Opinie: Zullen we gaan samen­wonen met een bonus van 20 miljard?


17 november 2006

“Ik zou best willen, opkomen voor de dieren” zeggen mensen, “maar wat doen jullie voor de mensen, de economie, de huisvesting?”. Ik kan u gerust stellen. De enige nieuwkomer van deze verkiezingen met een nieuw geluid, heeft 220 voorstellen voor een aangenamere samenleving. Waarin mededogen de boventoon voert, waarin het geld minder centraal staat dan de leefomgeving en waarin de toekomst van komende generaties niet letterlijk kopje onder gaat. We moeten niet eindeloos willen streven naar economische groei maar eerst iets doen aan het feit dat we de enige levende soort zijn die z’n eigen leefomgeving verwoest. We zagen aan de tak waarop we samen zitten. Niet alleen uit hebzucht, maar ook door gebrek aan creativiteit. We kunnen de woningnood gemakkelijk aanpakken, de mantelzorg plus meergeneratiewonen én werkgelegenheid bevorderen, de groene ruimte ontzien, de ruimte eerlijker verdelen en het particulier woningbezit bevorderen. Zonder dat het de overheid één Euro kost, terwijl de economie een miljardenimpuls krijgt.

We moeten creatiever omgaan met de woningmarkt. De Partij voor de Dieren heeft een plan om het platteland te revitaliseren, door mensen de kans te bieden vrijwillig in te schikken op het eigen erf en ze daartoe te stimuleren. Iedereen met een erf groter dan 600m2 mag een schuur, garage of stal inruilen voor de bouw van een extra woning. Ouders kunnen op het erf van hun kinderen wonen, kinderen kunnen –als ze willen- een starterswoning op het erf van hun ouders krijgen. Komende kabinetsperiode is er behoefte aan 255.000 extra seniorenwoningen en in 2015 is het tekort opgelopen tot 400.000. Wanneer het bijbouwen op eigen erf wordt toegestaan zonder dat het bouwvolume substantieel toeneemt, is dat niet schadelijk voor de groene ruimte, wordt dat gefinancierd door burgers zelf en bevordert dat de mantelzorg, de leefbaarheid en evenwichtige bevolkingsopbouw op het platteland. Het betekent verder een enorme impuls voor economie en werkgelegenheid. Wanneer 100.000 burgers gebruik maken van deze mogelijkheid en op eigen erf een extra woning bouwen van 2 ton , levert dat een economische impuls op van 20 miljard Euro, plus een toename van de woningvoorraad voor jongeren en ouderen van 100.000 woningen. Eenzelfde regeling moeten we toestaan voor het saneren van bedrijven in de intensieve veehouderij. Bij de sloop van stalruimte en schuren moet de bouw van appartementen tot een gelijke totaaloppervlakte worden toegestaan. Dat biedt meteen mogelijkheden tot warme sanering van een dieronvriendelijke sector en extra woonruimte in de mooiste delen van ons land zonder het groen aan te tasten. Daarmee wordt de druk op de stedelijke woningvoorraad kleiner, omdat minder jongeren én ouderen naar de stad hoeven trekken voor huisvesting. In de steden willen we splitsen van grote woningen tot kleinere wooneenheden vergemakkelijken met een soortgelijk effect.

We hebben meer plannen om het wonen en werken in het groen te combineren met transitie van de traditionele landbouw naar biologisch.
De marginale opbrengsten van reguliere veehouderijen die melk, eieren en vlees produceren nopen steeds meer boeren tot stoppen. Met name rond natuurgebieden wil de Partij voor de Dieren dat de overheid die boeren uitkoopt. Vervolgens zou ,naar een idee van Biologica-bestuurder Mes, de grond die grenst aan een natuurgebied benut moeten worden om het natuurgebied groter te maken, de middelste strook zou benut kunnen worden voor het realiseren van ecologische woningen en bedrijfjes, waarbij het buitenste deel van de grond kan worden aangewend voor de ontwikkeling van biologisch(e) (dynamische) landbouw.
Dit plan kan goeddeels gefinancierd worden uit de opwaardering van landbouwgrond tot woningbouwgrond op de middelste strook, hetgeen zonder overheidssubsidie een reusachtige impuls zou kunnen geven aan de eko-sector. De uitgekochte boeren zouden de eerste rechten moeten krijgen op de nieuwe biologische landbouwgrond.

De Partij voor de Dieren géén one-issue partij. Wij durven te geloven in en te werken aan een duurzame samenleving. Een samenleving die gericht is op een aangenamer leven voor nu en voor toekomstige generaties. Waarin niet alleen de dieren een beter leven krijgen, maar ook boeren, burgers en buitenlui.
Waar bestaande partijen het blijven zoeken in triviale oplossingen als varkensflats en schaalvergroting, willen wij streven naar de menselijke maat op alle niveaus. In de landbouw, de zorg, het onderwijs, de politie-inzet, de opvang van onze ouderen.
Met een sterke Partij voor de Dieren op 22 november wordt duidelijk dat een sociaal en duurzaam beleid niet het automatische domein is van linkse partijen, maar van iedereen die bereid is verder te kijken dan korte termijn gewin. Het is tijd voor een ander beleid, gevormd vanuit een gezamenlijk belang : overleven!

Marianne Thieme, voorzitter van de Partij voor de Dieren

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief