AO Natuur­beleid & Oost­vaar­ders­plassen 24-9-15


20 oktober 2015

http://youtu.be/y-fUEapVCyY

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De Partij voor de Dieren is een groot voorstander van meer natuur, omdat die waarde heeft in zichzelf, maar ook omdat de natuur de basis is van ons bestaan. Daarom vragen we altijd aandacht voor het belang van de natuur. De staatssecretaris weet dat ook van ons. Het was gek om te zien dat belangrijke stukken daarover op het laatste moment van de agenda van dit overleg zijn afgevoerd. De staatssecretaris kan erop rekenen dat we daar alsnog op terugkomen.

In het kader van meer natuur hebben we het regelmatig over de Oostvaardersplassen. Het mag duidelijk zijn: de Partij voor de Dieren vindt dat je natuurgebieden met elkaar moet verbinden, moet investeren in voldoende omvang van natuurgebieden. Dan, als je geluk hebt, herstelt de biodiversiteit zich vanzelf en kunnen dieren zich vestigen in de nieuwe gebieden. Bij de Oostvaardersplassen is de aanpak andersom geweest en die steunen wij niet. Dat is al jaren geleden gebeurd, toen wij er nog niet waren, maar wij zouden zo'n aanpak niet gesteund hebben. Kan de staatssecretaris ons toezeggen dat zoiets niet nog een keer gebeurt? Kan ze toezeggen dat we geen dieren meer uitzetten in een beperkt gebied? Het zou andersom moeten zijn: we zouden moeten zorgen voor voldoende migratiemogelijkheden en dan afwachten of de dieren daar komen.

Nu de dieren daar eenmaal staan, is het van belang om zorgvuldig om te gaan met hun welzijn en de natuurwaarden aldaar. Dat er daar dieren sterven, roept veel emoties op. Dat vind ik op zichzelf goed nieuws, want dat toont aan dat we een grote betrokkenheid hebben bij het lot van dieren. Tegelijkertijd rijst wel de vraag: wat moeten we daar dan doen? Er is een waterscheiding tussen mensen die oprecht bereid zijn om te kijken naar wat het beste is voor de dieren en mensen die -- hoe zal ik dat eens voorzichtig zeggen -- misschien een andere agenda voeren.

Sommige partijen spreken er hier grote schande van dat de dieren in de Oostvaardersplassen niet allemaal de lente halen, terwijl dat tevens de partijen zijn die het verbinden van de Oostvaardersplassen met de Veluwe altijd hebben geblokkeerd, ondanks het feit dat dat onderdeel was van een afgewogen internationaal advies over het beheer van het gebied. Als je goed luistert, zeggen die partijen eigenlijk: wat erg dat er dieren doodgaan, laten we in de herfst 50% van de dieren afschieten. Kom op, we weten dat dat het dierenwelzijn niet bevordert. Ik kan niet anders dan concluderen dat een jagersagenda de boventoon voert. Als je met jagersmotieven het debat voert én het openstellen van gebieden blokkeert en vervolgens tranen plengt over het leed van de dieren in de Oostvaardersplassen, heb je geen geloofwaardig verhaal! De Partij voor de Dieren vindt dat het advies van de commissie-Gabor volledig moet worden uitgevoerd. Dat betekent dat we blijven inzetten op de verbinding van de Oostvaardersplassen met de Veluwe.

Wij hebben ook altijd aangedrongen op voldoende beschutting, ook een van de onderdelen van dat advies. Op dat punt zijn stappen gezet, maar het is nog niet genoeg. Het reactief beheer betekent dat de Oostvaardersplassen ongeveer het enige gebied in Nederland is waar niet wordt gejaagd. Staatsbosbeheer heeft de opdracht om in de gaten te houden hoe het gaat met de dieren daar. Als de inschatting is dat een dier de lente niet gaat redden, moet het dier een genadeschot krijgen. Dat systeem levert voor de dieren het meeste welzijn op. De Dierenbescherming vindt dat ook. Daarbij moet je er wel voor zorgen dat er voldoende toezicht is en dat de genoemde percentages ook echt worden gehaald. We blijven er bij de staatssecretaris op aandringen dat er voldoende toezicht en zicht in het gebied is om dat ook te realiseren. Het alternatief is kiezen voor de jacht of de slacht, zo simpel is het. We weten uit onderzoek van de Dierenbescherming dat daarmee het welzijn van de dieren echt minder gediend is. Op de Veluwe wordt de helft van de herten afgeschoten, ten opzichte van 30% in de Oostvaardersplassen. In andere gebieden waar sprake is van gehouden dieren, gaan dieren naar de slacht. De Dierenbescherming heeft laten zien dat het welzijn van de dieren in de Oostvaardersplassen met het reactief beheer, dus het genadeschot terwijl de dieren de rest van het jaar met rust worden gelaten, het beste gediend is. Ik steun dus de lijn van de staatssecretaris om de adviezen van ICMO en de Beheeradviescommissie leidend te laten zijn. We moeten echter wel blijven opletten dat die goed worden uitgevoerd. Daarnaast moet de verbinding met de Veluwe worden gerealiseerd.

Onze zorg zit bij de evaluatie van de openstelling van een aantal aanpalende bossen door de Beheeradviescommissie. We zijn blij met die openstelling -- we hebben er ook altijd om gevraagd -- maar het lijkt erop dat de provincie de vrijheid krijgt om zelf te kiezen voor het soort beheer dat in die bossen plaatsvindt. Het kan toch niet zo zijn dat we er voor de Oostvaardersplassen bewust voor kiezen om geen jacht toe te staan en dat in de aanpalende bossen die optie wel wordt opengehouden? Daar lijkt het echter wel op. De Partij van de Dieren hoort graag van de staatssecretaris dat ook in de aanpalende bossen niet mag worden gejaagd.

Interrupties bij andere partijen

De heer Rudmer Heerema (VVD): We hebben hier een heel interessant overleg met veel aandacht voor de Oostvaardersplassen. Ik denk dat al mijn collega's vandaag op dat punt zullen ingaan. Mijn eerste inzet vandaag is om te na te gaan of de staatssecretaris positief wil reageren op mijn verzoek om het beheer van en de verantwoordelijkheid voor de grote grazers in dat gebied over te dragen aan de provincie. Volgens mij is dat de beste oplossing, want ik heb de afgelopen jaren voor geen enkel ander voorstel een meerderheid kunnen vinden. Dat is pas echt een verlies voor dat gebied.

De voorzitter: We wachten de beantwoording van de staatssecretaris af.

Ik geef het woord aan mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De heer Heerema heeft dan niet zo goed gekeken, want de Oostvaardersplassen is nu juist het enige grote natuurgebied waarin niet wordt gejaagd. Laten we het beestje bij de naam noemen: proactief beheer is het schieten op gezonde dieren. Twee internationale expertcommissies hebben de staatssecretaris, en destijds ook de minister, geadviseerd over de wijze waarop ze het best kunnen omgaan met dat gebied. Dat is een uitgebalanceerd advies, waarin ook staat dat het verbinden van de Oostvaardersplassen met de Veluwe in het belang is van het dierenwelzijn en dat het niet in het belang is van het dierenwelzijn om gewoon maar te gaan schieten in de herfst.

De voorzitter: En uw vraag is?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat uitgangspunt heeft altijd op een Kamermeerderheid kunnen rekenen. Vindt de VVD ook dat zo'n afgewogen advies niet zomaar aan de kant geschoven kan worden?

De heer Rudmer Heerema (VVD): Ik heb heel veel adviezen over de Oostvaardersplassen gelezen. Die gaan van heel erg links tot heel erg rechts. De vraag die ik vandaag aan de staatssecretaris stel, betreft een van de betere oplossingen, namelijk ervoor te zorgen dat de provincie Flevoland dit natuurgebied goed kan beheren. Dat is mijn belangrijkste inzet voor vandaag. Mevrouw Ouwehand weet net zo goed als ik dat ik er altijd voor gepleit heb om het aantal dieren in de Oostvaardersplassen te verminderen. Mijn voorstellen daarvoor hebben echter nooit een meerderheid gehaald, vandaar dat ik ga voor de second of third best option.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het zou de heer Heerema sieren als hij wat explicieter durft te zeggen waarvoor hij precies pleit. De VVD is niet heel geloofwaardig als het gaat om het opkomen voor dierenwelzijn, maar met betrekking tot de Oostvaardersplassen doet de VVD alsof men het opneemt voor de dieren. De VVD wil de dieren opgesloten houden in dat gebied, want de VVD heeft de verbinding met de Veluwe altijd tegengehouden. En wat ook leuk is aan de lijn van de VVD is dat we daar dan gaan jagen.

De heer Rudmer Heerema (VVD): Die jij-bak laat ik aan mevrouw Ouwehand. Als we daaraan beginnen, kan ik heel gemakkelijk zeggen dat de Partij voor de Dieren pleit voor meer dierenleed in dat gebied, omdat er dieren verhongeren in de winter. Ik wil voor die dieren opkomen.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb een vraag over de inbreng van de Partij van de Arbeid. Ik ken de analyses van de Dierenbescherming. Ik weet ook wat de KNMvD zegt. Ik snap de vraag en de zorg, maar is het de Partij van de Arbeid bekend dat de KNMvD de mogelijkheid van jacht openhoudt, terwijl de Dierenbescherming zeer terecht uit allerlei schema's en onderzoek concludeert dat jagen slechter scoort voor het welzijn van dieren -- ik druk me voorzichtig uit -- dan het beheer dat nu geldt in de Oostvaardersplassen? Realiseert de fractie van de Partij van de Arbeid zich dat de jacht een van de routes is die de KNMvD openhoudt?

De heer Leenders (PvdA): Dat is mij bekend, maar als mevrouw Ouwehand goed heeft geluisterd naar mijn betoog, weet ze dat het niet onze inzet is om de visie van de dierenartsen over te nemen. Wij zijn tevreden met het huidige beheer en jagen is daar geen onderdeel van. Het huidige beheer betreft het populatiebeheer.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dank voor het heldere antwoord. Ik zou ook nog iets kunnen zeggen over de heckrunderen, maar ik neem aan dat de staatssecretaris ingaat op die vraag.

Reactie staatssecretaris Dijksma

Staatssecretaris Dijksma: Mevrouw Ouwehand vroeg mij of we weer zo'n experiment gaan starten waarbij we eerst dieren in een gebied plaatsen en daarna pas kijken of er voldoende ruimte is. Nee, dat was ik niet van plan. Om een lang verhaal kort te houden: dat lijkt mij niet de juiste route. Je ziet ook dat dat tot heel veel discussie leidt.

[..]

Staatssecretaris Dijksma: Het is van belang dat er voor een aantal dieren nu meer ruimte komt. Daar heb ik bij de provincie, weliswaar in stilte, maar wel stevig, een pleidooi voor gehouden, omdat ik vind dat er meer ruimte moet komen, zeker voor de herten. Dat kan ook gewoon. Tegen mevrouw Ouwehand zeg ik dat dat niet betekent dat we onmiddellijk tot een beheervorm overgaan waarbij meteen geschoten wordt. Staatsbosbeheer zoekt naar een wat organischere overgang tussen het beheer in de Oostvaardersplassen en het beheer elders. Dat is niet met een schaartje te knippen. Er lopen straks in dat gebied ook mensen rond, want we willen het gebied immers openstellen voor recreatie. We kunnen daar niet massaal gaan schieten terwijl er mensen zijn. Andersom wil je natuurlijk voorkomen dat mensen die daar rondlopen te maken krijgen met situaties waarvan het niet handig is dat ze daar voortdurend mee geconfronteerd worden. Dat zal men in wijsheid moeten doen. Staatsbosbeheer wil een maatschappelijke ring van mensen om zich heen verzamelen die het voeden, ook mensen die kritisch zijn. Ik denk dat dat heel goed is.

[…]

Staatssecretaris Dijksma: Mevrouw Ouwehand zei dat het allemaal mooi is, maar dat er in het kader van dierenwelzijn voldoende toezicht moet zijn in de Oostvaardersplassen. Zij steunt de lijn om het advies van ICMO te volgen, want dat doe ik feitelijk. Ze zegt dat we ook moeten kijken naar de evaluatie en dat we de vinger aan de pols moeten houden. Dat doen we. De omringende bosgebieden worden ook opengesteld voor edelherten. Daar heeft haar fractie vaak om gevraagd. Het is helder dat we niet van jacht uitgaan. Het aantal dieren zal worden afgestemd op de recreatieve functie van het gebied. Dat is die organische wijze waarop Staatsbosbeheer hiermee wil omgaan.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil op twee punten reageren. De staatssecretaris zei in antwoord op vragen van bijvoorbeeld de heer Leenders dat het verplaatsen van dieren nu niet aan de orde is. Ik snap waarom mensen zich afvragen waarom we ze niet bijvoeren, ze niet verplaatsen en geen gebruik maken van anticonceptie. Ik vraag me daarbij echter altijd af wat er dan met de dieren gebeurt. Die komen dan of in een ander natuurgebied terecht waar dezelfde wetten gelden en waar het voedsel ook schaars wordt als de winter intreedt met sterfte tot gevolg, of ze gaan naar de slacht. Is de staatssecretaris het met mij eens dat dat veel eenvoudiger klinkt dan het is?

Ik kan me goed voorstellen dat mensen zich afvragen waarom er nog geen gebruik van anticonceptie wordt gemaakt. De Partij voor de Dieren heeft een bijeenkomst georganiseerd met Vier Voeters, een organisatie die in Roemenië een pilot doet met paarden. Er was daar een groep verwilderde paarden en de regering wilde afschot, maar Vier Voeters zei: dat gaan we niet doen, laat ons kijken of anticonceptie kan helpen. In die vrij beperkte groep werkt het aardig, maar de experts zeggen dat anticonceptie voor de Oostvaardersplassen geen optie is. Is de staatssecretaris bekend met het werk van Vier Voeters in Roemenië? Het zou goed zijn dat zij daar kennis van neemt, als ze de mogelijkheden voor dit dossier aftast.

Staatssecretaris Dijksma: Nee, ik ben niet bekend met dat werk. We moeten alle beschikbare informatie gebruiken. Ik vermoed dat dit soort informatie de reden is dat ICMO tot nog toe niet gezegd heeft dat dit een goede weg is. Elk ingrijpen heeft namelijk effect, zoals de heer Van Gerven net ook naar voren bracht toen het ging over bijvoeren. Wat het eerste punt betreft, ben ik het met mevrouw Ouwehand eens. Het verplaatsen van dieren is niet per definitie een oplossing. Dat hangt er inderdaad vanaf naar welk gebied ze worden verplaatst. Er zijn natuurlijk andere gebieden in Nederland waar runderen rondlopen, maar dat zijn kleine populaties. Op het moment dat er verplaatst wordt, kan dat ook slacht betekenen. Dat is gewoon zo. Ook hiervoor geldt dat simpele oplossingen niet bestaan. Het is goed om open te blijven staan voor het optimaal verbeteren van de situatie. Die lijn hebben we afgelopen tijd gevolgd. Er wordt gesuggereerd dat je dit probleem in één klap met ander beheer oplost, maar dat is niet zo.

Tweede Termijn

De heer Houwers (Houwers): Heb ik het goed begrepen dat de staatssecretaris niet uitsluit dat de heckrunderen ooit worden verplaatst, maar dat ze dat op dit moment geen noodzakelijke of goede optie vindt?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Dat is een mooi bruggetje naar wat ik wil zeggen. Ik snap wel dat mensen denken dat we die dieren moeten verplaatsen. Ik dacht even dat de heer Geurts het namens het CDA had over het terugbrengen van de dieren en ik vroeg me af waarnaartoe dan. Het CDA had het uiteindelijk gewoon over jacht. Dat kwartje viel pas later. Ik snap dat mensen denken dat die dieren misschien weg kunnen uit de Oostvaardersplassen, maar uiteindelijk komen ze in een ander natuurgebied terecht waar dezelfde vraagstukken over het beheer gaan spelen en dat is of het jacht of slacht wordt. Het is uniek dat dieren in de Oostvaardersplassen een genadeschot krijgen als ze het niet gaan halen, maar verder met rust worden gelaten. Dat moeten we bewaken. Wij zouden graag zien dat dat ook in andere gebieden van Nederland de lijn wordt in plaats van dat gruwelijke beheer waarbij 50% tot wel 80% van de populatie aan gort wordt geschoten.

Ik dank de staatssecretaris voor haar open opstelling om de ontwikkelingen te volgen. Over beheer door anticonceptie, waarover de heer Graus ook vragen stelde, kan ik haar zeggen dat de Partij voor de Dieren daarover met deskundigen spreekt. Wij hebben gesproken met de mensen die in Roemenië een groep verwilderde paarden hebben weten te redden van totaal afschot door met anticonceptie te werken. Er is gereageerd op de ervaringen in Afrika. Ik zal de staatssecretaris die informatie doen toekomen, want als zij de ontwikkelingen wil volgen, vind ik dat alleen maar goed nieuws. De conclusie was dat anticonceptie daar een optie was, maar dat er veel nadelen aan zitten. Als het alternatief het afschieten van dieren is, is anticonceptie beter, maar voor de Oostvaardersplassen is het geen wenselijke optie. Voor de herten zou het enorme stress opleveren. Er zitten veel meer nadelen aan dan je denkt.

Ik heb zorgen over de uitvoering van het volledige advies van de commissie-Gabor. Die verbinding stond daar niet voor niets in. De staatssecretaris suggereerde een beetje dat de provincie Flevoland wel bezig is met verbindingen, maar mijn informatie is toch echt anders. Hoe ziet zij haar eigen rol daar in? De Kamer heeft tot twee keer toe om advies gevraagd. Het is inderdaad een landelijke afweging en die maken we zeer zorgvuldig. Dan kun je niet zomaar zeggen dat die verbinding er niet komt en dat we het er maar bij laten zitten.

De heer Graus (PVV): Voorzitter. Ik reageer kort op wat mevrouw Ouwehand zei. In Roemenië moet men het woord "dierenwelzijn" nog uitvinden. Als ergens dieren mishandeld worden, dan is het wel in Roemenië. Laten we de mensen daar niet om advies vragen. Onze Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde heeft de meeste kennis en kunde ter wereld, maar heeft nu net geen verstand van zo veel grote grazers op een kleine oppervlakte. Ik zeg niet dat de heer Bertschinger de enige deskundige is; daar heeft de staatssecretaris een punt. Zo heb ik dat ook niet bedoeld. Maar als er een hoogleraar Fertiliteit is die hierin gespecialiseerd is, waarom raadpleegt de staatssecretaris die dan niet? Als je naar een smartlappenavond wil met een pikketanissie, dan nodig je toch ook niet Vicky Leandros uit? Dan nodig je René Froger uit.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik moet een paar punten corrigeren. Ten eerste ga ik never nooit niet een smartlappenavond organiseren. Mensen die dat leuk vinden moeten dat vooral doen, maar het is niets voor mij. Ik wil aan de heer Graus meegeven dat ik me niet verzet tegen het idee dat de staatssecretaris ook met de heer Bertschinger spreekt. Ik heb alleen gezegd dat de dierenwelzijnsorganisatie Vier Voeters heel goed werk doet. Dat zal de heer Graus met mij eens zijn. Die organisatie heeft het voor elkaar gekregen om het plan van de regering om al die paarden af te schieten tegen te houden door te zeggen: laat ons kijken of anticonceptie een oplossing is. Wij hebben de ervaringen van Vier Voeters besproken met hun dierenarts. We hebben ook gevraagd of deze organisatie bekend is met het werk van de heer Bertschinger. Dat was mijn betoog in de richting van de staatssecretaris. Als ze er meer over wil weten, kunnen wij haar dat vertellen. Het is prima als zij met de heer Bertschinger spreekt. Mijn betoog was niet bedoeld om het pleidooi van de heer Graus onderuit te halen. We moeten alle ontwikkelingen volgen.

De heer Graus (PVV): Ik slaap vanavond als een roos. Nu kan het helemaal niet meer stuk. Buba is veilig en ik kan nog goed door één deur met mevrouw Ouwehand.

Het is logisch dat alternatieven second best zijn. Alle voorstellen zijn second best, want die dieren hadden nooit in dit tupperwaregebied geduwd mogen worden. Ze waren er vanzelf nooit naartoe gegaan. Alles wat ik al jarenlang heb gezegd, is second best. Het bij elkaar drijven levert echter maar een lichte vorm van stress op en het merken een lichte vorm van stress en pijn, maar alles is beter dan de hongerdood. Die gun je je ergste vijand nog niet.

Staatssecretaris Dijksma: Mevrouw Ouwehand heeft vooral de opvatting van haar fractie weergegeven. Ik ben het voor een deel eens met de dingen die zij gezegd heeft. Dat weet ze ook van mij. Ze heeft mij maar één vraag gesteld over de verbinding. Die vraag kwam ook terug in de bijdrage van de heer Van Gerven. Mevrouw Ouwehand kwam terug op de eerdere wens om tot het Oostvaarderswold te gaan en dan nog verder richting de Veluwe.