Vragen over het stimu­leren van duurzame eiwit­con­sumptie


Vragen van het lid Hazekamp aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu en van Economische zaken, Landbouw en Innovatie over het stimuleren van duurzame eiwitconsumptie.

1. Kent u het artikel ‘Iedereen aan de Vegaworst, dan wordt die vanzelf wel goedkoper’? [1]

2. Is het waar dat plantaardige vleesvervangers nog aanmerkelijk duurder zijn dan vergelijkbare vleesproducten?

3. Deelt u de mening van Tiny van Boekel dat vlees te goedkoop is in relatie tot vleesvervangers en dat het wenselijk zou zijn via het ‘de vervuiler betaalt principe’ dit prijsverschil te verkleinen of te conpenseren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

4. Is het waar dat de ‘externe kosten’ van vlees, zoals kosten van dierziekten grondreiniging en waterzuivering niet of zeer beperkt worden doorberekend in de kostprijs van vlees? Zo nee, op welke wijze worden deze kosten dan integraal doorberekend aan de eindgebruiker in het kader van ‘de vervuiler betaalt’? Zo ja, bent u bereid maatregelen te treffen om de externe kosten van vlees integraal onderdeel te maken van de winkelprijs?

5. Kunt u aangeven wat de integrale kostprijs van vlees is in relatie tot de huidige winkelprijs, voor wat betreft kip, rund en varken? Zo nee, waarom niet en bent u bereid hier een onderzoek naar in te stellen? Zo ja, kunt u exact zijn in uw beantwoording?

6. Is het nog steeds het standpunt van het kabinet dat vlees het meest vervuilende onderdeel van ons voedselpakket is? Zonee, sinds wanneer is dit standpunt gewijzigd? [2]

7. Kunt u aangeven welke stimuleringsregelingen het kabinet neemt om het prijsverschil tussen plantaardige vleesvervangers en vlees te verkleinen?

8. Ziet u overeenkomsten in het overbruggen van de kostprijsverschillen tussen onduurzame energie en duurzame energie enerzijds en de overbrugging van prijsverschillen tussen duurzame en onduurzame eiwitbronnen voor menselijke consumptie anderzijds? Zo nee, waarom niet? Zo ja , welke?

9. Ziet u mogelijkheden om via de invoering van een belasting op onduurzame eiwitproducten het prijsverschil tussen vlees en vleesvervangers te verkleinen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

10. Kunt u aangeven waaruit de huidige inzet van het kabinet bestaat om een duurzame eiwittransitie tot stand te brengen en kunt u ook inzicht bieden in uw plannen voor de nabije toekomst terzake? Zo nee, waarom niet?

11. Bent u bereid een actief stimuleringsbeleid voor de productie en consumptie van plantaardige vleesvervangers vorm te geven? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

[1]http://www.trouw.nl/tr/nl/4332/Groen/article/detail/3179062/2012/02/14/Iedereen-aan-de-vega-worst-dan-wordt-die-vanzelf-wel-goedkoper.dhtml
[2] Kamerstukken II 2007-2008, 30 196 nr. 32

Antwoorddatum: 16 mei 2012

1. Kent u het artikel ‘Iedereen aan de Vegaworst, dan wordt die vanzelf wel goedkoper’?

Antwoord op vraag 1: Ja.

2. Is het waar dat plantaardige vleesvervangers nog aanmerkelijk duurder zijn dan vergelijkbare vleesproducten?

Antwoord op vraag 2: Er is een grote variatie in producten en prijzen. Het is daardoor niet mogelijk hier een eenduidig antwoord op te geven.

3. Deelt u de mening van de in het artikel genoemde levensmiddelen technoloog van de Wageningen Universiteit dat vlees te goedkoop is in relatie tot vleesvervangers en dat het wenselijk zou zijn via het ‘de vervuiler betaalt principe’ dit prijsverschil te verkleinen of te compenseren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

Antwoord op vraag 3: Op korte termijn zie ik hiervoor geen mogelijkheden. Zie hiervoor o.a. mijn reactie (TK 32708, nr. 6) op het door uw Kamer geïnitieerde onderzoeksrapport van Blonk Milieuadvies c.s. ‘De economische dimensie van de verduurzaming van voedsel’. Ik volg met belangstelling de internationale zoektocht naar de mogelijkheden van het internaliseren van externe kosten, onder andere door de Europese Commissie. Zie hiervoor ook TK 32708, nr. 12 en het BNC-fiche EK 22112 / 33072 over Het stappenplan voor een efficiënt hulpbronnengebruik in Europa.

4. Is het waar dat de ‘externe kosten’ van vlees, zoals kosten van dierziekten grondreiniging en waterzuivering niet of zeer beperkt worden doorberekend in de kostprijs van vlees? Zo nee, op welke wijze worden deze kosten dan integraal doorberekend aan de eindgebruiker in het kader van ‘de vervuiler betaalt’? Zo ja, bent u bereid maatregelen te treffen om de externe kosten van vlees integraal onderdeel te maken van de winkelprijs?

Antwoord op vraag 4: Mijn beleid is gericht op het stellen van wettelijke randvoorwaarden op het terrein van milieu, diergezondheid en dierenwelzijn aan de veehouderijproductie in Europees verband. Deze wettelijke eisen worden gefaseerd ingevoerd en aangescherpt om ondernemers de gelegenheid te geven economisch verantwoord de bedrijfsvoering te kunnen aanpassen. Door deze wettelijke maatregelen zullen de externe kosten dalen. Daarnaast ontstaan er steeds meer marktinitiatieven waarbij bovenwettelijke duurzaamheidmaatregelen worden genomen waarvoor een markt bestaat en de consument bereid is een meerprijs te betalen. Hier ligt een belangrijke rol voor de retail en de out of home sector.

5. Kunt u aangeven wat de integrale kostprijs van vlees is in relatie tot de huidige winkelprijs, voor wat betreft kip, rund en varken? Zo nee, waarom niet en bent u bereid hier een onderzoek naar in te stellen? Zo ja, kunt u exact zijn in uw beantwoording?

Antwoord op vraag 5: Zoals aangegeven in het eerder genoemde rapport ‘De economische dimensie van verduurzaming voedsel’ uit 2011 is het nu niet mogelijk om met zekerheid een reële prijs van voedsel te bepalen. Op verzoek van mijn ministerie brengt het LEI deze zomer nog een studie uit over dit onderwerp: “Kosten van negatieve externe effecten van de productie, verwerking en consumptie van voedsel”. Het gaat hier om een nadere verkenning van de mogelijkheden om corrigerend op te treden bij negatieve externe effecten. Op basis van de resultaten van dit onderzoek zal ik bezien welke vervolgstappen nodig en mogelijk zijn.

6. Is het nog steeds het standpunt van het kabinet dat vlees het meest vervuilende onderdeel van ons voedselpakket is? Zo nee, sinds wanneer is dit standpunt gewijzigd?

Antwoord op vraag 6: Deze vraag heb ik beantwoord in mijn brief van 16 juni 2011 (uw referentie 2011Z10741), mij zijn geen nieuwe wetenschappelijke inzichten bekend hierover.

7. Kunt u aangeven welke stimuleringsregelingen het kabinet neemt om het prijsverschil tussen plantaardige vleesvervangers en vlees te verkleinen?

Antwoord op vraag 7: Hiertoe neemt het kabinet geen stimuleringsmaatregelen.

8. Ziet u overeenkomsten in het overbruggen van de kostprijsverschillen tussen niet duurzame energie en duurzame energie enerzijds en de overbrugging van prijsverschillen tussen duurzame en niet duurzame eiwitbronnen voor menselijke consumptie anderzijds? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke?

Antwoord op vraag 8: Mijn beleid is gericht op de algemene verduurzaming van de voedselketen, zoals ik in het plenair debat met de Tweede Kamer op 18 januari 2012 uiteen heb gezet.

9. Ziet u mogelijkheden om via de invoering van een belasting op onduurzame eiwitproducten het prijsverschil tussen vlees en vleesvervangers te verkleinen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

Antwoord op vraag 9: Nee, mijn beleid is er op gericht de gehele keten te verduurzamen. Ik doe dit bij voorkeur door bedrijven die op de goede weg zijn in het zonnetje te zetten, in plaats van de producenten van gangbare producten te straffen.

10. Kunt u aangeven waaruit de huidige inzet van het kabinet bestaat om een duurzame eiwittransitie tot stand te brengen en kunt u ook inzicht bieden in uw plannen voor de nabije toekomst terzake? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 10: Onder de topsector Agrofood is een TKI (Topconsortium Kennis en Innovatie) rond eiwitinnovaties opgenomen in de Innovatiecontracten. Eiwitonderzoek is hiermee een duidelijk speerpunt geworden voor onderzoek vanuit publiek-private samenwerking. De topsector agro-food faciliteert koplopers met een ‘zgn. versnellingsaanpak’ die erop gericht is bedrijven samen te brengen om marktsuccessen met innovatie te vergroten. In februari 2012 heeft dit geleid tot de versnellingsagenda eiwitinnovaties van het bedrijfsleven zelf en is dit aangeboden aan DG B&I als vertegenwoordiger van topsectorenbeleid.

11. Bent u bereid een actief stimuleringsbeleid voor de productie en consumptie van plantaardige vleesvervangers vorm te geven? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

Antwoord op vraag 11: Het bedrijfsleven dat zich richt op de productie van plantaardige vleesvervangers kan een beroep doen op het TKI eiwitinnovaties van de topsector Agrofood. De overheid stimuleert de consumptie van plantaardige vleesvervangers niet. Het is naar mijn mening de eigen verantwoordelijkheid van de consument om al dan niet te kiezen voor plantaardige vleesvervangers.


dr. Henk Bleker
Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

Wij staan voor:

Wij zijn tegen:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer