Bijdrage Ouwehand aan debat over het eind­verslag van de infor­­mateur


12 mei 2021

Voorzitter, dank u wel. Het is een historische formatie, en niet in positieve zin. We hebben na de verkiezingen gezien dat de voorman van de VVD tegen de Kamer heeft gelogen. Zou dat de allereerste keer zijn dat dit bij hem gebeurde, dan was de situatie misschien anders geweest. Maar dat was natuurlijk niet het geval. We zagen daar een patroon. Hij bestond het zelfs om het trucje weer uit de kast te halen om te kijken of iedereen erin trapte dat hij het zich niet herinnerd had. Daar heeft de Kamer consequenties aan verbonden. De Kamer heeft ook gezegd: "Wat moeten we nu? Er moet geformeerd worden en er moet een informatieproces zijn. Dat doen we dan op twee niveaus. Ja, we wijzen wel een informateur aan, maar die moet nadrukkelijk onderzoeken of er vertrouwen is of dat het vertrouwen hersteld kan worden."

Voorzitter. Ik vind dat we daar in dit debat niet aan voorbij kunnen gaan. We hebben gezien dat het "hier scheiden onze wegen", wat zo manmoedig klonk uit de mond van mevrouw Kaag, toch wel heeft geresulteerd in "om de vlucht naar voren te kiezen". Wijzen op alle problemen in het land vind ik geen overtuigende argumentatie om te zeggen: dan gaan we toch maar formeren met de VVD van Rutte. Die problemen moeten opgelost worden -- wel degelijk. Maar juist daarom kunnen we het ons niet veroorloven om een kabinet te formeren waar Nederlanders geen vertrouwen in kunnen hebben, met een minister-president, als dit plannetje doorgaat, die niet uit zichzelf de Grondwet respecteert en die niet uit zichzelf de moed en de eer toont om de Kamer te behandelen met het respect dat ze verdient. We zijn het hoogste orgaan. We zitten hier namens de bevolking, wier problemen we allemaal moeten oplossen. Als je daarom moet leuren, beste vrienden, door te zeggen "ik wil graag dit horen van de heer Rutte, want dan kunnen we een stapje verder", als je alleen al die vraag moet stellen, toont dat aan dat de grens, de ondergrens die wij hier zouden moeten bewaken als Tweede Kamer, als volksvertegenwoordiging, behoorlijk ver uit het zicht is geraakt. Ik zou mijn collega's dus willen oproepen om hier niet in te trappen.

We kunnen en we moeten het hebben over de grote problemen, maar de eerste voorwaarde om uit de crisis te komen, is dat we een kabinet hebben waar we van op aan kunnen. Ik citeer even de heer Rutte bij Nieuwsuur: "Een premier die Nederland wil voorgaan, moet een premier zijn van wie Nederlanders weten: misschien zijn het moeilijke maatregelen die getroffen worden, maar hier wordt de waarheid gesproken." Mensen moeten kunnen zeggen: ik ben overtuigd en kan ervan op aan dat hier het landsbelang, het belang van de burgers, het belang van toekomstige generaties en het belang van een leefbare aarde vooropstaan, en dus niet het politieke belang van iemand die de langstzittende premier van Nederland wil worden of het partijbelang van de VVD. Mensen moeten daar blind op kunnen vertrouwen. Dat is gewoon niet aan de hand. Dus ik ben het eens met het voorstel van de informateur om met elkaar te spreken over de grote problemen en de vraag welke oplossingen daarvoor zijn, maar eerst moeten we vaststellen dat we dat alleen kunnen doen met partijen en voormannen of -vrouwen die de rechtsstaat respecteren, en dat we daar vertrouwen in hebben.

Voor de Partij voor de Dieren is die vraag niet positief beantwoord. We zijn niet onder de indruk van de wegwijzers om te wijzen naar de grote problemen in het land. Dat hoort bij het uit het oog verliezen van de grens die we allang hadden moeten bewaken. Dat het klimaatprobleem niet is opgelost, betekent dat Nederland zich niet aan de rechtsstaat houdt. Dat het stikstofprobleem niet is opgelost, betekent dat Nederland, onder leiding van de heer Rutte, gewoon het internationale recht aan zijn laars lapt. Dan hebben we het nog niet eens gehad over de hele aanleiding dat we hier überhaupt op deze manier over debatteren, namelijk het toeslagenschandaal.

Voorzitter. We kunnen niet verder. We kunnen alleen verder als er vertrouwen is.

Interrupties

Interrupties bij de VVD

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik dacht: ik wacht even af. Misschien had de heer Rutte wel een Castro-achtige spreektijd nodig om duidelijk te maken waar al zijn radicale ideeën uit bestaan. Bij Nieuwsuur was die maar een kwartiertje, denk ik. Daar is nu twee uur bij gekomen, maar de kans bestaat dat de heer Rutte toch nog iets wil toevoegen aan de zogenaamde zelfreflectie die we hebben gezien, aan de radicale ideeën, en dat er toch nog iets is wat hij de Kamer uit zichzelf zou willen meegeven over wat anders moet of anders kan. Nou, is er nog iets wat hij had willen zeggen?

De heer Rutte (VVD):
Dan ga ik toch de spreektest gebruiken. Ik dacht: dit is voor een deel al voorbijgekomen in de Q&A's, in de vragen en antwoorden van net. Laat ik proberen om het samen te vatten, voorzitter.

De voorzitter:
Ik zou de heer Rutte willen vragen om niet te herhalen wat allemaal uitgewisseld is. Heel kort.

De heer Rutte (VVD):
Wat betreft de verhouding zijn er voor mij vier essentiële pijlers waar we de komende tijd over moeten praten. De allereerste is de relatie tussen overheid en burger. Ik heb een aantal voorstellen gedaan. Uiteraard moet er meer gebeuren, maar de kern ervan is: hoe krijgt de overheid het menselijk gezicht terug, hoe krijgen wij zicht op tendensen in de uitvoering als dingen fundamenteel fout gaan en hoe voorkomen we de nachtmerrie die niet ondenkbaar is en die we, denk ik, allemaal voelen, namelijk dat op enig moment blijkt dat er zonder dat wij dat wisten iets is fout gegaan op andere delen van de uitvoering? En hopelijk is dat dan ook niet vergelijkbaar met de kindertoeslagaffaire. Dat raakt dan alle instanties van de overheid. Dat betekent -- maar ook die discussie hebben wij net gehoord -- dat de regels niet complex moeten zijn, dat de anonimiteit en de afstandelijkheid eraf moeten en dat iedereen die vragen heeft, altijd een oor moet kunnen vinden bij de overheid.

Over de verhouding kabinet/Kamer heb ik al het nodige gezegd. Het volgende is hierbij wel een belangrijk punt; ik heb het even kort benoemd. Dit zeg ik als voorman van mijn partij. Hier is de cultuur gegroeid dat, als er een fout wordt gemaakt, de vraag in de discussie eigenlijk meteen is: wanneer treedt die staatssecretaris, of minister, af en overleeft hij het debat? Ik vind dat we in plaats daarvan die discussie eerst even met elkaar moeten voeren en dat we ook moeten accepteren dat fouten worden gemaakt. Ik pleit hier voor iets meer vergevingsgezindheid, mits er lessen worden getrokken als er fouten worden gemaakt. In mijn ogen, naar mijn opvatting, is de politieke cultuur op dat vlak de afgelopen jaren niet de goede kant op gegaan.

Dan de rol van de Kamer. Daar heb ik het nog helemaal niet over gehad, dus dank aan mevrouw Ouwehand. Ik vind dat de controlemogelijkheden van ons als Kamer moeten worden versterkt door een betere en transparante informatievoorziening. Dat raakt zowel aan de wetgeving en de kwaliteit van wetgeving als de controlerende taak van de Kamer.

(vervolg) De heer Rutte (VVD):
En ik heb het ook gehad over de ruimte voor professionals: hoe zorg je ervoor dat die ook meer ruimte krijgen in de uitvoering? Ook dat is van groot belang. Dat raakt overigens ook aan het vernieuwen en versterken van de rechtsbescherming; daar hebben we ook over gesproken. De sociale advocatuur hoort daarbij, als vangnet voor mensen die in de knel komen; dus dat dat goed geregeld is en goed geregeld blijft. Daar hoort ook bij de tegenmacht organiseren vanuit de samenleving. Daar hoort bij de verplichting -- vind ik, ook voor ons als Kamer -- om burgerinitiatieven veel sneller te behandelen. Dat kunnen we bijvoorbeeld doen door een verplichting van een commissiedebat bij een burgerinitiatief binnen een halfjaar na goedkeuring. Op dit moment loopt dat soms op tot anderhalf jaar, dus dat doen we gewoon niet goed als Kamer. En het streven -- en dat is ook een fundamenteel nieuw denken in mijn partij dat ik in de campagne heb uitgedragen -- naar niet een kleine overheid, maar naar een sterke overheid. Geen grote overheid, maar een sterke overheid, waarbij dus niet de omvang centraal staat, maar hoe goed die overheid in staat is om de eigen taken uit te voeren.

Nou, dat is een heel aantal zaken, maar ik zou willen afsluiten door te zeggen, ook tegen mevrouw Ouwehand: kom met uw voorstellen. Ik ben heel benieuwd. Laten we kijken of we de komende tijd samen kunnen bouwen aan een cultuur, hier tussen Kamer en kabinet, maar ook met de samenleving, met professionals, waardoor we met elkaar het gevoel hebben dat we daar echt, door die vreselijke avond op 1 april -- die ik heb veroorzaakt, en het begint dus ook met een reflectie van mij -- iets met elkaar uit kunnen halen. En dan bedoel ik niet een vierde kabinet-Rutte. Dat hoop ik, maar dat vraag ik haar niet, maar wel dat we fundamenteel iets veranderen in de manier waarop we werken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank voor de aanvulling op alles wat de minister-president ... "Minister-president"? Wat zeg ik nou? Hij staat hier als VVD-voorman. Dus dank voor wat de VVD-voorman tot nu toe heeft gezegd over hoe hij terugkijkt op de kabinetten onder zijn leiding. Ik vraag dit expliciet: uit zichzelf. Ik vind dat we dit hier echt moeten uitzoeken. Die vertrouwensvraag is op tafel gekomen. We zitten in een heel bijzondere formatie. En dit debat gaat erover of deze Kamer in vertrouwen een meerderheid kan vormen, of een minderheid, voor een kabinet. De VVD-voorman wil daar graag aan meedoen. Dan moeten we dus weten: wat zijn zijn eigen, oprechte, overtuigingen? Ik vind niet dat wij hier achter wie dan ook aan moeten lopen, en zeggen: ik wil dat je dit zegt, anders vertrouw ik je niet. Het is niet een functie van een stagiair die hier ter beschikking staat, waarbij je zegt "je hebt nog begeleiding nodig", die we nog van alles moeten leren. Nee, als je minister-president van Nederland wilt worden, dan moet je uit jezelf de Grondwet respecteren. Dan moet je, als je bijvoorbeeld door de rechter op de vingers wordt getikt, in de klimaatzaak, in de stikstofzaak, uit jezelf schrikken en de boel willen herstellen. Dus de ideeën waar de heer Rutte de Partij voor de Dieren nu naar vraagt, zijn de afgelopen tien jaar al lang en breed voorbijgekomen. Maar in zijn rol als minister-president heeft hij ervoor gekozen om daar niet naar te luisteren. Hij heeft ervoor gekozen om zijn partijbelang voorop te stellen, en niet het landsbelang.

Dus ik roep mijn collega's ook op om dit debat niet te behandelen als: kunnen we degene die het land verder wil leiden ertoe bewegen om een aantal beweginkjes te maken. Want dan blijven we bezig. Wij mogen de ondergrens stellen: dat er niet wordt gelogen tegen de Kamer; dat als de rechter je op de vingers tikt, je je dan een hoedje schrikt. En, mijn laatste punt: dat er eerlijkheid is. Ik wil daar één vraag over stellen, want ik kan wel duizend voorbeelden noemen. Ik hoorde de heer Rutte zojuist zeggen over het rapport van de kindertoeslagaffaire: we omarmen de conclusies, maar dat er politieke redenen aan ten grondslag lagen, dat is gewoon niet waar. Klopt het dat hij dat hier als VVD-voorman zegt?

De heer Rutte (VVD):
Ik ga niet het debat van vorige week overdoen, maar daar ging dat debat over. Het debat ging over de notulengate. Het debat van vorige week donderdag ging nou precies in de kern daarover, namelijk: heeft het kabinet bewust, om politieke redenen, stukken achtergehouden? Er waren twee redenen waarom er stukken werden achtergehouden, en die zijn ook openlijk aan de Kamer gemeld. We hebben dat allemaal bediscussieerd in het debat van vorige week, dus ik ga dat nu niet overdoen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, de heer Rutte heeft ...

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, wij hebben inderdaad over de notulen een uitgebreid debat gehad. U heeft zelf aangegeven dat u het debat van vandaag ook wat breder wilt trekken. Ik geef u ook de gelegenheid, maar ik wil u wel vragen om uw vragen wat compact te stellen. En u heeft ook een oproep gedaan aan de Kamerleden; dat hoorde ik ook in uw eerste interruptie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zeker. Ik denk dat u het interessant vindt, wat ik nu ga zeggen. Het geval wil namelijk ...

De voorzitter:
U hoeft het niet voor mij te doen. Ik vind altijd alles wat u zegt heel interessant.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, daar kon ik eigenlijk wel van uitgaan, hè. De heer Rutte zie bij Nieuwsuur: ik wil Nederland voorgaan. Alleen al op basis van die uitspraak, maar ook als hij minister-president wil worden, moeten we er gewoon op kunnen vertrouwen dat je geschikt bent voor die functie en dat je niet de ene dag a zegt en de andere dag b. Wat wil nou het geval met die kinderopvangtoeslagaffaire? Natuurlijk kunnen er dingen fout zijn gegaan. De heer Rutte zei net zelf: ik wil graag meer vergevingsgezindheid. Die krijg je als het echt alleen maar gaat om fouten waar je niets aan kon doen en als je bereid bent tot zelfreflectie. Dan beweegt de Kamer heel erg met je mee. Maar wat nou zo treffend was, was dat er politieke redenen ten grondslag aan hebben gelegen. Daarbij ontstond -- ik druk mij heel voorzichtig uit -- een meningsverschil tussen de Kamer en het kabinet. Het kabinet zei "nee" en de hele Kamer -- het was een motie van de heer Dijkhoff -- zei "jawel", want die commissie heeft dat geconcludeerd en het waren wel degelijk politieke redenen. En daar zit natuurlijk de kern van de zaak als het gaat om vertrouwen. Toen hebben we dat debat gevoerd en toen heb ik een motie ingediend zodat de nieuwe Kamer, inclusief de heer Rutte, inclusief de heer Hoekstra, inclusief mevrouw Kaag, die in het kabinet zaten, zich kon uitspreken, in de zin van: ondersteunen we de conclusie van de commissie, waren het nu wel of geen politieke redenen? En toen heeft de heer Rutte voor die motie gestemd, hoofdelijk. Vanuit zijn rol als VVD-fractievoorzitter zei hij keurig: ja, het waren wel politieke redenen. Nu staat hij hier twee weken later, ook in zijn rol als VVD-voorman, en dan zegt hij weer van niet. Bij zo'n figuur kunnen we niet de leiding van het land in handen leggen.

De heer Rutte (VVD):
Echt, echt onzin! De conclusies van de commissie onderschrijf ik volledig en onderschrijft volgens mij de hele Kamer volledig. De fractievoorzitter van de partij waar ik laatst lijsttrekker van mocht zijn, heeft die motie zelfs ingediend; dat was de motie-Dijkhoff. De discussie vorige week ging niet daarover; die ging over de vraag of bij het feitenrelaas uit november 2019 het kabinet bewust, omdat het politiek handig uitkwam, stukken niet aan de Kamer heeft verstrekt. We hebben toen gezegd dat er twee redenen waren waarom we dat niet deden, namelijk hoe we op dat moment omgingen met de relatie Wob en artikel 68 van de Grondwet en omdat we niet van plan waren om ambtenaren voor de bus te gooien. Dat waren de afwegingen die we toen ook transparant met de Kamer hebben gedeeld. Dus ik ga dat nu niet overdoen en ik sta volledig achter de motie-Dijkhoff.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Ouwehand. Daarna geef ik het woord aan de heer Eerdmans en dan aan de heer Van der Staaij.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb in de nieuwsberichten ook al gezien dat andere partijen zeiden: dit helpt niet. Ik kan de motie nog wel even voorleggen, hoor. Als kabinet hebben we dat inderdaad gezien en toen heeft de Kamer gezegd: er waren wel politieke redenen. Het kabinet heeft toen gezegd: we omarmen alle conclusies behalve die. En dat is nou juist die ene waar het om gaat, omdat we al dat andere samen kunnen oplossen. En het is schandalig dat dat zo lang duurt en het is voor die mensen verschrikkelijk, maar het kan gebeuren dat je problemen die zijn ontstaan, samen moet oplossen. De vertrouwensvraag gaat erover: probeer je dingen weg te houden omdat het je politiek beter uitkomt of niet? Daar heeft Rutte niet alleen een meningsverschil met zichzelf als leider van het kabinet en als voorman van de VVD-fractie, maar ook nu in zijn rol als fractievoorzitter van de VVD heeft hij twee verschillende meningen. Als je met zó'n man wil besturen, dan weet ik het niet meer.

De heer Rutte (VVD):
Nee hoor. Dan hebben vier partijen twee verschillende meningen, want wat ik hier vorige week vertelde, geldt voor het hele kabinet. Het is gewoon echt niet waar.

Interruptie bij D66

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan laat ik mijn vraag vergezeld gaan van een herhaling van de opmerking in uw richting dat dit debat gewoon wel gaat over het vervolg na de aangenomen motie. Die motie zei nadrukkelijk dat we aan de heer Tjeenk Willink zouden vragen om uit te zoeken of en zo ja hoe er vertrouwen zou zijn. Mijn eenvoudige vraag aan mevrouw Kaag is nu: wat is daar dan nu het antwoord op? Ik raak namelijk een beetje in de war van haar betoog. Iedereen is het erover eens dat de problemen in dit land moeten worden opgelost, maar we weten dat er twee dingen nodig zijn. We hebben een kabinet nodig dat de problemen gaat oplossen, maar eerst hebben we nodig dat we weten in wie we vertrouwen kunnen stellen. Ik zou graag antwoord krijgen op die vraag. Is die vraag voor D66 beantwoord en stellen zij vertrouwen in Rutte als voorman van de VVD om mee te gaan regeren?

Mevrouw Kaag (D66):
Weet u, ik weet dat u ervan houdt die vraag iedere keer te stellen. Ik denk dat we gewoon door moeten op inhoud en vertrouwen met elkaar moeten bouwen. Ik ben van de school "eerst zien, dan geloven". Dat zien we aan het eind van het proces. Dan mag heel Nederland over ons denken of wij allemaal een nieuwe bestuurscultuur, een nieuwe bestuursstijl en politieke stijl kunnen naleven. Dat indachtig kunnen we aan het hele land laten zien dat wij onze eigen oproepen waardig zijn, want wat mij betreft staan we allemaal aan de lat. Eerst zien, dan geloven. Dat doen we door de inhoud en door de afspraken en de kaders die we met elkaar kunnen stellen. We staan pas aan de vooravond van een inhoudelijk proces. Dat vind ik ontzettend belangrijk. Iedereen moet zichzelf die vraag stellen. Overigens deed het hele debat mij een beetje denken aan iets wat D66 al decennialang voorstaat: een gekozen premier. Ik zou er misschien bijna een motie over indienen. Dan doe ik mijn eigen toevoeging er nog bij: twee termijnen. Maar ja, ik geloof niet dat iedereen die ondertekent.

Interruptie bij de PvdA

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mijn vraag gaat over die oprechtheid. We hadden aan de informateur de opdracht gegeven om te onderzoeken of en, zo ja, of er voldoende vertrouwen is of kan ontstaan tussen partijen. Dus mijn vraag is of de Partij van de Arbeid voldoende vertrouwen heeft, of dat ziet ontstaan, in de VVD van Rutte.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Ik zei het al: we hebben die motie van wantrouwen gesteund. We hebben ook met belangstelling geluisterd naar de voorstellen die de heer Rutte heeft gedaan in reactie op het debat dat we hadden. Ik heb die voorstellen gekwalificeerd als "onder de maat". Ik ben vandaag niet van oordeel veranderd, dus wat ons betreft is de situatie ongewijzigd en is dat vertrouwen niet hersteld.

Interrupties bij GroenLinks

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
GroenLinks heeft ook de motie van wantrouwen gesteund. Sindsdien zien we dat de heer Klaver heel erg zijn best doet om de heer Rutte maar te laten zeggen wat er gezegd moet worden, want de heer Rutte doet dat allemaal niet uit zichzelf. Vooral in het geval van GroenLinks is het dus spannend of er vertrouwen is en of dat vertrouwen hersteld kan worden. En, zo ja, wat zijn daar dan de voorwaarden voor? Ik zou het wel fijn vinden om daar vandaag helderheid over te krijgen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Het spijt me dat ik dan niet duidelijk genoeg ben geweest in mijn bijdrage. Als het gaat om vertrouwen of om de vraag of je denkt dat Mark Rutte nog een ander mens kan worden, moet je ervoor waken dat ... Dat geloof is bij mij zeer beperkt, maar daar gaat het ook niet om. De gesprekken met elkaar moeten zo snel mogelijk weer over de inhoud gaan. Als er werkelijk inhoudelijk iets kan veranderen, dan kan dat een reden zijn om te kijken of je met elkaar überhaupt weer verder zou kunnen werken.

Als je het hebt over inhoudelijke veranderingen, wil ik graag een aantal zaken noemen. Dat is dat we niet langer wegkijken van de wetenschap, bijvoorbeeld als het gaat om de aanpak van klimaatverandering. Dat is dat we bij stikstof niet langer denken dat we er met kunst- en vliegwerk voor kunnen zorgen dat die stikstofuitstoot omlaaggaat. We zullen daar tot echte oplossingen moeten komen. We zullen daarbij de moeilijke politieke keuzes niet voor ons uit moeten duwen maar die gelijk moeten durven nemen. Ik heb al heel vaak gezegd dat dat betekent dat de toegang tot het recht versterkt moet worden en dat we moeten zorgen dat de overheid in de uitvoering beter wordt. Dat zijn allemaal zaken, maar of zoiets lukt of niet, weet ik niet. Daarover zal je met elkaar het gesprek moeten voeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Een korte vervolgvraag, voorzitter. Vond de heer Klaver het nou geruststellend dat Rutte bij Nieuwsuur zei: "Neem stikstof. Weet je wat we daar hadden moeten doen? We hadden iets meer tijd moeten nemen in plaats van heel snel het probleem oplossen." Anderhalf jaar later is het probleem nog helemaal niet opgelost!

De heer Klaver (GroenLinks):
Nee, dat geeft zeker geen vertrouwen. Dit geeft me ook de mogelijkheid om iets te zeggen over de vorm van het regeerakkoord. Het is vaak gegaan over hoofdlijnen en de wens dat het een dun regeerakkoord zou moeten zijn. Ik heb altijd gezegd: het gaat niet om de kwantiteit maar om de kwaliteit. Laat ik een voorbeeld noemen. In het regeerakkoord van 2017 zie je dat er eigenlijk geen politieke keuzes worden gemaakt voor het klimaat. Dat wordt heel erg naar achteren geduwd. Er is ook twee jaar lang over gesproken en er zijn dus eigenlijk twee jaren verloren gegaan. Over heel veel details -- moeten de lantaarnpalen langs de snelweg wel of niet aan? -- worden er wel hele concrete afspraken gemaakt. Neem nu stikstof. Dat kan je niet vooruitschuiven. Dat heeft niks te maken met dualisme of monisme, want daar moet je stevige politieke keuzes over durven maken. Dat moet tijdens de formatie gebeuren, want als je dat niet doet, dan loop je weer jaren achter de feiten aan.

Bijdrage tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Het is onze taak om waar verwarring is, de boel te ontrafelen en te zorgen dat we scherp houden wat onze taak hier is. We hebben allemaal trouw gezworen aan de Grondwet, zo herhaal ik nog.

In deze hele situatie merk ik wel dat oorzaak en gevolg af en toe een beetje door elkaar worden gehaald. Dat er nu geen kabinet is, ligt dat aan partijen die zeggen: we hebben een kabinet nodig waar we vertrouwen in kunnen hebben? Of ligt het aan partijen die per se een specifieke leider naar voren willen schuiven, die echter voor problemen heeft gezorgd? Natuurlijk zijn er ideeën over een nieuwe bestuurscultuur in de Kamer, maar het is niet de verantwoordelijkheid van deze Kamer, die keer op keer op keer met allerlei voorstellen is gekomen, om nu de zittende demissionaire premier te helpen om te ontdekken aan welke voorwaarden een kabinet zou moeten voldoen als we weer een gezonde politieke cultuur willen krijgen.

Ik citeer de Duitse journalist Thomas Kirchner, die het wat ons betreft goed heeft omschreven: "Welk gevaar dreigt er als we hier niet naar handelen? Dan raken mensen gewend aan politieke toestanden die niet normaal zijn. Een premier die niet de waarheid spreekt, is niet normaal. Als daar geen noemenswaardige verontwaardiging over ontstaat, erodeert de politieke cultuur. Dan verliezen kiezers het vertrouwen en dat is voer voor de vijanden van de liberale democratie."

Laten we die fout niet maken.