Vragen over de uitspraken van de Inspecteur-Generaal van de NVWA


Indiendatum: apr. 2014

1. Deelt u de mening van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) dat er een gebrek is aan ethisch besef bij met name producenten van vlees en vleesproducten, en zo ja, op welke consequenties verbindt u hieraan? Zo nee, waarom niet?

2. Deelt u de mening van de inspecteur-generaal dat ethische waarden, zoals respect voor dieren, hoger in het vaandel moeten, ook als dat leidt tot een lagere productie en een daling van de Nederlandse voedselexport, en dat we een tandje terug moeten in de hoeveelheid voedsel die in Nederland gefabriceerd wordt? Zo ja, op welke wijze bent u voornemens om invulling en uitvoering te geven aan deze aanbeveling van de inspecteur-generaal? Zo nee, waarom niet?

3. Deelt u de mening dat het ronduit zorgelijk is het dat een veehouder in het ziekenhuis in quarantaine verpleegd moet worden, wegens mogelijk besmettingsgevaar of resistente bacteriën?

4. Kunt u de inschatting van de inspecteur-generaal bevestigen dat het nog jaren zal duren voordat de NVWA helemaal op orde is, en dat zich intussen incidenten zullen blijven voordoen? Hoeveel jaren gaat dit nog duren volgens u? En op welke wijze bent u in de tussentijd voornemens om consumenten erop te wijzen dat de voedselveiligheid niet gegarandeerd is, en dat consumenten dus de kans lopen om ziek te worden van het vlees dat zij in de supermarkt kopen?

5. Deelt u de opvatting van de inspecteur-generaal dat het behandelen van filet met een bepaald eiwit waardoor het volume toeneemt, moreel verwerpelijk is? Zo nee, waarom niet? Kunt u aangeven op welke schaal dit gebeurt in Nederland en of dit tevens gebeurt bij andere producten? Op welke wijze worden consumenten geïnformeerd over deze praktijken? Bent u bereid om een einde te maken aan deze verwerpelijke praktijken? Zo ja, op welke wijze en welke termijn? Zo nee, waarom niet?

6. Bent u voornemens om op korte termijn de aanbeveling van de inspecteur-generaal over te nemen om de inspectieresultaten gewoon op internet te zetten, niet alleen van de inspecties van lunchrooms maar ook van de inspecties bij de andere inspecties van de NVWA zoals bij supermarkten en slachthuizen, zodat de burger meer verantwoord kan handelen? Zo nee, waarom niet, en op welke wijze wilt u consumenten dan in staat stellen om gezonde en veilige keuzes te kunnen maken over wat zij willen aanschaffen en waar zij dat willen doen?

7. Kunt u aangeven wat de locatie is van het veeverzamelcentrum waar aangifte tegen is gedaan door de NVWA vanwege intimidatie tegen NVWA inspecteurs?

Indiendatum: apr. 2014
Antwoorddatum: 1 apr. 2014

De IG refereert aan de maatschappelijke vraagstukken die op dit moment in de veehouderij aan de orde zijn en stelt dat hiervoor een transitie naar een zorgvuldige en duurzame veehouderij noodzakelijk is. Hij geeft hiermee mijn beleid weer zoals verwoord in het kabinetstandpunt inzake de omvang van de intensieve veehouderij en schaalgrootte (Kamerstuk 28 973, nr. 134).

Ik onderschrijf de mening van de IG NVWA dat alle betrokkenen in de keten bij het houden, transporteren en slachten respectvol met dieren om moeten gaan. Hiervoor zijn minimale normen vastgelegd in Europese regelgeving. Daarnaast stimuleer ik het bedrijfsleven om in marktcon-cepten en private kwaliteitsystemen extra stappen te zetten en maatre-gelen te nemen die het dierenwelzijn verbeteren. In de beleidsbriefDierenwelzijn (Kamerstuk 28 286, nr. 651) heb ik mijn beleid concreet uitgewerkt. Een goed dierenwelzijn hoeft niet ten koste te gaan van de omvang van de veehouderijproductie in Nederland. Hiervoor verwijs ik u naar de kabinetsvisie Intensieve Veehouderij (Kamerstuk 28 973, nr. 134). Voedselproductie in Nederland is het zoeken naar een optimaal evenwicht tussen bedrijfseconomisch haalbaar produceren en de waardering van maatschappelijke waarden als dierenwelzijn en ecologie. Het kabinet staat voor een integrale aanpak. Samen met het bedrijfsleven (via de Alliantie Verduurzaming Voedsel) werk ik aan een verduurzaming van de voedsel-productie, waarbij verbeteren van het dierenwelzijn één van de aspecten is. De Alliantie Verduurzaming Voedsel heeft in samenwerking met EZ een verduurzamingagenda opgesteld (Kamerstuk 31 532, nr. 118). Een van de vier pijlers in deze agenda is de verduurzaming van de vleesketen. Zo wordt er gekeken naar inkoopspecificaties die meer eisen stellen m.b.t. dierenwelzijn en milieu (bijv. Kip van morgen). De inzet is verduurzaming integraal te verankeren in de bedrijfsprocessen en de basisnorm te verhogen. Steeds meer bedrijven sluiten zich aan bij private verduurza-mingsinitiatieven en leggen verantwoording af over hun duurzaamheids-inspanningen.

Ja, dit is een zorgelijk feit en mede daarom is antibioticaresistentie een onderwerp waar ik, samen met de Minister van VWS, hard aan werk. De veehouders en dierenartsen hebben hun verantwoordelijkheid in deze opgepakt en maatregelen getroffen om het antibioticagebruik sterk terug te brengen. Hierover hebben wij u geïnformeerd, o.a. met de brief van 29 augustus 2013 (Kamerstuk 29 683, nr. 168) en tijdens het AO Dierziekten en antibioticagebruik van 15 januari jl. (Kamerstuk 29 683, nr. 183).

Incidenten zullen zich altijd blijven voordoen. Een goed functionerende incidenten- en crisisorganisatie is van groot belang. Daarom wordt ook daarin geïnvesteerd, zoals u in de kabinetsreactie naar aanleiding van het OvV-rapport Salmonella in zalm kunt lezen (Kamerstuk 26 991, nr. 389). In het Plan van Aanpak NVWA heb ik aangegeven uit te gaan een periode van zeker 3 jaar om de NVWA weer op orde te brengen. Consumenten moeten ervan uit kunnen gaan dat vlees in de supermarkt veilig is als de gebruikelijke hygiëneregels bij het bewaren, bereiden en koken worden betracht. Het Voedingscentrum geeft voorlichting over voedselveiligheid op haar website. 100% veiligheid is echter nooit te garanderen. Als er onverhoopt toch onveilige producten in de handel zijn gekomen, dan bestaat de wettelijke verplichting voor bedrijven om deze onveilige producten terug te roepen. Als het product de consument bereikt kan hebben en er sprake is van een direct gevaar voor de volksgezondheid, dan is het bedrijf daarnaast verplicht de consumenten op doeltreffende en nauwkeurige wijze te informeren. Afhankelijk van de verspreiding van het product kan daarbij bijvoorbeeld worden gekozen voor advertenties in landelijke dagbladen of het gericht informeren van klanten van een groothandel die het product gekocht hebben. De NVWA ziet er op toe dat terugroepacties op adequate wijze gebeuren.

Antwoord Vlees is zowel in Verordening 853/2004 als in het Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten gedefinieerd. Alleen indien het product aan de definitie voldoet mag het onder de benaming «vlees» verhandeld worden. Vlees dat een bereiding ondergaat of waaraan andere levensmiddelen toegevoegd worden, mogen niet als «vlees» verhandeld worden. Vlees waaraan eiwitten en water zijn toegevoegd voldoet niet meer aan de definitie van «vlees», maar is een vleesbereiding geworden. Een derge-lijke vleesbereiding mag tot 20% toegevoegd water bevatten. Dit is niet verboden, maar de consument moet wel juist over dit product geïnfor-meerd worden. Bij de aanduiding zal ook een vermelding als «met toegevoegd water» moeten worden vermeld en het percentage vlees en water moet duidelijk vermeld worden. Ook aan vis kan op dergelijke wijze water toegevoegd worden. Indien aan vlees water en eiwitten worden toegevoegd, zonder dat dit duidelijk wordt vermeld, is er sprake van een wettelijke overtreding. In de nieuwe verordening verstrekking voedselinformatie aan consumenten (Vo1169/2011) worden de etiketteringseisen voor dit soort producten duidelijker/strikter. Deze verordening gaat in op 13 december 2014. Producten die na deze datum verpakt en geëtiketteerd worden, moeten aan de nieuwe etiketteringseisen voldoen. Toezicht op de naleving van dit element in de nieuwe verordening zal in 2015 kunnen aanvangen.

In een persbericht van 31 maart jl. heeft de NVWA bekend gemaakt dat het ging om een bedrijf in het oosten van het land (www.nvwa.nl). Op grond van de Wob mag de NVWA de namen van betrokken ondernemers niet zonder meer openbaar maken. Bedrijven zouden onevenredig benadeeld worden wanneer behalve de in de wet vastgelegde maatregelen, ook de bedrijfsnaam openbaar gemaakt wordt.

Wij zijn tegen:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer