Partij voor de Dieren hekelt roos­kleurige conclusies in rapport over de maat­schap­pe­lijke kosten van de inten­sieve veehou­derij


28 mei 2008

Vorige week verscheen een onderzoeksrapport naar de maatschappelijke kosten van de intensieve veehouderij dat in opdracht van het ministerie van Landbouw is opgesteld. De Partij voor de Dieren is verontwaardigd dat in het rapport de onderliggende vraag: ‘hoeveel kosten maakt de samenleving om de intensieve veehouderij in Nederland in de benen te houden’, nog steeds niet is beantwoord. Het rapport geeft geen eenduidig inzicht in de maatschappelijke kosten zoals vervuiling van bodem, water en lucht die verbonden zijn aan de bio-industrie in Nederland. Laat staan dat het ingaat op de vraag welk prijskaartje er hangt aan het gebrek aan dierenwelzijn in de bio-industrie. Daardoor worden onvergelijkbare factoren zoals betere milieuprestaties en inkomen afgewogen tegenover een beter dierenwelzijn. De conclusie van het rapport: “niet één diersysteem is het beste” is daarom eerder een afleidingsmanoeuvre om het antwoord op de echte vraag niet te hoeven geven. Wat moet de maatschappij jaarlijks aan kosten betalen om negatieve effecten van de bio-industrie het hoofd te bieden en wat krijgt de samenleving daarvoor terug? En juist dát was de centrale vraag van de Tweede Kamer die de aanleiding vormde voor het instellen van dit onderzoek.

In 2005 is door het CE al berekend dat de maatschappelijke kosten van het inperken van de uitwassen van de bio-industrie jaarlijks in de miljarden euro’s lopen. Met name de grootschalige ammoniakvervuiling en de kosten die door de regering worden gemaakt om dierziektencrises te lijf te gaan waren de grootste posten. Ook het LEI heeft een aantal jaren geleden een berekening gemaakt waaruit blijkt dat de maatschappelijke kosten van de varkenshouderij op circa 21 eurocent per kilo varkensvlees liggen. Dierenwelzijn werd daarin niet eens meegerekend. Al deze kosten zijn nu nog niet in de prijs van het varkensvlees verdisconteerd, maar worden indirect op de samenleving verhaald. Het huidige onderzoeksrapport komt niet verder dan de constatering dat ‘monetarisering van de effecten niet altijd mogelijk’ is.

Marianne Thieme: ‘het rapport geeft geen realistisch beeld van de werkelijke kosten die jaarlijks door de samenleving worden betaald om de rommel uit de bio-industrie op te ruimen. De onderzoekers zijn blind voor het feit dat juist intensieve megabedrijven met varkens en kippen tot de grootse veroorzakers horen van de grootschalige ontbossing, landdegradatie en schuldslavernij in de landen waar het veevoer wordt geteeld. Ook verspillen zij plantaardige eiwitten door ze eerst te voeren aan dieren. Miljoenen mensen die nu honger lijden zouden hiermee rechtstreeks gevoed kunnen worden. Het onderzoekrapport is wat mij betreft een schijnvertoning om de onethische en dieronterende bio-industrie de hand boven het hoofd te houden. De échte conclusie zou moeten zijn dat een fikse krimp van het aantal dieren in Nederland onvermijdelijk is als je de negatieve effecten van de veehouderij daadwerkelijk aan wilt pakken.’

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief