Vragen over de Jonge Klimaat­a­genda


Indiendatum: okt. 2017

Vragen van de leden Beckerman (SP), Van Raan (PvdD) en Kröger (GroenLinks) aan de minister van Economische Zaken en Klimaat over de Jonge Klimaatagenda(ingezonden 27 oktober 2017)

  1. Hebt u kennisgenomen van de Jonge Klimaatagenda die is gepresenteerd op de Jonge Klimaattop? [1]
  2. In hoeverre erkent u het belang van de stem van jongeren in het klimaatbeleid, aangezien dit de groep is voor wie het huidige klimaatbeleid de grootste gevolgen gaat hebben? Kunt u antwoord toelichten?
  3. Op welke wijze kunnen jongeren, zowel in het algemeen als meer specifiek met het oog op deze agenda, betrokken worden bij de verdere besluitvorming inzake het klimaatbeleid zodat zij invloed kunnen uitoefenen op de inrichting van hun eigen toekomst?
  4. Op welke wijze gaan de in de Jonge Klimaatagenda genoemde thema’s een plek krijgen in de uitvoeringsagenda inzake het klimaatbeleid, met name wat betreft de belangrijke thema’s werken en onderwijs die in de huidige energie- en klimaatagenda’s tot nu toe minder belicht werden?

[1] https://agenda.jongeklimaatbeweging.nl/

Indiendatum: okt. 2017
Antwoorddatum: 30 okt. 2017

Vraag 1

Hebt u kennisgenomen van de Jonge Klimaatagenda die is gepresenteerd op de Jonge Klimaattop?1

Antwoord

Ja, ik heb de Jonge Klimaatagenda zelf in ontvangst mogen nemen tijdens de VN-klimaatconferentie COP23 in Bonn.

Vraag 2

In hoeverre erkent u het belang van de stem van jongeren in het klimaatbe-leid, aangezien dit de groep is voor wie het huidige klimaatbeleid de grootste gevolgen gaat hebben? Kunt u antwoord toelichten?

Antwoord

Ik vind het belangrijk om jongeren een stem geven in de brede maatschappe-lijke discussie over het klimaatbeleid. De beoogde klimaat- en energietransitie vraagt enorme inspanningen van bedrijven, overheden en burgers, waaron-der jongeren. Deze transitie komt alleen tot stand als er voldoende zekerheid wordt geboden door een heldere visie en een langetermijnperspectief, met draagvlak onder burgers en bedrijven. Jongeren tot 25 jaar vormen bijna een derde van de bevolking en zijn daarom per definitie een belangrijke doel-groep, maar ook zullen zij – meer dan andere generaties – de gevolgen van klimaatverandering ondervinden.

Vraag 3

Op welke wijze kunnen jongeren, zowel in het algemeen als meer specifiek met het oog op deze agenda, betrokken worden bij de verdere besluitvorming inzake het klimaatbeleid zodat zij invloed kunnen uitoefenen op de inrichting van hun eigen toekomst?

Antwoord

Er is al een paar jaar expliciet aandacht voor de rol van jongeren in het klimaatbeleid. Het Rijk heeft daarom onder meer ondersteuning geboden aan de organisatie van de Jonge Klimaattop en ervoor gezorgd dat jongerenverte-genwoordigers aanwezig konden zijn bij de COP23. Jongeren vormen ook een belangrijke doelgroep voor de huidige Klimaatgezant, die daarmee een brug slaat tussen de relevante departementen en organisaties als de Jonge Klimaatbeweging.

Vraag 4

Op welke wijze gaan de in de Jonge Klimaatagenda genoemde thema’s een plek krijgen in de uitvoeringsagenda inzake het klimaatbeleid, met name wat betreft de belangrijke thema’s werken en onderwijs die in de huidige energie- en klimaatagenda’s tot nu toe minder belicht werden?

Antwoord

Zoals aangegeven in het regeerakkoord nemen we in Nederland maatregelen die ons voorbereiden op een reductie van 49 procent in 2030. We sluiten een klimaat- en energieakkoord dat sectoren de zekerheid geeft aan welke doelstellingen voldaan moet worden op de langere termijn. Voor de korte termijn nemen we maatregelen als vergroening van het belastingstelsel, meer kavels op zee voor windenergie en de introductie van een minimumprijs van CO2 voor de elektriciteitssector. Deze plannen zullen de komende maanden worden uitgewerkt. Goed en slim vormgegeven klimaatbeleid biedt kansen voor economische groei en werkgelegenheid. Willen we in Nederland innovaties kunnen toepassen en onderhouden én onze marktkansen verzilveren, dan moet Nederland een goed opgeleide en wendbare beroepsbevolking hebben. Dit vergt flexibiliteit en samenwerking met het bedrijfsleven bij de totstandko-ming van de onderwijscurricula in mbo, hbo en universiteiten. Het vergt ook aandacht bij werkgevers voor de continue ontwikkeling van kennis en vaardigheden van hun werknemers. Tevens is het belangrijk dat jongeren gestimuleerd worden om te komen tot studie- en carrièrekeuzes die passen bij de beoogde transitie. In de komende maanden zal ik in samenwerking met de relevante collega’s uit het kabinet en in overleg met sociale partners en het onderwijs, bezien op welke wijze deze thema’s kunnen worden meegeno-men in de verdere uitwerking van de plannen. Hierbij zal ook gebruik worden gemaakt van het SER-advies dat in het eerste kwartaal van 2018 zal verschij-nen over de effecten van de klimaat- en energietransitie op de werkgelegen-heid.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer