijks bij aan de besparing van CO2-uitstoot en daarom zijn ze niet geschikt als middel voor de transitie naar een duurzame-energievoorziening. De staatssecretaris ziet gelukkig af van het versnelde groeipad, maar zelfs als we niet versnellen, is het de vraag of we dat lineaire groeipad duurzaam zouden kunnen invullen. De Partij voor de Dieren zou dat dus nog verder willen afzwakken. De aanbevelingen van de wetenschappers zijn duidelijk. Bevorder efficiëntie en brandstofbesparing. Daar zit de echte winst. Dus zou ik van deze staatssecretaris graag bezwaren horen tegen verhoging van de maximumsnelheid op snelwegen. Bouw de bij- en meestooksubsidie af. Ik hoop dat de VVD ons op dat punt steunt. Stel in de tussentijd duurzaamheidseisen aan de herkomst van biomassa en eis transparantie daarover. Ik ben benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris hierop.

Interupties bij andere partijen:

De heer Dijkstra (VVD): Voorzitter. (...) Laat ik duidelijk zijn: biobrandstoffen zijn een belangrijk punt voor de VVD. De VVD is ook positief over productie en gebruik van biobrandstoffen. De Kamer heeft eerder de motie-Leegte/Samsom aangenomen om het groeipad van biobrandstoffen te versnellen en daarbij rekening te houden met een gewenste hoogwaardige invulling. (...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb een korte vraag. Is de VVD bereid om zich bij de partijen in het parlement aan te sluiten die vinden dat de subsidie op biobrandstoffen moet worden afgeschaft?
De heer Dijkstra (VVD) Dat is een heel intrigerende vraag, want indirect vraagt mevrouw Ouwehand naar landbouwsubsidies. Ik ben van mening dat biobrandstoffen succesvol kunnen zijn zonder subsidies. Dat is voor mij een voorwaarde voor echte duurzaamheid.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Geweldig. Dus als wij het pleidooi voeren en misschien wel met een motie komen die uitspreekt dat de Nederlandse regering zich daarvoor zou moeten inzetten, is de VVD op dit punt onze vriend?
De heer Dijkstra (VVD): Ik sluit niets bij voorbaat uit. Ik wil graag vrienden met u worden, maar ik wil wel eerst de tekst van uw motie op papier zien voordat ik toezeggingen doe, want we moeten er wel op kunnen vertrouwen dat we hetzelfde doel nastreven.

(...)

Beantwoording door de staatssecretaris van I&M

Staatssecretaris Mansveld: Ik kom op het rapportageregister. Mevrouw Van Veldhoven refereerde hier net aan in een korte interruptie. We vereenvoudigen het register. Mijn voorganger heeft dat toegezegd naar aanleiding van het verzoek om het register te vereenvoudigen. Op weg naar de vereenvoudiging van het register wordt de vraag gesteld of het dan nog wel de waarde heeft die we willen en wat we dan nog willen zien in het register. (...) Mijn voorganger heeft toegezegd dat het register vereenvoudigd gaat worden met het oog op kostenreductie en om de fraudegevoeligheid te verminderen. Het wetsvoorstel dat daarop betrekking heeft, ligt nu bij de Raad van State. Laten we bezien hoe het gaat, of het aan onze behoefte voldoet en laten we over twee tot drie jaar opnieuw nagaan of dit inderdaad de weg is om te bewandelen. Het lijkt mij onverstandig om een andere richting op te gaan, al voordat het wetsvoorstel van de Raad van State terugkomt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben daar toch niet gerust op. De staatssecretaris blijft in algemene termen spreken, namelijk dat we moeten nagaan wat de waarde is van die verplichting. Ik zou echter graag van haar horen wat zij wil. Wil zij dat elke oliemaatschappij meer duidelijkheid geeft voor zowel Kamerleden om controle te kunnen uitoefenen als voor burgers, of maakt zij wat dat betreft andere keuzes? Ik vind dat zij nu moet zeggen welke waarde zij aan die transparantie hecht.

Staatssecretaris Mansveld: We zetten nu een systeem op waarmee het mogelijk is om op een goede manier te monitoren welk soort biobrandstoffen op de Nederlandse markt wordt gebracht en wat het aandeel hernieuwbare energie is dat per leverancier aan de vervoersmarkt wordt geleverd. Het systeem voorziet niet in de mogelijkheid om per leverancier over het aandeel conventionele en geavanceerde brandstoffen te rapporteren. Zoals ik al zei, ligt het wetsvoorstel daarover inmiddels bij de Raad van State. Als er additionele eisen zijn ten aanzien van de rapportage, hebben die simpelweg gevolgen voor de planning, voor de opzet. Ik adviseer de leden om op dit moment geen wijzigingen aan te brengen in de voorstellen over de wijze waarop we verder met het register willen omgaan. We hebben immers nog een aanknopingspunt, namelijk de Green Deal op grond waarvan bedrijven ook aan het rapporteren zijn. Ik zeg nogmaals dat mijn advies is om de weg die we reeds zijn ingeslagen, verder te bewandelen en na te gaan of er additionele wegen zijn via welke we bij ons gezamenlijke doel komen, namelijk het komen tot transparantie van stromen van biomassa en onder andere biobrandstoffen. Ik stel voor om nu door te gaan met het huidige register. Ik zeg nogmaals dat we, in het algemeen gezegd, steeds de waarde opnieuw zullen moeten beoordelen.

(...) Mevrouw Dik-Faber en mevrouw Ouwehand hebben gesproken over de koolstofschuld. Ik zei net al dat cascadering belangrijk is en dat een en ander wordt "meegenomen" met het oog op de motie-Van Gerven. In het energieakkoord zijn vergaande afspraken gemaakt over duurzaamheidcriteria voor biomassa om ervoor te zorgen dat alle biomassa straks niet zomaar voor energie kan worden gebruikt.
Ik ben mij bewust van de duurzaamheidrisico’s die kleven aan het gebruik van biomassa voor energie. Het is een item waarover veel discussies plaatsvinden op wetenschappelijk niveau. Mevrouw Ouwehand citeerde al uit een aantal rapporten over wetenschappelijke onderzoeken. Dergelijke onderzoeken leiden niet altijd tot nieuwe inzichten op het punt van duurzaamheid van biomassa. Ik verwijs wat dit betreft naar de ILUC-discussie en de discussie over de koolstofschuld. Het is voor mij essentieel dat er relevante, heldere duurzaamheidcriteria komen om te garanderen dat alleen duurzame biomassa kan worden bijgestookt. In het energieakkoord is daarom vastgelegd dat er duurzaamheidseisen worden geformuleerd ten aanzien van de koolstofschuld, ILUC en duurzaam bosbeheer, aanvullend op de NTA 8080-eisen. Ook is afgesproken dat partijen, waaronder de rijksoverheid, de NTA 8080-eisen en de aanvullende eisen zullen inbrengen in de Europese discussie over de criteria voor de gehele EU. (...)
Mevrouw Ouwehand zei dat het verbranden van hout meer CO2 -uitstoot oplevert dan steenkool. Dat klopt. Verbrande biomassa -- dat geldt zeker voor vers hout -- geeft aanvankelijk een koolstofschuld. Het kan heel lang duren voordat deze is terugverdiend. Daarom is in het energieakkoord overeengekomen dat er goede criteria moeten komen waarin met die koolstofschuld rekening wordt gehouden. Wij willen die in 2014 ook uitwerken.
Ik heb het al gezegd, maar ik zeg nogmaals dat ik het geweldig vind dat er tien fracties vertegenwoordigd zijn. Daaruit maak ik namelijk op dat biobrandstof en biomassa al belangrijke onderwerpen zijn, terwijl we dit pad nog niet zo lang geleden zijn opgegaan met als doel onze doelstelling voor 2050 te realiseren. Het sterkt mij enorm dat de Tweede Kamer deze ambitie heeft. Ik kan altijd in Europa zeggen dat vrijwel het gehele parlement mijn supporter is. Dat kunnen lang niet alle landen zeggen, dus ik hecht eraan om dat hier te zeggen.
Mevrouw Ouwehand en mevrouw Van Veldhoven vroegen mij om een reactie te geven op het KNAW-rapport. Ik zeg toe dat deze er komt. Ik wil echter eerst over de informatie beschikken waarover ik zojuist sprak. Het zal dus enige tijd duren voordat ik een reactie op dat rapport kan geven, namelijk in de loop van 2014.
Als slotstuk is er de vraag over de 130 kilometer. Volgens mij werd die vraag gesteld door mevrouw Van Tongeren en mevrouw Ouwehand. Daarover is een stuk in de krant verschenen. De minister heeft mij gemeld dat zij de mogelijkheden onderzoekt, uiteraard binnen de randvoorwaarden op het terrein van de luchtkwaliteit, leefbaarheid en veiligheid. Daarop wordt dus nog teruggekomen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer