Vragen Van Raan over de duur­zaamheid van houtige biomassa


Indiendatum: 11 dec. 2020

Schriftelijke vragen van het lid Van Raan (PvdD) aan de minister van Economische Zaken en Klimaat over de duurzaamheid van houtige biomassa

  1. Kent u de berichten “Sjoemelhout uit Estland” en “Why British biomass energy is a burning issue for Estonia”? [1], [2]
  2. Bent u het eens met de conclusie van het onderzoek “Sjoemelhout uit Estland” dat de houtkap tussen 2014 en 2019 is verdubbeld en zelfs drie keer zo groot was in Natura2000 gebieden? Zo nee, waarom niet?
  3. Bent u het eens met de conclusie van het onderzoek “Sjoemelhout uit Estland” dat houtkap is toegenomen door een aanpassing van de wet in 2015, waardoor kappen vergemakkelijkt is? Zo nee, waarom niet?
  4. Klopt het dat uw uitspraak, gedaan tijdens het notaoverleg energie en klimaat van 26 november en 3 december, dat het bosareaal van Estland op het niet-beschermde deel toeneemt, was gebaseerd op cijfers van het Estse ministerie van milieu, dat aangeeft dat het bosareaal tussen 2015 en 2018 is toegenomen van 2.309.500 hectare naar 2.330.800 hectare? Zo nee, op welke bron(nen) is uw uitspraak gebaseerd?
  5. Kunt u aangeven of onder het bovengenoemde niet-beschermde deel ook Natura2000 gebieden vallen? Zo ja, hoeveel hectare Natura2000 gebied valt onder het niet-beschermde deel en hoeveel valt er onder het beschermde deel?
  6. Kunt u aangeven wat u bedoelt met bosareaal? Klopt het dat bosareaal niet hetzelfde is als bosoppervlakte, bosbedekking of hoeveelheid bomen? Zo nee, waarom niet?
  7. Beaamt u dat het bosareaal is toegenomen, maar dat de bosbedekking niet is toegenomen, zoals blijkt uit data van Global Forest Watch, die aantonen dat bosbedekking gemiddeld met 28.412 hectare is afgenomen per jaar en in totaal met 446.000 hectare tussen 2011 en 2019, waarin de periode 2015 tot 2019 vier-vijfde voor haar rekening heeft genomen? [2]
  8. Kunt u aangeven of u het verschil tussen bosareaal en bosbedekking relevant vindt? Zo nee, waarom niet?
  9. Kunt u aangeven hoe de verdeling van bezit van bosgronden (beschermd, niet-beschermd en Natura2000 gebied) in Estland is? Hoeveel grond is er in handen van de overheid en hoeveel van privé eigenaren, zoals Graanul Invest en alle dochterbedrijven, graag uitgesplitst naar beschermd, niet-beschermd en Natura2000 gebied? En kunt u hierbij aangeven op welke bron(nen) u zich baseert?
  10. Is het aandeel Natura2000, beschermd en niet beschermd bosareaal, dat in handen is van privé eigenaren, in de afgelopen vijf jaar toe- of afgenomen, graag uitgesplitst per gebied?
  11. Kunt u aangeven welke van de volgende publicaties leidend is voor het Nederlandse houtige biomassa beleid: 1) Duurzaamheidskader biogrondstoffen, 2) “Bio-Scope: Toepassingen en beschikbaarheid van duurzame biomassa” van CE-Delft [3] en 3) “Duurzaamheidscertificatie van vaste biomassa voor energiedoeleinden” van RVO [4]?
  12. Klopt het dat het Sustainable Biomass Program (SBP) het enige keurmerk is dat volgens de Nederlandse overheid de duurzaamheid van bos tot energiecentrale garandeert? [1] Zo nee, welke andere keurmerken zijn volgens de Nederlandse overheid goedgekeurd?
  13. Kunt u de volgende vragen beantwoorden per goedgekeurd keurmerk (hierbij kunt u ook verwijzen naar een geldige publicatie):
    1. Wat zijn de eisen van het programma?
    2. Wat zijn de definities van resthout en afvalstromen?
    3. Kunt u aangeven of het certificatiesysteem is gebaseerd op een vrijblijvend convenant of een handhavende afspraak?
    4. Hoe wordt behoud van biodiversiteit meegenomen in dit programma?
    5. Wordt hierbij kaalkap toegestaan en hoeveel hectare kaalkap mag er plaatsvinden?
    6. Moeten bomen worden terug geplant? Hoe wordt dit gecontroleerd en door wie?
    7. Hoe werkt het terugplanten in Natura2000 gebieden, waar bomen geen commodity zijn, maar een onderdeel van het landschap dat ook de biodiversiteit, die afhankelijk is van bomen, beschermt?
  14. Wie controleert of een bedrijf, met zo’n certificering, zich houdt aan de eisen van het keurmerk?
    1. Hoe vaak worden deze controles uitgevoerd?
    2. Bestaan er sancties wanneer er bij controles onregelmatigheden worden gevonden?
    3. Kunt u aangeven of er een accreditatie door een onafhankelijke derde partij is geweest in de gebieden waar gekapt wordt in Estland? Zo nee, waarom niet?
    4. Hoe controleert een raad en een toezichthouder de private auditbureaus en wat zijn de resultaten van deze controles?
    5. Kunt u een recent voorbeeld geven waarbij dit aan de orde was met hierbij de vermelding van alle stappen?
  15. Beaamt u de conclusie van het onderzoek “Why British biomass energy is a burning issue for Estonia” dat Graanul Invest zes jaar na dato nog steeds geen bomen heeft terug geplant in een gebied dat het kaal gekapt had, ondanks de belofte om dat wel te doen? [2]
  16. Is een SBP certificaat nog wel geldig, als uit het onderzoek naar voren komt dat ook hele bomen worden gekapt, specifiek voor het verbranden van hout voor energie, of dat blijkt dat terugplanten van bomen niet plaatsvindt, en dat er dus niet voldaan wordt aan de eisen van het SBP certificaat?
  17. Klopt het dat de Nederlandse overheid de FSC- en PEFC keurmerken niet vindt voldoen aan de Nederlandse biomassa-eisen? Zo ja, waarom niet? [1]
  18. Kan hiermee gesteld worden dat FSC en PEFC niet in lijn zijn met de duurzaamheidseisen van Nederland met betrekking tot houtige biomassa?
  19. Klopt het dat in 2019 een uitzonderingsregel in het leven is geroepen om ook hout met het FSC of PEFC keurmerk te mogen gebruiken voor het verbranden van hout?
  20. Beaamt u dat dit lijnrecht staat tegenover uw uitspraken, waarin u stelt dat Nederland zich aan de meest strikte duurzaamheidseisen houdt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u eraan doen?
  21. Kunt u aangeven welke certificaten RWE en Uniper gebruiken en in welke percentages, en welke certificaten het meest in Nederland worden gebruikt?
  22. Beaamt u dat zestig procent van de biomassa (500.000 ton) in de Nederlandse centrales niet hoeft te voldoen aan de strengere duurzaamheidseisen en certificaten, omdat het gaat om secundaire residuen uit de agro-food en houtindustrie en tertiaire residuen zoals houtafval?[1]
  23. Kunt u ons vertellen waar deze resten precies vandaan komen en hoe gegarandeerd wordt dat er niet hele bomen in verdwijnen, bijvoorbeeld omdat zij een lage economische kwaliteit hebben?
  24. Deelt u de conclusie van het onderzoek “Sjoemelhout uit Estland” dat de Nederlandse duurzaamheidseisen transparantie en betrouwbaarheid zouden moeten garanderen, maar dat ze in feite het zicht op wat er in de praktijk gebeurt vertroebelen en dat ze de verantwoordelijke instanties kansen bieden om naar elkaar te wijzen? Zo nee, waarom niet?
  25. Kunt u een proces flowchart geven van alle stappen die doorlopen worden voor het behalen van een Sustainable Biomass Program (SBP) certificaat, van boom tot oven, met vermelding van de bijhorende instanties? Zo nee, waarom niet?
  26. Beaamt u, dat u als overheid bovengenoemde flowchart zou moeten kunnen opstellen en indien dit niet het geval is, beaamt u dan dat de duurzaamheidseisen niet transparant en democratisch zijn? Zo nee, waarom niet?
  27. Kunt u een concreet recent voorbeeld noemen waarbij het SBP traject in zijn geheel heeft plaatsgevonden met daarbij expliciet de vermelding van alle stappen en onderdelen (wanneer, waar, waarom, door wie en hoe)?
  28. Staat u nog steeds achter uw uitspraak dat er geen hele bomen worden verbrand voor biomassa? Zo ja, op basis van welke bron(nen)?

[1] https://www.groene.nl/artikel/...

[2] https://eandt.theiet.org/content/articles/2020/12/why-british-biomass-energy-is-a-burning-issue-for-estonia-s-forests/

[3] https://www.ce.nl/publicaties/...

[4] https://www.rvo.nl/sites/defau...