Opinie: Wereld­voed­seldag


16 oktober 2013

Vandaag is het Wereldvoedseldag. 57 Dagen na Earth Overshoot Day, de dag waarop we dit jaar de reproductiecapaciteit van de aarde overschreden en een nieuw ecologisch begrotingstekort van recordhoogte realiseerden. Vandaag gaan één miljard mensen met honger naar bed. Niet omdat er te weinig voedsel wordt geproduceerd.De aarde biedt genoeg voor ieders behoefte. Maar naast de één miljard hongerigen staan één miljard mensen die lijden aan overgewicht.

We kampen met een zeer scheve verdeling van voedsel en met vormen van roofbouw die nog in onze generatie gaan leiden tot ernstige schaarste aan onder meer drinkwater, fosfaat en biodiversiteit. Bovendien moeten we rekening houden met schaarste aan veevoer door misoogsten als gevolg van onze onachtzaamheid ten aanzien van het klimaat.

Onderzoek van de Universiteit van Minnesota gaf vorige maand aan dat er wel degelijk hoop is voor een groeiende wereldbevolking, op voorwaarde dat het beleid wezenlijk gewijzigd wordt. We zouden met het huidige akkerbouw-areaal ruim 10 miljard mensen kunnen voeden, op voorwaarde dat we de gewassen niet meer verspillen aan veevoer en biobrandstof.

In dat licht bezien, is het verbazingwekkend dat het kabinet zich het vuur uit de sloffen loopt voor de export van zuivel en kalfsvlees. Deze producten zijn schoolvoorbeelden van verspilling van water, landbouwgrond en granen en bedreigen de biodiversiteit. Nu we weten dat voor de productie van één kilo rundvlees zeven kilo graan nodig is en 15.000 liter water,moeten we ons ook bewust zijn dat we honger en rampspoed exporteren in plaats van oplossingen voor andere problemen dan onze honger naar geld.

FrieslandCampina spreekt openlijk de ambitie uit om 9 miljard mensen aan de melk te krijgen (hoewel 90% van de Aziaten lactose intolerant is) en krijgt daarbij steun van Willem-Alexander en Maxima bij handelsmissies naar Azië. Minister Ploumen promoot de omstreden kalfsslachter Van Drie in Turkije, Rusland en de Arabische wereld, als zou het gaan om een vorm van ontwikkelingshulp wanneer wij de kalfjes die geofferd worden voor onze zuivelsector over de wereld slepen.

De veehouderij neemt wereldwijd 80% van alle landbouwgronden in beslag. De overmatige dierlijke eiwitconsumptie en -productie veroorzaakt niet alleen ernstig overgewicht én dierenleed hier, maar tevens honger en verwoesting in de rest van de wereld. Nog steeds wordt er op grote schaal tropisch regenwoud gekapt voor de massale teelt van veevoer. De productie van vlees is daarmee verantwoordelijk voor 30% van het mondiale biodiversiteitsverlies. Teelt van veevoer is vanwege het grootschalige gebruik van kunstmest en gif energieverslindend, sterk vervuilend en put de schaarse fosfaatvoorraden van de wereld uit. Wanneer Europa overgaat op een gezondere en meer plantaardige leefstijl, kan volgejns de TU Twente de waterbesparing oplopen tot 40% van het totale huidige watergebruik. De Verenigde Naties pleiten mede daarom voor drastische verlaging van de consumptie van dierlijk eiwit.

Maar hoewel staatssecretaris Dijksma onderschrijft dat ‘een verduurzaming van de consumptie in Nederland en andere landen gewenst is’voegt ze de daad niet bij het woord. Met het mantra “Het kiezen voor duurzamer eten is primair een zaak van de consument”laat ze ons wangedrag op het gebied van voedselverdeling ongemoeid. In haar beleidsbrief over voedsel wordt in twee zinnen de eiwittransitie genoemd; de verschuiving in de consumptie van dierlijke eiwitten naar plantaardige eiwitten. Maar vervolgens zet ze in op insecten als veevoer. De kabinetsagenda staat in het teken van binnenlandse akkoordjes en staat volledig los van de oplossing van mondiale problemen. Geen oog voor de honger in de wereld, de aanslag die de productie van veevoer vormt op de biodiversiteit, voor de dreiging die klimaatverandering vormt voor de leefbaarheid van de planeet en die van inmiddels tientallen miljoenen klimaatvluchtelingen. Het Planbureau voor de Leefomgeving berekende dat de kosten van de klimaatverandering gehalveerd kunnen worden wanneer we overstappen naar een menu met weinig vlees.

Het kabinet zal zich moeten herbezinnen op onze landbouwkoers. In tijden van mondiale crises is het onverantwoord de belangen van een handjevol grote vlees- en zuivelproducenten leidend te maken in het voedselbeleid. Nederland heeft als grote exporteur van landbouwproducten en –kennis een grote verantwoordelijkheid. Die nemen we niet als we blijven inzetten op de export van plofkippenresten naar Afrika en kalfsvlees en zuivel naar Rusland en China.

Daan van Doorn gaf in een studie naar de toekomst van de Nederlandse veehouderij aan dat onze leefstijl vier aardbollen vergt wanneer de rest van de wereld ons consumptiepatroon overneemt. En toch gaan we door met het exporteren van onze leefstijl en voedselsystemen, waaronder de bio-industrie, naar landen in ontwikkeling. Inzetten op gezonde landbouw, dicht bij huis, kan de grondstofkringlopen weer sluiten, onze voedselafhankelijkheid verkleinen en de wereld een duurzaam voorbeeld verschaffen. Een echt duurzame landbouw herstelt de verbinding tussen consument en voedselproducent, en zorgt dat boeren een eerlijke prijs krijgen voor een eerlijk product.

Het kabinet zal Nederland moeten aanzetten om mes en vork te zien als belangrijkste wapens in de strijd tegen klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en dierenleed. Pas dan is er reden om te kunnen zeggen: je ne regrette rien.

Marianne Thieme

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief