AO Landbouw &Visse­rijraad 12 &13 juni (Kalve­ren­transport, Paar­den­vlees, Bioloigsche landbouw, Hormoon­ver­sto­rende stoffen)


23 juni 2017

Biologische sector
Voorzitter. Via de ondersteuning die de Kamer heeft in de vorm van de EU-adviseur hebben we, zoals altijd, voorafgaand aan het AO een verslag gekregen van hoe het met lopende zaken staat. Ik heb echter begrepen dat de mevrouw die dat altijd zo goed voor ons doet, misschien nu wel haar laatste AO bijwoont omdat ze een andere baan heeft. Ik feliciteer haar daarmee van harte hoewel het ontzettend jammer voor ons is dat ze weggaat. Dank je wel, Julie, voor al je goede diensten. Dankzij Julie kunnen we bijvoorbeeld lezen dat over de voorstellen inzake de biologische landbouw sprake is van een zeldzame eensgezindheid in deze Kamer — zelfs het CDA en de Partij voor de Dieren zijn het eens, dus dan weet je dat de rest het ook eens is — en in het kabinet. Dus we hebben eigenlijk geen discussie, behalve over wat nu de beste strategie is om ervoor te zorgen dat die voorstellen daadwerkelijk de biologische sector niet in de weg gaan zitten. We hebben gezien dat er is gestemd over de voorstellen en dat Nederland tegen de compromistekst was. Ik ben heel benieuwd wat dat dan precies inhield. Ik heb er alle vertrouwen in dat het kabinet de oproep van de Kamer zo goed mogelijk uitvoert. Wel heb ik de vraag hoe het nu precies zit. Kunnen we met elkaar van gedachten wisselen over wat op dit moment de beste strategie is? De Partij voor de Dieren heeft er eerder voor gepleit om die hele tekst van tafel te vegen en opnieuw te beginnen. Het kabinet vond dat toen niet zo verstandig. Daar er nu tegen de tekst is gestemd, ben ik benieuwd hoe die tekst precies luidde en hoe we nu verder moeten, uitgaande van de lijn dat we de biologische sector zo goed mogelijk willen ondersteunen met deze nieuwe maatregelen. Ik krijg dus graag een reactie op dat punt.

Hormoonverstorende stoffen
Waar het minder goed mee gaat, zijn de hormoonverstorende stoffen waarvoor deze Kamer en in elk geval de Partij voor de Dieren een bovengemiddelde belangstelling hebben waar het gaat om de afhandeling hiervan. De Europese Commissie had in 2013 al criteria moeten hebben voor de toelating van hormoonverstorende stoffen en om de gevaarlijke stoffen uit het milieu te kunnen houden. Dat gebeurt maar niet. Deze Kamer heeft duidelijk gezegd dat er goede criteria moeten komen zodat we aan de slag kunnen met het milieu en we de volksgezondheid beter kunnen beschermen. Er zou gestemd worden in het Standing Committee on Plants, Animals, Food and Feed (SCoPAFF), de ambtelijke werkgroep, over een gewijzigd voorstel. Dankzij de Fransen is die stemming uitgesteld, maar volgens de geluiden die ons bereiken zou Nederland wel hebben ingestemd met dat conceptvoorstel. Ik verneem graag gedetailleerd wat de stand van zaken is. De Kamer heeft namelijk een behandelvoorbehoud gemaakt op dit punt. Met andere woorden: we willen er echt heel nauw bij betrokken blijven.

Paardenvlees
Dan kom ik op de brief die de staatssecretaris heeft gestuurd over de beelden van ernstig mishandelde paarden, waarvan het vlees op de Nederlandse markt terechtkomt. Hij heeft uitgezocht hoe het zit en zegt eigenlijk dat de toezichthouder andere situaties heeft aangetroffen dan die welke de beelden laten zien. Hij gaat ermee naar de Europese Commissie, waarvoor dank. Als je steekproefsgewijs toezicht houdt en je dan concludeert dat er niets aan de hand is, terwijl een dierenwelzijnsorganisatie gruwelijke misstanden aantreft, dan is óf het toezicht niet op orde óf is er iets anders aan de hand, maar we kunnen het er in ieder geval niet bij laten. Dank dus aan de staatssecretaris voor het feit dat hij hiermee naar de Europese Commissie gaat, maar de vraag is natuurlijk wel wat we in de tussentijd kunnen doen om ervoor te zorgen dat die producten niet op onze markt terechtkomen. Dit haakt ook wel een beetje aan bij het debat dat we de vorige week hadden over de vrijhandelsverdragen. De staatssecretaris schrijft dat op basis van volksgezondheidsnormen en dierenwelzijnsnormen eventueel producten geweerd kunnen worden. Die dierenwelzijnsnormen zijn echter verschrikkelijk slap waar het gaat om het kunnen stopzetten van die import. Wat zijn de stappen die hij wil zetten op dat gebied? Hoe ziet hij de voortgaande onderhandelingen over vrijhandelsverdragen voor zich? Ik vraag dit ook omdat hierbij de vrijhandel vooropstaat en het niet per se gemakkelijker wordt om de dierenwelzijnsstandaarden verder omhoog te trekken. Wil de staatssecretaris ons bovendien op de hoogte houden van de gesprekken in de Europese Commissie?

De voorzitter:
Wilt u afronden?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zeker.

Kalverentransport
Tot slot wil ik nog iets zeggen over het besluit dat jonge kalveren weer op lang transport mogen. Ik kan melden dat heel veel mensen in Nederland zich over dat besluit hebben verbaasd. Ik heb de volgende vraag aan de staatssecretaris. Ligt het, gelet ook op de ontwikkelingen in de melkveehouderij, niet voor de hand om toe te werken naar een situatie waarin jonge dieren niet vroeg bij hun moeder worden weggehaald en ver weg in een ander landen worden vetgemest? Of het nou gaat om kalfjes uit Litouwen die in een Nederlandse kalvermesterij terechtkomen of Nederlandse kalfjes die in een Spaanse kalvermesterij terechtkomen, ergens moet er toch een moreel oordeel of een morele positie over in te nemen zijn om vandaaruit toe te werken naar de gewenste positie. Kan de staatssecretaris zeggen of hij dit gewenst vindt vanuit de natuurlijke behoefte van het dier, het welzijn van het dier en zijn eigen ambities om daar meer werk van te maken de komende jaren?

Beantwoording staatssecretaris
Zoals bij het eerste punt waar veel vragen over zijn gesteld: hoe zit het nu met de biologische landbouw? Daar wordt al lang over onderhandeld, sinds november 2015. De Maltezen hebben begin dit jaar een herstart gemaakt, nadat het eerder onder Slovaaks voorzitterschap vastgelopen was. U weet allen misschien nog dat onder ons voorzitterschap er behoorlijk veel stappen voorwaarts zijn gezet. Wij hadden toen het beeld dat het afgerond zou kunnen worden onder het Slovaakse voorzitterschap. Dat is niet gelukt. De Maltezen hebben een soort bezinningsmoment ingebouwd en zijn daarna weer vol goede moed begonnen. Maar ook zij zijn stukgelopen. Het voorzitterschap heeft op 29 mei in het CSA (Comité Sociale Agriculture), het Speciaal Comité Landbouw een nieuw mandaat voorgelegd, maar daar is niet over gestemd. Mevrouw Ouwehand vroeg waarom Nederland heeft tegengestemd, maar er is niet gestemd. Maar het mandaat is door ons niet gesteund. Wij waren daarin niet alleen. Er waren maar een paar lidstaten die het wel steunde. Het overgrote deel van de lidstaten steunde het niet. Dat komt omdat er op verschillende onderdelen nadrukkelijk verschillen van opvatting zijn.

(…)

Staatssecretaris Van Dam:
Ik was nu bij de hormoonverstorende stoffen. Alles komt langs vandaag. Mevrouw Ouwehand had de indruk dat wij hebben ingestemd met een conceptvoorstel. Daarbij verwijst zij naar het SCoPAFF, dat in mei heeft beraadslaagd en waar de Europese Commissie het nieuwe voorstel dat ze in februari had gedaan, geagendeerd heeft. Maar er is noch op 18/19 mei, noch op 30 mei een stemming geweest; die stemming is niet doorgegaan, omdat de Europese Commissie geen ruime gekwalificeerde meerderheid zag voor haar voorstel. Volgens mij hebben wij de afgelopen maanden al een paar keer eerder met elkaar gesproken over de manier waarop die voorstellen gewijzigd waren en over mijn beoordeling daarvan. Er is sindsdien niks veranderd.

Ik kom op het transport van jonge kalveren. Ik zal eerst even ingaan op wat er feitelijk aan de hand is. In december 2015 is er vanuit de kalversector een aanvraag gedaan voor export. De NVWA heeft besloten om daar geen toestemming voor te verlenen en geen exportcertificaten af te geven voor de export van kalveren voor lang transport, transport van meer dan acht uur, omdat er niet kon worden voldaan aan de Europese Transportverordening. Er waren geen of onvoldoende mogelijkheden om te drinken tijdens de lange reis. De kalversector heeft daarop besloten om te gaan werken aan systemen die wel voldoen aan die verordening. De afgelopen periode hebben medewerkers van de NVWA en het ministerie verschillende malen gecontroleerd of en hoe deze systemen werken. Uiteindelijk is geconcludeerd dat de nu aangeboden systemen werken. Op basis daarvan verleent de NVWA bij gebruik van geschikte vervoermiddelen weer exportcertificaten. Ik benadruk dat de NVWA daarbij gewoon toetst aan de Europese regels die er zijn. Zoals mevrouw Ouwehand ook weet, vind ik principieel dat het beter is voor het welzijn van dieren, en zeker voor dat van jonge dieren, als ze niet over een dergelijke lange afstand worden vervoerd. Dat vergt wijziging van de regelgeving in Europa, omdat dit allemaal Europees bepaald wordt. Ik probeer dat op de agenda te krijgen en te houden, samen met gelijkgestemde lidstaten, maar dat zijn er weinig. Dat vindt tot nu toe dus weinig weerklank.

Mevrouw Ouwehand had ook een bredere vraag: is een dergelijk model eigenlijk überhaupt gewenst? In het model dat we nu kennen, worden kalfjes door heel Europa, soms vanuit verre lidstaten, naar Nederland getransporteerd om hier verder gemest te worden, of worden ze juist vanuit Nederland naar de andere kant van Europa gebracht om daar verder gemest te worden of bij bedrijven terecht te komen. Ik vind dat geen gewenst model. Ik geloof niet in een bedrijfsmodel waar het zo ver transporteren van dieren onlosmakelijk mee verbonden is. Ik vind dat het niet zo zou moeten werken. Maar dat vereist wel aanpassingen die in de sector zelf moeten plaatsvinden. Het gaat dus niet alleen om regelgeving, maar ook om het bedrijfsmodel dat erachter zit. Je kunt als overheid niet alles makkelijk afdwingen met regelgeving. Dat je het in Nederland verandert, betekent immers nog niet dat je het daarmee ten principale verandert. Dit zijn echt zaken die op Europees niveau moeten worden aangepakt. Ik heb me daar met overtuiging voor ingezet. Ik hoop dat dat ook gaat gebeuren in de komende vier jaar, ongeveer. Maar er moet veel werk verzet worden om ervoor te zorgen dat de steun in Europa breder wordt. Voor dierenwelzijn in de breedte geldt dat Nederland echt vooroploopt, maar vaak ook wat voor de troepen uit loopt. Het is soms frustrerend om te zien hoe weinig animo er in veel andere Europese landen is om verbeteringen aan te brengen op dit punt. Ik vrees dus dat we nog langer met deze modellen zullen moeten doen dan ons allen lief is. Dat betekent nog steeds dat we ook vanuit Nederland moeten bekijken hoe we er samen met de verantwoordelijke bedrijven voor kunnen zorgen dat dit soort praktijken verminderd worden en minder standaard verbonden zijn aan de bedrijfsvoering zoals die hier plaatsvindt. Ik hoop dat dit in elk geval een antwoord is op de vraag van mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand vroeg ook hoe wij ervoor kunnen zorgen dat producten van mishandelde paarden uit Zuid-Amerika niet op onze markt komen. Vlees dat uit niet-EU-landen wordt geëxporteerd naar Europa, moet aan Europese wettelijke eisen aan voedselveiligheid en dierenwelzijn bij de slacht voldoen. De Europese Commissie kan pas maatregelen treffen op basis van bevindingen van de HFAA, de Health and Foods Audits and Analysis. Dat staat ook in de brief van 16 mei die de Kamer gekregen heeft. Een vrijhandelsakkoord zal daar niet veel aan veranderen. De mogelijkheden tot het nemen van maatregelen blijven hetzelfde als in die brief beschreven is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik dank de staatssecretaris nogmaals dat hij bij de HFAA en de Europese Commissie aan de bel trekt, maar als ik zijn brief goed lees, is er alleen maar ruimte om de import stop te zetten als uit de audits blijkt dat de standaarden niet gehaald worden. In 2011 is een audit gedaan bij alle vijf de erkende paardenslachthuizen in Argentinië. De staatssecretaris schrijft dat in een recentere audit, in september 2014, twee paardenslachthuizen zijn bezocht. Begrijp ik het goed dat er drie jaar overheen kan gaan zonder dat er gecontroleerd wordt, dat er bij een nieuwe controle vervolgens maar bij twee van de vijf paardenslachthuizen gecontroleerd wordt, en dat dat de basis is voor het al dan niet kunnen treffen van maatregelen? Iedereen wil wel zo'n niveau van controle, want dan hoef je je bijna nergens aan te houden. In Nederland houden we veel hogere toezichtstandaarden aan. Het is niet meer dan fair om de standaarden ook voor onze buitengrenzen op dat niveau te willen hebben.

Staatssecretaris Van Dam:
Als mevrouw Ouwehand zegt dat het goed zou zijn als er meer audits zouden plaatsvinden, onderschrijf ik dat. Ik zal zowel bij de Europese Commissie als bij de Europese collegaministers aandacht vragen voor de situatie in Argentinië, om draagvlak te krijgen voor onze wens dat de Europese Commissie actie onderneemt richting Argentinië. Die actie kan de vorm van aanvullende audits aannemen, om de boel scherper te krijgen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nogmaals, op zich dank voor de inzet, maar dit is ook het punt dat ik vorige week probeerde te maken tijdens het debat over de vrijhandelsverdragen. Dit is een concrete casus. Europa kan bij een vrijhandelsverdrag met Zuid-Amerikaanse landen wel de inzet hebben dat standaarden op bijvoorbeeld het gebied van dierenwelzijn gelijk zijn, maar je ziet een enorm gat tussen hoe ze het in Zuid-Amerika doen en hoe we dat in Nederland en Europa doen. Dat blijkt alleen al uit de mate van toezicht. Als de standaarden gelijk moeten zijn, zegt de staatssecretaris dan ook dat paardenvlees uit Argentinië onder dezelfde mate van toezicht en controle moet staan als vlees van Nederlandse slachterijen? Dan komt zo'n vrijhandelsverdrag er niet, want dan moet daar zo'n enorme inhaalslag plaatsvinden! Ik leg deze concrete casus bij de staatssecretaris neer om te proeven hoe hij dit ziet in het licht van dit op handen zijnde vrijhandelsverdrag en andere vrijhandelsverdragen.

Staatssecretaris Van Dam:
Het gaat niet om de vraag of ze het toezicht daar op precies dezelfde manier als wij organiseren. Het zou ook geen logische en terechte eis zijn. Als landen waarmee wij een handelsverdrag sluiten, zouden eisen dat wij onze hele toezichtspraktijk aanpassen aan hoe zij dat graag zien, zouden we dat ook niet acceptabel vinden. Het gaat erom dat je afspraken maakt over het resultaat. Die gaan ook over het borgen van dierenwelzijn, ook in de slachterij. Het is aan de Argentijnse overheid, in dit geval, om daarop toe te zien. Europa inspecteert via audits of dat daadwerkelijk tot het afgesproken resultaat leidt. Als Europese inspecties tekortkomingen constateren dan wel aanleiding zien om meer inspecties te doen, dan kan dat. Dat is onderdeel van de afspraken. Gelet op de beelden zoals we die nu kennen, is er dus alle reden om meer inspecties te doen en om het betreffende bedrijf verder te controleren. Daarom zei ik ook dat ik bereid ben om de Europese Commissie te vragen om actie te ondernemen zodat er meer inspecties en aanvullende audits plaatsvinden, om goed in beeld te krijgen of de afspraken over bijvoorbeeld dierenwelzijn wel voldoende geborgd zijn. De Europese Commissie moet dat doen; zo is dat Europees bepaald. Op zich is het maken van dat soort afspraken, inclusief de afspraak dat je daarop zo veel kunt toezien als je zelf nodig acht om zeker te weten dat aan de afspraken voldaan wordt, in mijn ogen goed genoeg om zeker te kunnen stellen wat je zeker wilt stellen. Als je signalen hebt van misstanden aan de andere kant, betekent dat dat je scherper moet gaan kijken. Die mogelijkheid is er, maar die moet dan wel gebruikt worden.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording en voor de positie die hij inneemt, namelijk dat hij het niet wenselijk vindt om in het bedrijfsmodel standaard op te nemen dat jonge dieren op langeafstandtransporten worden gezet. Als het specifiek gaat over de leeftijd van dieren, zouden volgens hem de Europese regels moeten worden veranderd. Heeft hij het daarover? Of heeft hij het überhaupt over de duur van transporten? Nederland wil dat die maximaal acht uur duren, in plaats van de 24 uur die Europa wil. Ik vroeg mij af of we nog iets kunnen doen ten aanzien van de leeftijd van getransporteerde dieren.

We blijven daarnaast graag op de hoogte van het vervolg van de stappen die de staatssecretaris zet inzake het Argentijnse paardenvlees.

Ik kom tot slot op de hormoonverstorende stoffen. De staatssecretaris zegt dat er niet zo veel is gebeurd. Het is inderdaad niet op een stemming aangekomen, maar als ik AGRA FACTS lees, lijkt het toch alsof er nog over het voorstel wordt gediscussieerd en er sprake is van aanpassingen. Kan de staatssecretaris, gelet op het behandelvoorbehoud dat de Kamer heeft gemaakt, de stand van zaken sturen met betrekking tot het voorstel dat er nu ligt en de positie van Nederland? Na ontvangst van de brief wil ik de mogelijkheid voor een VAO (verslag van een algemeen overleg) openhouden. Dat hoeft niet voor de komende Landbouwraad plaats te vinden, maar wel voor het zomerreces. De eerstvolgende mogelijke stemming over hormoonverstorende stoffen zou dan net op 12 of 13 juli kunnen plaatsvinden. Kan de staatssecretaris de stand van zaken sturen? Na ontvangst van de brief volgt er mogelijk een VAO.

(…)

Staatssecretaris Van Dam:

Mevrouw Ouwehand vroeg nog een keer naar het langeafstandstransport. We zijn het erover eens dat we daar vanaf zouden moeten. Zij vroeg of het daarbij gaat om de duur van het transport of om de leeftijd van de dieren. Het gaat om beide. Het gaat om de leeftijd die de dieren moeten hebben voordat ze op transport gaan en om de lengte van het transport. Ik ben er sowieso tegen dat een transport langer dan acht uur zou duren. Dat is al vrij lang voor jonge dieren. Langer vind ik eigenlijk niet verantwoord, maar het mag wel binnen de Europese regels. Ik zei al hoe moeilijk het is om daar beweging in te krijgen. We moeten het echter wel blijven proberen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het kan zijn dat ik het niet scherp heb. De inzet van Nederland voor het beperken van de duur van een transport is me al jaren duidelijk, dat is acht uur, maar wat is de concrete inzet wat betreft de leeftijd? Welke landen steunen die wel en welke niet? Kan de staatssecretaris ons daarover informeren, zodat wij ook vanuit onze netwerken kunnen kijken hoe we andere landen in beweging kunnen krijgen om Nederland wat meer te steunen?

Staatssecretaris Van Dam:
Zullen we afspreken dat we dat soort dingen meenemen in de volgende brief over dierenwelzijn? Dat wordt dan wel het najaar, want de Kamer heeft net een brief gehad.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik zou denken de volgende keer als we over de Landbouw- en Visserijraad spreken. Zou dat kunnen? Even kort?

Staatssecretaris Van Dam:
Ik kan wel kort in de brief meenemen waar we op inzetten en wat de punten zijn waar we verbetering in willen. Dat zal echter niet in juli op de agenda staan. Het kost ons al genoeg moeite om dit soort issues op de agenda te krijgen van het platform dat moet spreken over dierenwelzijn.

De voorzitter:
Het lijkt mij dat mevrouw Ouwehand daar tevreden mee is.

Staatssecretaris Van Dam:
Dat dacht ik ook te zien en dat zie ik altijd graag.

Dan de hormoonverstorende stoffen. Mevrouw Ouwehand noemde het behandelvoorbehoud. De Commissie heeft op een drietal punten haar voorstel gewijzigd. Die wijzingen betreffen in alle gevallen een verduidelijking of een verbetering en zijn dus in lijn met het Nederlandse standpunt. We hebben hier een aantal keren gediscussieerd over mijn oordeel over hetgeen ter tafel ligt. Ik denk dat het een verbetering is en dat het meer zekerheid biedt dan de huidige regelgeving. Mevrouw Ouwehand bekijkt het van een andere kant en vindt dat het nog steeds te veel ruimte laat. Ik denk dat het een stap in de goede richting is, maar het is nu aan de Commissie, aangezien ze het wel ter stemming wilde brengen, maar dat uiteindelijk niet heeft gedaan, om aan te geven hoe ze hiermee verder wil. Zodra de Commissie daarmee komt, zal ik de Kamer informeren en heeft de Kamer de kans om dit te behandelen, schriftelijk of mondeling.

Mevrouw Ouwehand vroeg ook om op de hoogte gehouden te worden van de vervolgstappen voor Argentijns paardenvlees. Dat zal ik vanzelfsprekend doen.

(…)


Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik aarzel een beetje over die hormoonverstorende stoffen. Als er een stemming op dat punt is aangekondigd, probeer ik altijd zo snel mogelijk — de Kamer weet dat van mij — daarover een Kameruitspraak te krijgen. Dat is de vorige keer niet gelukt. Ik wil voorkomen dat dat bij de eerstvolgende stemming weer niet zal lukken. Ik weet niet of er nog een Landbouw- en Visserijraad is voor het reces. Ik zie dat dat niet zo is. Ik wil toch mijn verzoek om een VAO handhaven. De staatssecretaris zou mij verder een groot plezier doen als hij een brief zou sturen waarin staat wat de drie technische wijzigingen van de Europese Commissie zijn waar Nederland mee kan instemmen. Anders moet ik terugzoeken in de geannoteerde agenda's. We kunnen dan op basis van de informatie in die brief bekijken of de Kamer de inzet mogelijk nog zou willen wijzigen voordat het zomer is.

De voorzitter:
Ik begrijp dat u allereerst om een brief vraagt. Aan de hand van die brief wilt u het VAO laten inplannen, maar wel voor het zomerreces.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja.

De voorzitter:
Dan heb ik het goed begrepen. Er komt een brief, hoor ik nu. Dat krijgt u ook mee. Dan stellen we in ieder geval vast dat u aan de hand van die brief aangeeft of er een VAO moet komen. Dat komt dan voor het zomerreces.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zo is dat.