Bijdrage Arissen aan AO Politie


15 maart 2018

Voorzitter,

Iedereen die ooit in paniek de politie gebeld heeft voor bescherming, voor zichzelf, voor een ander, mens of dier, en wil dat er binnen no time een agent voor de deur of op straat staat om assistentie en bescherming te verlenen, weet waar ik het over heb als ik zeg: een politieagent die optimaal zijn of haar werk kan doen is van levensbelang.

De afgelopen vijf jaar is er fors bezuinigd op de nationale politie en is zij gecentraliseerd. Wie kent zijn wijkagent nog als het bekende gezicht tijdens zijn of haar ronde door de wijk, als de beschermer van mens en dier, als degene die je veilig doet voelen in je eigen buurt. Onder het mom van efficiëntie is de wijkagent de wijk uit gecentraliseerd. Partijen die nu in de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen overlopen van grote woorden over veiligheid op straat, stonden aan de wieg van het op afstand plaatsen van de agent ten op zichte van de burger, VVD en PvdA voorop. Terwijl, laten we even eerlijk zijn: deze partijen hebben in de afgelopen regeerperiode vanuit deze Kamer deze doorgeslagen centralisatie en efficiëntieslag georkestreerd. De wijkagent is van straat verdwenen, omdat het van het grootste belang is dat ondanks de bezuinigingen de noodhulp blijft draaien. Waar is het contact met de burgers en burgermeesters gebleven? Dat is waar het vandaag over moet gaan: hoe gaat de minister zorgen dat de politie weer slagvaardig wordt op de juiste kernthema’s?

Voorzitter, ook wil ik graag in dit kader stilstaan bij het probleem van vergrijzing: de aankomende jaren zullen er 14.000 ervaren agenten mogen genieten van hun pensioen. Een pensioen die ze al veel eerder beloofd. Hierdoor is een ander probleem in de schaduw komen te staan, namelijk de nieuwe aanwas van agenten. Want waar er gerekend was op 2000 nieuwe agenten per jaar, kwamen er de afgelopen jaren slechts 1000 bij. Dat is een tekort van 1000 agenten per jaar. Natuurlijk zijn er in het regeerakkoord extra budgetten vrijgekomen om dit op te vangen, maar het is niet genoeg. Met alle taken die wij het korps nu al geven is de werkdruk te hoog en daardoor zal de uitval groot zijn. Graag een reactie van de minister.

Voorzitter, de dierenpolitie is hard nodig, dat hebben we tijdens het plenaire debat over dierenmishandeling en de bespreking van het rapport ‘De aard van het beestje’ duidelijk kunnen horen. Niet alleen voor de dieren, maar ook voor alle zaken die daarmee vaak zeer nauw verbonden zijn: grootschalige criminele netwerken en de overduidelijke link met huiselijk geweld. Het specialisme dierenpolitie is een taakaccent geworden, waar betrokken agenten tijd voor vrij moeten en willen maken, terwijl het capaciteitstekort basisteamchefs andere prioriteiten laat stellen en de dierenpolitie niet meer toekomt aan haar specialisme. Maximaal 50% van de tijd mag besteed worden aan taakaccenten, maar in de praktijk is dat vele malen minder. Van de beloofde 500 dierenpolitieagenten, zijn er nu maximaal 250 met het taakaccent dierenwelzijn reken eens uit wat het inhoudt wanneer deze mensen maar 20 % van hun tijd bezig zijn met dit taakaccent. Hoeveel capaciteit van die 500 is er dan over?. Veel te weinig!

Uit de rapporten blijkt duidelijk dat het veel verschil maakt in welk deel van Nederland je een dier mishandelt. Niet voor het dier uiteraard, maar wel voor de pakkans. Daarnaast komt slechts een fractie van de verbaliseerde dierenwelzijnsmisstanden voor de rechter en niet zelden adviseert de OvJ al om een kleine geldboete op te leggen voordat er nog maar één letter op papier is gezet. Voorzitter, gezien het belang van de dierenpolitie zou je kunnen pleiten voor een upgrade naar algemene politietaak waarbij iedere agent de zesdaagse opleiding moet doen om dierenwelzijnsmisstanden te kunnen signaleren óf je geeft de taakaccenthouders daadwerkelijk de ruimte én tijd om hun werk naar behoren te kunnen doen. Het is kiezen of delen, zó gaat het niet.

Voorzitter, hoe zorgt de minister voor de borging op lange termijn van deze algemene politietaak waar specialistische kennis voor nodig is? Hoe zorgt de minister dat binnen de bestrijding van digitale criminaliteit en bij de recherche ook dit specialisme is geborgd? Hoe ziet de minister de toekomst van de dierenpolitie en is hij bereid er alles aan te doen om deze levend te houden en weer op de rails te krijgen? En hoe lang moeten wij nog wachten op het houdverbod voor notoire dierenmishandelaars, het wetsvoorstel? Wat de Partij voor de Dieren betreft zou dat een mogelijkheid tot het opleggen van een levenslang houdverbod in zich moeten dragen.

Voorzitter, dan nog als laatste maar niet onbelangrijkste punt: de stroombanden als zeer dieronvriendelijke trainingsmethode voor politiehonden. De minister gaf in zijn antwoord op onze Kamervragen onder andere aan de undercoverbeelden op politiescholen als schokkend te ervaren. Wij zijn blij te horen dat de minister het wijzigingsbesluit op 1 juli in werking te laten treden, zodat het verbod op het gebruik van voorwerpen om dieren op hardhandige wijze te corrigeren eindelijk een feit zal zijn. Echter, het is mij ook duidelijk geworden dat de minister, de specifieke regels over elektrische halsbanden later in werking zal laten treden, omdat hij bij het zogenaamd ‘inkaderen’ van het gebruik van elektrische halsbanden, een uitzondering open wil houden voor specialistisch gebruik. Voorzitter, kan de minister uitleggen hoe een in de kern zeer dieronvriendelijk middel rechtvaardig en proportioneel ingezet kan worden bij politiehonden? Wil de minister dit alstublieft niet gewoon volledig verbieden? Ook de Raad van Beheer staat immers op dit standpunt. En hoe heeft de minister inmiddels vormgegeven aan zijn verzoek aan de toezichthoudende diensten om dierenmishandeling op politiehondenscholen op te sporen? Wat is de status daarvan?

Dank u wel.