Aanvul­lende vragen aan de ministers van VROM en Defensie over uitspraken Raad van State


Indiendatum: aug. 2009

1. Heeft u kennis genomen van de uitspraak van de Raad van State met betrekking tot de geluidszone van vliegveld Eindhoven?

2. Heeft u een verklaring voor het feit dat de door u bepaalde geluidszone als ondeugdelijk is beoordeeld? Zo ja, was het negatieve oordeel te vermijden geweest wanneer u de geluidszone zorgvuldiger had vastgesteld? Zo neen, waarom niet?

3. Acht u het redelijk dat omwonenden zich in een tijd- en kostenrovende procedure tot de Raad van State moeten wenden wanneer de overheid verzuimd heeft zorgvuldig te werk te gaan bij de vaststelling van een geluidszone? Zo ja, waarom? Zo neen, op weke wijze bent u bereid de omwonenden te compenseren voor de gepleegde inspanningen?

4. Acht u het vergoedingsstelsel voor de gemaakte kosten door organisaties die met succes bezwaar maken tegen ondeugdelijk overheidsbeleid toereikend? Zo ja, waarop baseert u uw mening? Zo neen, bent u bereid de regeling in redelijkheid aan te passen?

5. Hoe beoordeelt u het negatieve oordeel van de Raad van State in relatie tot het grote aantal negatieve oordelen met betrekking tot overheidsbeleid ten aanzien van de handhaving van natuur- en milieuregels van de afgelopen maanden?

Indiendatum: aug. 2009
Antwoorddatum: 1 jan. 1970

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van de Raad van State met betrekking tot de geluidszone van vliegveld Eindhoven?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Heeft u een verklaring voor het feit dat de door u bepaalde geluidszone als ondeugdelijk is beoordeeld? Zo ja, was het negatieve oordeel te vermijden geweest wanneer u de geluidszone zorgvuldiger had vastgesteld? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de geluidszone niet als ondeugdelijk beoordeeld. Zij heeft geconcludeerd dat de verwijzing naar de in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen opgenomen indicatieve geluidszone onvoldoende onderbouwing is voor de omvang van de geluidszone. Ook is in de procedure onduidelijk gebleven in hoeverre de omvang van de geluidszone gerechtvaardigd is in verband met de sluiting van militaire luchtvaartterreinen dan wel het voorziene bondgenootschappelijke medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Eindhoven. Het bestreden besluit is daarom voor zover het de geluidszone betreft wegens ontoereikende motivering vernietigd. Bij een nieuw besluit zal de motivering van de omvang van de geluidszone worden aangevuld.

Vraag 3

Acht u het redelijk dat omwonenden zich in een tijd- en kostenrovende procedure tot de Raad van State moeten wenden wanneer de overheid verzuimd heeft zorgvuldig te werk te gaan bij de vaststelling van een geluidszone? Zo ja, waarom? Zo nee, op weke wijze bent u bereid de omwonenden te compenseren voor de gepleegde inspanningen?

Antwoord 3

Een belangrijk kenmerk van ons rechtsbestel is dat een overheidsbesluit getoetst kan worden door een onafhankelijke rechterlijke instantie op verzoek van belanghebbende partijen. Indien het beroep gegrond wordt verklaard, geldt een door de wetgever vastgesteld vergoedingenstelsel, zoals nader toegelicht in het antwoord op vraag 4. Er is daarom geen reden tot het creëren van een ander stelsel van (financiële) compensatie.

Vraag 4

Acht u het vergoedingsstelsel voor de gemaakte kosten door organisaties die met succes bezwaar maken tegen ondeugdelijk overheidsbeleid toereikend? Zo ja, waarop baseert u uw mening? Zo nee, bent u bereid de regeling in redelijkheid aan te passen?

Antwoord 4

De Algemene wet bestuursrecht met de daarop gebaseerde regelgeving geeft algemene regels omtrent de vergoeding, bij een gegrond verklaard beroep, van het betaalde griffierecht (art. 8:74 Algemene wet bestuursrecht) alsmede voor gemaakte kosten voor juridische bijstand en andere proceskosten (art. 8:75 Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht). Voorts wordt door artikel 7:15 Algemene wet bestuursrecht in samenhang met het Besluit proceskosten bestuursrecht onder omstandigheden voorzien in een vergoeding voor in een bezwaarprocedure gemaakte kosten. Bij gegrondverklaring van het beroep kan de rechter voorts een schadevergoeding toekennen (art. 8:73 Algemene wet bestuursrecht). De wetgever heeft aldus een toereikend vergoedingenstelsel in het leven geroepen. Wetswijziging op dit punt wordt niet overwogen. Daarbij kan nog worden opgemerkt dat zeer binnenkort een wijziging van het Besluit proceskosten bestuursrecht zal worden doorgevoerd, die bewerkstelligt dat de bedragen voor de berekening van proceskostenvergoedingen worden aangepast aan de hand van de consumentenprijsindex 1994–2008, te weten een verhoging met 35,62%.

Vraag 5

Hoe beoordeelt u het negatieve oordeel van de Raad van State in relatie tot het grote aantal negatieve oordelen met betrekking tot overheidsbeleid ten aanzien van de handhaving van natuuren milieuregels van de afgelopen maanden?

Antwoord 5

Het in de vraag opgeroepen beeld dat besluiten van de (rijks)overheid merendeels en meer dan vroeger worden vernietigd wegens strijd met natuur- en milieuregels herken ik niet. In de toelichting op de vragen wordt verwezen naar de vragen met het kenmerk 2009Z14520. Naar aanleiding van de daar genoemde voorbeelden merk ik op dat die een periode van bijna 5 jaar beslaan. Voor het overige verwijs ik naar de antwoorden op genoemde vragen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer