Bijdrage Ouwehand aan debat over jaar­verslag en slotwet Minis­terie LNV 2018


4 juli 2019

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Ik begin maar met een woord vooraf, want het is inderdaad uitzonderlijk dat we op de laatste dag voor het reces in de plenaire zaal een slotwet bespreken. Het ging zo. Normaal gesproken komen die slotwetten in de procedurevergadering, zoals dat dan heet, en dan wordt er besloten tot een wetgevingsoverleg in commissieverband. De commissie wilde, op voorstel van het CDA, zo'n wetgevingsoverleg niet voeren. Ik weet nog dat ik zei: dat kan niet; de behandeling van een wet kan je niet bij meerderheid blokkeren. Maar de commissie hield voet bij stuk. Er kwam geen kleinschalig, eerder gevoerd commissieoverleg. Daarom staan we nu hier, omdat de Partij voor de Dieren vindt dat de minister wel degelijk verantwoording moet afleggen over het door haar gevoerde beleid in 2018. Als de route via de commissie wordt geblokkeerd, dan wacht je tot de wet op de lijst met hamerstukken staat, zoals dat heet, en dan zeg je: nou, ik wil het er wel graag over hebben, dus ik wil de wet heel graag onthameren.

De voorzitter:
Ja, leuk, we gaan over procedures praten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja.

De heer Geurts (CDA):
Voorzitter, voor de geschiedschrijving en voor het verslag wil ik toch iets zeggen. Deze begroting was een gecombineerde begroting van EZK en LNV. Er is een wetgevingsoverleg EZK/LNV geweest. Daarin had de Partij voor de Dieren alle mogelijkheid gehad om te spreken. Zij hoeft het CDA dus geen verwijt te maken. Het was gewoon efficiënt: niet één ding op twee plekken behandelen. Het had op die manier ook gewoon gekund. Dat zeg ik even voor de geschiedschrijving.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Wat er allemaal had gekund, is hartstikke mooi, maar een wetgevingsoverleg blokkeren als een van de leden behoefte heeft aan een wetgevingsoverleg over een slotwet, kan gewoon niet. De consequentie is dat het nu plenair is. Dat vind ik niet erg, maar dan moeten we niet zeuren dat het de laatste dag voor het reces is en dat we geen ochtendwerk willen, geachte voorzitter.

De voorzitter:
Ter zake nu, een stukje inhoud naar de mensen toe.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Een stukje inhoud naar de mensen toe. Ik denk dat het belangrijk is om zulke dingen uit te leggen, want anders vraag je je af hoe dat zo komt allemaal, hier.

Voorzitter. Het gaat dus over het door de minister aangekondigde beleid in haar begroting 2018 en wat daarvan gekomen is, de verantwoordingsstukken en de slotwet. Nou heeft de Partij voor de Dieren goed gekeken naar wat er in die verantwoording staat en vooral naar de begroting. Ik kijk naar de algemene doelstelling. De minister schreef: het ministerie streeft naar internationaal toonaangevend concurrerende, sociaalverantwoorde, veilige dier- en milieuvriendelijke agrovisserij en voedselketens. In de begroting stond ook: de minister is verantwoordelijk voor het bevorderen van transparantie in de Nederlandse voedselketens, het borgen van voedselveiligheid, het uitvoeren van adequaat veterinair beleid en het uitoefenen van toezicht en het handhaven van de regelgeving op het gebied van dierenwelzijn, mest, natuur en voedselveiligheid in de primaire productie- en de slachterijfase.

Maar wat hebben we in 2018 gezien? Ik begin even met toezicht en handhaving van de regelgeving op het gebied van mest en natuur. De minister was nog maar twee weken in functie toen de NRC een groot artikel schreef over de enorme mestfraude in Nederland. De Partij voor de Dieren was niet verbaasd, want zo gaat dat in het meest veedichte land ter wereld. Een heel klein landje met heel veel dieren. Waar laat je al die uitwerpselen? Die worden illegaal gedumpt of verhandeld. De minister was boos, want dat had ze van de veesector niet verwacht. We wisten het niet, zei ze. Maar in de loop van 2018 bleek dat het ministerie het wel degelijk wist en dat er rapporten lagen, niet alleen met waarschuwingen over de fraude maar ook met aanwijzingen over hoe die fraude op te lossen. Niet alleen de rapporten die op het ministerie lagen, hadden een uitgebreide marsroute naar hoe je die fraude oplost, ook het Planbureau voor de Leefomgeving en later in het jaar, omdat er maar niks gebeurde, het Openbaar Ministerie kenden die. Als je zo veel dieren blijft fokken, gebruiken en doden, krijg je die mestfraude nooit opgelost, omdat de fraudeprikkel daar een-op-een aan vastzit.

Ik kan me voorstellen dat de minister schrok van de mestfraude toen ze net in functie was, maar in de loop van 2018 heeft ze toch wel degelijk de feiten tot zich kunnen nemen, vooral die over welke oplossingen wel werken en welke oplossingen niet werken. Dus is mijn eerste vraag: kan de minister hier verklaren waarom ze die oplossingen niet gekozen heeft? Is er op het ministerie sprake van een vastgeroeste oude cultuur die niet wil dat de echte oplossingen worden doorgevoerd? Zijn er mensen die de minister wel degelijk wijzen op de noodzaak om de veestapel te laten krimpen om eruit te komen, maar naar wie niet geluisterd wordt? Is het een cultuurding op het ministerie of is het een politieke afweging geweest om niet te kiezen voor wat al die experts de minister hebben geadviseerd?

Het tweede waarover ik de minister ter verantwoording wil roepen, is dat ze zegt dat we verantwoordelijk zijn voor toezicht op en handhaving van de regels op het gebied van natuur. In 2018 deed het Europees Hof uitspraak dat de list die de overheid had gekozen om de natuurwet te omzeilen, het Programma Aanpak Stikstof, juridisch onhoudbaar zou zijn. Toch ging de minister door met het toestaan van het afgeven van vergunningen aan veehouderijen. Hoe kan de minister dan volhouden dat ze de wet heeft nageleefd? De constructie die was bedacht, was al tegen de wet. En toen er een uitsprak kwam van het Europees Hof, ging ze gewoon door met het niet naleven van de wet. De vraag is waarom ze dat heeft gedaan en welke verklaring ze daarvoor heeft, gelet op haar eigen verantwoordelijkheid om de wet na te leven, die voor iedereen in Nederland geldt. De overheid moet als eerste vooraan staan om zich netjes aan de wet te houden.

Voorzitter. Dan de algemene doelstelling van het ministerie — ze schrijven het zelf — diervriendelijke voedselketens. Ik herinner de minister eraan dat handelingen bij sommige dieren niet zijn toegestaan en bij andere dieren wel. Het couperen van staarten is verboden. Dat lijkt me terecht, want het afknippen van lichaamsdelen gaat rechtstreeks ten koste van het welzijn van dieren. Dat hoef je niemand uit te leggen, dat snap je meteen. Het is verboden bij honden, katten en paarden, maar het is wel toegestaan bij varkens. Waarom is dat en wat is daar diervriendelijk aan?

Zoogdieren bij de moeder weghalen nadat ze geboren zijn. Iedereen weet dat zoogdieren levende jongen krijgen. Als ze jongen krijgen, hebben ze melk. Ze heten niet voor niets zoogdieren. Wij staan het niet toe om meteen of kort na de geboorte kittens of jonge puppies weg te halen bij hun moeders, maar de minister vindt het wel goed dat dit met koeien en geiten gebeurt, met kalfjes en met geitenlammetjes. Als je filosofisch zou willen doen, dan noem je dat speciïsme: onderscheid naar soort. De minister doet echter niet aan filosofie in haar begroting — dat hoeft ook niet — maar ze zegt wel dat ze streeft naar diervriendelijke voedselketens. Dus als je al hebt erkend dat het niet oké is om lichaamsdelen af te knippen bij honden, paarden en katten, en als je al hebt erkend dat het niet oké is om dieren die net geboren zijn en hun moeder en moedermelk nodig hebben, meteen weg te halen bij hun moeder bij honden en katten: waarom vind je dat dan wel goed voor kalfjes en geitjes? Je weet al dat het niet diervriendelijk is, dat heb je al benoemd. Waarom staat de minister dat toe?

En dan is de minister verantwoordelijk voor het bevorderen van transparantie. Dat zegt ze zelf. In 2018 heeft zij een serie gemaakt op YouTube en die heet: Boeren in Nederland. De allereerste aflevering ging over bosvarkens. Dat zijn varkens die in kleine groepen bij elkaar leven. Ze hebben hun staarten nog. De vrouwtjesdieren krijgen één keer per jaar een nestje biggetjes. Die worden niet bij haar weggehaald, er worden ook geen staartjes afgeknipt. Ik vroeg me af waarom de minister ervoor kiest om een totaal niet-representatief deel van de Nederlandse veehouderij te tonen. Ik denk dat er een handjevol varkens op deze manier gehouden wordt en er miljoenen opgesloten staan in stallen waar ze niet uit kunnen. Waarom kiest de minister ervoor om een serie Boeren in Nederland te maken, op kosten van de belastingbetaler, uit de begroting van 2018, die op geen enkele manier bijdraagt aan transparantie over de Nederlandse voedselketen? Het is gewoon een reclamefilmpje.

Het andere filmpje dat ze maakte, ging over een vleeskuikenhouder met één ster. "Net gestort" heten die kuikentjes. De kuikens waren misschien een paar dagen oud. Er zaten ook beelden in van kuikens die misschien twee weken oud waren. Maar we zagen geen beelden van de stal vlak voordat ze naar de slacht gaan, terwijl dat toch de meest cruciale beelden oplevert. Nee, we zagen beelden van gezellige, gele, donzige kuikentjes die alle ruimte hadden, want ze waren nog niet volgroeid. Maar zes weken later is dat natuurlijk wel anders. Ook dieren met één ster zijn doorgefokt op een snelle groei. Waarom kiest de minister ervoor om het gezellige beeld te laten zien, als haar eigen doelstelling het bevorderen van transparantie in de Nederlandse voedselketen is?

Het laatste beeld dat we zagen, het laatste filmpje over Boeren in Nederland uit 2018, betaald uit het budget van het ministerie, was de zuivelhoeve. Met romantische beelden van een boerderij tussen de bomen. Geen koe of kalf te zien. Terwijl de minister toch de enorme kalversterfte op haar bord heeft liggen. Dat er kalfjes direct of vrijwel direct na de geboorte bij hun moeder worden weggehaald, zorgt ervoor dat die dieren ziek worden. De kalversterfte is enorm. De oplossing is om de dieren niet bij hun moeder weg te halen en niet zo in te zetten op intensivering. Maar daar hoor ik de minister niet over. Waarom verbergt ze al die pijnlijke beelden uit de veehouderij, terwijl dat de realiteit is, en kiest ze ervoor om zich met haar ministerie op te stellen als het pr-bureau van de veehouderij? Dat doet toch op geen enkele manier recht aan de transparantie die ze zelf zegt te willen bevorderen?

Soms komen er beelden naar buiten, bijvoorbeeld omdat iemand zich heeft laten inhuren door een varkenshouderij, of door een vangploeg. Dat zijn ploegen die in een eendenhouderij of kippenhouderij dieren vangen en in kratten stoppen, waarna ze naar de slacht gaan. Als die beelden dan naar buiten komen, dan zegt de minister dingen als: dit is niet representatief, of: ja, er zijn ook bedrijven waar het wel goed gaat. Dat doet ze zonder onderbouwing waaruit blijkt dat dit ook daadwerkelijk gebeurt. Terwijl op die beelden te zien is — dat wordt nota bene door de toezichthouder NVWA bevestigd — wat gewoon is toegestaan in Nederland. Veel is juist wél representatief. Het afknippen van de staartjes van biggetjes, het tussen stangen houden van zeugen. Dus waarom schiet de minister in de reflex die ook de sector altijd laat zien — ook die zegt altijd: het is niet representatief, het gaat hier om een rotte appel — terwijl de minister zou moeten staan voor haar eigen beleid? Als zij het goed vindt dat zeugen tussen stangen staan, dan moet zij ook eerlijk tegen de Nederlandse burgers, voor wie zij hier zit, kunnen zeggen: dit is hoe het hier gaat; dit is toegestaan volgens de wet; dit is wat er achter hamlappen en plakjes bacon zit.

De trieste conclusie is dat activisten als vrijwilliger het werk doen dat de overheid nalaat. Als dank daarvoor worden zij gecriminaliseerd. De hoeveelheid smaad en laster die over deze mensen wordt uitgestort, is om te huilen. Ik vroeg mij af of de minister de activistenbeweging in Nederland wel kent. Weet zij van het bestaan van de Save Movement? Dit is een internationale beweging, die sinds een aantal jaren ook in Nederland actief is. Die mensen staan bij slachthuizen en houden daar wakes; je kunt ook "saves" of "vigils" zeggen. Die zijn daar om er even te zijn voor de dieren, die vaak geen drinken krijgen. Zij geven de varkens of de kippen wat water en zij maken beelden van de dieren die daar hun laatste minuten beleven en eigenlijk staan te wachten op hun dood. Dat is vreedzaam, het is legaal, en het is ook bedoeld om de mensen informeren over hoe dieren er eigenlijk bij staan voordat zij worden geslacht. Er zijn beelden van varkens met ernstige verwondingen die de minister niet laat zien, maar die deze activisten wel laten zien. Er zijn beelden van kippen die niet meer overeind kunnen komen van ellende — dat weten wij van de vleeskuikenindustrie — die deze activisten laten zien, en de minister niet. Die mensen worden gecriminaliseerd.

Is de minister bereid om kennis te nemen van het activisme in Nederland, ook het straatactivisme? Bij het straatactivisme staan mensen op straat, met beelden uit de veehouderij, en voeren zij socratische gesprekken met mensen die geïnteresseerd zijn. Zij stellen vragen als: wist je dat dit gebeurde? Wat vind je daarvan? Vind je dat we in Nederland op deze manier met dieren kunnen omgaan? Wist je dat dit achter de producten zit die in Nederlandse supermarkten te koop zijn? Ik vind dat de minister, gelet op haar eigen doelstelling dat zij de transparantie gaat bevorderen, open moet staan voor dit activisme, zich daarin moet verdiepen en moet zorgen dat zij een weerwoord heeft als deze mensen worden belasterd. De hoeveelheid haat die zij over zich heen krijgen, het seksisme ook, gelet op de reacties die geplaatst worden op de beelden die Save Movement op Facebook plaatst, daar lusten de honden geen brood van. Ik heb de minister daar nog nooit over gehoord. Ik zou graag willen dat zij een keer meegaat. Ik begrijp dat zij is aangesproken door iemand van de Save Movement en dat zij is uitgenodigd om een keer een wake bij te wonen. Ik hoop dat zij daartoe bereid is.

Een andere belangrijke reden om dit debat te voeren, is dat er heel wat aan de hand is bij de NVWA. Wij wijzen het kabinet al ongelofelijk lang op de angstcultuur die wij bij de NVWA vermoeden vanwege alle signalen die wij krijgen van mensen die daar hun werk willen doen, maar gewoon worden tegengewerkt door hun leidinggevenden of collega's. In 2018 hebben wij dat gedaan, maar in de jaren daarvoor ook al. Binnen de NVWA zijn er mensen die hun werk goed willen doen, maar die daarvoor de kans niet krijgen. De vraag is of die signalen bij de minister terechtkomen. Ik heb dat in 2018 nog gevraagd. Toen zei zij: ik ervaar niet dat bij de NVWA een cultuur is waarbinnen zaken niet besproken mogen worden; ik heb gesprekken met de NVWA, en mijn indruk is dat de NVWA een beleid voert waarbij dat soort signalen gewoon mogen doorkomen. Maar inmiddels weten wij beter. Inmiddels hebben wij dat gezien bij de pilot die is uitgevoerd in de noordelijke slachthuizen. Daar was altijd continu toezicht door de NVWA geweest. Toen is er een pilot geweest waarbij ook een andere afdeling van de NVWA ging meekijken. Die kwam daar binnen en zei: wat hier gebeurt, kan helemaal niet.

Er is daar dus jarenlang een NVWA'er geweest die noteerde: er is hier niets aan de hand. Toen kwam daar een andere NVWA'er, en ineens werden daar de grootste misstanden geconstateerd, die zelfs tot vervolging door het Openbaar Ministerie hebben geleid. Het Openbaar Ministerie heeft moeten zeggen: tjonge, we weten dit nu van één slachthuis, maar wij denken dat dat ook op andere plekken gebeurt.

Op verzoek van het Openbaar Ministerie — dus niet op verzoek van de minister zelf en ook niet op verzoek van de NVWA — is er ook bij twee andere slachthuizen gekeken. Wat denk je? Hetzelfde verhaal. De eigenaar van dat slachthuis stuurt brieven naar de minister — dat is dus het signaal — dat hij zijn eigen NVWA'er terug wil, omdat die altijd zei dat er niks aan de hand was. Over die cultuur hebben we het. Er wordt niet gehandhaafd en de minister heeft dat onder de pet gehouden totdat het OM ingreep, totdat RTL met beelden naar buiten kwam en totdat RTL wéér met beelden naar buiten kwam.

Er is onderzoek ingesteld naar de noordelijke slachthuizen. Prima dat dat gebeurt. Maar wat geeft de minister nu aanleiding om te denken dat het alleen daar misgaat en dat de NVWA op alle andere plekken in Nederland, in alle andere slachthuizen en in alle veehouderijen wel functioneert? Die signalen zijn niet nieuw. In het algemeen overleg over de NVWA dat we in april zijn gestart, heb ik de minister herinnerd aan eerder onderzoek, waarna staatssecretaris Dijksma moest toegeven — dat waren snoeiharde conclusies — dat de prikkel om niet te handhaven sterker zou kunnen zijn dan die om wel te handhaven. Waarom? Je bent vergroeid met het bedrijf, je treedt niet op, je hebt geen zin om op te treden en je leidinggevende werkt je tegen. Dat is nogal wat.

De minister komt nu in actie, maar wat ons betreft is dat te beperkt. Ik heb gepleit voor uitbreiding van dat onderzoek, niet alleen naar de noordelijke slachthuizen, maar naar alle slachthuizen en ook naar andere terreinen waarop de NVWA moet controleren. Bij een slachthuis kan bijvoorbeeld ruzie ontstaan tussen het slachthuis en de dienstdoende NVWA'er die wel zijn werk wil doen en zegt: deze koe is hartstikke ziek, die kan je niet slachten. Maar hoe komt die koe überhaupt bij dat slachthuis? Wie heeft die koe in de vrachtwagen gezet? Dat is toch op een boerderij gebeurd? En waar is de handhaving daar? Waarom vraagt de minister zich niet af wat daar misgaat? Die signalen, dat de NVWA veel te veel meewerkt met het bedrijf dat ze moeten controleren, gaan echt niet alleen maar over slachthuizen, en echt niet alleen maar over het noorden.

Voorzitter. Ik heb daar illustraties van.

De voorzitter:
Mag ik u even onderbreken? U heeft een paar uitstekende punten gemaakt, op een manier zoals u dat alleen kunt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zeker.

De voorzitter:
We hebben nog veertien VAO's te gaan. Die moet ik allemaal hameren. Ik moet nog een debat openen voor een derde termijn. Ik zou het waarderen als u de rest van uw betoog wat puntig zou kunnen doorlopen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, ik begrijp uw opmerking wel. Maar de Kamer zit midden in een debat met de minister over de NVWA. Daar zijn we in april mee begonnen. De tweede termijn zou in juni plaatsvinden. Intussen is gebleken dat, hoewel er iedere dag 1,7 miljoen dieren in Nederland worden geslacht, het toezicht niet op orde is. Ik denk dat het goed is om daarover voor de zomer vragen te stellen aan de minister. Maar de coalitie zei: welnee, dat doen we pas in oktober. Ik denk dat dat niet verstandig is, dus ik zou mijn vragen daarover nu wel graag willen stellen.

De heer Geurts (CDA):
Hier komt weer een onwaarheid voorbij. Het was niet de coalitie die dat vond. Er was een bredere meerderheid die dat vond, dus niet alleen de coalitie. De minister heeft daarnaast aangegeven dat er een onderzoek loopt. Mevrouw Ouwehand, denk even na voordat u zulke onwaarheden de zaal inslingert.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Er loopt inderdaad een onderzoek. De Partij voor de Dieren heeft gezegd dat de Kamer de kans moet krijgen om de minister te vragen of dat onderzoek wel gaat doen wat nodig is. Ik vind het niet verstandig, ook niet voor de mensen die bij de NVWA werken en die zich afvragen of ze zich wel of niet moeten melden bij dat onderzoeksbureau. Krijg ik daar straks geen last van? We weten dat de NVWA en het ministerie niet zo'n heel goed trackrecord hebben. Het eindigt meestal niet zo heel goed met mensen die aan de bel trekken. Het lijkt me goed als de minister vanavond de gelegenheid krijgt om dat wat meer toe te lichten. Hoe veilig is dat voor iedereen?

De voorzitter:
U heeft nog een groot AO over de NVWA, uit mijn hoofd gezegd op 2 oktober.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat komt in oktober, als het onderzoek al klaar is. We willen toch dat mensen zich nu melden en zich veilig weten als ze dat doen? Daar gaat het om. Dan ga je dat toch niet uitstellen tot het al klaar is? Voorzitter, uw pogingen lopen op niets uit, vrees ik. Ik ga gewoon …

De voorzitter:
U gaat gewoon door.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
… mijn tijd besteden aan deze vragen. Ja, want het is nogal wat.

De voorzitter:
Moedig voorwaarts.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Moedig voorwaarts, zo doen we dat.

Voorzitter. Ik heb de minister eerder geconfronteerd met de volgende situatie. In slachthuizen staat een NVWA'er, die moet controleren op de gezondheid van de dieren. Als het dier dan dood is, dan staat aan de andere kant van de lijn een KDS'er, dat is de private keurder, die moet kijken naar voedselveiligheid. Maar eerder kregen we al door — die signalen hebben we doorgegeven aan de minister, en dat is ook niet voor het eerst — dat er slachthuizen zijn, waar de keurder die gaat over de karkassen, doorkreeg dat er dieren zijn doorgestuurd, de slachtlijn in, en op gruwelijke wijze niet zijn verdoofd. Ze hadden gebroken bekkens en liepen niet goed, en het slachtproces ging gewoon door terwijl er storingen waren. Dan gaat de KDS'er, die niet eens in dienst is van de NVWA en die alleen maar over voedselveiligheid zou moeten waken, dus denken: wat gebeurt hier? Hij loopt naar de dienstdoende NVWA'er en vraagt: wil je alsjeblieft handhaven? Maar de NVWA'er blijft gewoon buiten staan roken, haalt zijn schouders op, kijkt de andere kant op en al die dieren gaan gewoon door het slachtproces.

Diezelfde KDS'er meldt aan de Partij voor de Dieren dat hij bij de controle van geslachte varkens karkassen ziet vol mest en gal. Door de extreem hoge snelheid van de slachtlijn worden darmen en andere ingewanden opengesneden. Ook ziet hij dat medewerkers vieze messen gebruiken en hun handen niet wassen. Hij waarschuwt de verantwoordelijke NVWA-dierenarts. Hij laat hem zien hoe die karkassen eruitzien en vraagt hem om in te grijpen, en dat gebeurt niet. De snelheid van het slachten wordt niet verlaagd. Op één dag gaat er wel 1.800 kilo varkensvlees naar de destructie. Die dieren hebben dus voor niks geleden en worden voor niks gedood en in de destructiebak gegooid.

Dat gebeurt niet één keer, maar iedere keer opnieuw en er wordt niets vastgelegd. Het enige wat wordt geregistreerd, zijn de resultaten van een apart gehouden aantal karkassen, waarbij met extra medewerkers en met een lagere bandsnelheid alle vieze stukken zorgvuldig zijn afgesneden. De NVWA-dierenarts staat erbij als dit toneelstukje wordt opgevoerd. Resultaat: een prima rapportcijfer voor hygiënisch werken. Is er verontreiniging tijdens het proces? "Nee hoor, dat gaat helemaal goed; er is 100% handhaving", zegt de NVWA. Die medewerker denkt: dit gaat hier helemaal niet goed. Hij meldt de gang van zaken bij herhaling bij de NVWA en bij zijn eigen leidinggevende, van KDS. Wat denk je? De eigenaar van het slachthuis klaagt bij de NVWA over de kritische geluiden. En wat doet de NVWA? De NVWA verzoekt KDS, waar deze kritische medewerker in dienst is, om hem over te plaatsen naar een ander bedrijf. Dat is dus weer een signaal dat we uit de noordelijke slachthuizen al hoorden: wij willen onze eigen NVWA'ers, die niet zo moeilijk doen. En als er wel iemand is die moeilijk doet, dan moet -ie weg.

Voorzitter. Mijn vragen gaan echter over het onderzoek dat de minister heeft ingesteld. Want ik heb begrepen dat deze kritische medewerker bij de minister heeft aangeklopt en dat de minister hem terug heeft gestuurd naar de top van de NVWA. Hij had alle stukken en moet dus weer met degene die op de machtspositie zit, die nou juist ter discussie zou moeten staan, hierover spreken. De vraag is dus: wist de minister dat hij terug is gestuurd naar de leidinggevende en dat hij zelf al die signalen had die aan de minister zijn gestuurd? De vraag is of deze medewerkers van KDS zich ook kunnen melden bij het onderzoeksbureau dat de minister heeft gevraagd om onafhankelijk onderzoek in te stellen. Tot nu toe, zo heb ik begrepen, mogen alleen NVWA'ers zich melden. Het is goed als ze dat doen, maar er zijn ook andere mensen die dingen hebben gesignaleerd in het optreden en handhaven van de NVWA. Is de minister bereid om ook te zorgen dat KDS'ers zich kunnen melden? En misschien zijn er ook dierenwelzijnsorganisaties als Eyes on Animals die iets zouden willen melden, dat weet ik niet; misschien zijn er wel activisten die iets willen melden. Afgelopen weken, met de hittestress, kreeg ik berichten dat de NVWA niet wilde optreden, terwijl mensen ter plekke zeiden: moet je nou kijken wat er gebeurt.

Kortom, wordt het onderzoek opengesteld voor iedereen die iets zinnigs te melden heeft? Is de minister echt op zoek naar de waarheid over hoe het eraan toegaat bij de NVWA? Kan de minister garanderen dat het onderzoek onafhankelijk is? Ik noemde het zojuist al even, omdat de heer Geurts van het CDA erover begon, maar ik begrijp heel goed dat mensen bij de NVWA zich erg zorgen maken. Stel, je werkt daar en je weet wat er in het verleden met klokkenluiders is gebeurd. Kun je er dan op vertrouwen dat je veilig bent bij het onderzoeksbureau en kun je erop vertrouwen dat het onafhankelijk is? Een vervolgvraag is: kunnen mensen erop vertrouwen dat de juiste onderzoeksvragen zijn gesteld?

Een goede vorm om dat te kunnen garanderen — ik hoor graag wat de minister hierover zegt — zou zijn om de klokkenluiders zelf te spreken. Voorgangers van de minister hebben dat gedaan. Staatssecretaris Dijksma heeft zelf met klokkenluiders gesproken. Ik kan me voorstellen dat, als het onderzoek gereed is, de mensen die hun verhaal hebben gedaan en dingen gemeld hebben, met de minister naar de resultaten van het onderzoek willen kijken, zodat zij, als zij daar nog opmerkingen over hebben, weten dat zij gehoord worden. Buiten hun eigen leidinggevenden om en buiten het onderzoeksbureau om, mochten er toch nog opmerkingen over zijn. Kan de minister dat toezeggen?

Ik ben ook benieuwd of de minister iets kan zeggen over de reorganisaties waar de NVWA al dan niet mee zou dreigen. Wat kan de minister zeggen over het gevoel van veiligheid dat de mensen die daar werken, en die wel willen handhaven, echt moeten hebben? Het gaat erom dat hun baan niet op de tocht komt te staan op de een of andere manier als de leidinggevende erachter komt dat zij met het onderzoeksbureau hebben gepraat. Ik weet niet wat daar gebeurt, maar dat gevoel moeten mensen in elk geval niet hebben. Is de minister bereid om te zeggen dat er geen ontslagen gaan vallen en dat zij er alles aan zal doen om ervoor te zorgen dat mensen die zich melden, veilig zijn? Omdat het van het allergrootste belang is dat bij de NVWA die cultuur van niet handhaven doorbroken wordt.

Tot slot. De minister heeft haar verantwoording gestuurd over 2018. Ik heb daar verschillende vragen over gesteld. Ondanks dat de minister nu een onderzoek instelt naar het functioneren van de NVWA, blijf ik van mening, en met mij mijn fractie, dat het onverantwoord is, terwijl je weet dat er niet wordt gehandhaafd, 1,7 miljoen dieren per dag naar de slachterij te sturen en die miljoenen dieren in die stallen te laten zitten, zonder dat er sprake is van deugdelijke handhaving door de toezichthouder. Wat kan de minister daarover zeggen? Hoe verantwoord is het om gewoon door te gaan met alles, gedurende het onderzoek? Ik snap dat onderzoek tijd nodig heeft, maar moet er niet ook meer gebeuren om die dieren te beschermen? Moeten we niet stoppen met het exporteren van dieren, bijvoorbeeld? Moeten we niet stoppen met het fokken van dieren, zolang we niet kunnen garanderen dat er daadwerkelijk wordt toegezien op het dierenwelzijn en de voedselveiligheid? Is de minister bereid om ook daarin een stap te zetten?

Voorzitter. Tot slot. We hebben bij het aantreden van deze minister gezegd dat we zien dat er op Landbouw moeilijke keuzes te maken zijn. De minister is halverwege haar periode. Ik heb er nog niet heel veel van gezien. Ik zou haar willen aanmoedigen om toch echt die bal wel op te pakken. De analyses liggen er gewoon op het ministerie. Ze heeft eigenlijk alle belangrijke organen in haar rug: de belangrijkste adviesorganen van de regering en de rechters die haar steunen als ze zou zeggen "ik grijp nu in in de veehouderij". Ze zou absoluut de steun hebben van de Partij voor de Dieren en een groot deel van de partijen in de Kamer. De partijen die ondanks al die signalen en ondanks al die rapporten en ondanks de uitspraken van de rechter nog steeds niet willen bewegen, hebben zichzelf toch echt wel buitenspel gezet.

Voorzitter. Ik heb 4 minuten en 30 seconden over. Ik denk dat ik u een grote dienst heb bewezen.

De voorzitter:
Het is voorbij gevlogen, weet u dat?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat dacht ik al.

TWEEDE TERMIJN

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Voor de mensen op de publieke tribune en de mensen die thuis meekijken: zo gaat een debat dus eigenlijk nooit. Ik stel voor dat we het vaker doen, dat de Partij voor de Dieren in haar eentje spreektijd heeft. Het zou dan wel fijn als de minister dan iets meer werk maakt van de antwoorden.

De voorzitter:
Ik heb goed nieuws voor u. Ik heb net even met mevrouw Arib zitten appen en de komende twee maanden mag u in deze zaal staan zo vaak als u wilt. Ik begrijp dat uw partij rijk is, dus als uw partij betaalt voor de elektriciteitsrekening dan komt het allemaal goed.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Maar dan bent u er niet bij.

De voorzitter:
Meestal niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee. Dat vind ik dan toch wat ongezellig, maar dank voor het aanbod. Het was heel genereus.

Voorzitter. Dank aan de minister voor de toezeggingen op het gebied van het onderzoek van de NVWA. Ik ben echt blij dat de mensen die zich afvragen of zij zich wel of niet kunnen melden, of dat goed gaat, voor de zomer, als dit onderzoek loopt, van de minister hebben gehoord dat ze het echt belangrijk vindt dat iedereen zich vrij kan melden en dat er na afloop ruimte is voor een gesprek met de minister. Ik denk dat dat het onderzoek ten goede komt en dat dat in het belang is van iedereen. Dus dank daarvoor.

Dan heb ik nog wel een appeltje te schillen met de minister over haar verantwoordelijkheid voor dierenwelzijn en vooral de transparantie daarover. Ik begin er niet voor niks over. We horen al jaren uit de sector: kom dan kijken, iedereen is welkom om zelf te komen kijken. Toen begin 2018 de beelden uit een varkenshouderij naar buiten kwamen via Varkens in Nood, was de reactie van de sector: dit is niet representatief, het is 's nachts gemaakt en iedereen die zelf wil komen kijken en beelden wil maken is welkom. De minister heeft dat nog herhaald in haar brief over de misstanden in de varkenshouderij. De sector nodigt pers en andere belangstellenden uit om zelf te komen kijken en beelden te maken, want "ze hebben niks te verbergen". Dat was wat de sector zei. Ik ben een héle zomer bezig geweest met de vraag of ik binnen mocht kijken en beelden mocht maken. Het is niet gelukt.

Een sector die zegt niks te verbergen te hebben, heeft dan wel heel wat uit te leggen. En ik krijg iedere dag van de sector te horen: kom dan zelf kijken. Dan zeg ik: ja, ik kom zelf kijken, maar dan wil ik ook beelden maken, want ik deel dat met het Nederlandse publiek.

De voorzitter:
En dus?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan ben ik niet meer welkom. Ik vind dat de minister zich uit dat kamp moet scharen. Zij staat voor die transparantie. Als je niks te verbergen hebt, dan moet je dat ook waarmaken.

Ik zei "scharen" en ik zag toen de heer Futselaar wat fronsen. De minister moet uit dat kamp dat altijd maar zegt: het is niet representatief, kom zelf een keertje kijken. En vervolgens is dan de deur dicht.

De voorzitter:
Prima.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik heb een motie over de transparantie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister van LNV verantwoordelijk is voor het bevorderen van transparantie en ketenverantwoordelijkheid in de Nederlandse agro-, visserij- en voedselketens;

verzoekt de regering die verantwoordelijkheid waar te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 21 (35200-XIII).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Over dierenwelzijn zei de minister: er komt nog een AO en er komen nog brieven. Ja, maar de minister komt haar afspraken niet na, bijvoorbeeld over de bokkensterfte. Weer zo'n gevalletje: én de overheid doet niks, én de NVWA kijkt weg. Jarenlang waren er op die bokkenmesterijen NVWA'ers die een inspectie hielden. Zij gaven dan allemaal krulletjes. In 2017 bleek, dankzij een inspectie van een maatschappelijke organisatie, Eyes on Animals, ineens dat de sterfte op die bokkenmesterijen wel 62% kan zijn. Die dieren zijn zó ziek omdat ze bij hun moeder zijn weggehaald, dat een derde tot twee derde van ellende sterft. Ineens blijkt dat het tranen met tuiten is in die bokkenmesterijen. Maar dat blijkt dus omdat er een externe partij kwam kijken. Iedereen was er verontwaardigd over en de overheid, toenmalig minister Kamp, zei: er komt een plan van de sector en er komt een voortgangsrapportage. Deze minister is nu alweer twee keer haar belofte op dat terrein niet nagekomen.

De voorzitter:
Ja.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Eind 2018 zouden we daar een voortgangsrapportage over krijgen. Daar moesten we om leuren. Die kwam begin 2019. Toen zouden we voor juni een voortgangsrapportage krijgen, en dat wordt nu weer september. Ik snap, voorzitter, dat u een beetje ongeduldig bent, maar moet u zich eens voorstellen hoe de dieren zich voelen. Die beloften die komen maar en komen maar, en altijd is er uitstel.

De voorzitter:
Ja.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dus, voorzitter, ik zou het op prijs stellen als u mij de tijd gunt om hier gewoon eventjes mijn betoog af te maken. Als u zo'n bokje was in een bokkenmesterij, zou ik ook voor u opkomen.

De voorzitter:
Nou, dat is een pak van m'n hart.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zo is dat.

Voorzitter. De minister maakt zichzelf er gewoon veel te gemakkelijk van af. Er komt nog een brief, er komt nog een voortgangsrapportage. Ik noem ook de biggensterfte. Tien jaar geleden zei minister Verburg: die biggensterfte is te hoog en moet naar 10,5%. Dat is nog steeds belachelijk veel, maar vooruit, er was een doel gesteld. Eind 2018 blijkt dat de sector dat helemaal niet waarmaakt, en deze minister treedt niet eens op. Zij zegt alleen: ja, ik vind het onverantwoord en u krijgt nog een voortgangsrapportage. Die zouden we in juni krijgen. Dat wordt weer september. En die sector fokt maar door. We lezen in de Boerderij dat het aantal biggen dat zeugen moeten werpen, nóg verder wordt opgevoerd. En de voorzitter van de POV, de vakorganisatie voor die varkenshouders zegt: ja, ethiek, ethiek, daar kan je het wel over hebben, maar die doet er niet toe als mensen er niet voor willen betalen. Dan vraag ik aan deze minister, een minister van de ChristenUnie: ziet u ethische kwesties zo? Is ethiek alleen maar geldig als er ook een dubbeltje voor betaald wordt? Ik vraag me trouwens af hoe dat zit, want vanwege die gruwelijke varkenspestcrisis in China verdienen varkenshouders nu meer, en ik zie nog geen enkele verbetering van het dierenwelzijn doorgevoerd worden met dat extra geld dat ze nu verdienen.

Dus, voorzitter, ik word daar gewoon boos van. Je kunt wel zeggen dat er nog wat voor de dieren komt, maar er komt nóóit wat voor de dieren, tenzij je het een keer gaat doen.

Voorzitter. Dat gezegd hebbende, kom ik op de NVWA. De minister moet aan de bak om de dieren echt te beschermen, en er is onderzoek om de NVWA beter te laten functioneren. Dat is goed, maar dat kan nog wel wat beter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in de afgelopen elf jaar vele rapporten zijn verschenen waaruit blijkt dat er zeer ernstige tekortkomingen zijn in de inrichting en de uitvoering van het toezicht op dierenwelzijn en voedselveiligheid;

constaterende dat verbeterplannen en reorganisaties daar geen enkele verbetering in hebben gebracht;

verzoekt de regering het externe onderzoek naar het functioneren van de NVWA uit te breiden naar alle bedrijven in de veehouderij, diertransporten en alle slachthuizen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 22 (35200-XIII).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Tot slot, een laatste motie. Dat zal u geruststellen, voorzitter. De verantwoordelijkheid voor het niet-functioneren van de NVWA en voor het wegkijken van al die signalen dat het toezicht totaal niet functioneert, ligt ook hier. Het is de hoogste tijd om ook de politieke verantwoordelijkheid voor het niet-functioneren van het toezicht op dierenwelzijn en voedselveiligheid te onderzoeken. De Partij voor de Dieren wil daarom een parlementaire enquête, zodat duidelijk wordt wie hier achter de schermen aan de knoppen heeft zitten draaien en wie daar een verkeerde rol in heeft gespeeld.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in de afgelopen elf jaar vele rapporten zijn verschenen waaruit blijkt dat er zeer ernstige tekortkomingen zijn in de inrichting en de uitvoering van het toezicht op dierenwelzijn en voedselveiligheid;

constaterende dat verbeterplannen en reorganisaties daar geen enkele verbetering in hebben gebracht;

spreekt uit dat er een parlementaire enquête moet komen naar het functioneren van de NVWA;

verzoekt het Presidium nog dit kalenderjaar jaar voorstellen te doen over de opzet en de vorm van dit onderzoek,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 23 (35200-XIII).

U heeft het zelf over het Presidium. Het is dus een onderlinge, interne Kameractiviteit. De minister is welkom om daar een mening over te hebben, maar het is een Kameractiviteit.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Precies. Een parlementaire enquête organiseren we hier zelf.

De voorzitter:
Dank u wel. Heel mooi.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb nog een paar minuten, voorzitter. Ik dank de minister nogmaals voor haar toezegging op het gebied van het onderzoek van de NVWA. Ik denk dat dat belangrijk is voor de mensen die zich gaan melden. Maar de minister zal ook echt aan de bak moeten — misschien kan ze deze zomer daarvoor gebruiken — voor het beschermen van de dieren en het nakomen van beloften. Dan bedoel ik niet alleen de beloften die deze minister heeft gedaan, maar vooral ook de beloften die twintig jaar geleden al aan de dieren zijn gedaan en die nog steeds niet worden nageleefd.