Vragen over de explo­sieve toename en slacht van paarden in Nederland


Indiendatum: nov. 2012

Vragen van het lid Ouwehand aan de staatssecretaris van Economische zaken over de explosieve toename en slacht van paarden in Nederland

1. Bent u ervan op de hoogte dat er dit jaar van januari tot en met augustus 5000 paarden in Nederland zijn geslacht en dat dit bijna drie keer zoveel is als in dezelfde periode in 2011?[1]

2. Wat vindt u ervan dat er jonge gezonde paarden, die niet oud, ziek of kreupel zijn, massaal naar de slacht worden gebracht?

3. Kunt u bevestigen dat de explosieve groei van het aantal paarden dat geslacht wordt onder meer het gevolg is van ‘speculatie in de hoop dat het veulen een goed dressuur- of springpaard wordt’? Deelt u de mening dat de handelswijze van deze handelaren en fokkers onethisch is? Zo neen, kunt u dit toelichten?

4. Kunt u bevestigen dat (eerdere) ondoordachte impulsaankopen eveneens een oorzaak zijn van het stijgende aantal gezonde paarden dat nu wordt geslacht?[2]

5. Bent u van mening dat het beleid van uw voorganger afdoende is om speculatief fokken met paarden, impulsaankopen en het afdanken van ‘niet geschikte’ dieren bij de slacht in voldoende mate te kunnen voorkomen? Zo ja, kunt u uiteenzetten welke waarborgen u in het huidige beleid ziet om malafide fok, handel en impulsaankopen van paarden daadwerkelijk een halt toe te roepen?

6. Hoe beoordeelt u het feit dat het meldpunt dierenmishandeling van het Korps Landelijke Politiediensten de afgelopen jaren een stijgende trend ziet van verwaarloosde paarden en pony’s en dat het paard sinds kort op nummer twee van ‘vaakst gemelde dieren’ staat, na de hond? Deelt u de mening dat deze alarmerende cijfers serieus genomen moeten worden en dat er een directe link is met het doen van impulsaankopen? Zo neen, waarom niet?

7. Hoe beoordeelt u de eerdere constatering van de Sectorraad Paarden dat de regering geen aandacht besteedt aan de regulering van opfok van paarden?[3] Deelt u de mening het door de Sectorraad gepresenteerde plan van aanpak Welzijn in de sector Paardenhouderij onvoldoende waarborgen bevat om paarden daadwerkelijk te kunnen beschermen tegen speculatie en de slacht? Zo neen, kunt u uiteenzetten welke waarborgen u precies ziet in een vrijblijvend plan?

8. Hoe beoordeelt u het pleidooi van de Dierenbescherming om regels te stellen voor het houden van paarden in een Paardenbesluit? Bent u, mede gelet op het alarmerend aantal gevallen van verwaarlozing, speculatie en de slacht van gezonde dieren, voornemens dit plan als basis te nemen in uw beleid rondom paardenwelzijn? Zo neen, waarom niet?

9. Deelt u de mening dat welzijnsbeleid enkel gestoeld op voorlichting (zoals de Gids voor Goede Praktijken en het bovengenoemde plan van aanpak), onvoldoende waarborgen bevat voor daadwerkelijke bescherming van dieren en dat voorlichting over het houden van paarden alleen nuttig kan zijn ter ondersteuning van andere beleidsinstrumenten zoals directe regulering? Zo neen, kunt u dit toelichten? Zo ja, bent u bereid om het welzijn van paarden te borgen in wetgeving?

10. Hoe beoordeelt u de uitspraak van de woordvoerder van Stichting Vlees.nl dat het overschot aan paardenvlees eindigt in producten waarin het vlees ondefinieerbaar is, zoals frikadellen, om zo ‘de emotie’ weg te nemen?[4] Wat vindt u ervan dat de vleessector consumenten kennelijk niet open en eerlijk wil informeren over de herkomst van producten? Acht u de etikettering op deze producten voldoende (is het duidelijk dat er in deze producten paardenvlees zit)? Zo ja, kunt u toelichten? Zo neen, wat bent u van plan aan deze consumentenmisleiding te gaan doen?

[1] http://www.destentor.nl/nieuws/algemeen/binnenland/11981230/Toename-paardenslacht-gevolg-van-speculatie.ece
[2] “Paarden verpieteren in de stal, of belanden in een frikandel; De paardengekte is voorbij. Onderhoud is duur, en slacht levert niks op. NRC Handelsblad, 5 november 2012, p8.
[3] Plan van aanpak Welzijn in de sector Paardenhouderij, januari 2009, pagina 40.
[4] http://www.radio1.nl/terugluisteren/programma?programme=krosgoedemorgennederlandradio&day=2012-10-29

Indiendatum: nov. 2012
Antwoorddatum: 20 dec. 2012

1. Bent u ervan op de hoogte dat er dit jaar van januari tot en met augustus 5000 paarden in Nederland zijn geslacht en dat dit bijna drie keer zoveel is als in dezelfde periode in 2011?

Antwoord op vraag 1: Ja.

2. Wat vindt u ervan dat er jonge gezonde paarden, die niet oud, ziek of kreupel zijn, massaal naar de slacht worden gebracht?

Antwoord op vraag 2: Het slachten van jonge en gezonde paarden vind ik niet de meest gewenste situatie. Helaas is de praktijk soms weerbarstig, en staan paardenhouders wel eens voor een dilemma. Zij zijn de eerstverantwoordelijke voor het welzijn en de gezondheid van het paard, en mogen ook de beslissing nemen om het dier naar de slacht te brengen.

3. Kunt u bevestigen dat de explosieve groei van het aantal paarden dat geslacht wordt onder meer het gevolg is van ‘speculatie in de hoop dat het veulen een goed dressuur- of springpaard wordt’? Deelt u de mening dat de handelswijze van deze handelaren en fokkers onethisch is? Zo nee, kunt u dit toelichten?

Antwoord op vraag 3: Nee. Ik heb geen overzicht van de redenen waarom paarden worden geslacht.

Bij het fokken van paarden kunnen verschillende fokdoelen een rol spelen, waaronder goede sportkwaliteiten, uiterlijke kenmerken of geschiktheid als recreatiedier. Wanneer bij het fokken van dieren wordt gehandeld binnen de vier door de Raad voor Dieraangelegenheden gestelde kaders (zoals beschreven in de visie op het fokkerijbeleid die op 27 september 2011 naar uw Kamer is gestuurd), en het welzijn, de gezondheid, de integriteit en genetische diversiteit dus niet worden geschaad, vind ik het handelen niet onethisch.

4. Kunt u bevestigen dat (eerdere) ondoordachte impulsaankopen eveneens een oorzaak zijn van het stijgende aantal gezonde paarden dat nu wordt geslacht?

Antwoord op vraag 4: Nee. Er is geen overzicht van de redenen waarom paarden worden geslacht.

5. Bent u van mening dat het beleid van uw voorganger afdoende is om speculatief fokken met paarden, impulsaankopen en het afdanken van ‘niet geschikte’ dieren bij de slacht in voldoende mate te kunnen voorkomen? Zo ja, kunt u uiteenzetten welke waarborgen u in het huidige beleid ziet om malafide fok, handel en impulsaankopen van paarden daadwerkelijk een halt toe te roepen?

8. Deelt u de mening dat het door de Sectorraad gepresenteerde plan van aanpak Welzijn in de sector Paardenhouderij onvoldoende waarborgen bevat om paarden daadwerkelijk te kunnen beschermen tegen speculatie en de slacht? Zo nee, kunt u uiteenzetten welke waarborgen u precies ziet in een vrijblijvend plan?

9. Hoe beoordeelt u het pleidooi van de Dierenbescherming om regels te stellen voor het houden van paarden in een Paardenbesluit? Bent u, mede gelet op het alarmerend aantal gevallen van verwaarlozing, speculatie en de slacht van gezonde dieren, voornemens dit plan als basis te nemen in uw beleid rondom paardenwelzijn? Zo nee, waarom niet?

10. Deelt u de mening dat welzijnsbeleid enkel gestoeld op voorlichting (zoals de Gids voor Goede Praktijken en het bovengenoemde plan van aanpak), onvoldoende waarborgen bevat voor daadwerkelijke bescherming van dieren en dat voorlichting over het houden van paarden alleen nuttig kan zijn ter ondersteuning van andere beleidsinstrumenten zoals directe regulering? Zo nee, kunt u dit toelichten? Zo ja, bent u bereid om het welzijn van paarden te borgen in wetgeving?

Antwoord op de vragen 5, 8, 9 en 10: De afgelopen jaren zijn er diverse acties ondernomen op het gebied van paardenwelzijn. Zo is het door u genoemde Plan van Aanpak Welzijn verder uitgewerkt tot een Gids voor Goede Praktijken met richtlijnen op het gebied van voeding, huisvesting, beweging, gezondheid, gedrag en transport. Ook diverse zaken rondom opfok worden hierin meegenomen. Deze Gids biedt niet allen richtlijnen voor houders van paarden, maar ook wordt de naleving op meerdere manieren geborgd. Via de diverse bestaande kwaliteitssystemen, reglementen, opleidingen en certificaten die al bestaan in de sector wordt gezorgd voor bekendheid en verankering van de Gids voor Goede Praktijken. Daarnaast is de Gids een leidraad bij de handhaving van de geldende wet- en regelgeving door de NVWA en de Landelijke Inspecteurdienst Dierenbescherming. Op dit moment kan de Gids behulpzaam zijn bij het toezicht op de naleving van de artikelen 36 en 37 (mishandeling en verwaarlozing) van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Als volgend jaar de Wet Dieren, en de bijbehorende maatregelen van bestuur van kracht worden, zullen er ook algemene voorschriften gelden voor alle houders van dieren op het vlak van huisvesting en verzorging. De Gids kan dan, na mijn goedkeuring, worden gebruikt als concrete uitwerking van deze algemene voorschriften. Er zal ook voor paarden handhaving plaatsvinden op dit vlak.

Op het vlak van fokkerij wordt een en ander gewaarborgd via de fokkerijregelgeving en de erkenning van de stamboeken. Deze erkenningen kunnen door het Productschap van Vee en Vlees worden verleend, maar alleen als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Deze voorwaarden bevinden zich bijvoorbeeld op het vlak van inteelt, erfelijke afwijkingen en instandhouding van zeldzame rassen.

Voor wat betreft impulsaankopen is in het AO opvang van dieren van 20 november toegezegd om u medio 2013 te informeren over impulsaankopen van dieren. Hierbij zal ook de impulsaankoop van paarden worden betrokken.

6. Hoe beoordeelt u het feit dat het meldpunt dierenmishandeling van het Korps Landelijke Politiediensten de afgelopen jaren een stijgende trend ziet van verwaarloosde paarden en pony’s en dat het paard sinds kort op nummer twee van ‘vaakst gemelde dieren’ staat, na de hond? Deelt u de mening dat deze alarmerende cijfers serieus genomen moeten worden en dat er een directe link is met het doen van impulsaankopen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 6: Het afgelopen jaar is het aantal meldingen over verwaarlozing en mishandeling van paarden gestegen. Dit heeftverschillende redenen. Enerzijds is het aantal meldingen gestegen omdat de bekendheid van het meldnummer 144 is gestegen, en mensen daarom sneller melden. Daarnaast is het aantal gevallen van verwaarlozing gestegen. Dit neem ik zeer serieus. Via de bestaande mogelijkheden (o.a. wetgeving en handhaving) wordt dit aangepakt.
Het is mij niet bekend of het verhoogd aantal meldingen direct gerelateerd is aan het aantal impulsaankopen.

7. Hoe beoordeelt u de eerdere constatering van de Sectorraad Paarden dat het kabinet geen aandacht besteedt aan de regulering van opfok van paarden?

Antwoord op vraag 7: Op de pagina in het Plan van Aanpak waar u naar verwijst staat “Fokkerij is één van de onderwerpen waarop de minister géén nadruk heeft gelegd.” Er wordt hiermee verwezen naar de Nota Dierenwelzijn uit 2007 waarin de sector wordt gevraagd met een Plan van Aanpak te komen op in ieder geval de gebieden huisvesting, voeding, transport en trainingsmethoden. Dat de sector op eigen initiatief in het Plan van Aanpak ook aandacht besteedt aan fokkerij vind ik een goede zaak.
Voor de inzet van het kabinet op het gebied van fokkerij van paarden verwijs ik naar mijn antwoord op de vragen 5, 8, 9 en 10.

11. Hoe beoordeelt u de uitspraak van de woordvoerder van Stichting Vlees.nl dat het overschot aan paardenvlees eindigt in producten waarin het vlees ondefinieerbaar is, zoals frikadellen, om zo ‘de emotie’ weg te nemen? Wat vindt u ervan dat de vleessector consumenten kennelijk niet open en eerlijk wil informeren over de herkomst van producten? Acht u de etikettering op deze producten voldoende (is het duidelijk dat er in deze producten paardenvlees zit)? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, wat bent u van plan aan deze consumentenmisleiding te gaan doen?

Antwoord op vraag 11: In het Warenwetbesluit etikettering van levensmiddelen is in bijlage I van artikel 7 geregeld dat op voorverpakte producten paardenvlees als zodanig geëtiketteerd moet worden. Hierin is namelijk geregeld dat skeletspieren afkomstig van zoogdier- en vogelsoorten, die erkend zijn voor de menselijke consumptie, vermeld moeten worden als “vlees” voorafgegaan door de naam/namen van de diersoort waar het van afkomstig is. Ook voor separatorvlees moet bij de ingrediëntendeclaratie worden vermeld van welk dier het vlees afkomstig is (bijlage VII, onderdeel B, punt 18).
De consument wordt hiermee dus op de hoogte gebracht van de aard van het vlees en derhalve niet misleid.


(w.g.) Sharon A.M. Dijksma
Staatssecretaris van Economische Zaken

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer