Kamer­vragen aan de ministers van VWS en LNV over 408.960 dieren die ‘in voorraad’ zijn gedood in proef­dier­fa­ci­li­teiten


Indiendatum: apr. 2008

Vragen van het lid Ouwehand aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over 408.960 dieren die ‘in voorraad’ zijn gedood in proefdierfaciliteiten

  1. Hoe beoordeelt u het aantal van 408.960 dieren dat in 2006 ‘in voorraad’ is gedood of is doodgegaan zonder in een proef te zijn gebruikt?1
  2. Hoe beoordeelt u de stijging van het aantal dieren dat in proefdierlaboratoria- en fokkerijen ‘in voorraad’ wordt gedood of doodgaat zonder in een proef te zijn gebruikt, te weten een toename met 235% (235.638 dieren) in het jaar 2006 ten opzichte van het jaar 2000?
  3. Kunt u aangeven hoe het aantal van 408.960 dieren dat in 2006 is gedood zonder in een proef te zijn gebruikt, zich verhoudt tot uw eerder gedane uitspraak dat ‘enige overtolligheid noodzakelijk is, maar dat deze overtolligheid niet overmatig is’?2
  4. Deelt u de mening dat “er sprake is van een verborgen problematiek ten aanzien van surplusdieren en fokdieren”, zoals bleek uit het evaluatierapport over de Wet op de dierproeven3? Zo ja, welke maatregelen heeft u getroffen om deze problematiek op te lossen? Zo neen, waarom niet?
  5. Bent u bereid meer inzicht te verschaffen over de dieren die in proefdierlaboratoria en –fokkerijen ‘in voorraad’ worden gehouden en/of worden gedood, door in de jaarverslagen over dierproeven nader te specificeren naar diersoort en aantal, redenen voor het aanhouden of doden van de dieren, termijn waarop de dieren worden aangehouden en op welke wijzen de dieren worden gedood? Zo ja, op welke termijn? Zo neen, waarom niet?
  6. Bent u bereid op soortgelijke wijze verslag te leggen over de dieren die specifiek worden gefokt en gebruikt voor biotechnologische experimenten, waarbij wordt aangegeven welk leed de betreffende dieren wordt toegebracht middels biotechnologische handelingen en in welke mate de betreffende dieren te lijden hebben als gevolg van de genetische afwijking(en) waarmee ze geboren worden? Zo ja, op welke termijn? Zo neen, waarom niet?
  7. Bent u bereid beleid te ontwikkelen dat erop is gericht het aantal dieren dat in proefdierlaboratoria en -fokkerijen ‘in voorraad’ wordt gedood te minimaliseren? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

(1) Zodoende 2006
(2) Handelingen Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, 28286, nr 100
(3) Noodzakelijk Kwaad, maart 2005

Indiendatum: apr. 2008
Antwoorddatum: 25 jun. 2008

Antwoorden op kamervragen van het Kamerlid Ouwehand over 408.960 dieren die "in voorraad" zijn gedood in proefdierfaciliteiten (2070819130).


Vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over 408.960 dieren die ‘in voorraad’ zijn gedood in proefdierfaciliteiten. (Ingezonden 28 april 2008)

1
Hoe beoordeelt u het aantal van 408.960 dieren dat in 2006 ‘in voorraad’ is gedood, of is doodgegaan zonder in een proef te zijn gebruikt? 1)

1
De dieren die in voorraad zijn gedood, zijn niet per definitie nooit in een proef gebruikt. Na afloop van een proef waarbij een dier in leven is gelaten gaan dieren terug in de voorraad. Daarnaast kan een dier gebruikt worden voor de fok en daarom niet worden ingezet in proeven. Ook bij genetisch gemodificeerde dieren is het gebruik van extra dieren die niet geschikt zijn voor de proef (omdat ze bijvoorbeeld ongeschikt zijn qua genetische opmaak) groter. Dit blijkt ook wel uit de toename in aantal dieren dat gedood is in voorraad en dat genetisch gemodificeerd is.

Dieren niet gedood of overleden tijdens of in het kader van een dierproef
gewoon dier ggo dier wilde fauna (vogel/muis/rat) totaal
1996 145208
1997 130552
1998 129744 23688 727 154159
1999 183294 44102 858 228254
2000 112673 60536 113 173322
2001 122475 99734 99 222308
2002 80996 104292 380 185668
2003 98873 127864 904 227641
2004 130265 119714 108 250087
2005 236352 178220 71 414643
2006 176781 231959 220 408960



2
Hoe beoordeelt u de stijging van het aantal dieren dat in proefdierlaboratoria en proefdierfokkerijen ‘in voorraad’ wordt gedood, of doodgaat zonder in een proef te zijn gebruikt, te weten een toename met 235% (235.638 dieren) in het jaar 2006 ten opzichte van het jaar 2000?

2
Zie vraag 1


3
Kunt u aangeven hoe het aantal van 408.960 dieren dat in 2006 is gedood zonder in een proef te zijn gebruikt, zich verhoudt tot uw eerder gedane uitspraak dat ‘enige overtolligheid noodzakelijk is, maar dat deze overtolligheid niet overmatig is’? 2)

3
Zoals ik in het notaoverleg over dierenwelzijn 2) heb aangegeven is de vergunninghouder verantwoordelijk voor een goed en verantwoord fokbeleid. De bedrijfsvoering heeft een matigend effect op overtolligheid, door de kosten die daar mee gemoeid zijn. Overtolligheid is in sommige gevallen onvermijdelijk, bijvoorbeeld omdat proefdieren soms van een bepaald geslacht moeten zijn, een bepaalde leeftijd moeten hebben, of een bepaalde genetische lijn moeten vertegenwoordigen.

4
Deelt u de mening dat “er sprake is van een verborgen problematiek ten aanzien van surplusdieren en fokdieren”, zoals bleek uit het evaluatierapport over de Wet op de dierproeven? 3) Zo ja, welke maatregelen heeft u getroffen om deze problematiek op te lossen? Zo neen, waarom niet?

4
Nee, zie vraag 3.


5
Bent u bereid meer inzicht te verschaffen over de dieren die in proefdierlaboratoria en proefdierfokkerijen ‘in voorraad’ worden gehouden en/of worden gedood, door in de jaarverslagen over dierproeven te specificeren naar diersoort en aantal, redenen voor het aanhouden of doden van de dieren, de termijn waarop de dieren worden aangehouden, en op welke wijzen de dieren worden gedood? Zo ja, op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

5
Er is voldoende informatie beschikbaar. Er wordt ieder jaar een overzicht gegeven van het aantal verworven dieren binnen een instelling. Dit wordt gepubliceerd in de jaarverslagen van de VWA (Zo doende). Ik ben niet bereid het registratiesysteem te wijzigen vooruitlopend op de herziening van de Dierproeven Richtlijn 86/609/EG. Zodra de richtlijn is gewijzigd zal ik bezien of wijziging van het registratiesysteem noodzakelijk is.


6
Bent u bereid op soortgelijke wijze verslag te doen over de dieren die specifiek worden gefokt en gebruikt voor biotechnologische experimenten, waarbij wordt aangegeven welk leed de betreffende dieren wordt toegebracht door middel van biotechnologische handelingen, en in welke mate de betreffende dieren te lijden hebben als gevolg van de genetische afwijking(en) waarmee ze geboren worden? Zo ja, op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

6
De huidige registratie geeft hier geen informatie over. Dierproeven met genetisch gemodificeerde dieren zijn meegenomen in de registratie tesamen met de dierproeven met “gewone” dieren. Daarnaast is er wel informatie beschikbaar over het aantal dieren dat gefokt wordt met ongerief door een afwijking (bijvoorbeeld als gevolg van genetische modificatie of als gevolg van een spontane mutatie) in de jaarverslagen van de VWA (Zo doende).


7
Bent u bereid beleid te ontwikkelen dat erop is gericht het aantal dieren dat in proefdierlaboratoria en proefdierfokkerijen ‘in voorraad’ wordt gedood te minimaliseren? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

7
Het beleid is er reeds op gericht het aantal dieren die “in voorraad” worden gedood zo klein mogelijk te houden. Zie ook vraag 3.



De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,



dr. A. Klink

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer