Vragen Arissen over online handel in beschermde vogels


Indiendatum: apr. 2018

Vragen van het lid Arissen (Partij voor de Dieren) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de online handel in beschermde vogels en het nieuws dat rechercheurs hun handen vol hebben aan smokkel van bedreigde diersoorten.

  1. Bent u bekend met het rapport ‘handel in producten van beschermde vogels in januari 2018 via Internet’ (zie bijlage)?
  2. Wat vindt u ervan dat (naar het lijkt) er online beschermde vogels illegaal worden verkocht?
  3. Kunt u aangeven op welke manier er gehandhaafd wordt op handel in beschermde dieren?
  4. Kunt u verklaren hoe het mogelijk is dat deze eenvoudig te traceren criminaliteit niet opgespoord wordt?
  5. Bent u bereid contact op te nemen met de auteur van het rapport om gebruik te maken van de door hem verzamelde data? Bent u verder bereid maatregelen te nemen waarmee ook in de toekomst de illegale verkoop van dieren aangepakt wordt? Zo nee, waarom niet?
  6. Bent u bekend met het artikel: “Handel bedreigde diersoorten: ’Levende kolibri’s in onderbroek’” [1]
  7. Bent u bereid, gezien het wereldwijd ongekende verlies van biodiversiteit, om extra capaciteit vrij te maken voor opsporing en vervolging van de handel in beschermde diersoorten? Zo nee, waarom niet? Neemt Nederland naar uw mening de verantwoordelijkheid die past bij een doorvoerland zoals het onze?
  8. Deelt u de stelling van criminoloog Daan van Uhm [2] dat criminele organisaties steeds vaker extra handelslijnen erbij nemen en nu dus naast bijvoorbeeld drugs ook steeds vaker handelen in beschermde diersoorten? Ziet u hierin reden om meer aandacht en capaciteit te besteden aan het opsporen van de handel in beschermde diersoorten? Zo nee, waarom niet?
  9. Klopt het dat het natuur team van de NVWA capaciteit heeft moeten afstaan? Is dat vanwege personeelstekorten bij andere teams van de NVWA? Wat zijn de consequenties daarvan voor het opsporen van handel in beschermde dieren? Ziet u hierin reden om meer aandacht en capaciteit te besteden aan het opsporen van de handel in beschermde diersoorten? Zo nee, waarom niet?
  10. Klopt het dat de CITES regelgeving niet langer specifiek onderwezen wordt aan de Politieacademie? Klopt het dat het merendeel van de CITES specialisten (zowel bij de NVWA als bij de politie) de komende 10-15 jaar met pensioen gaat? Hoe gaat u dat verlies van kennis opvangen? Waarom wordt CITES handel niet langer onderwezen aan de Politieacademie? Ziet u hierin reden om meer aandacht en capaciteit te besteden aan het opsporen van de handel in beschermde diersoorten? Zo nee, waarom niet?
  11. Klopt het dat overtredingen van de CITES regelgeving in het algemeen afgedaan worden met een bestuurlijke boete? Klopt het dat daarbij geen aantekening in het strafblad gemaakt wordt? Klopt het dat er daardoor geen zicht is te krijgen op veelplegers en criminele netwerken? Bent u bereid in de toekomst elke overtreding van de CITES regelgeving (waarbij het vermoeden bestaat dat deze bedrijfsmatig is) voor te leggen aan de officier van justitie in plaats van af te doen met een bestuurlijke boete?
  12. Hoe zijn de aangevoerde voorbeelden te rijmen met het voornemen uit het regeerakkoord dat stelt dat de illegale import van beschermde dieren een halt toe moet worden geroepen? Hoe staat het met de uitvoering van dat voornemen?

[1] https://www.ad.nl/rotterdam/handel-bedreigde-diersoorten-levende-kolibri-s-in-onderbroek~a3936b89/

[2] https://nos.nl/artikel/2223366-politie-vindt-illegale-dierenhuiden-mogelijk-voor-motorclubhesjes.html

Indiendatum: apr. 2018
Antwoorddatum: 23 mei 2018

Vragen van het lid Arissen (PvdD) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de online handel in beschermde vogels en het nieuws dat rechercheurs hun handen vol hebben aan smokkel van bedreigde diersoorten (ingezonden 13 april 2018).

Antwoord van Minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (ontvangen 23 mei 2018) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nr. 1997

Vraag 1

Bent u bekend met het rapport «Handel in producten van beschermde vogels in januari 2018 via Internet»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Wat vindt u ervan dat er online beschermde vogels illegaal worden verkocht?

Antwoord 2

Het kabinet is tegen elke vorm van illegale handel van (beschermde) dieren.

Vraag 3

Kunt u aangeven op welke manier er gehandhaafd wordt op handel in beschermde dieren?

Antwoord 3

De handhaving op de handel in beschermde dieren vindt op een aantal manieren plaats, zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk of in een combinatie van deze handhavingsmodaliteiten. De met de handhaving, opsporing en toezicht belaste instanties zijn de Rijksdienst voor Onderne-mend Nederland (RVO.nl), de douane, de Nederlandse Voedsel- en Warenau-toriteit (NVWA) en het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie. Deze instanties staan in nauw contact met elkaar. Handhaving kan plaatsvinden naar aanleiding van een geplande of ongeplande inspectie, op heterdaad, of naar aanleiding van informatiegestuurd opsporen.

Vraag 4
Kunt u verklaren hoe het mogelijk is dat deze eenvoudig te traceren criminaliteit niet opgespoord wordt?

Antwoord 4
De NVWA doet geregeld onderzoek naar advertenties op het internet waarin beschermde dieren, planten en producten worden aangeboden. De aanbieders worden gecontroleerd. Indien de legaliteit van de goederen, waaronder dieren, niet kan worden aangetoond, worden deze in beslag of in bewaring genomen.

Vraag 5
Bent u bereid contact op te nemen met de auteur van het rapport teneinde gebruik te maken van de door hem verzamelde data? Bent u verder bereid maatregelen te nemen waarmee ook in de toekomst de illegale verkoop van dieren aangepakt wordt? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5
Het rapport is gedeeld met de NVWA, het Openbaar Ministerie en de politie. Op dit moment is al sprake van inzet op de opsporing en handhaving van illegale handel in (beschermde) dieren.

Vraag 6
Bent u bekend met het artikel «Handel bedreigde diersoorten: «Levende kolibri’s in onderbroek»»?2

Antwoord 6
Ja.

Vraag 7
Bent u bereid, gezien het wereldwijd ongekende verlies van biodiversiteit, extra capaciteit vrij te maken voor opsporing en vervolging van de handel in beschermde diersoorten? Zo nee, waarom niet? Neemt Nederland naar uw mening de verantwoordelijkheid die past bij een doorvoerland zoals het
onze?

Antwoord 7
Nederland neemt zijn verantwoordelijkheid bij het aanpakken van wildlife criminaliteit. Als handelsland met grote handelsstromen faciliteert Nederland legale handel waar dat kan, terwijl hard wordt gewerkt om illegale handel tegen te gaan. De samenwerking tussen de betrokken overheidsinstanties op het terrein van CITES (Convention on International Trade in Endangered Species of wild fauna and flora) is nauw en kent korte lijnen. Nederland werkt Europees en mondiaal intensief samen in het kader van
CITES en het tegengaan van wildlifecrime. Als voorbeeld van een door Nederland gecoördineerde actie – ook gericht op transitzendingen – in het kader van CITES en het EU Action Plan against Wildlife Trafficking verwijs ik u graag naar de uitkomsten van de recente Operatie Pangolin.3

Vraag 8
Deelt u de stelling van criminoloog Daan van Uhm4 dat criminele organisaties steeds vaker extra handelslijnen erbij nemen en nu dus naast bijvoorbeeld drugs ook steeds vaker handelen in beschermde diersoorten? Ziet u hierin reden meer aandacht en capaciteit te besteden aan het opsporen van de handel in beschermde diersoorten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 8
Zoals eerder aan uw Kamer gemeld, in antwoord op vragen over het promotieonderzoek van de heer Van Uhm, laat het onderzoek zien dat binnen de illegale handel in wildlife – net als bij drugscriminaliteit – sprake is van georganiseerde, grensoverschrijdende misdaad.5 Die kennis is ook aanwezig bij de handhavingsautoriteiten, die hun aanpak en capaciteit daarop afstemmen.

Vraag 9
Klopt het dat het natuur team van de Nederlandse Voedsel- en Warenautori-teit (NVWA) capaciteit heeft moeten afstaan? Is dat vanwege personeelste-korten bij andere teams van de NVWA? Wat zijn de consequenties daarvan voor het opsporen van de handel in beschermde dieren? Ziet u hierin reden meer aandacht en capaciteit te besteden aan het opsporen van de handel in beschermde diersoorten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 9
De capaciteit bij de NVWA voor inspecties op het gebied van de Wet natuurbescherming is niet gewijzigd.

Vraag 10
Klopt het dat de overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde soorten wilde dieren en planten (CITES) regelgeving niet langer specifiek onderwezen wordt aan de Politieacademie? Klopt het dat het merendeel van de CITES specialisten, zowel bij de NVWA als bij de politie, de komende tien a vijftien jaar met pensioen gaat? Hoe gaat u dat verlies van kennis opvan-gen? Waarom wordt CITES handel niet langer onderwezen aan de Politieaca-demie? Ziet u hierin reden meer aandacht en capaciteit te besteden aan het opsporen van de handel in beschermde diersoorten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 10
Een deel van het personeel van de NVWA gaat in de genoemde periode met pensioen. De uitstroom van het personeel en de daarmee gepaard gaande kennisoverdracht zijn continue punten die de NVWA borgt binnen de organisatie. Binnen de mogelijkheden van het strategisch personeelsbeleid wordt nieuw personeel geworven dat na training ingewerkt kan worden. Bij de Politieacademie is de laatste CITES-cursus aangeboden in 2012. De Politieacademie heeft besloten om de inhoud over te hevelen richting de leergang «Milieuagent» en de opleiding «Handhaving en opsporing in het kader van dierenwelzijn». De problematiek over internationale handel in bedreigde uitheemse dieren en planten komt in beide opleidingen aan de orde.

Vraag 11
Klopt het dat overtredingen van de CITES regelgeving in het algemeen afgedaan worden met een bestuurlijke boete? Klopt het dat daarbij geen aantekening in het strafblad gemaakt wordt? Klopt het dat er daardoor geen zicht is te krijgen op veelplegers en criminele netwerken? Bent u bereid in de toekomst elke overtreding van de CITES regelgeving waarbij het vermoeden bestaat dat deze bedrijfsmatig is voor te leggen aan de officier van justitie in plaats van af te doen met een bestuurlijke boete?

Antwoord 11
De bestuurlijke boete is met de inwerkingtreding van de Wet Natuurbescher-ming per 1 januari 2017 als handhavingsinstrument geïntroduceerd voor de toepassing binnen de bestuursrechtelijke handhaving van CITES-overtredingen door de RVO.nl. Het gaat in zulke gevallen om kleine adminis-tratieve overtredingen. Op dit moment is dit instrument nog niet in de praktijk ingevoerd door de RVO.nl. Overtredingen van de CITES-regelgeving worden in het algemeen dus niet afgedaan met een bestuurlijke boete. De gebruikte punitieve instrumenten voor overtredingen van CITES-regelgeving zijn:

1.de bestuurlijke strafbeschikking milieudelicten (BSBm). Dit is een punitief instrument in handen van het bestuur. Dit instrument kan alleen worden ingezet in geval van kleinere afgebakende overtredingen, tenzij er sprake is van een contra-indicatie. Wanneer sprake is van een zwaardere overtreding en/of een contra-indicatie wordt door de opsporingsdienst een proces-verbaal opgemaakt.

2.een proces-verbaal dat wordt opgesteld voor de afhandeling door of via het Openbaar Ministerie. Dit gebeurt in geval van zwaardere, op heterdaad geconstateerde overtredingen. In voorkomende gevallen kan de officier van justitie de afweging maken om een verdachte aan te houden en voorlopige hechtenis toe te passen. Grotere opsporingsonderzoeken kunnen ook worden ingesteld door opspo-ringsinstanties in overleg met de officier van justitie. De door een bestuursorgaan gebruikte reparatoire/bestuursrechtelijke instrumenten zijn de waarschuwing, de last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom. Met een last onder bestuursdwang kunnen voorwerpen in bewaring genomen worden op kosten van de overtreder. Een bestuurlijke boete levert geen aantekening in de justitiële documentatie op. Een bestuurlijke strafbeschikking levert wel een aantekening in de justitiële documentatie op. Er vindt op beleidsmatig, strategisch, tactisch en operationeel niveau structureel overleg plaats tussen alle handhavingspartners op het terrein van de CITES. In een aantal van deze gremia worden structureel signalen besproken die mogelijk aanleiding geven tot strafrechtelijk onderzoek. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat geen zicht is te krijgen op veelplegers en criminele netwerken. Overtredingen van de CITES regelgeving waarbij het vermoeden bestaat dat deze bedrijfsmatig zijn worden nu al in beginsel besproken met de officier van justitie.

Vraag 12
Hoe zijn de aangevoerde voorbeelden te rijmen met het voornemen uit het regeerakkoord dat de illegale import van beschermde dieren een halt toe moet worden geroepen? Hoe staat het met de uitvoering van dat voornemen?

Antwoord 12
De in bron 2 en 3 aangevoerde voorbeelden zijn voorbeelden van (lopende) strafrechtelijke onderzoeken die juist zijn ingesteld om de illegale import en handel in beschermde dieren te bestrijden.