Proef­dier­fokker Harlan weigert openheid over doden over­tollige proef­dieren


28 juli 2009

Partij voor de Dieren dringt aan op maatregelen kabinet

Den Haag 28 juli 2009 – Tijdens een werkbezoek van Esther Ouwehand dinsdag weigerde de commerciële proefdierfokker Harlan openheid te geven over het aantal dieren dat door hen als overtollige voorraad wordt afgemaakt.
In totaal worden in Nederland jaarlijks meer dan 400.000 dieren “in voorraad” gedood in fokkerijen en laboratoria: dieren die wel zijn gefokt in het kader van dierexperimenteel onderzoek, maar die nooit in een dierproef worden gebruikt.
Esther Ouwehand, Kamerlid voor de Partij voor de Dieren, maakt zich grote zorgen over dit hoge aantal onnodige slachtoffers van dierproeven en reisde daarom af naar de proefdierfokker in Horst om te kijken op welke wijze dit aantal kan worden terug gedrongen. Harlan bleek echter niet bereid haar medewerking te verlenen.

De Partij voor de Dieren is teleurgesteld dat Harlan geheim houdt hoeveel proefdieren zij jaarlijks fokt en hoeveel daarvan ze niet kwijt kan op de “markt”.
Het aantal proefdieren dat ‘in voorraad’ wordt gedood komt bovenop het aantal dieren dat daadwerkelijk wordt gebruikt in experimenten. De afgelopen jaren is hun aantal explosief gestegen. Daarmee is het totaal aantal dieren dat gebruikt wordt in het kader van dierexperimenteel onderzoek veel hoger dan de overheid wil doen geloven. Het ministerie van VWS en de Voedsel en Warenautoriteit, het orgaan dat belast is met het toezicht op dierproeven, communiceren dat in Nederland ‘slechts’ zo’n 600.000 dierproeven per jaar worden verricht. Zij stellen daarbij dat het aantal dierproeven in Nederland langzaam afneemt. Wat zij er niet bij vertellen, is dat sinds 2005 het totaal aantal dieren dat voor dierproeven wordt gefokt en gedood weer veel hoger ligt dan de jaren ervoor. Waar het gemiddelde in de jaren 2002-2004 op 880.000 stond, werden in 2005, 2006 en 2007 steeds rond de 1 miljoen dieren opgeofferd in het kader van dierproeven.

De Partij voor de Dieren wil een einde maken aan het overtollige proefdiergebruik. Daarvoor is nodig dat er spoedig zicht komt op de aard en omvang van de problematiek en de minister beleid ontwikkelt. Zo moeten aanbod van en vraag naar proefdieren op elkaar worden afgestemd. En het kabinet moet bovendien stevige doelstellingen formuleren om niet alleen het aantal dierproeven, maar ook het aantal “in voorraad” gedode proefdieren terug te dringen. Esther Ouwehand: “De dood van 400.000 overtollige proefdieren per jaar is iets waar we proefdierfokkers en laboratoria niet mee mogen laten wegkomen. Het kabinet moet ingrijpen.“

Wij staan voor:

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief