Bijdrage Ouwehand aan debat over het eind­verslag van de infor­mateur


5 oktober 2021

Voorzitter, dank u wel. De grote vraag is hoe dezelfde regering nu opeens vernieuwend kan zijn. Waar zouden we dat vertrouwen in vredesnaam op moeten baseren?

Voorzitter. Dat is niet alleen de vraag die de Partij voor de Dieren stelt, maar heel indringend ook de slachtoffers van het toeslagenschandaal, die terecht zeggen: het lijkt wel alsof Den Haag vergeten is waar deze hele politieke crisis mee begonnen is. Waar zouden wij vertrouwen in moeten stellen als we zien dat, toen het eindelijk naar boven kwam, het kabinet is afgetreden, maar ze vervolgens doorgingen? En we zien nu dat de staatssecretaris die demissionair deze mensen moet helpen, precies dezelfde reflexen vertoont als die de aanleiding waren voor het aftreden, namelijk verdoezelen en wegmoffelen dat er onder ede is gelogen.

Voorzitter. Partijen die hier zeggen "we moeten deze mensen recht doen" en "we moeten alles op alles zetten om het leed te verzachten" kunnen toch onmogelijk hun oren dichthouden voor wat deze mensen zeggen, namelijk dat het hen gewoon pijn doet dat deze coalitie opnieuw door zou gaan, met VVD-leider Mark Rutte.

Voorzitter. De VVD heeft vastgehouden aan Rutte als leider van de fractie, als voorman voor het nieuwe kabinet. Dat is de man die tegen de Kamer heeft gelogen, niet één keer, niet twee keer, maar vele malen. Waar moeten wij dan het vertrouwen in stellen dat het volgende kabinet wél netjes met de rechtsstatelijke verhoudingen om zal gaan? Dit kabinet heeft niet alleen de stikstofcrisis veroorzaakt, waardoor onze natuur dramatisch verslechtert, boeren in een steeds grotere knel zijn komen te zitten en het hele land zo ongeveer op slot zit ... De gedeputeerde in de provincie Gelderland zegt: ik zou wel willen bouwen, maar 70% van wat we willen, kan gewoon niet, vanwege stikstof. Het is niet zo dat dit kabinet z'n uiterste best heeft gedaan om die problemen op te lossen en dat het jammerlijk niet is gelukt. Nee, er moest een commissie worden aangesteld, en vervolgens kwam die commissie met een rapport, en dat wordt dan niet uitgevoerd. En nu moeten wij er vertrouwen in hebben dat die grote problemen waarvoor Nederland staat, worden opgelost als de zittende coalitie gewoon doorgaat.

Voorzitter. Ik denk niet dat mensen in Nederland hiermee geholpen zijn. Ik denk dat het grote probleem waarmee we ons geconfronteerd zien, niet is dat partijen niet tot onderhandelingen zouden kunnen komen over een nieuw kabinet, maar dat het diepe probleem is dat het ons niet lukt, met deze mensen, om een kabinet te vormen waarin Nederland vertrouwen kan hebben, om een kabinet te vormen dat uit zichzelf weet wat z'n taak is, ongeacht politieke kleur. Dat betekent dat de rechtsstaat de ondergrens is waaraan je je moet houden. Het afgelopen kabinet zat daar diep onder, met de Urgenda-uitspraken, de stikstofuitspraken en met het ongelofelijke toeslagenschandaal. En datzelfde kabinet wil, kennelijk zonder enige reflectie, doorgaan.

Mijn vraag aan de informateur — dank voor uw werk, overigens — is dan ook: heeft die reflectie plaatsgevonden, zodat er een beginnetje zou kunnen zijn, zodat er iets van vertrouwen zou kunnen gaan groeien? Volgens mij niet. We zien het demissionaire kabinet precies dezelfde dingen doen als het missionaire kabinet. En de mensen mogen blijven zitten met de problemen waar ze nu mee zitten. De Partij voor de Dieren verzet zich met kracht tegen een doorstart van Rutte III. Mocht die er toch komen, dan zult u van ons horen in deze Kamer.

Interrupties

Interruptie bij de VVD

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik begrijp dat we moeten geloven dat alles nieuw wordt: nieuwe bestuurscultuur; we gaan alles beter doen; we gaan dat regelen in de formatie. Ik begrijp alleen niet zo goed waar de VVD-fractie het vertrouwen vandaan haalt dat dat ook daadwerkelijk gaat gebeuren. En waarom denkt de VVD-fractie dat wij daar vertrouwen in hebben, gelet op het optreden van het kabinet, zowel toen het nog missionair was als de hele periode daarna, toen het demissionair was?

Mevrouw Hermans (VVD):
Dit doet mij een beetje denken aan ons debat van twee weken geleden. Toen hadden we het ook over intenties. Mijn motivatie en intentie is om hier in de komende jaren, met de VVD-fractie, met de partijen in de coalitie, maar ook met alle partijen in de oppositie, daar waar het lukt en daar waar het gaat met oppositiepartijen ook een constructieve samenwerking aan te gaan, juist omdat ik erin geloof dat we het hier samen moeten doen, met meer partijen dan alleen in de coalitie. Ik heb die ambitie, ik heb die energie om daarmee aan de slag te gaan. Het zal in de komende periode moeten blijken of wij u daarvan kunnen overtuigen, want ik denk dat u en ik zo in een interruptiedebat er niet uit komen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nou ja, niet als je de hele tijd over intenties begint, want volgens mij is mijn vraag heel valide, ook gezien de cijfers dat burgers geen vertrouwen hebben in dit kabinet. We moeten vaststellen dat dit kabinet onder de kwalificatiegrens heeft gezeten, los van welke partij je ook bent als bewindspersoon. Als je een bewindspersoon bent, dan heb je te opereren binnen de grenzen van de rechtsstaat. Dat heeft het kabinet niet gedaan. In het toeslagenschandaal zijn burgers vermorzeld door de overheid. In het stikstofschandaal moest er een uitspraak van de rechter komen, en nóg waren de bewindspersonen niet te porren om hun mínimale kwalificatie te halen. Urgenda, hetzelfde verhaal. Het is geen snúffelstage, een kabinet vormen, waarbij je nog heel veel hulp van buitenaf hebt om te zorgen dat je doorkrijgt wat de bedoeling is; dat je doorkrijgt: oké, dit is mijn taak, daar moet ik aan voldoen en wat fijn dat mensen van buitenaf nog een beetje helpen. Je moet zelfstándig de motivatie hebben om binnen de grenzen van de rechtsstaat te blijven. Dat heeft dit kabinet niet laten zien. En nu moeten wij geloven dat het in een formatiegesprekje ineens wél die omslag gaat maken? Dan vraag ik gewoon aan de VVD-fractie: waar halen zij zelf dat vertrouwen vandaan en hoe haal je het in je hoofd om te denken dat wij dat hier kunnen vertrouwen?

Mevrouw Hermans (VVD):
Mevrouw Ouwehand noemt een aantal onderwerpen die de komende jaren voor het nieuwe kabinet, voor de politiek in het algemeen dé grote onderwerpen zijn. Het gaat over een betaalbaar huis, het gaat over een perspectief voor boeren, het gaat over een schone leefomgeving, het gaat over het in stand houden van onze natuur hier in Nederland. Ja, dat zijn héle serieuze opgaven. Dat vraagt héél erg serieus werk, in eerste instantie om tot een goed regeerakkoord te komen, goeie mensen in het kabinet die daaraan uitvoering gaan geven. En vervolgens aan ons, 150 leden van de Tweede Kamer, om dat scherp te controleren en met voorstellen te komen daar waar wij denken dat het beter en scherper kan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Tot slot. Dit gaat voorbij aan het fundamentele probleem. Als je niet bereid bent om te reflecteren op de hele diepe betonrot die dit kabinet en ook de voorgangers trouwens, ook het kabinet-Balkenende, het zijn echt niet alleen maar de kabinetten-Rutte … Maar als je toch moet constateren dat we geleid zijn door mensen die niet uit zichzelf aanvoelden dat het minimale wat je moet doen de rechtsstaat respecteren is, óók als dat politiek onwelgevallig is; stikstof, Urgenda … Dan mag je toch verwachten dat als er opnieuw een beroep wordt gedaan op het vertrouwen van de Kamer dat het nu allemaal ánders gaat, je dan éérst constateert: ze hebben vér onder de mínimale ondergrens gepresteerd. Daar zullen we iets van moeten vinden, daar zullen we iets van moeten zeggen en dán wil ik best geloven dat mevrouw Hermans goeie intenties heeft dat we stappen vooruit gaan zetten. Maar als je dat niet eens wilt erkénnen, dan komen we toch nergens? Dan kán de burger toch geen vertrouwen hebben in de doorstart van nota bene datzelfde kabinet?

Mevrouw Hermans (VVD):
Mevrouw Ouwehand had het over reflectie. Volgens mij kunt u een heleboel dingen van de VVD zeggen, maar niet dat wij in de afgelopen jaren niet gereflecteerd hebben en in de verschillende debatten ook niet die reflecties met u hebben gedeeld. Die reflecties moeten vervolgens leiden tot acties en tot daden, dat ben ik ook met mevrouw Ouwehand eens. Daar gaan wij de komende periode keihard mee aan de slag.


Interruptie bij D66

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mijn vraag gaat niet over kussens.

Mevrouw Kaag (D66):
Godzijdank.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik zou die trouwens in de kringloopwinkel hebben gekocht, maar dat terzijde. Ik hoor mevrouw Kaag zeggen: onze inzet is klimaat en het uitvoeren van uitspraken van de rechter. We hebben hier vaker met elkaar over van gedachten van gewisseld en dan was het antwoord altijd: met dit kabinet komen we niet verder, maar wacht u maar op het volgende. Het probleem is dat uitspraken van de rechter natuurlijk al moesten worden nageleefd en dat D66 dit kabinet in het zadel heeft gehouden, terwijl dit kabinet dat niet deed. De vraag is dus waar we nu het vertrouwen op moeten baseren dat een volgend kabinet, dat uit precies dezelfde partijen bestaat als het kabinet dat eigenlijk zei "ja, ja, uitspraken van de rechter, die vindt ook weleens wat, daar hoeven we niet naar te handelen en we kijken gewoon even wat we zelf leuk vinden", dat dan anders zou doen. D66 was eerst niet bereid om haar ministers terug te trekken uit een kabinet dat gewoon de rechtsstaat aan zijn laars lapte en nu moeten we geloven dat het voor een volgend kabinet wel een harde voorwaarde is.

Mevrouw Kaag (D66):
Ik denk dat mevrouw Ouwehand dit terecht noemt. Ik heb het ook naar voren gehaald. Dit is voor ons natuurlijk een van de grote lessen van deze ervaring en ik denk voor de andere partijen ook. Als vertrouwen verloren is of beschaamd, moet dat worden herwonnen en terugverdiend. Ik denk — dat is de ambitie — dat er door de inhoud en de nieuwe samenwerkingsafspraken, maar ook door de gezonde afstand tussen Kamer en coalitie, een dun regeerakkoord en de brede samenwerking zoeken, allerlei manieren zijn waarop hopelijk dat vertrouwen snel wordt terugverdiend en we leveren voor de mensen in het land. Maar de rechterlijke uitspraken zijn natuurlijk de totale ondergrens. Wij moeten ons aan de wet houden.


Interrupties bij de ChristenUnie

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mijn vraag is: zouden we ervan uit mogen gaan dat er ook daadwerkelijk iets verandert? Dan noem ik stikstof even als grootste casus. Het was een ChristenUnie-bewindspersoon die daar verantwoordelijkheid voor droeg. Er kwam een uitspraak van de rechter. Er kwam een aanpak. Topambtenaren en alle juristen zeggen nu: het is eigenlijk niet goed. Ik wil heel graag weten wat daar nou gebeurd is. Kan de heer Segers dat vertellen? Ik denk namelijk dat als je daar niet op reflecteert, er ook geen enkele hoop is op daadwerkelijke verandering in een nieuw kabinet. Hoe is het nou zo gegaan dat er een stikstofaanpak kwam, die nog steeds niet voldoet aan die uitspraak van de rechter?

De heer Segers (ChristenUnie):
Dat er niks is gedaan, is niet helemaal mijn perceptie. Dat is ook niet de perceptie van een aantal andere partijen. We hebben daar uren en uren over gesproken. Er ligt hier een wet die uiteindelijk niet uw steun kon krijgen, maar wel die van een meerderheid van de Kamer. Er zijn eerste stappen gezet. Dat het niet genoeg is, is evident. Dat het een van de grote uitdagingen is voor een nieuw kabinet — denk ook aan woningbouw, maar denk ook aan een eerlijke verdeling van de schaarste van ruimte, grond en schone lucht — is evident. Ook daarover gaan we praten.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, tot slot.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik zei niet dat er niks is gedaan. Ik zei: wat er uiteindelijk gebeurde, voldoet nog steeds niet aan de uitspraak van de rechter. Ik herhaal mijn punt. Ik vraag dat, omdat Nederland erop mag rekenen dat je als je in het kabinet zit, doet wat de rechtsstaat van je vraagt, ongeacht je politieke kleur. Dat is bij stikstof niet gebeurd. Ik zou zo graag willen weten of mijn indruk klopt dat het gewoon smerige politieke onderhandelingen zijn geweest, dat het het hele kabinet niks kan schelen wat de rechter heeft gezegd, want de VVD wilde niets met de auto's en de boeren, en dat dat dus de handelwijze was van Rutte III. Als je daar niet op reflecteert en als je niet met ons deelt dat het inderdaad zo ging, dat het ordinair handjeklap was, dat secundair was wat de rechter ervan vond, dat het belangrijker was dat er een dealtje was en dat het geritsel, geregel was, hoe moeten we er dan op kunnen vertrouwen dat het volgende kabinet wél die moeilijke besluiten gaat nemen? Ik zie het niet.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik vind het wel interessant om zo'n vurig pleidooi voor de rechtsstaat te horen van een partij die vervolgens als een coronapas wordt gehandhaafd, dagenlang op de stoep staat bij een restaurant om te protesteren en te zeggen dat het allemaal niet deugt. Dan geldt de rechtsstaat blijkbaar eventjes niet. De rechtsstaat geldt voor ons allemaal, of we het leuk vinden of niet. De uitspraak van de Raad van State over stikstof was een hele ingrijpende. Die was ongelofelijk heftig. Die leidde onmiddellijk tot hele lange, hele ingrijpende, diepgravende gesprekken binnen de coalitie. Die leidden tot wetgeving, waarvan we nu constateren dat het niet genoeg is. Er moet meer gebeuren, maar het moet wel rechtvaardig. Het moet wel eerlijk. Het raakt bedrijven. Het raakt eigendom van mensen. Het raakt emoties. Het is een heel groot onderwerp. Dan vind ik het zo makkelijk om hier als partij die nog groter is dan mijn partij naar voren te kruipen en heel makkelijk te zeggen: jullie doen niks; het is allemaal vreselijk en schandalig. Vervolgens trek ik m'n overall aan, doe ik een pet op en ga ik proberen ons dorpshuis, dat we met elkaar moeten onderhouden, weer een likje verf te geven en mij daar weer een beetje voor in te zetten. Ik zou zeggen: doe ook eens mee. Trek ook eens een overall aan, zet een helm op en ga mee timmeren.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het is goed gebruik dat je een persoonlijk feit mag maken. Dat zou ik graag doen. De heer Segers verwijt mij dat ik de rechtsstaat dan weer wel en dan weer niet serieus neem. Die indruk wil ik heel graag wegnemen. Ik heb getwitterd over een restaurant dat weigerde de coronapas te handhaven. Maar dat is voor eigen rekening. Je mag burgerlijk ongehoorzaam zijn. Ik heb gezegd: dan draag je ook zelf de gevolgen daarvan. Ik heb me actief uitgesproken tegen Holocaustvergelijkingen. Ik steun dat protest voor die deuren helemaal niet. Het zou de heer Segers sieren als hij die indruk hier in de zaal ook niet wekt. Dat wilde ik graag zeggen.