Kamer­vragen van het lid Ouwehand aan de minister van LNV over dierenleed bij het klonen van dieren


Indiendatum: jul. 2008

Kamervragen van het lid Ouwehand aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over dierenleed bij het klonen van dieren

  1. Kent u het bericht ‘Europese Commissie schrikt van dierenleed bij klonen’1?
  2. Kunt u aangeven hoeveel dieren in Europa jaarlijks worden gekloond?
  3. Kunt u aangeven hoeveel gekloonde dieren er door de EFSA zijn onderzocht?
  4. Deelt u de zorgen van de Europese Commissie over het hoge percentage gekloonde dieren dat na een half jaar sterft? Zo ja, welke conclusies verbindt u daaraan? Zo neen, waarom niet?
  5. Op basis van welke criteria wordt in de Europese Commissie gesproken over de toelaatbaarheid van klonen en welke rol speelt dierenwelzijn daarin?
  6. Op basis van welke criteria wordt het voorzorgsprincipe met betrekking tot het klonen van dieren ingevuld?
  7. Kunt u aangeven hoe de verhoudingen tussen de Europse lidstaten zijn als het gaat om het klonen van dieren? Welke lidstaten zijn voor en welke pertinent tegen?
  8. Is het denkbaar dat als de voedselveiligheid niet in het geding is, maar er wel belangrijke dierenwelzijnsbezwaren kleven aan het klonen van dieren in Europa toch een proces op gang wordt gebracht om het klonen van dieren toe te staan? Zo ja, welke actie gaat u hiertegen ondernemen? Zo neen, welke garanties zijn er ingebouwd?
  9. Bent u bereid stappen te ondernemen om het klonen van dieren in Europa tegen te gaan? Zo ja, welke en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

(1) Agrarisch Dagblad, 24 juli 2008

Indiendatum: jul. 2008
Antwoorddatum: 31 aug. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u de antwoorden op vragen van het lid Ouwehand (PvdD) over dierenleed bij het klonen van dieren.

1
Kent u het bericht “Europese Commissie schrikt van dierenleed bij klonen”? 1)

Ja.

2
Kunt u uiteenzetten hoeveel dieren in Europa jaarlijks worden gekloond?

Nee, hierover zijn geen gegevens beschikbaar. In Nederland is klonen via kerntransplan¬tatie op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren alleen toegestaan nadat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) hiervoor een vergunning heeft afgegeven. Tot nu toe is er één aanvraag ingediend voor een vergunning voor het klonen van dieren. Deze aanvraag is afgewezen.

3
Kunt u uiteenzetten hoeveel gekloonde dieren er door de EFSA zijn onderzocht?

De EFSA heeft voor het onderzoek naar de voedselveiligheid, de gezondheid en dieren¬welzijn van gekloonde dieren gebruikgemaakt van beschikbare wetenschappelijke literatuur en andere wetenschappelijke gegevens over het klonen van dieren. De EFSA heeft zelf geen gekloonde dieren onderzocht.

4 t/m 9
Deelt u de zorgen van de Europese Commissie over het hoge percentage gekloonde dieren dat na een half jaar sterft? Zo ja, welke conclusies verbindt u daaraan? Zo neen, waarom niet?

Op basis van welke criteria wordt in de Europese Commissie gesproken over de toelaat¬baarheid van klonen en welke rol speelt dierenwelzijn daarin?

Op basis van welke criteria wordt het voorzorgsprincipe met betrekking tot het klonen van dieren ingevuld?

Kunt u uiteenzetten hoe de verhoudingen tussen de Europese lidstaten zijn als het gaat om het klonen van dieren? Welke lidstaten zijn voor en welke tegen?

Is het denkbaar dat, als de voedselveiligheid niet in het geding is, maar er wel belangrijke dierenwelzijnsbezwaren kleven aan het klonen van dieren in Europa, er toch een proces op gang wordt gebracht om het klonen van dieren toe te staan? Zo ja, welke actie gaat u hiertegen ondernemen? Zo neen, welke garanties zijn er ingebouwd?

Bent u bereid stappen te ondernemen om het klonen van dieren in Europa tegen te gaan? Zo ja welke en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Bij brief van 2 april 2008 (vergaderjaar 2007-2008 27428, nr. 106) heb ik u mede namens de ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) laten weten dat het kabinet een standpunt over het klonen van dieren voor voedselproductie zal innemen op basis van het definitieve rapport van de EFSA en de uitkomst van de nationale discussiebijeenkomsten, die ik over dit onderwerp heb georganiseerd. Het kabinet zal u in het najaar informeren over deze standpuntbepaling. Daarbij worden, zo ver mogelijk, de standpunten van andere EU-lidstaten en de Europese Commissie betrokken. Deze standpunten zijn mij nog niet bekend. Het Nederlandse standpunt over het klonen van dieren voor voedselproductie zal gebaseerd zijn op de uitgangspunten van het Nederlandse beleid inzake biotechnologie bij dieren, het zogenaamde” nee, tenzij beleid”. Dit betekent dat naast de veiligheid, de gevolgen voor het dier en de ethische aspecten worden afgewogen.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,




G. Verburg

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer