Vragen over lange afstandswedstrijden in de duivensport, waarbij meer dan de helft van de dieren uitvalt.

Vragen van de leden Wassenberg en Arissen (Partij voor de Dieren) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over lange afstandswedstrijden in de duivensport, waarbij meer dan de helft van de dieren uitvalt.

  1. Kent u het bericht ‘Helletocht voor de sterkste duiven’, waarin wordt omschreven hoe tijdens een jaarlijkse lange afstandswedstrijd duizenden duiven de eindstreep niet hebben gehaald omdat ze gedesoriënteerd raken door onweer of storm, temperaturen van ver boven de 30 graden moeten trotseren en in één ruk meer dan duizend kilometer moeten afleggen?(De Volkskrant, 18 juli 2017)
  2. Hoe beoordeelt u het feit dat van de Belgische duiven slechts 32,5% is teruggekeerd voor het sluiten van de registratie (2577 van de 7907 dieren)? Hoe groot is het percentage van de 4.492 Nederlandse duiven dat de helletocht van Barcelona naar Nederland niet heeft overleefd of dat vermist is geraakt?
  3. Hoe oordeelt u over het dierenwelzijn tijdens dit soort slopende tochten van soms meer dan duizend kilometer?
  4. Deelt u de mening dat bij dierenwedstrijden, waar grote prijzen aan zijn verbonden, het risico op benadeling van het welzijn van de dieren wordt vergroot? Zo nee, waarom niet?
  5. Kunt u een overzicht geven van het aantal wedstrijden dat jaarlijks plaatsvindt in de duivensport, opgesplitst in korte afstand en lange afstand, het aantal duiven dat hiervoor wordt gebruikten de hoogte van de uitval onder de duiven? Zo nee, waarom niet?
  6. Welke dierenwelzijnsrichtlijnen gelden er voor het inzetten van duiven bij trainingen en wedstrijdvluchten en door wie zijn deze richtlijnen opgesteld? Acht u deze richtlijnen voldoende om het welzijn van de duiven te waarborgen? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, op welke wijze bent u voornemens hier verandering in te brengen?
  7. Op welke wijze en door welke instantie wordt er toezicht gehouden op de uitoefening van trainingen en wedstrijden met duiven en op de naleving van eventuele richtlijnen? Acht u dit toezicht voldoende? Welke rol ziet u hierbij weggelegd voor de (landelijke) overheid?
  8. Deelt u de mening dat een verbod op lange afstandswedstrijden nodig is om het welzijn van duiven te beschermen? Zo ja, bent u bereid tot het instellen van een verbod op deze langeafstandswedstrijden met duiven?
  9. Welk verband bestaat er tussen uitval bij dit soort lange afstandsvluchten en duivenoverlast in steden? Deelt u de opvatting dat verdwaalde duiven terecht kunnen komen in steden, waar ze voor overlast kunnen zorgen? Zo nee, waarom niet? Bent u bereid hiertoe onderzoek naar te laten doen?

 

Antwoorden

 

Geachte Voorzitter,

 

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen van de leden Wassenberg en Arissen (beiden PvdD) over lange-afstandswedstrijden in de duivensport.

 

1
Kent u het bericht ‘Helletocht voor de sterkste duiven’, waarin wordt omschreven hoe tijdens een jaarlijkse lange afstandswedstrijd duizenden duiven de eindstreep niet hebben gehaald, omdat ze gedesoriënteerd raken door onweer of storm, temperaturen van ver boven de 30 graden moeten trotseren en in één ruk meer dan duizend kilometer moeten afleggen?


Antwoord

Ja.

 

2
Hoe beoordeelt u het feit dat van de Belgische duiven slechts 32,5% is teruggekeerd voor het sluiten van de registratie (2577 van de 7907 dieren)? Hoe groot is het percentage van de 4492 Nederlandse duiven dat de helletocht van Barcelona naar Nederland niet heeft overleefd of dat vermist is geraakt?
 

Antwoord

Wanneer de snelste 25% van de duiven is geregistreerd, is de wedstrijd afgelopen en hoeft er niet meer geklokt te worden. Ook na het sluiten van de tijdsregistratie komen duiven nog thuis, maar dat wordt niet meer gemeld. Het is daarom, voor zover ik heb begrepen, niet bekend hoeveel duiven er thuis zijn of uiteindelijk nog thuis zullen komen. 

 

3
Hoe oordeelt u over het dierenwelzijn voor wat betreft dit soort slopende tochten van soms meer dan duizend kilometer?
 

4
Deelt u de mening dat bij dierenwedstrijden, waar grote prijzen aan zijn verbonden, het risico op benadeling van het welzijn van de dieren wordt vergroot? Zo nee, waarom niet?

 

Antwoord 3 en 4

De Nederlandse duivenorganisaties dienen zich, zoals elke houder van dieren, te houden aan de van toepassing zijnde algemene welzijnsvoorschriften van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren. Zo is het verboden bij dieren onnodig lijden te veroorzaken of de gezondheid onnodig te benadelen. Ik heb begrepen dat voor de langere afstanden duiven worden ingezet die robuuster zijn en langere vluchten aan kunnen. Dat neemt niet weg dat, mochten er overtredingen geconstateerd worden omdat niet wordt voldaan aan de dierenwelzijnsregels, ingegrepen kan worden. Het is aan de toezichthouders om dergelijke overtredingen te constateren. 

 

5

Kunt u een overzicht geven van het aantal wedstrijden dat jaarlijks plaatsvindt in de duivensport, opgesplitst in korte afstand en lange afstand, het aantal duiven dat hiervoor wordt gebruikt en de hoogte van de uitval onder de duiven? Zo nee, waarom niet?

 

Antwoord

Ik beschik niet over de gevraagde gegevens met betrekking tot de georganiseerde evenementen met duiven in Nederland. Een aantal gegevens, waaronder het tijdstip en de locatie van inkorven en lossen bijvoorbeeld, moet worden gemeld om het toezicht mogelijk te maken. De NVWA kan per melding besluiten een controle uit te voeren. Het aantal meldingen staat niet gelijk aan het aantal wedstrijden (meerdere meldingen per wedstrijd zijn mogelijk). Deze meldingen worden niet standaard bewerkt tot totaaloverzichten omdat dit niet nodig is voor het toezicht. Gezien de verschillende wijzen waarop de meldingen aangeleverd mogen worden, is het niet mogelijk een totaaloverzicht te genereren.

 

6   
Welke dierenwelzijnsrichtlijnen gelden er voor het inzetten van duiven bij trainingen en wedstrijdvluchten en door wie zijn deze richtlijnen opgesteld? Acht u deze richtlijnen voldoende om het welzijn van de duiven te waarborgen? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, op welke wijze bent u voornemens hier verandering in te brengen?

 

Antwoord

Vanuit mijn ministerie zijn geen richtlijnen opgesteld voor het inzetten van duiven bij trainingen en wedstrijdvluchten. Wel zijn er algemene dierenwelzijnsnormen opgenomen in het Besluit houders van dieren. Daarnaast is er diergezondheidsregelgeving vastgesteld met betrekking tot diergezondheid, in de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s. Vanuit deze regeling vloeit de verplichting voort dat duiven die mee doen aan een vliegwedstrijd, tentoonstelling of show, minimaal twee weken voor deelname gevaccineerd dienen te worden tegen Newcastle Disease (NCD). Dit is een besmettelijke dierziekte waar een bestrijdingsplicht voor geldt.

 

De Nederlandse Postduivenhouders Organisatie heeft ook eigen reglementen opgesteld met daarin dierenwelzijnsvoorschriften. Aan deze reglementen zijn de verenigingen die wedstrijden organiseren onder de auspiciën van de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie, gehouden.

 

7

Op welke wijze en door welke instantie wordt er toezicht gehouden op de uitoefening van trainingen en wedstrijden met duiven en op de naleving van eventuele richtlijnen? Acht u dit toezicht voldoende? Welke rol ziet u hierbij weggelegd voor de (landelijke) overheid?
 

Antwoord

De Nederlandse Postduivenhouders Organisatie houdt toezicht op de wedstrijden. Op basis van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, artikel 55, derde lid, moet het verzamelen van wedstrijdduiven gemeld worden aan de NVWA. De NVWA kan de duiven aldaar inspecteren. Tot slot kunnen welzijnsovertredingen gemeld worden via 144 red een dier. De politie, LID of NVWA kan deze melding opvolgen en zo nodig een proces-verbaal of rapport opmaken.

 

8
Deelt u de mening dat een verbod op lange afstandswedstrijden nodig is om het welzijn van duiven te beschermen? Zo ja, bent u bereid tot het instellen van een verbod op deze lange afstandswedstrijden met duiven?

 

Antwoord

Zolang de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie en de onder auspiciën van de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie werkende verenigingen laten zien zich in te zetten voor de waarborging van zowel de gezondheid als het welzijn van de aan de wedstrijdvluchten deelnemende duiven en zich houden aan de eigen reglementen, zie ik geen reden een verbod in te stellen op wedstrijdvluchten.  

 

9

Welk verband bestaat er tussen uitval bij dit soort lange afstandsvluchten en duivenoverlast in steden? Deelt u de opvatting dat verdwaalde duiven terecht kunnen komen in steden, waar ze voor overlast kunnen zorgen? Zo nee, waarom niet? Bent u bereid hiertoe onderzoek naar te laten doen?

 

Antwoord

Er bestaat geen aantoonbaar verband tussen duivenoverlast in steden en lange-afstandsvluchten. Ik zie geen aanleiding om hier onderzoek naar te laten doen.
 

 

 

 

 

 

(w.g.)          Martijn van Dam

Staatssecretaris van Economische Zaken