Bijdrage Algemeen Overleg VWS over Topin­stituut Pharma


23 mei 2007

Voorzitter,

Ik wil mijn opmerkingen en vragen tijdens dit AO toespitsen op het Topinstituut Pharma. Dit instituut is in het leven geroepen om de Nederlandse farmaceutische sector een impuls te geven en om binnen deze sector voor meer efficiëntie te zorgen.
Wat opvalt bij het lezen van uw brief over de voortgang van de ontwikkeling van TI Pharma, is dat er veel wordt gezegd over de samenwerking die tot stand is gebracht, de ziekten waarvoor via dit instituut behandelingen worden gezocht, en de aanpak van het werkprogramma via verschillende disciplines. Maar er wordt nergens iets gezegd over de dierproeven die onvermijdelijk gepaard gaan met het werk dat binnen dit instituut wordt en zal worden verricht. Er wordt vermeld dat binnen de eerste discipline waar het instituut zich op richt sprake is van de validatie van diermodellen, maar er wordt daarbij met geen woord gerept over hoe de hoeveelheid dierproeven binnen dit kader kan worden beperkt. Ook lijkt er geen aandacht te zijn voor het zoeken naar alternatieven voor dierproeven binnen het instituut, of het ontwikkelen van alternatieven binnen de projecten die onder de hoede van het instituut worden uitgevoerd.

Terwijl ik wel de indruk krijg dat het TI Pharma een lichtend voorbeeld van innovatie wil zijn, wordt er in de praktijk weinig blijk gegeven van een bereidheid om ook op het gebied van het verminderen, verfijnen en vervangen van dierproeven bij te dragen aan innovatie. Voor de Partij voor de Dieren is innovatie in de wetenschap sterk verbonden met het ontwikkelen van alternatieven voor dierproeven.
Wij willen u daarom met klem verzoeken om zowel het verminderen van dierproeven als het ontwikkelen van alternatieven meer prioriteit te geven binnen het Topinstituut Pharma. Dit streven zou een plaats moeten krijgen in alle zes de disciplines waar het instituut zich op richt. Wij zien hiervoor vooral mogelijkheden in Discipline 1, waarbinnen de validatie van diermodellen plaatsvindt, en Discipline 2, waarin computermodellen worden ontworpen die kunnen voorspellen hoe nieuwe geneesmiddelen door het lichaam worden verwerkt en wat de hoofd- en bijwerkingen zullen zijn. Maar ook in de overige disciplines zien wij mogelijkheden om vooruitgang te boeken wat betreft de vermindering van dierproeven. Ik wil graag weten of het Topinstituut rond het gebruik van proefdieren beleid heeft opgesteld of gedragscodes hanteert. Als dat niet het geval is wil ik weten waarom niet, als dat wel het geval is wil ik natuurlijk weten hoe dat beleid er dan uitziet.

- Bent u bereid om het verminderen, verfijnen en vervangen van proefdieren een hogere prioriteit te geven binnen het TI Pharma en deze prioriteit over de hele linie van het instituut te integreren, over alle disciplines en binnen het onderzoek naar alle ziektegebieden?
- In hoeverre bent u daarnaast bereid om een inspanning te leveren om reeds lopende onderzoeken die eventueel alternatieven voor dierproeven kunnen opleveren binnen TI Pharma te faciliteren?
- Is de minister bereid om inzage te verschaffen in de aantallen proefdieren die binnen het TI Pharma worden gebruikt, voor welke onderzoeken en welke ethische afwegingen worden gemaakt?

Ik wil ook graag ingaan op het trainings- en opleidingsprogramma dat parallel aan het strategische onderzoeksprogramma binnen TI Pharma is opgezet. Volgens de PvdD zijn onderwijsprogramma’s bij uitstek geschikt om het onderwerp dierproeven op te nemen, waarmee studenten en onderzoekers worden voorgelicht en gestimuleerd om creatieve oplossingen te vinden voor dit vraagstuk. Ik wil u daarom vragen in hoeverre er binnen dit opleidingsprogramma van TI Pharma aandacht is voor het reduceren van het gebruik van proefdieren en het ontwikkelen van alternatieven?

Volgens de Partij voor de Dieren bestaat er in onze samenleving behoefte aan een maatschappelijke discussie over het gebruik van proefdieren voor onderzoek naar een aantal ziektecategorieën waar TI Pharma zich op richt, bijvoorbeeld alcoholverslaving en nicotineziekten. Bent u bereid om deze maatschappelijke discussie aan te gaan?

Een recent bezoek van een aantal leden van deze commissie aan de internationale Biotechnologie conferentie in Boston, waar ook TI Pharma zich in een workshop presenteerde, heeft laten zien dat het welzijn van dieren nog veel te weinig aandacht krijgt binnen de (bio)farmaceutische sector. De Partij voor de Dieren vindt dat Nederland een voortrekkersrol zou moeten vervullen op het gebied van het reduceren van dierproeven en het ontwikkelen van alternatieven voor deze proeven binnen de biofarmaceutische sector. Wij zien in Topinstituut Pharma een uitgelezen kans om deze voortrekkersrol gestalte te geven, en willen graag van u weten wat op dit punt uw mening is.